Het rijke roomse leven in brabant 1900-1970

Kerkgang als emancipatoir probleem

Rooms prentenboek

Vroeger moesten vrouwen in Brabant die pas bevallen waren hun “kerkgang doen”. Ze moesten, nadat ze van de zwakten die het kraambed hen had toe gebracht voldoende hersteld waren, naar de kerk van hun parochie, hun geloofsgemeenschap binnen het rechtsgebied dat de bisschop hun had toegewezen.

Prentje voor een kerkgang (bron: collectie Rini de Groot)
Prentje voor een kerkgang (bron: collectie Rini de Groot)

Over de achtergronden van deze tocht is op BHIC veel geschreven, vooral onder de rubriek Wierook Wijwater en Worstenbrood. De waardering van deze liturgische folklore is nogal divers.

Veel vrouwen vertellen dat ze blij waren met deze plechtige inhaling in het gewijde kerkschip, omdat ze dankbaar waren dat ze de zwangerschap en de bevalling goed doorstaan hadden. Maar anderen stellen de achtergrond van de kerkgang aan de orde in emancipatoir perspectief. Ze stellen de vraag of de kerkgang eigenlijk niet een vernederende strekking had voor de vrouw zelf. Was het niet zo dat de zwangere eigenlijk werd behandeld als bezoedeld wezen. Dat genadig weer in de geloofsgemeenschap werd opgenomen?

De filosofische en ideologische achtergronden

Deze discussie is geconcentreerd op de vraag - en de beantwoording daarvan - of de kerk hier een reinigingsritueel  beoogde of een dankzeggingsritueel. Die vraagstelling is uiteraard ook boeiend. De Nederlandse bisdommen hadden per diocese een "proprium”.  Een aparte catalogus van gebeden, rituelen, gezangen en zelfs liturgieën die de andere diocesen niet hadden.

Het heeft ermee te maken dat de Lage Landen betrekkelijk laat gekerstend waren. Ze bleven dus lang hangen aan Taxandrische en Keltische gebruiken. Zuiderlingen, op doortocht naar Amsterdam of Dordrecht, vonden die gek. Ze schreven er veel over. Heksenuitdrijverij, onttovering. Volksgerichten. Rechtspraak op vogelvluchten. Rare jongens, die Nederlanders.

Nieuwe bisdommen in 1559

Dat was in de Nederlanden heel sterk aanwezig tot 1559, toen nieuwe bisdommen werden ingevoerd door Philips II, de Spaanse koning waar Noord-Nederland zoveel mee te stellen heeft gehad. Hij wilde vervroegd in de Lage Landen de bestuursbesluiten van het Concilie van Trente invoeren. Bisschoppen zag hij als administratieve topambtenaren. En hij vond dat de bewoners van de moerasdelta zich veel te eigengereid opstelden in zijn rijk. Dat zag je aan hun uitmiddelpuntige liturgische gewoonten.

Ze hadden meer toezicht en kerkelijke tucht nodig. De Nederlanden waren noordelijk verdeeld in twee immense bisdommen. Dat van het “Het Sticht” boven de Rijn en dat van Luik daaronder, tot aan Namen. Daarin lag dus het Hertogdom Brabant.  De Luikse prins-bisschop vond altijd al dat de Brabo’s nogal wat kapsones hadden omdat het hun handelscommercieel geweldig goed ging. Hij wilde daarom hun woekeringen in zelfbedachte liturgische praktijken flink terug dringen en het aantal “propria” sterk verkleinen. Hij liet ze in kaart brengen, want die rare liturgietjes – zoals de kerkgang – liet hij zwaar belasten. In het dekenaat Woensel werden de registraties van deze eigenstandige afgeleide plechtigheden met sacramentele inslag geconcentreerd en via Luik naar Madrid gestuurd. Voor de erkenning en de tarifering. Boeiende lectuur. Bij de kerkgang waren een gewijde kaars gebrand en er werd flink wijwater gesprenkeld. Daarvoor gold een bijzonder ‘BTW-tarief’.

