Het rijke roomse leven in brabant 1900-1970

Op je elfde naar het weeshuis

Rooms prentenboek

Van zijn elfde tot zijn achttiende zat Piet Hoofs in het jongensweeshuis van de Fraters van Tilburg. Een vormende periode, met goede en slechte herinneringen.

In de jaren zestig zat ik daar in het weeshuis. Raar genoeg kan ik me veel momenten terug halen, maar dat zijn speciale dingen die voor mij een bepaalde impact hadden; zowel leuk als wel echt niet leuk. Veel dingen komen soms nog boven drijven. Ook ik heb er misbruik en "gebruik" meegemaakt.

Zelf ben ik er op mijn elfde jaar geplaatst, omdat ik toen wees werd. Maar er zaten ook oudere jongens van boven de 18 jaar die al ergens werkten. In het begin werd je veel geplaagd. En bij het minste of geringste was er ruzie. Soms werd de orde hersteld door de surveillant die toezicht hield maar soms reageerde die opzettelijk niet, ook al zag hij het gebeuren. Doordat mijn familie weinig tijd had, zat ik in het weekend vaak alleen en was lezen mijn enig vertier. Door de weeks moest je meehelpen bij de diverse ambachten die op het terrein door de fraters werden gedaan. Zo heb ik er boekbinden en pottenbakken geleerd.

Memoires

De lagere school zat in de Stedekesstraat. Als iedereen thuis was, speelden we op de speelplaats voetbal of in de refter tafeltennis, of biljart in de recreatiezaal. Hieronder staat een fragment uit mijn uhm, uhm memoires, laat het zo maar noemen. Af en toe schrijf ik het voor mezelf op. Dat doet me goed.

Op een dag ging ik met onze Jan - mijn oudste broer die tevens mijn voogd was - naar het weeshuis. Toen ik er binnen ging, was ik erg zenuwachtig. Niemand zei wat ik moest doen. Wel kreeg ik een hand van de directeur (een frater, Gerolf genaamd). Helemaal alleen stond ik, toen mijn broer en die frater naar een kantoortje waren gegaan, in een grote zaal. Ik weet nog dat de zon scheen op de buitenplaats, er hing een groot bruin schild van een schildpad dat ik mooi vond. Toch voelde ik me niet gelukkig, ik voelde me ongelooflijk eenzaam en triest.

Doodongelukkig en eenzaam

Naast me stond het bruine koffertje waar al mijn spullen in zaten. Het belangrijkste vond ik het beeldje dat mijn moeder altijd het mooiste vond. Het was een beeldje van roze en wit marmer. Het stelde een vrouw met een kap op voor. Het was ongeveer twintig centimeter groot. Al mijn spullen waren gemerkt met X9, zo ook onder op het beeldje stond X9. Dat zou het nummer van mijn kastjes, lade en kapstok en alles hier in dit weeshuis voor mij worden. In de koffer zaten nog een paar stripalbums van Suske en Wiske, ondergoed en overhemden. Verder had ik nog een oude radio, die bij ons thuis had gestaan (met zo’n groen oog om hem af te stellen), maar deze werd bij een van mijn broers bewaard voor mij. Dat alles was mijn hele bezit. Ik voelde me doodongelukkig en eenzaam. En dat bleef de eerste tijd zo.

Het weeshuis bestond voor ons uit drie grote zalen, de refter waar gegeten werd, de recreatiezaal waar de tv stond en een biljart, en waar je een lade had voor je boeken en tekenspullen, en natuurlijk de slaapzaal boven met ongeveer dertig bedden en een rij kastjes langs een muur. Voor rechts en achter links was een anti-chambre (hokje dat van boven open was binnen de zaal) voor de dienstdoende surveillant, zoals dat heette. In het begin van de zaal stond ook een tafeltje met een grote schoolbel erop, om ons 's morgens wakker te bellen. Later hebben we hier nog veel mee gelachen. Maar toen was ik al ingeburgerd. Zo ver was het nog lang en na niet. Mijn lotgenoten waren of naar school of naar hun werk. Dus zat ik heel de dag aan een tafeltje bij mijn lade in de recreatiezaal alleen, te lezen. Dat dit hierna bijna ieder weekend zo zou zijn was maar goed dat ik dat nog niet wist, want dan was ik zeker meteen weggelopen.

