Het rijke roomse leven in brabant 1900-1970

Internaat Sparrendaal in Vught

Internaten

Op het landgoed Sparrendaal, ten zuidwesten van Vught, was vroeger het Missiehuis Sint Franciscus Xaverius gevestigd van de paters Missionarissen van Scheut. Onderdeel van dat complex was een college met internaat, bedoeld voor jongens die ook missionaris wilden worden.

Internen van Sparrendaal op de speelplaats (boven) en in de klas (onder). (Foto's: collectie Katholiek Documentatie Centrum, id.nrs. 1b19826 en 1b19820)

Boven: wasruimte van internaat Sparrendaal. Onder: de Zusters van de Choorstraat verzorgden de huishouding op Sparrendaal. (Foto's: collectie Katholiek Documentatie Centrum, id.nrs. 1b19823 en 1b19816)

De paters van Sparrendaal vormden een missiecongregatie. De bloei van zulke congregaties past helemaal in het plaatje van het zelfverzekerde, missionaire katholicisme van de eerste helft van de twintigste eeuw. De docenten op Sparrendaal hadden dat missieleven echter op moeten geven, of nooit kunnen ervaren. Zij hadden de taak om jongelingen voor te bereiden op het priesterambt en op datgene wat hen na vele studiejaren werd beloofd: missiewerk in verre landen. Dat je vervolgens onderwijzer werd en thuis zou blijven, was overigens geen vrijwillig offer; zulke keuzes werden voor de afgestudeerde paters gemaakt.

Het missiehuis van de Scheutisten was heel idyllisch gelegen, tussen de bossen en met een park, tuin en boerderij. De paters kochten het landgoed in 1899. Het 'Missie-College' en internaat openden in 1930 de deuren. De eerste rector was pater C. de Brouwer. Toen de missie-opleiding van start ging, telde deze drie klassen. In de eerste klas zaten negentien, in de tweede klas veertien en in de derde klas elf studenten. De tweede- en derdeklassers hadden de eerste jaren van hun middelbare opleiding op het juvenaat (de vooropleiding tot kloosterling) in Nijmegen doorlopen. Met ingang van het studiejaar 1933-1934 was voortaan sprake van zes klassen en daarmee een volledig juvenaat. Het leerlingenaantal groeide geleidelijk, naar 116 net na de Tweede Wereldoorlog en tot 123 in het schooljaar 1946-1947.

De internen kregen een klassieke vorming. Vanaf het begin werd zoveel mogelijk het programma van erkende gymnasia gevolgd (waaronder de klassieke en de moderne talen, algebra, meetkunde, geschiedenis, aardrijkskunde, natuurkunde, muziek en natuurlijk ook veel godsdienst), zodat leerlingen staatsexamen konden doen en zodoende toegang kregen tot universiteiten en makkelijker elders hun studie konden voortzetten. Degenen die zich aan het staatsexamen zouden wagen, kregen extra lessen buiten de gewone lesuren om.

Het was overigens geen volledige mannelijke aangelegenheid op Sparrendaal. Sinds 1930 waren de Zusters van de Choorstraat in het kloostercomplex te vinden. Zij namen de keuken en de vele huishoudelijke klussen voor hun rekening. Zeven van hen vestigden zich op het landgoed op 23 oktober 1930, twee dagen voor het arriveren van de eerste studenten. De zusters verbleven in een apart huis, rechts van het hoofdgebouw. Zij waren bekend met de Scheutisten, met wie zij sinds 1922 actief waren in de missie in Mongolië. Maar liefst 62 jaar lang zouden zij hun taken op Sparrendaal vervullen. In 1992 hebben zij het landgoed verlaten.