Het Sticht

Het "Sticht" - het diocese Utrecht, dat nogal groot was - had een proprium voor traditionele processies die voor de Vrede van Münster al bestonden en belopen werden, zoals de hink-stap-sprongprocessie te Huissen. Daarvoor gold het in 1650 ingevoerde processieverbod vanwege de Staten-Generaal niet. Het proprium bleef dus voortbestaan, ook na 1853. Rotterdam, dat oorspronkelijk onder “Het Sticht” viel, kende wel hele rare processies over De Hoogstraat – de Oude Schielandsche Zeedijk – omdat daar veel Spanjaarden en Portugezen waren blijven hangen. Ook ná de reformatie. Rotterdam werd in de vijftiger jaren een zelfstandig bisdom en deelde in dat proprium, en daar had je dergelijke processies in Delfshaven en Schoonderloo ook. Katholieke Schotten waren er nogal gek mee. De nieuwe bisschop Janssen van Rotterdam kon daar niet veel aan doen. Al was hij er tegen. Hij vond ze provocatief.

Geen Rotterdamse kerkgang

De "kerkgang" bestond in Rotterdam helemaal niet. Mijn moeder als Rotterdamse katholieke vrouw kende dat ritueel niet. In het Bossche diocese was het in 1956 nog steeds zeer levendig. Daar was de kerkgang ook tijdens de periode 1650-1795 gehandhaafd als reinigingsritueel. Dat verried een wat merkwaardige opvatting nopens de zwangerschap. Dat was een verontreinigde staat waarin de vrouw zich gebracht had. Daaruit werd ze door de genade der kerk verlost als ze boetvaardig de linkerpunt van de paarse stool van de priester in het kerkportiek aanvatte.

De priester vroeg haar in het Latijn of ze om wedertoelating vroeg tot de gemeenschap van de strijdende kerk. En de koster antwoordde namens haar dat ze wilde. Daarna reikte de priester de manipel aan - de zweetdoek aan de linkermanchette van de albe. Ze ging dan "a sinistra" - linksgaande - naar het Maria-altaar om daar weder zich op te dragen aan de Moedermaagd, zoals ze dat deed na de huwelijkssluiting. Een dankzegging voor haar verlossing uit de tijdelijke zielsbezoedeling der geslachtelijkheid. Het Volksvesperale geeft daar de merkwaardige teksten van weer. En die liegen er niet om. Er was heel wat loos met de zwangere. Dat vooronderstelde liturgische restauratie.

Zwangerschap verontreinigt niet

Dat vond mijn veel te Hollandse moeder, die op dit punt hypergevoelig was, ridicuul. Ze legde zich er niet alleen niet bij neer. Ze ging er tegen in, zoals veel andere vrouwen in de wijk óók hadden willen doen, die door Philips in 1948 van boven de Grote Rivieren naar Eindhoven waren gehaald. Het ging weer heel goed met de economische conjunctuur, dus uit Stadskanaal, Drenthe maar ook uit Noord-Holland werden veel gezinnen naar De Kempen gehaald. Daar keken de moeders er bepaald van op dat een blootsvoetse pater op huisbezoek kwam en informeerde naar het kindertal. Of dat een kapelaan even kwam vertellen hoeveel kinderen er gebaard moesten worden gelet op de salarisschaal van pa.  En al helemáál, dat die moeder dan ook nog eens te kijk werd gezet via de kerkgang als ze gedaan had wat de geestelijkheid van haar verlangde.

De twee typische trappen "a sinistra" bij de Strijpse Trudokerk. Links voor de kerkgang en links voor de doop, rechtstreeks vanaf de openbare weg. Ter inleiding van de bezoedelde wezens: de bevallen vrouw en de ongedoopte boreling (collectie G. Strijards)
De twee typische trappen "a sinistra" bij de Strijpse Trudokerk. Links voor de kerkgang en links voor de doop, rechtstreeks vanaf de openbare weg. Ter inleiding van de bezoedelde wezens: de bevallen vrouw en de ongedoopte boreling. De foto is van kort na de brand in 1936 (collectie G. Strijards)

Mijn moeder deed volgens de pastoor nodeloos moeilijk, net als in het geval dat ze niet via het linker buitenpoortje haar kind ten doop wilde doen voeren naar de vont door de meter (de vrouwelijke doopgetuige), dus weer "a sinistra". Niet via het schip, de gewijde ruimte, maar buitenom, dat wou pastoor De Beer, want de ongedoopte was nog bezeten door de satan. Aan de Trudokerk zat een aparte linkeropgang naar de doopkapel direct vanaf de straat. En bij de Teresiakerk óók. De pastoor hechtte eraan dat die opgangen "a sinistra" werden gebezigd. Hij besteedde dan ook ruim aandacht aan het duivelsuitdrijvingsritueel over de baby. Daar werd mijn moeder gallisch van. Zoals de meeste importvrouwen in Eindhoven, alleen zonden die geen stuk in bij het periodieke pers. Mijn moeder deed dat wel. Ze pakte flink uit in opstandige blaadjes. En kreeg daarom moeilijkheden met de HH geestelijken.