Televisie

Op een hoge tv-tafel stond in de recreatiezaal een loeier van een tv opgesteld. Uiteraard zwart wit, de kleuren-tv was er nog niet. Aan dit toestel mochten wij absoluut niet komen en alleen op sommige avonden mocht het bakbeest worden bekeken. Eerst werd dan door de directeur de tv-gids uitvoerig bestudeerd, en als hij het toestel dan inschakelde, liep iedereen naar een plaatsje om te kijken. Meestal waren het leerzame of erg katholieke zaken. Je had toen de KRO Katholieke Radio Omroep.

Ik herinner me dat er een keer een circus op tv was, de directeur had besloten dat dit programma niet veel kwaad voor onze tere kinderzieltjes kon, dus mochten we kijken. Daar was ook als act een koorddanser bij en dit keer niet op een strak koord zoals gewoonlijk, maar ditmaal met een slap koord. De man sprong soms omhoog en landde dan met beide voeten weer op het slappe koord dat dan elastisch op en neer deinde. Plotseling deed de man iets geheel anders. Hij deed zijn benen wijd van elkaar en liet zich op het koord vallen met zijn kruis, veerde omhoog en stond weer met beide voeten op het koord. Sommigen van ons hadden meer voorstellingsvermogen dan andere, maar die schoten dan ook geweldig in de lach. Zo van dat zal zeer doen aan je ba...

De directeur begreep hem ook, en liep woest naar het toestel. Drukte zo hard op de afzetknop dat het hele toestel dreigde te kapzeisen. Tussentijds zat iedereen te gieren en te brullen van het lachen. De directeur liep van rood naar paars aan en brulde dat iedereen naar de slaapzaal kon verhuizen. Helaas voor hem was er nog geen surveillant aanwezig dus moest hij zelf mee naar de slaapzaal. Het was nog maar net negen uur in de avond, dus bleef hij driftig door de slaapzaal op en neer lopen. Soms hier en daar een klap uitdelend als er onder de dekens toch nog een gesmoorde lach te horen was. Die keer duurde het wel erg lang voor de surveillant pas kwam.

Tientje in een bierviltje

V.l.n.r. Cor van de Ven, frater Ugario en Piet Hoofs, op de foto in de refter, voor de trap naar de slaapzaal, wachtend tot iedereen in rij naar boven gaat.

Een van die surveillanten was frater Ugario. Zijn hobby was goochelen en dit kon hij goed. Eens waren we op een ritje met de brommer met de hele groep, 's middags in een kroegje ergens in het boerenland verzeild geraakt. We kregen allemaal een verfrissing en zaten gezellig aan de toog. Frater Ugario nam een bierviltje en zei tegen de kastelein dat de brouwerij waar het viltje van was (ik geloof Amstelbier) een reclame-actie had, waarbij ze soms in een van de viltjes een briefje van tien verstopten. Hij maakte het viltje in het midden een beetje nat, en peuterde, een briefje van tien inderdaad uit het viltje.

De kastelein keek zijn ogen uit, maar zei er verder niets over. Het gesprek ging rustig verder. Maar tijdens dat gesprek zat de kastelein wel steeds onder het blad van de toog iets te doen, dat zagen we wel. Toen de frater over de toog ging hangen en onder het bovenblad keek, lagen er ontzettend veel doorgebroken bierviltjes, die de kastelein doormidden had gebroken om te kijken of er nog meer geld inzat. Brullend van het lachen vertrokken we weer op onze brommers. 

16

Reacties (16)

Mariët BruggemanBHIC zei op 6 november 2018 om 15:27 uur

Wat goed Piet, dat je je memoires opschrijft. En zo mag je ze van mij best noemen, want jouw herinneringen zijn zo ontzettend mooi om te lezen. Je beschrijft de situaties zo precies dat ik me echt in de situatie kan inleven. Bedankt!

Henny Jansen zei op 16 november 2018 om 12:07 uur

Hoi Piet,
Ik heb zojuist je verhaal gelezen en vind het erg dapper van je omdat
ik zelf uit ervaring weet hoe het is om wees te zijn. Mijn verblijf was in
het weeshuis de Sprankel, in Veldhoven en ik had het daar reuze naar mijn zin.
Elke weekend mocht ik bij de tuinman van het huis komen spelen met zijn
dochters en dat gaf een top gevoel. Toen ik er weg moest heb ik veel gehuild
want die warme aandacht die ik van die zusters kreeg, tijdens mijn verblijf, heb ik nadien nooit meer gehad. Ik vind je verhaal erg bijzonder en herkenbaar.
Dank je wel en alle goeds.

