Het rijke roomse leven in brabant 1900-1970

Een stijf lid is een waarschuwing van O.L. Heer

Rooms prentenboek
De katholieke seksuele voorlichting richtte zich vooral op de bestrijding van de zelfbevrediging. In woord en geschrift werd de jeugd gewaarschuwd tegen de verlokkingen van het eigen vlees.
De verleiding en de redding (Bron: Het prentenboek van de kinderbiecht, 1927)

Onderstaand citaat uit 1951 is ontleend aan een voorlichtingsles voor jongens van 12 à 13 jaar:

Jij wordt later ook een man. Jij zal later ook kunnen trouwen. Die plaats in je lichaam waar het zaad komt, is er al. Bij het lid waarmee je een kleine boodschap doet. Daar zit een zakje. Daar laat O.L. Heer zaad komen als je ouder wordt. Dan gaat daar haar groeien. Die plaats is iets heel teers: het moet goed beschermd worden tegen kou, tegen stoten. Als je groter wordt gebeurt het al eens dat het lid stijf wordt. En dan moet je oppassen, anders is er kans dat er zaad uitkomt. Niet aankomen enz. Dat wil O.L. Heer niet. Waarom denk je. Omdat het zaad alleen gebruikt mag worden in het huwelijk. Dus buiten het huwelijk is het slecht om te maken dat het zaad naar buiten komt. Als het lid stijf wordt, is dat een waarschuwing van O.L. Heer‘

                                   Uit: R. Bastiaanse, Onkuisheid. Utrecht 2013

Ook puberende meisjes werden ernstig vermaand:

Kind, het is goed, dat ik eens even vertrouwelijk met jou praat. Je bent nu zo oud geworden dat je van meisje aan het uitgroeien bent tot vrouw. Het zou in deze tijd ook wel eens kunnen gebeuren dat, als je jezelf wast, of ook maar zo maar vanzelf; je onder in je lichaam een gespannen gevoel krijgt. Maak je daarover niet ongerust. Als je er niets aan doet, gaat het vanzelf over. Soms zou je wel eens zin kunnen hebben met je handen aldaar je lichaam aan te raken. Doe dat niet! Flinke meisjes laten hun lichaam met rust.

Uit: mgr. A.M. Jansen, Praktijk van de voorlichting. Utrecht 1952

Herinneringen

Loet van Hoogenhuizen uit Teteringen

Ik zat rond 1948 in het Sint Willebrordusgesticht in Breda samen met zo'n vierhonderd andere jongens. De eerwaarde broeders droegen een zwarte toga met een koord om hun buik waarin drie grote knopen zaten.

Wij kregen ook voorlichting over het zesde gebod: 'Gij zult geen onkuisheid doen. Dat was wel spannend, want wij wisten natuurlijk van niks. De broeder begon met te zeggen, dat we het gingen hebben over 'het ding' dat onder onze lichamen hing. Wij proestten het al uit en de broeder begon met zijn koord te slaan. Wij stil en de broeder legde uit dat als we met 'het ding' zouden spelen, we een straf van God zouden krijgen. We kregen dan haren tussen onze vingers. Het was achteraf vermakelijk om te zien hoeveel jongens naar hun vingers zaten te gluren. Als je aan 'het ding' trok, dan kwam er volgens de broeders wit spul uit dat afkomstig was uit je ruggenmerg. Bij veelvuldig gebruik liep je de kans dat binnen bepaalde tijd je rug instortte en dan was je dood.

V.J.F. Boelaars, Levensstaat of raadgevingen bijzonder aan jongens en meisjes van 12-16 jaar over de keuze van een levensstaat, Tilburg 1919
V.J.F. Boelaars, Levensstaat of raadgevingen bijzonder aan jongens en meisjes van 12-16 jaar over de keuze van een levensstaat, Tilburg 1919
M. Soethoudt-Van Orsouw uit Breda

's Morgens werden we gewekt door de zusters. Het was dan kwart over zes en een uur later werden de kinderen in de kapel verwacht om de mis bij te wonen. Met de slaap nog in de ogen baden ze hun ochtendgebed. Na het laatste kruisteken moesten ze hun bedjes afhalen. De lakens werden keurig met de punten naar elkaar gevouwen. De groepsnon controleerde. Ze was erg secuur en als ze het niet goed vond, moest het karwei overgedaan worden. Eén deken van het bed werd terzijde gelegd. Onder die deken moesten de kinderen zich aankleden. Knielend naast hun bed verwisselden de jeugdigen met veel handigheid hun hansopjes voor de donkerblauwe gestichtsjurkjes. De deken gedrapeerd over hun lichaam. Er mocht niets van elkaar gezien worden.

Sommigen vonden het leuk om naar de bewegende dekens te kijken waar de anderen nog onder zaten. En wat moesten ze lachen als er ergens een hand of een voet onder de deken

tevoorschijn kwam. Dat deed denken aan het spelletje 'Ik zie, ik zie wat jij niet ziet’. Jammer dat je dat plezier met niemand kon delen. Praten in de slaapzaal was ten strengste verboden.

Op een morgen was er een nieuw kind in het tehuis opgenomen dat nog nooit met dit hele gebeuren te maken had gekregen. Ze moest zich toch omkleden, maar wist natuurlijk niet hoe. We konden het niet voordoen. Dat zou de non erg onfatsoenlijk gevonden hebben. 'Want jouw lichaam is jouw eigen geheim', zei ze wel eens. En wat vooral niet mocht, was alles tegelijk uitdoen zodat je bloot zou zijn. Dat mocht zelfs niet onder de deken. Je moest bij het verwisselen van het ondergoed te allen tijde ofwel je kamizooltje (een soort borstrokje) ofwel je directoirtje (een soort onderbroekje) aan houden. De non legde uiteindelijk uit hoe de nieuweling moest handelen. En met horten en stoten kwam het later wel goed.

Anoniem uit Breda

Ik weet nog dat we op het internaat met een wasschort in bad moesten. Over geslachtsdelen werd nooit gesproken en 's nachts moesten we met onze handen boven dekens slapen. Op overtredingen stonden strenge straffen. Het gebeurde dat je op je blote knieën lang tijd op de marmeren vloer moest knielen.

Bron van deze herinneringen

Ad Rooms, Het Rijke Roomse Leven: Herinneringen met weemoed en weerzin, Raamsdonksveer 2002-2006

Reactie toevoegen

Je e-mailadres is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.