 

10

Reacties (10)

Marilou Nillesen zei op 18 januari 2023 om 22:22 uur

Bijzonder verhaal, Gerard, mooi om ook meer over die achtergrond te weten te komen. Bizarre rituelen, in onze 21ste eeuwse ogen. Dat van die duiveluitdrijving is nieuw voor mij, dat had ik nog nooit eerder gehoord. Ik kan me wel iets voorstellen bij de reactie van je moeder (zijn die ingezonden brieven er trouwens nog?)

Norah zei op 19 januari 2023 om 11:33 uur

Alle bewondering voor je moeder, Gerard!
Heel aangrijpend beschreven, in deze tijd nauwelijks te bevatten.

Strijards zei op 21 januari 2023 om 11:56 uur

In de Teresiaparochie werd het kerkblad "Contact" verspreid. Mijn moeder schreef daarin menig artikel. En ook ingezonden brieven. Nu greep ze daarbij wel eens boven haar macht, want veel moraal-theologische problemen die toch wel een zekere studie vereisen behandelde ze, fris van de lever, ten gronde. Ik denk dat dat overcompensatie was betreffende het gemis dat ze voelde doordat ze ná de lagere school in de Rotterdamse Robert Fruinstraat niet had mogen doorstuderen aan tenminste een MULO. Meer Uitgebreid Lager Onderwijs. Dat werd later, geloof ik, de MAVO. Ze had wel de zevende klas mogen doen. Ze kon dus in het Frans zeggen: "Is dat de hoed van vader? Neen, het is de gieter van de tuinbaas." Maar daar had ze in Strijp, de woonwijk van glasblazers bij Philips, niet veel aan. Die blaadjes heb ik nog. Want ik moest ze 's avonds ook bezorgen als kleine jongen. Dat pastoor De Beer er aanstoot aan nam dat mijn moeder zijn visie op de Koude Oorlog en de betekenis van het IJzeren Gordijn niet deelde en vond dat hij als geestelijke zich met dat soort geopolitieke vraagstukken niet hoorde te bemoeien, kan ik in het licht van die tijd wel begrijpen. Mijn vader die in schoolongevallenverzekeringen deed, kreeg er problemen mee, want de hoofden van de rooms-katholieke lagere scholen wensten geen zaken te doen met een vent die gehuwd was met een vrouw die opruide tegen het geestelijk gezag. Daar kwam ook thuis bonje van. Maar ja, die brieven heb ik nog. Koesteren doe ik ze niet, gelet op de echtelijke onmin die ze onbeoogd veroorzaakten, ook via het Strijps Weekblad. Aan de andere kant: overal is wat. Maar dan hoor ik het avondlijke gekijf in onze zitkamer weer. Waar mijn vader genadeloos uitserveerde dat HIJ het hoofd der echtvereniging was. Dat stond verdomme in het Burgerlijk Wetboek. Maar daar was moeder niet van onder de indruk.

Ad Tillmann zei op 24 januari 2023 om 10:16 uur

L.S.,
Toen ik nog op de lagere school zat en begin 50 er jaren iedere zondag naar de H.Mis moest gaan van kerk, schoolmeester en ouders, viel ik tegen de concentratie bijna iedere keer flauw. Toen ik dat tegen mijn moeder zei kreeg ik van haar twee pepermutjes mee naar de kerk.
Die hielpen dan wel al een stukje.
Nu ik een stuk ouder ben (80 jaar) kan ik al enkele jaren niet meer naar de kerk gaan omdat ik dan af en toe flauw val. Er wordt dan een ziekenwagen gebeld, ik word ingeladen en kom tegen 16.00 uur weer thuis. Grote consternatie dus alom. Ik ga dus nu niet meer naar de kerk. De pastoor ( priester) komt nu 1 x per maand bij mij en deelt mijn echtgenote en mij de communie uit. Voor de rest kijk ik naar de H.Mis op de TV.
Mijn vraag aan u is nu:
LIGT DIT HELE GEBEUREN ERAAN DAT IK NIET TEGEN DE GEUR VAN DE WIEROOK OP KAN? IS DAT MOGELIJK?

