Ik voelde me in die weken nergens thuis; noch op de veel grotere lagere school dan die op Effen, noch in de eveneens veel grotere Laurentiuskerk waar maar liefst een pastoor, Doens, met wel drie kapelaans de zaak bestierde. Daar liep ik overigens een trauma op, dat mij mijn leven lang is bijgebleven.
Dat ik op school door klasgenootjes werd gepest om mijn verlegenheid en boerenaccent kan ik – achteraf - begrijpen. Maar van een volwassene mocht je, ook in die tijd, wat anders verwachten. Niet dus, zo bleek tijdens de voorbereiding op de communie in de kerk. Alle aspirant communicantjes zaten op een vrijdagmiddag vooraan in de kerk om de liturgie van het aanstaande communiefeest door te nemen. Op een bepaald moment was ik volgens een van de kapelaans aan de beurt om hardop het kruisteken te maken. Dus zei ik: “Vader Zoon en heilige Geest,” waarna hij een flinke klap tegen mijn hoofd uitdeelde. Totaal vanuit het niets. Ik schrok hevig en wist niet wat mij overkwam. “Opnieuw,” schreeuwde hij. En weer maakte ik een kruisteken onder het zeggen van “Vader, Zoon en heilige Geest.” En wederom kreeg ik een optater, gevolgd door een tirade over hoe dom ik was om na een half jaar oefenen het kruisteken zo verkeerd te maken. Ik was me nog steeds van geen kwaad bewust, totdat dat ook tot de hersenen van de eerwaarde geestelijke doordrong en hij luid en duidelijk articulerend zei: “In de naam… van de Vader, Zoon en heilige Geest”… Ik weet niet eens meer of ik moest huilen. Ik denk het wel. Het ergste vond ik niet zozeer de dreunen tegen mijn hoofd, dan wel de minachting die van de gezichten van mijn klasgenootjes droop. Wat een sukkel!
De gebeurtenis, het hoofd van de dader, kaal, met een spitse neus, koude ogen en grote oren, en zijn naam zou ik de rest van mijn leven niet meer vergeten.
Sterker nog. Zestig (!) jaar later leidde dit gebeuren, op 25 meter van de plaats delict, tot een confrontatie met een familielid van hem. Als televisieregisseur van kerkdiensten verzorgde ik rond 2017 een paar uitzendingen vanuit diezelfde Laurentiuskerk. In een koffiepauze rond de regiebespreking op een zondagochtend in een naastgelegen zaaltje vertelde ik aan een paar collega’s, dat deze klus op deze locatie voor mij een cirkel rond maakte en voegde er het verhaal van mijn eerste communie aan toe. Uit het niets kwam daarop de stem van een lectrice van de parochie, die had meegeluisterd: “Ik kan dat allemaal moeilijk geloven. Die kapelaan was mijn oom en dat was zo’n lieve, aardige man…”
Reactie toevoegen