Henny Jansen zei op 16 november 2018 om 12:11 uur

Hoi Piet,
Ik heb zojuist je verhaal gelezen en vind het erg dapper van je omdat
ik zelf uit ervaring weet hoe het is om wees te zijn. Mijn verblijf was in
het weeshuis de Sprankel, in Veldhoven en ik had het daar reuze naar mijn zin.
Elke weekend mocht ik bij de tuinman van het huis komen spelen met zijn
dochters en dat gaf een top gevoel. Toen ik er weg moest heb ik veel gehuild
want die warme aandacht die ik van die zusters kreeg, tijdens mijn verblijf, heb ik nadien nooit meer gehad. Ik vind je verhaal erg bijzonder en herkenbaar.
Dank je wel en alle goeds.

Rini de Groot zei op 16 november 2018 om 22:58 uur

Ook ik Piet, heb genoten van je verhaal, toch leef ik met mee met je herinneringen en je de ongelukkige tijd met ons wilt delen.
Dan had het Henny beter getroffen.

Lisette KuijperBHIC zei op 21 november 2018 om 11:45 uur

Mooi dat ook jullie genoten hebben van Piets verhaal, Henny en Rini. Fijn dat jij het inderdaad goed hebt getroffen bij de zusters in Veldhoven, Henny. Heel mooi om ook de positieve verhalen te lezen vanuit katholieke weeshuizen.

Ook ik wil Piet bedanken voor het delen van zijn bijzondere verhaal. Ik vind het knap dat je, ondanks de negatieve ervaringen, ook de positieve en grappige anekdotes kunt vertellen!

Henny Jansen zei op 22 november 2018 om 12:56 uur

Hallo Piet,

Opnieuw hier een bericht van mij, henny.
Ik heb je verslag nog eens goed in me opgenomen .
Ik vind het zo gaaf van je dat je details zo echt hebt
weergegeven dat de tranen uit mijn gezicht rollen.
Ik heb het prima getroffen in het 'weeshuis'
in Veldhoven; Huize de Sprankel.
Ik heb het héél erg slecht getroffen toen men
(de raad v kinderbescherming) mij plotsklaps in een
zwarte auto stopte waarin een oudere vrouw en
een klein jongetje zaten.

Ik werd regelrecht vanuit een veilige situatie ondergebracht
in een adoptiegezin waar ik 16 jaar werd mishandeld.
(50 jaar later door de staat gecompenseerd !) en er kwam
erkenning voor het zware leed van toen...Toen ik moest overleven..
Ik heb een ongelukkige jeugd gekend maar ben ,net als u
'overeind'gebleven door eigen karakter en vechtlust.
Ik leef intens mee met de kinderen van Nu....begrijp je me?
Heel veel sterkte en alle goeds./Henny Sterk....

Henny zei op 22 november 2018 om 13:04 uur

Nog even een naberichtje. Tijdens mijn "verblijf"
in het adoptiegezin was het adres STEDEKESTRAAT 47.
Ik bedoel maar, hé piet. De jongensschool (fratersschool)
waar je waarschijnlijk op gezeten hebt, in de jaren 50,
was naast het huisje waarin ik 16 jaar heb gewoond...

Lisette KuijperBHIC zei op 22 november 2018 om 13:55 uur

Wat verdrietig, Henny dat je na de fijne tijd in Huize De Sprankel zo'n vervelende jeugd hebt gehad in je adoptiegezin. Heel toevallig dat jullie waarschijnlijk zo dichtbij elkaar hebben gewoond. Erg naar dat jullie allebei niet terugkijken op een mooie tijd daar, maar heel fijn om te lezen dat je uit deze nare situatie bent gekomen, Henny! Bedankt voor het delen van jouw verhaal.

Martien van Dooren zei op 22 november 2018 om 20:46 uur

even iets anders. 19 43
Mijn plechtige communie , zodra ik uit de kerk kwam moesten de nieuwe kleren uit , nieuw ? vermaakte kleren.
in het kleine kamertje stond een beker melk . en paar boterhammen n een gekookt kippen ei . daar zat ik helemaal alleen , het ei en de rest zo snel mogelijk naar binnen gewerkt want mijn vriendjes stonde te wachten
Met z; n allen naar de Bossen koortjes ( dennenappels ) rapen .
een heelverschil met de jaren daarna
Het buitenleven , nu hoor je het weer dan denk ik ,, ze hebben het wiel weer uitgevonden ,,

Henny Jansen zei op 22 november 2018 om 22:46 uur

Martien,

Ik zie het zo voor me en begrijp wat je bedoelt met de
"uitvinding van het wiel"...… Goed te horen dat we met z'n
allen uit de "babyboomtijd"
toch heel goed terecht gekomen zijn, denk ik dan...
Alle goeds Martien. Dag/ Henny .