Met vriendelijke groeten,
Ad Tillmann.
tillm035@ziggo.nl

Norah zei op 24 januari 2023 om 11:26 uur

Beste Ad,

Dat bijna flauwvallen van lang geleden, komt me bekend voor. Dit lag eraan dat men nuchter ter communie ging. Wat uw moeder hiertegen deed, had ze goed gezien.
De mogelijkheid bestaat altijd dat men niet tegen wierookgeur bestand is. Hoewel bij een "gewone" mis kan ik mij niet herinneren dat er met wierook gezwaaid werd.
Mogelijk herkent iemand zich in uw verhaal.
Mvg.

Mariët BruggemanBHIC zei op 24 januari 2023 om 11:34 uur

Beste Ad en Norah, ik kan me dat inderdaad ook herinneren, dat je nuchter moest zijn en dat je dan, nadat je erg lang moest knielen of staan, even niet goed werd. Die pepermuntjes waren een prima oplossing. Maar wat ontzettend vervelend Ad, dat je nog steeds last hebt van het flauwvallen. Wat goed van jullie pastoor dat hij nu zelf bij jullie langskomt. En hopelijk, de wierook gewoon thuis laat! :)

Rini de Groot. zei op 24 januari 2023 om 20:53 uur

Maar na dat pepermuntje was je toch niet meer nuchter, wij kregen het mee voor de Nachtmis. Ad wat jammer, ik en m,n echtgenote, zaliger hielden van Wierook, inmiddels dan niet nuchter. Bij zo,n gelegenheid zijn nu alle vertrekken reelmatig met rook doordringend gevuld en de rookalarmen uitgeschakeld, misschien goed tegen houtworm. Heb destijds 1 kg. Melchior geur gekocht.

Bill Banning zei op 16 september 2026 om 14:02 uur

Helaas werd het katholieke ritueel van 'de kerkgang' in veel bisdommen / parochies totaal verkeerd begrepen en toegepast - met een enorme berg ellende voor de betreffende moeders. Zeer tragisch, temeer omdat het ritueel een POSITIEVE visie op seksualiteit en het krijgen van kinderen inhield.
Als theoloog heb ik me daar diepgaand in verdiept, temeer omdat mijn eigen tante (Achterhoek, Sint Oswaldusparochie te Zeddam, jaren '60 van vorige eeuw) daar ook zeer door gekwetst was. Toen tijdens een familiebezoek mijn orthodoxe theologiestudie ter sprake kwam, waren de rapen gaar. Wat nu volgt is een stukje onvervalst plat Achterhoeks, de vertaling volgt erna. "Now, mien zien ze niet meer in de kark, bunnie gek. Ha'k een blaag geboard en toen moes ik gezuuverd worren asof ik viess was geweest. Ik mos noar de kark en toen moes ik den paoter aan zun slabken vashollen, naor het altaor en toen wed ik gezuuverd". Oftewel, "Nou, mij zien ze niet meer in de kerk, ik ben niet gek. Had ik een kind gebaard en toen moest ik gezuiverd worden alsof ik vies was geweest. Ik moet naar de kerk en toen moest ik de pater aan zijn stola vasthouden, naar het altaar en toen werd ik gezuiverd."

Hieronder zal ik mijn theologische uitleg geven + de reden waarom dit zo verkeerd heeft kunnen gaan. Die uitleg gaf ik toentertijd ook aan mijn tante, maar toen had ik nog niet door dat een rationele uitleg diepgewortelde emotionele en geestelijke problemen niet zomaar kan oplossen. Mijn tante reageerde dan ook: "Jao, i'j kön goet praoten, lul ow d'r maor weer uut, dat dejen die paoters ook altie."

KERKGANG: ZUIVERING van de MOEDER ??????????????