Een gelegenheidselftal voor de entree van de apart staande houtbouw met kleine aparte (slaap)kamertjes voor de internen. (Foto toegestuurd door Giel van Hooff)

Vanaf 1950 begonnen priesteropleidingen aan bestaansrecht te verliezen. Ze probeerden daarom erkenning te verkrijgen als regulier gymnasium. Zo ging het ook in Sparrendaal. Omdat voor de erkenning voldoende leerlingen nodig waren, werd de doelgroep verbreed. Dat begon in 1958, met het openstellen van de school voor externen (leerlingen die thuis bleven wonen). Datzelfde jaar werd de schoolnaam veranderd in Xaveriuscollege. In 1959 fuseerde dit college met de priesteropleiding van de Missionarissen van de H. Familie te Kaatsheuvel (deze paters bouwden op Sparrendaal het genoemde internaat De Steffenberg). In 1960 kreeg het Xaveriuscollege ministeriële erkenning als regulier gymnasium. In 1968, met het ingaan van de Mammoetwet, werd dit gymnasium een havo en vwo. En in 1970 ging deze school, samen met de mavo- en havo-opleiding van de zusters van Regina Coeli (toen inmiddels Eikenheuvel geheten), op in het Maurickcollege.

Ondertussen daalde het aantal priesterroepingen verder, tot op het punt dat de missionarissenopleiding in 1970 de deuren moest sluiten. Dat jaar werd een groot afscheidsfeest georganiseerd. In 1971 ging internaat De Steffenberg dicht.

"De Scheutisten hadden hun propaganda en wervingsorganisatie goed geregeld. Deze was ondergebracht in het nu nog bestaande landhuis, waar stapels lectuur lag zoals Han Sjen Foe, een jeugdverhaal over de Boxeropstand. De aspirant-seminaristen mochten een weekend kennismaken en kregen ter herinnering een groepsfoto nagezonden. Deze foto uit 1964 heb ik braaf al die jaren bewaard, een best grote groep waarvan een behoorlijk deel ik later als mede-interne zou meemaken." (Foto en bijschrift toegestuurd door Giel van Hooff)

Oud-leerlingen van het internaat herinneren zich onder andere de mooie wandelomgeving en het natuurbad. Maar bijvoorbeeld ook de kapel uit 1931. Deze verbond de voorbouw (waar de paters hun eigen kamers hadden) met de achterbouw van het Missiecollege (klaslokalen, refter, studie-, slaap- en recreatiezaal). Een andere oud-leerling herinnert zich juist de strenge prefect, die ook wel streng moest zijn omdat de man in zijn eentje, de hele dag door, plusminus driehonderd pubers onder de duim moest houden.

Weer een andere oud-leerling herinnert zich hoe ongelukkig hij was op de kostschool, ook al was het zijn eigen keuze om naar Sparrendaal te gaan. Je had nu eenmaal roeping. Gaf je daaraan gehoor, dan bracht je offers. Contact met het thuisfront had je tijdens je studie maar heel mondjesmaat. Naar huis bellen mocht niet zomaar. Potjes voetbal behoorden tot de vrijetijdsbestedingen die in het internaat voor welkome afwisseling zorgden, naast alle nadruk op regelmaat, hiërarchie, godsdienst en tucht. Ook zijn er mannen die, terugkijkend op hun kostschoolverblijf op Sparrendaal, de fijne en open sfeer tussen de leerlingen en de docenten vooropstellen.

Kortom, net als bij andere kostscholen wordt ook het leven op Sparrendaal achteraf heel verschillend gewaardeerd. Hoe heb jij jouw verblijf ervaren? Reageer hieronder, deel het met ons en vul dit verhaal aan!

Bronnen

Frans Jansen, ‘De paters van Sparrendaal in Vught. De eerste vijftig jaar (1899-1949), in: Vught zicht op vroeger, Vughtse historische reeks (Vught 1997) 86-106.

9

Reacties (9)

giel van hooff zei op 21 maart 2019 om 23:40 uur

Ook ik meende roeping te hebben en wilde de arme zwartjes helpen (niet persé bekeren), Peerke Donders achterna. De propagandamachine van de Scheutisten was het meest effectief, in ieder geval in mijn geval. Alleen vond ik het wel vreemd dat de propagandapater bij ons thuis kwam voorrijden in een zwarte Mercedes (tenminste dat staat mij bij). Maar ik was zeker niet de enige in 1962: je mocht als aspirant een weekend een groepsbezoek brengen en dat was een aardig clubje toen nog. Er was een vrij nieuw complex met slaapkamertjes, een soort houten noodgebouw. De prefect, Buf, had er inderdaad de wind onder en schuwde fysiek geweld niet. Was soms wellicht wel nodig..