Lisette KuijperBHIC zei op 27 november 2018 om 14:48 uur

Bedankt voor jullie reacties, Martien en Henny! Mooi inderdaad dat het buitenleven weer meer aandacht krijgt tegenwoordig. Ik kan me wel voorstellen dat de mooie communiekleding eerst uit moest voordat jullie dennenappels gingen rapen :)

Piet Hoofs zei op 27 augustus 2019 om 10:27 uur

Op 5 november, vertelde ik hier al een stukje van mijn “memoires”. Een ander stukje wil ik ook met jullie delen. Ik heb wel de heftigste stukken even eruit gehaald.
We haalden natuurlijk ook een stel rotstreken uit, daar hadden we de leeftijd voor. De al eerder genoemde slaapzaal, moet je jezelf voorstellen als een grote zaal met een gewelfd plafond en zo,n dertig bedden die in drie rijen waren op gesteld. Bij het binnenkomen vanaf de trap, stond er een tafeltje, waarop een grote schoolbel stond. Deze werd gebruikt om je s, morgens te wekken. Het was in de zomer altijd erg warm en je kon moeilijk in slaap komen. De meeste jongens hielden zich slapend, in de hoop dat de surviant zou vertrekken. Als dit gebeurde, stonden we meteen op en haalde allerlei dingen uit. Eens hadden we een combinatie tang meegenomen. De grote bel werd de klepel na veel moeite uitgedraaid. We spraken af dat hij die het eerste wakker zou worden, de andere zou wekken. Dus de volgende morgen lagen we allen stiekem vanuit ons bed, naar het tafeltje met de bel te loeren. Gestommel op de trap, en frater Gerolf, betrad de slaapzaal. Met een zwaai van zijn arm nam hij de bel van het tafeltje en bewoog hem met een trotse armzwaai om ons te wekken. Na twee keer zwaaien keerde hij de bel onderste boven, om er in te kijken, met een verbaasd gezicht. Een vloek die een bouwvakker niet zou misstaan weerklonk over de slaapzaal. Maar ook een gedempt gelach van onder de dekens. Helaas moesten de eerste bedden die onder zijn bereik lagen het ontgelden. Die werden getrakteerd op een forse klap op hun kop. Triest genoeg waren dat niet de jongens die het gedaan hadden.
Toen er een nieuweling uit het kleine dorpje Uden, samen met zijn moeder, die een tig keer met pleisters gerepareerde bril droeg, bij ons hun opwachting maakte, stond meteen vast dat die jongen een erg bang type was. Dat is geen goede binnenkomer voor een nieuweling tussen dertig pubers. De eerste de beste hete zomeravond, werd hij van zijn bed gelicht toen de surviant weg was, om naar de brandtrap die op het eind van de slaapzaal via een deur, die meestal openstond in verband met de warmte, geleid. Bovenaan deze trap, stapte je van uit de slaapzaal op een ijzeren plateau, en keek je uit over het kerkhof van de fraters. We hadden al gezien dat er twee fietsen tegen het schuurtje op het kerkhof stonden. De achterlichten lichtte op als we er een schijnwerper op schenen. Dus Cor moest maar eens even gaan kijken wat daar bij het schuurtje gebeurde. In zijn pyama en op blote voeten schuifelde hij van de trap af. Toen hij halverwege was, knipte we onze zaklantaarns aan en zag je twee vurige ogen vanaf het kerkhof. Ik heb nog nooit iemand op
blote voeten zo snel een flinke brandtrap zien op rennen als die Cor. Hij liep van angst iedereen die stond te kijken omver. Spierwit alsof hij een spook had gezien dook hij onder de dekens. Veel later besefte we dat we hem niet echt hadden gerust gesteld, want hij was een hele poos erg stil en bemoeide zich met niemand. Pas vele maanden later hoorde we zijn levensverhaal. En konden toen ook wel begrijpen waarom hij zo bang was. In Uden woonde hij samen met zijn moeder buiten het dorp, en hij kende vele spookverhalen, uit die streek. En het vervelende was dat hij ze ook echt geloofde.
Eens heb ik een jongen zo hard met een stoel op zijn hoofd geslagen, dat hij flink bloedde. Dit was een van de oudere jongens die in de stad moesten gaan werken en s’ middags niet thuis kwamen eten. Het beleid was dat ze dan van hun zakgeld maar iets te eten moesten halen. Maar zij hielden liever het geld in hun zak dan het aan eten uit te geven. Dus haalde ze waar je bij zat, en ook de surviant, die er niets van zei, het brood en beleg bij je weg, en dan voornamelijk bij de zwakkere die ze met gemak aankonden, helaas voor hem beschermde ik die keer mijn brood. Sinds die keer werd ik niet meer lastig gevallen door de jongens, waarvan sommige zoals ik wist homoseksueel waren. Ze kropen s’ avonds, als de surviant weg was bij elkaar in bed. Sommige kropen in het begin ook bij mij in bed, en omdat ik bang was durfde ik er niet veel van te zeggen, en liet het maar toe, om er van af te zijn. Na die keer dat ik zo woest was geworden en die jongen had geslagen, heeft het nooit iemand meer gewaagd om bij mij in bed te kruipen. Ze waarschuwde zelfs nieuwelingen dat ze met mij uit moesten kijken omdat ik een “felle” was. En ik vond dat prima.
Boven de wasruimte, die aan de slaapzaal grensde, was een klein zoldertje. Als ik op de wasbak ging staan, kon ik net een luik oplichten, en er in klauteren. Hier heb ik vele uren doorgebracht. Ik noemde het voor mezelf “Siberië” omdat het soms behoorlijk koud was. Van de toneel vereniging stal ik een paar vloerkleedjes en sabels (die ik nog steeds heb als een soort souvenir) en andere kleine spullen. Hierdoor was het erg goed toeven op deze zolder. Heel wat uurtjes heb ik daar zitten lezen, volmaakt gelukkig.