Na de geboorte van haar kind ging de katholieke moeder naar de kerk OM ZICH TE LATEN ZUIVEREN. Dit werd de kerkgang genoemd. Wat? Moest een vrouw gereinigd worden vanwege de geboorte van een kind? Was ze dan zondig of besmet? Ooit hoorde ik de volgende – begrijpelijke – reactie van een tante van in de zestig: “Had je eindelijk gedaan wat moest en dan kreeg je nog op de kop ook”. Woest was ze erom, nog steeds.

Tijd dus voor een nadere beschouwing over seksualiteit, zwangerschap, geboorte en zuivering. Inzet van mijn kant is dat de kerkgang OORSPRONKELIJK EEN POSITIEVE BETEKENIS had. Dat blijkt uit de teksten en rituelen. Maar daarmee wil ik niets afdoen aan de geestelijke en emotionele pijn die moeders – ten onrechte – geleden hebben vanwege een volslagen verkeerde interpretatie van dit gebruik. Ik ben me bewust dat ik me hier op gevoelig terrein begeef. Gekwetste gevoelens laten zich immers niet wegredeneren. Dat is uiteraard ook mijn bedoeling niet.
Ik wil alleen helderheid scheppen WAT er fout gegaan is en HOE dat zo is gekomen.
Ook wil ik ermee duidelijk maken hoe belangrijk het is om de oorspronkelijke en eigenlijke betekenis van rituelen te kennen. Want voor je het weet zit je met allerlei misvattingen en alle ellende van dien.

De kerkgang is een stille dood gestorven. Voor veel moeders een opluchting, want ze voelden zich zwaar beledigd door de idee gezuiverd te moeten worden (in sommige parochies werd het door pastoor of kapelaan uitgelegd als een dankbaarheidsritueel en daar werd het uiteraard positiever beleefd, maar daarmee is het begrip ‘zuivering’ niet verklaard).

Wat hield de kerkgang dan in? Mijn tante vertelde het in plat Achterhoeks heel sprekend: “Dan moest ik den pastoor zijn slebken (stola) vasthollen en met hum ut altoar op en dan beej’de hi’j wat en we’j gezuuverd”. In haar beleving had deze zuivering te maken met een vermeende negatieve visie van de kerk op seksualiteit.

Vaak werd hier een associatie met de doop gelegd. De plens water zou dan zijn om de erfzonde af te wassen. En die erfzonde zou dan met name overgedragen worden door de seksualiteit. Maar klopt dat idee wel?

Voor mijn – positieve – uitleg beroep ik mij op zowel de liturgie (ritueel en gebeden) als op de bijbel. Laat ik beginnen met de liturgie.De moeder ging naar de kerk en daar ging zij met de priester het priesterkoor op. Voor ons niet zo bijzonder, maar veertig – vijftig jaar geleden was dat ongehoord. Een vrouw die het priesterkoor op loopt. Komt daar nog eens bij dat ze de stola van de pastoor mocht vasthouden. Helemaal ongehoord. De moeder dacht dat ze onzuiver was, maar mijn stelling is dat deze moeder juist ‘zuiverder’ was dan de pastoor met zijn stola.

In de gebeden is inderdaad sprake van zuivering. Maar wat wordt hiermee bedoeld? Zuivering kan in de kerk TWEE dingen betekenen.
1. Zuivering van zonde.
2. Zuivering van al te grote heiligheid, om weer aan het dagelijks leven deel te kunnen nemen. Dit wordt duidelijk in iedere Eucharistieviering.
1. Je hebt de zuivering van de handwassing van de priester (neem alle schuld van mij af opdat ik op waardige wijze dit offer opdraag…).
2. Je hebt de zuivering van pateen en kelk na de Communie, de zgn. purificatio (zuivermaking). Bij deze laatste vorm van zuivering doet de priester de ‘heilige resten’ in de kerk, drinkt dat op en ‘reinigt’ de kelk met water. De pateen en kelk moeten zo ‘ont-heiligd’ (deftig gezegd: gedesacraliseerd) om terug te kunnen in de kluis. Zo wordt overigens ook een kerkgebouw dat wordt gesloten (aan de eredienst onttrokken) gedesacraliseerd. Dan verliest dat gebouw zijn gewijde karakter (iets wat tegenwoordig met al die kerksluitingen regelmatig gebeurt).

Welnu, de zuivering van de kerkgang ligt in het verlengde van deze laatste vorm van zuivering. De vrouw is niet zondig, maar juist heilig! Door de liefdevolle verwekking, de zwangerschap en de geboorte is de vrouw geheiligd, want ze heeft meegewerkt aan Gods scheppingskracht.