Christian van der VenBHIC zei op 22 maart 2019 om 09:09 uur

Beste Giel, bedankt voor je reactie. Ik lees tussen de regels door dat het van missiewerk nooit meer gekomen is. En dat je na dat eerste groepsbezoek als aspirant nooit meer terug bent geweest op het internaat, of lees ik dat verkeerd?

giel van hooff zei op 22 maart 2019 om 16:08 uur

Nee, het verhaal is nog lang niet af, maar dan moet ik er wel eens goed voor gaan zitten: 4 jaar internaat, dan valt er genoeg te vertellen. Het waren wel tijden van verandering, ook de paters wisten er niet allen raad mee. Liturgievernieuwing: we (hadden inspraak!, tenminste een werkgroepje) lieten de celebrant van alle kanten opkomen en weggaan, teksten werden Nederlands enz. Gezagsverhoudingen veranderden, in het internenblad was al meer van de wereld van buiten te lezen. De paters kozen inderdaad niet vrijwillig voor het docentschap of een toezichtsfunctie, het waren voor hen vaak tropenjaren in andere zin dan bedoeld: probeer die jong maar in het gareel te houden en nuttig en goed bezig te houden. Op school was er dus de verderfelijke invloed van de externen, in de regel Vughtse kak die wel wat neerkeken op ons, deels 'boertjes'. Maar ze (sommigen da n) brachten wel de top-40 mee (muziek was ook voor ons belangrijk). Na 4 jaar kwam een (onverwacht) einde aan mijn carriere. Mij n vader (die gezien zijn inkomen een aardige bijdrage aan kostgeld betaalde, dus daar lag het niet aan) werd in de zomervakantie bij de rector verzocht: men (in ieder geval de meerderheid) wilde van mij af. Tussen klas 4 en 5-6 lag een scheidslijn: de Cour (1t/m4) e n het Kot, met een eigen recreatieruimte, beter eten (tenminste dat dachten wij) en andere voorrechten als kranten e.d. Zij waren voorbestemd voor het groot seminarie. Het lot (of de heer) wilde dat ik daar toch nog terecht ben gekomen: als geschiedenisstudent in NIjmegen waren we enige jaren gehuisvest in het Hamerhuis, genoemd naar een van de eerste Nederlandse missionarissen, een Nimwegenaar, een van de martelaren van de Scheutisten. Interessant om later te ontdekken dat hij daar tijdens de Boxeropstand aardig in de steek is gelaten door zijn orde-oversten die toch min of meer een verlengstuk waren van het koloniaal 'beschavingsoffensief' en zeker wat betreft de Belgische tak onderdeel waren van koning Leopold's kwaadaardige kolonisatie. Maar de paters op Sparrendaal waren verder in grote meerderheid oké.

Marilou NillesenBHIC zei op 24 maart 2019 om 17:18 uur

Bedankt voor je nadere toelichting, Giel. Het moet ook wel bijzonder zijn geweest, om daar zelf getuige van te zijn; van heel dat veranderde tijdsgewricht. Welke muziek staat voor jou symbool voor die tijd? En waarom wilde de rector van je af, werd je vader dat ook verteld?

giel van hooff zei op 24 maart 2019 om 20:02 uur

Goede vragen. De eerste is gemakkelijk te beantwoorden: het muziekbewuste, hippe (ja, ook wij letten op onze kleding: wijde pijpenbroeken enzo) deel was min of meer verdeeld in twee kampen: de StonesBeatles. De iets ruigere types (ahum) behoorden natuurlijk tot het Stones-kamp. En dat brengt mij meteen bij een van de reden waarom de leiding blijkbaar het mij niet zag zitten. Ik was als een van de vierdeklassers aangesteld als douchemeester, dwz 1x p/week moest ik toezicht houden op het douchegebeuren en de kranen bedienen van de groep die die bewuste avond mocht/moest douchen. Mijn carriere was na enkele weken voorbij: de controlerende pater trad binnen terwijl de groep (wel nog (of al weer) netjes aangekleed) luidkeels achter mij aan Statisfaction (of een ander lied, ik weet het niet) liep te bleren, waarbij ik met een roede met een oud douchegordijn triomfantelijk vooropliep. Enkele weken later maakten we het voor de hele groep internenm nog bonter: 't Cour mocht Sinterklaas (en daarmee een beetje de baas) spelen en wij van de vierde hadden er wel genoeg van. Een eigen Sint was geboren. Hoe we aan onze uitmonstering kwamen: ook dat heb ik verdrongen, wel meen ik dat onze staven elkaar gekruist hebben. Met zo'n acties maak je je bij de leiding niet direct geliefd. Afijn, ik meen dat mijn vader nog wel te horen kreeg dat ik niet zozeer een slecht persoon was, maar dat ze ernstig twijfelden aan mijn godsdienstzin en roeping. Mijn bijdragen aan het internenblad hielpen daarbij ook niet. Toespelingen op vrouwen, tja...