Marilou NillesenBHIC zei op 28 augustus 2019 om 12:31 uur

Hallo Piet, er staan al heel wat reacties op deze site, maar het blijft voor mij iedere keer onthutsend en aangrijpend deze berichten te lezen. Ook jouw reactie is ongelooflijk indrukwekkend, in allerlei opzichten. De inhoud die er niet om liegt, natuurlijk, maar ook de nauwgezetheid waarmee je dit zo kunt beschrijven. Alsof het nog maar net geleden is gebeurd, in plaats van decennia terug.

Dat is vast kenmerkend voor de impact die al deze heftige gebeurtenissen met zich meebrengen. Oprechte dank dat je je verhaal hier wil delen. Ik vermoed dat veel mensen hier sterke herkenning en steun in vinden.

Henny zei op 29 augustus 2019 om 11:21 uur

Zo nauwgezet als Piet zijn leven hier neerzet dat kan ik niet. Ik vind er wel enorme herkenning in. Het is mij al heel jong opgevallen dat ik goed ben gaan kijken, kijken naar alles en iedereen naar wat ik zag en beleefde. Een kind zonder vader en moeder is als een vaas zonder bloemen.....Ik was 2 jaar toen ik geplaatst werd in een weeshuis. In het begin wist ik van angst niet wat me overkwam. In het weekend kregen veel kinderen familiebezoek. Ik niet.
Dat vergeet je nooit meer. Piet ik vind uw leven, uw levensverslag zeer ontroerend en ik denk een beetje te voelen wat dit met u gedaan heeft ...Dank je wel voor dit echte levensverslag. Het ga u goed.

Thijs de LeeuwBHIC zei op 3 september 2019 om 12:51 uur

Hallo Piet, nog bedankt voor het doorsturen van die foto van jou, frater Ugario en Cor van de Ven. Deze is aan het verhaal toegevoegd.

Henny zei op 3 september 2019 om 16:00 uur

Ja, een foto, zoals deze zegt veel meer als wat men vaak denkt of dacht.
Daarom vind ik het verslag erachter zo enorm goed weergegeven. ik kan dit echt niet. In het weeshuis waar ik verbleef was een granieten trap . Ik heb vaak mijn benen open gestoten als ik die trap op moest. Ik weet nog dat in een grote ruimte tegen een muur om de zoveel cm een kraan voor mijn gevoel me bleef aankijken tot ik mijn voeten mocht wassen. Dat mocht alleen op commando als een zuster daarbij aanwezig was. je deed alles samen . je had geen flauw benul van wat nu eigenlijk de bedoeling was dat je in zo'n huis zat met allemaal vreemde kinderen om je heen en van die grote mensen in van die zwarte jurken die rinkelden...….Later begrijp je hoe stupide er met een kind werd om gegaan dat geen liefde, warmte en veilige handen kenden. Toch was ik graag in dit huis waar veel kinderen waren net als ik....Je identiteit dat kwam "later' pas... Ik weet zeker dat kinderen die een zelfde soort ervaring hebben gekend als ik maar één woord nodig hebben om elkaar te begrijpen in deze .

Reactie toevoegen

Je e-mailadres is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.