De vraag waarom deze visie onbekend was, stel ik straks aan de orde. Zo betekent de doop met water ook iets anders. In de paaswake heb ik hierover gepreekt. Het water is een verwijzing naar het VRUCHTWATER. De doop is een soort ererondje naar de geboorte, waarbij je de godsdienstige ervaringen verdiept en beaamt: het kind door pa en ma verwekt is ook Gods kind. Bovendien mag dit kind een broer of zus van Christus worden.

In de Paaswake zien we hoe het water bevrucht wordt door Gods geest, gesymboliseerd is de paaskaars, de man Christus. De religieuze dimensie van de seksualiteit wordt hier praktisch ten tonele gevoerd. God drukt zijn verbond door Christus met ons uit in beelden van de intieme gemeenschap tussen man en vrouw. U zult merken dat dit wat anders klinkt dan het preutse toontje dat vroeger vaak – ten onrechte – werd aangeslagen.

Nu wil ik met u bespreken HOE het gekomen is dat deze oorspronkelijke visie verdwenen is. Hoe een negatieve invulling zich meester heeft kunnen maken van eigenlijk positieve, bevestigende gebruiken. Twee zaken hebben hier vooral een rol bij gespeeld. Het gebruik van Latijn als de kerkelijke taal en het Victorianisme.

Hoe is het zo gekomen?
Over de achtergronden van de misverstanden bij Kerkgang en Doop

Graag wil ik met u bespreken hoe het gekomen is dat de oorspronkelijke, positieve visie van de zuivering (de prille moeder is heilig) verdwenen is. Hoe een negatieve invulling zich meester heeft kunnen maken van dit oorspronkelijk mooie ritueel met haar oorsprong in het Nieuwe Testament (De zuivering van Maria, Lucas 2. 22-24; denk ook aan Maria Lichtmis). Twee zaken hebben hier vooral een rol bij gespeeld. Het gebruik van Latijn als kerkelijke taal en het Victorianisme.

Victorianisme
Het Victorianisme (eind 19de eeuw) is overdreven preuts, scrupuleus tot zelfs lichaamsvijandig, met name inzake seksuele aangelegenheden. Het zou te ver voeren de achtergronden hiervan bloot te leggen. Hier volstaat te constateren dat de hele geschiedenis van het christendom bedreigingen heeft gekend in de vorm van dergelijke gedachten (denk aan het Manicheïsme uit de Oudheid). U kunt het geloven of niet, maar in heel wat perioden moest juist de kerk de mensen leren dat lichamelijkheid en dus ook seksualiteit iets GOEDS was, ja zelfs iet heiligs. Het Victorianisme heeft een groot en negatief stempel gedrukt op het burgerlijk, maar ook op het kerkelijk leven. Het leidde tot een overdreven angstvalligheid en tot een negatieve lichamelijke zelfbeleving.

Latijn
Hier komt de plaats en de rol van het Latijn om de hoek kijken. Latijn was in feite een dode taal, in ieder geval een tweede taal. De priesters (ook de priesterstudenten) leerden hun lessen in het Latijn. Eerlijkheidshalve moeten we constateren dat de theologie in vroeger tijden niet altijd op een hoog peil stond. Daarbij gaf (de gebrekkige kennis van) het Latijn weinig aanleiding tot dieper – persoonlijk – doordenken van allerlei gegevens.

Zeker waar het de liturgie betrof lag de nadruk sterk op de rubrieken, hoe het allemaal precies moest. De nadruk lag helaas niet zozeer op de vraag WAAROM het zo en niet anders werd gedaan. De gebeden werden heel vroom gezegd, maar het is de vraag of de diepere symboliek en betekenis begrepen werden. Langzamerhand groeide er een wat ritualistische praktijk, waarin allerlei handelingen – heel vroom – verricht werden zonder al teveel rekenschap te geven van de oorspronkelijke en diepe betekenis.