Marilou NillesenBHIC zei op 25 maart 2019 om 19:14 uur

Haha, dat beeld van een groep jongens die zo Satisfaction zingt (laten we het maar op dat lied houden; goed ook voor de akoestiek ;) wordt hier wel heel beeldend tot leven geroepen. Dat, in combinatie met een eigen Sint en toespelingen in het internenblad... vind je zelf ook dat destijds de juiste keuze is genomen?

In ieder geval hartelijk dank voor je blijmoedige bijdrage, Giel.

Theo Aben zei op 4 mei 2019 om 10:16 uur

Ter hoogte van uitspanning “In ‘t Groene Woud” wil ik op het knopje drukken. Ach, niet nodig, het rode lichtje in de bus brandt al, want de volgende halte is voor al die studenten die in Den Bosch zijn ingestapt.
We steken de weg naar Tilburg over en beginnen aan de lange oprijlaan richting Sparrendaal. In de verte blinkt de bruine deur van de hoofdingang ons toe.
Het is stil, heel stil tijdens de tocht die ook langs de wat onduidelijke boerderij loopt. Vrijwel iedereen zwijgt en concentreert zich zogenaamd op z’n zware bagage.
Koos, de portier heet ons welkom en wijst ons waar we moeten zijn. Dat weten we al, Koos.
De deur valt achter ons met een smak in het slot. Gelijk is daar weer het gevoel van: achter die deur ligt de echte wereld, daar wordt geleefd. De komende twee maanden zijn we van die wereld afgesloten!
Door de lange gang naar de achterkant van het gebouw waar de prefect (Buf) domicilie heeft.
Hij noteert onze aanwezigheid. Hij, wiens humeur het komende trimester weer allesbepalend zal zijn voor ons doen en laten.
Koffer naar de slaapkamer, uitpakken en het eerste gevoel van heimwee ervaren.
In de recreatiezaal kijken we elkaar wat onwennig aan en blijft de omgang bleekjes.
Heel stilletjes naar de kapel voor het avondgebed en nog stiller in colonne naar het slaapgedeelte.
In bed wordt het moeilijk, wat is thuis ver weg…..
Als er enkele dagen verstreken zijn, trekt de heimwee weg, dat weet je ondertussen.
Het gevoel van buiten het leven staan overvalt je opnieuw als het vakantie wordt.
De oprijlaan is nu de weg naar de vrijheid en de drukte op station Den Bosch is een overweldigend
teken van leven.

In de eerste klas starten we met honderd, 4 groepen.
Het aantal klasgenoten wordt allengs minder. Studiegenoten zijn plotseling weg of komen na een vakantie niet meer terug. Het dunt uit en na het eerste jaar wordt er al een klas minder geformeerd.
Over het waarom van het verdwijnen van je klasgenoten horen we nooit iets.
De opleiding is een hele klus, voor mij vooral Grieks, Latijn en wiskunde. Begeleiding is er nog niet, alleen veel studieuren.
Een krant is er niet, wel de opkomst van de televisie, zodat we, als hij goeie zin heeft, naar het journaal kunnen kijken. Daarna nog even vrij om te biljarten, tafeltennissen of lezen.
Iedere dag wordt afgesloten met een gezamenlijk avondgebed in de kapel.
Ja, het avondgebed: op 22 november 1963 stiefelt de rector (bijnaam Izegrim)) naar voren en zegt: “Laten we ook bidden voor president Kennedy die vandaag vermoord is”.
Hij stapt de twee treden van het altaar af en sukkelt zonder op of om te zien de kapel uit.
Wij blijven stomverbaasd achter. Moeten trouwens toch extra bidden!

