Het rijke roomse leven in brabant 1900-1970

Kerkgang moeder

Rooms prentenboek
Pas zo’n zes weken na de geboorte van haar kind ging mijn moeder weer voor het eerst naar de kerk, de ‘kerkgang’.
Kerkgang (foto: coll. KDC, fotonummer AFBK-1a32556)
Kerkgang (foto: coll. Katholiek Documentatie Centrum, fotonummer AFBK-1a32556)

De priester, in het wit gekleed en met een stola om, wachtte haar bij de kerkdeur op en begeleidde haar naar het Maria-altaar. Voor mijn moeder was dat een speciale plek, want haar eerste doopnaam was Maria en haar hele leven had zij een speciale band met de moeder van Jezus.

Bij dat altaar vonden de zegening van de kraammoeder en de dankzegging voor de geboorte van het kind plaats. Formeel was de kerkgang dus geen reinigingsritueel, hoewel veel vrouwen dat wel zo hebben ervaren. Anderen zagen het juist als een feestdag.

Herinneringen aan de kerkgang

P. Lijmbach-Suijkerbuijk uit Woensdrecht

Ik heb de kerk­gang vijf keer gedaan en heb het steeds met een dankbaar hart beleefd. Vijf keer een gezond kind was een goede reden om de kerkgang te maken. Het was ook een feestdag. Je was drie weken niet op straat geweest. Van de dokter mochten we de eerste drie weken eigenlijk alleen naar buiten om de was op te hangen.

C. Keijzers-Sweep uit Breda

Ik maakte de kerkgang maar liefst twaalf keer. 'Ik heb het vooral ervaren als dank aan Maria voor de voorspoedige bevalling en natuurlijk ook voor de mooie gezonde baby, waar we elke keer weer heel blij mee waren. Eerst moest je een afspraak maken met de pastoor. Op de dag van de kerkgang knielde je achter in de kerk en wachtte je tot de pastoor je na de mis kwam halen. Er volgde dan eerst een gebed en daarna kreeg je de stola in de hand gedrukt en zo ging je naar het Mariabeeld. Na de plechtigheid stopte ik de priester altijd een rijksdaalder in zijn handen. Dat was voor die tijd een heel bedrag.

M. Karremans uit Lage Zwaluwe

Het gebruik maakte op mij in de tijd dat ik zelf nog op de lagere school zat de indruk van een onderdanige gebeurtenis voor de moeder. Vrouwen kwamen de kerk binnen met een uitgezakte permanent. Ze volgden de pastoor naar het Maria-altaar. In de ene hand een brandende kaars en met de andere hand de stola van de priester vasthoudend. Veel vrouwen zagen het als hun plicht, ook al woonden ze soms een uur gaans van de kerk af.

Bron van deze herinneringen

Ad Rooms, Het Rijke Roomse Leven: Herinneringen met weemoed en weerzin, Raamsdonksveer 2002-2006

Reactie toevoegen

Je e-mailadres is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.