Zo konden doop en kerkgang hun oorspronkelijke betekenis verliezen. Ze werden als symbool en sacrament enigszins leeg, zakelijk: er onstond een betekenisvacuüm. Deze leegte, dit betekenisvacuüm werd ingevuld door de heersende tijdgeest. Dus door het Victorianisme. De oorspronkelijke positieve visie op relaties en seksualiteit werd uit het oog verloren; de preutse, negatieve ideeën van het Victorianisme kregen de overhand. Zo kon het gebeuren dat ‘zuivering’ niet meer ont-heiliging (desacralisatie) van de geheiligde vrouw betekende, maar een ‘afwassing’ van (vermeende) zondigheid. Hierdoor werd ook bij de doop eenzijdig de nadruk gelegd op het afwassen van (erf-)zonde.

Deze negatieve visie heeft nogal wat (catastrofale) gevolgen gehad. Stelt u zich voor: een moeder, dankbaar en blij werd door de kerkgang geconfronteerd met nare gedachten (ze moest gezuiverd worden), die tegenstrijdig waren aan haar diepste gevoelens van vreugde en dankbaarheid.

In de zestiger jaren, toen de sociale controle wegviel, zijn veel mensen de kerk uitgestapt. Gedeeltelijk denk ik om de negatieve belevingen die ik geschetst heb te ontlopen. Toch blijkt de oude pijn niet opgelost te zijn, want zo gauw een onderwerp als kerkgang ter sprake komt, reageren mensen vaak heftig. Dat is te begrijpen, want er is niks uitgepraat. In de kerk heeft men hieraan meegewerkt door de kerkgang simpelweg af te schaffen. Het kwam negatief over, dus doen we niet meer. Maar daar is niets mee opgehelderd: noch de spanningen, noch de oorspronkelijk positieve betekenis van doop en kerkgang. In dit artikel heb ik geprobeerd het anders aan te pakken.

En nu aan het werk
Meer eigentijds geformuleerd zou ik de betekenis van de kerkgang als volgt willen brengen: we kunnen af en toe wel door de knieën gaan van dankbaarheid. In de lucht springen van vreugde. En met ons hoofd in de wolken zijn van spirituele verrukking. Dat doet ons het leven als heilig ervaren (bijv. bij de geboorte van een kind). Daar is niks mis mee, alleen maar mooi.

Tegelijkertijd kunnen we niet blijven ‘zweven’, de dagelijkse taken vragen om onze aandacht en toewijding (“de poepluiers zijn er ook nog” en “de stapel proefwerken moet ook nog goed nagekeken en besproken worden”). We dienen dus ont-heiligd te worden, weer terug naar het gewone leven. Maar we mogen wel de diepe ervaring van liefde en vreugde meenemen in ons dagelijks werk.

Van harte wens ik u veel werkplezier toe, want (op zijn Achterhoeks):

“Als het ow gin zweit weert is, dan is het ow gaar niks weert”.

Dr. Bill Banning

Norah zei op 16 september 2026 om 19:12 uur

Dag Bill,

Zelf ken ik dit gebruik in de katholieke kerk totaal niet, ik kom wel uit het diepe zuiden.
Ik vermoed toch dat dit meer voorkwam in de kleinere plaatsen/dorpen.
Mvg.

Thijs de LeeuwBHIC zei op 24 september 2026 om 08:15 uur

Heel hartelijk dank nog meneer Banning dat u de tijd heeft genomen dit hier uiteen te zetten. Met veel interesse gelezen. (Bij het Achterhoeks liep ik even vast maar het bleek te helpen het hardop te lezen! )“Had je eindelijk gedaan wat moest en dan kreeg je nog op de kop ook”, daar had uw tante wel een punt, zou je zeggen, ik wil wel geloven dat dit veel vaker gevoeld werd dan dat het in parochiale kring gedurfd werd om te uiten. Maar goed, dat waren de eerste gedachten bij een eerste oogopslag van uw historisering van gebruiken op gebied 'zuivering', waaronder dus als 'ont-heiliging' en hoe dat onder andere voor 'de kerkgang' met name dus dat laatste concept de moeite waard is om nog eens onder de loep te leggen, zoals u en andere theologen hebben gedaan. Maar ik kan me zo voorstellen dat het wat rituelen betreft rond zwangerschap en geboorte en moederschap ook cultureel-antropologisch een uitermate interessante is.
Nou goed, met interesse gelezen dus en nogmaals dank voor uw bijdrage en graag tot ziens op de site.
Hartelijke groet,

Reactie toevoegen

Je e-mailadres is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.