Buiten zijn we graag. Stoeien, wandelen, klieren en wachten op het fluitje van de prefect als er weer iemand iets verkeerds doet. Dat fluitje klonk regelmatig, tot ergernis van één van ons:
“Wat is er nou weer?” Die mag dus naar binnen.
Rondjes lopen om het eerste, kleine voetbalveld en zondags ook door het bos.
Wij willen wel wat verder en stappen buiten het bos. Tot onze verrassing komen we in het dorp Esch uit en ontdekken dat het cafetaria open is. Wel vlot terug, want anders missen ze ons in de studiezaal.
We horen dat “In ’t Groene Woud” ook bezocht wordt door jongens van Sparrendaal, heimelijk.
Die veel snoep hebben, zijn daar geweest.

Gebouwelijk verandert er ook een en ander. Er worden barakken gebouwd met voor ieder een eigen kamer met wastafel. De stiltewandeling na het avondgebed gaat nu door de buitenlucht van kapel naar bed. De chambrettes op de oude, grote slaapzaal worden verwijderd, die tegen muur blijven nog even. Dus ontstaat er een grote open ruimte, een voetbalveld. Wij maken er gebruik van. Betrapt en Buf leeft zich weer uit met rake klappen.
Het wordt ondertussen wel wat vrijer. We mogen ook, onder begeleiding, buiten het gebouw treden en bijvoorbeeld een toneelvoorstelling in Vugt bijwonen.
Het vrijer worden komt ook door de komst van de externen, zij zijn losjes en vinden het maar benauwd wat ze van ons horen over het leven na de lessen.
Andersom komt ook voor: een aantal jongens verblijft op Sparrendaal en volgt een opleiding in Vught. In mijn laatste jaar leen ik een fiets van Peer Coolen uit Nuenen en peddel ik op vrijdag van Vught naar Wanroij .Wat een vrijheid en wat is er plotseling veel mogelijk. Zondag terug, mijn zussen fietsen een stuk mee en vinden mij zielig. Dat vind ik zelf eigenlijk ook wel!
Sport wordt uitgebreid en we voetballen een keer tegen Beekvliet uit Sint Michielsgestel.
Muziekavonden en toneel van het KOT (oudste leerjaren, waaronder mijn neef Henk) zijn bijzonder gezellig.
Na drie jaar, het wordt zomervakantie, komen mijn ouders me ophalen. “Ik wil niet meer terug, echt niet”.
Mijn ouders dringen niet aan. Even bij Izegrim langs en weg ben ik. Mijn neef was al eerder vertrokken.
Het gebouw is weg, de herinneringen niet.
Zeker niet als je achter het bos inloopt en bij het kerkhof komt. De namen op de zerken roepen meteen het beeld van de paters/leraren op.

Ik trok in de jaren 1962 - 1965 vooral op met Joost van Iersel (Rosmalen), Kees van Heist (Wouwse Plantage) en Cor van den Akker (Heesch).

Theo Aben

Thijs de LeeuwBHIC zei op 22 mei 2019 om 15:18 uur

Prachtig verteld, Theo. Misschien heb ik het mis, maar je lijkt dat ook met het grootste gemak te doen : ) En dat terwijl het volgens mij toch niet gemakkelijk is om zo'n groot en belangrijk deel van je jeugd op zo'n manier samen te vatten. Mooi, bijvoorbeeld, wat je vertelt over het geleidelijk aan vrijere klimaat in de jaren zestig, de komst van de "lossere" externen en wat dat voor jullie betekende.

Als ik tussen de regels doorlees proef ik eigenlijk vanalles, een vleugje weemoed, een beetje verwondering (achteraf), en zeker ook afkeuring... of hoe je het ook wilt noemen.. Het zit er allemaal in. En dat zal het voor veel mensen ook wel zijn, denk ik.

Bedankt dat je dit wilde delen.

Thijs de LeeuwBHIC zei op 4 juli 2019 om 14:47 uur

@Giel van Hooff: zoals je ziet heb ik de twee mooie groepsfoto's die je me stuurde inmiddels toegevoegd. Nogmaals dank!

Reactie toevoegen

Je e-mailadres is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.