Het rijke roomse leven in brabant 1900-1970

Jongensinternaat Sparrendaal in Vught

Internaten
Op het landgoed Sparrendaal, ten zuidwesten van Vught, was vroeger het Missiehuis Sint Franciscus Xaverius gevestigd van de paters Missionarissen van Scheut. Onderdeel van dat complex was een college met internaat, bedoeld voor jongens die ook missionaris wilden worden.

De paters van Sparrendaal vormden een echte missiecongregatie. De bloei van zulke congregaties past helemaal in het plaatje van het zelfverzekerde, missionaire katholicisme van de eerste helft van de twintigste eeuw. De docenten op Sparrendaal hadden dat missieleven echter op moeten geven, of nooit kunnen ervaren. Zij hadden de taak om jongelingen voor te bereiden op het priesterambt en op datgene wat hen na vele studiejaren werd beloofd: missiewerk in verre landen. Dat je vervolgens onderwijzer werd en thuis zou blijven, was overigens geen vrijwillig offer; zulke keuzes werden voor de afgestudeerde paters gemaakt.

Het missiehuis van de Scheutisten was heel idyllisch gelegen, tussen de bossen en met een park, tuin en boerderij. De paters kochten het landgoed in 1899. Het 'Missie-College' en internaat openden in 1930 de deuren. De eerste rector was pater C. de Brouwer. Toen de missie-opleiding van start ging, telde deze drie klassen. In de eerste klas zaten negentien, in de tweede klas veertien en in de derde klas elf studenten. De tweede- en derdeklassers hadden de eerste jaren van hun middelbare opleiding op het juvenaat (de vooropleiding tot kloosterling) in Nijmegen doorlopen. Met ingang van het studiejaar 1933-1934 was voortaan sprake van zes klassen en daarmee een volledig juvenaat. Het leerlingenaantal groeide geleidelijk, naar 116 net na de Tweede Wereldoorlog en tot 123 in het schooljaar 1946-1947.

De internen kregen een klassieke vorming. Vanaf het begin werd zoveel mogelijk het programma van erkende gymnasia gevolgd (waaronder de klassieke en de moderne talen, algebra, meetkunde, geschiedenis, aardrijkskunde, natuurkunde, muziek en natuurlijk ook veel godsdienst), zodat leerlingen staatsexamen konden doen en zodoende toegang kregen tot universiteiten en makkelijker elders hun studie konden voortzetten. Degenen die zich aan het staatsexamen zouden wagen, kregen extra lessen buiten de gewonen lesuren om.

Het was overigens geen volledige mannelijke aangelegenheid op Sparrendaal. Sinds 1930 waren de Zusters van de Choorstraat in het kloostercomplex te vinden. Zij namen de keuken en de vele huishoudelijke klussen voor hun rekening. Zeven van hen vestigden zich op het landgoed op 23 oktober 1930, twee dagen voor het arriveren van de eerste studenten. De zusters verbleven in een apart huis, rechts van het hoofdgebouw. Zij waren bekend met de Scheutisten, met wie zij sinds 1922 actief waren in de missie in Mongolië. Maar liefst 62 jaar lang zouden zij hun taken op Sparrendaal vervullen. In 1992 hebben zij het landgoed verlaten.

Vanaf 1950 begonnen priesteropleidingen aan bestaansrecht te verliezen. Ze probeerden daarom erkenning te verkrijgen als gewoon gymnasium. Zo ging het ook in Sparrendaal. Omdat voor de erkenning voldoende leerlingen nodig waren, werd de doelgroep verbreed. In 1958 kwam de school ook open te staan voor externen (leerlingen die thuis bleven wonen) en kreeg deze naam Xaveriuscollege. In 1959 fuseerde het college met de priesteropleiding van de paters Missionarissen van de H. Familie te Kaatsheuvel (zij bouwden op Sparrendaal het genoemde internaat De Steffenberg). In 1960 volgde de ministeriële erkenning van het Xaveriuscollege als gymnasium. In 1968, met het ingaan van de Mammoetwet, werd dit gymnasium een havo en vwo. In 1970 ging deze school, samen met de mavo- en havo-opleiding van de zusters van Regina Coeli (toen inmiddels Eikenheuvel geheten), op in het Maurickcollege. Het aantal priesterroepingen daalde ondertussen verder, tot op het punt dat de missionarissenopleiding in 1970 de deuren moest sluiten. Er werd een groot afscheidsfeest georganiseerd. Een jaar later ging ook het internaat De Steffenberg dicht.

Wanneer je zoekt naar herinneringen van oud-leerlingen, dan figureren daarin onder andere de mooie wandelomgeving en het natuurbad. Zo ook de kapel uit 1931. Deze verbond de voorbouw (waar de paters hun eigen kamers hadden) met de achterbouw van het Missiecollege (klaslokalen, refter, studie-, slaap- en recreatiezaal). Een van de ex-internen ziet nog helemaal de strenge prefect voor zich, die ook wel streng moest zijn omdat de man in zijn eentje, de hele dag door, plusminus driehonderd pubers onder de duim moest houden.

Een van die vele juvenisten herinnert zich hoe ongelukkig hij was op de kostschool, ook al was het zijn eigen keuze om naar Sparrendaal te gaan. Je had nu eenmaal roeping. Gaf je daaraan gehoor, dan bracht je offers. Contact met het thuisfront had je tijdens je studie maar heel mondjesmaat. Naar huis bellen mocht niet zomaar. Potjes voetbal behoorden tot de vrijetijdsbestedingen die in het internaat voor welkome afwisseling zorgden, naast alle nadruk op regelmaat, hiërarchie, godsdienst en tucht. Ook zijn er mannen die, terugkijkend op hun kostschoolverblijf op Sparrendaal, de fijne en open sfeer tussen de leerlingen en de docenten vooropstellen.

Net als bij andere kostscholen wordt ook het leven op Sparrendaal achteraf dus heel verschillend gewaardeerd. Hoe heb jij jouw verblijf ervaren? Deel het met ons hieronder en vul dit verhaal aan!

Foto's

Collectie Katholiek Documentatie Centrum, id.nrs. 1b19826, 1b19820, 1b19823, 1b19816

Bronnen

Frans Jansen, ‘De paters van Sparrendaal in Vught. De eerste vijftig jaar (1899-1949), in: Vught zicht op vroeger, Vughtse historische reeks (Vught 1997) 86-106.

Reactie toevoegen

Je e-mailadres is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.