Het rijke roomse leven in brabant 1900-1970

Een grinnekende koster

Rooms prentenboek
Aangespoord door het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) ga ik hier nog wat mededelingen doen over Johan van der Heijden, van 1921 tot 1971 (vijftig jaar!) koster van de Sint-Laurentiuskerk in Ginneken. Aanleiding is een opmerking mijnerzijds bij het onderwerp priestertje spelen. Van der Heijden wàs de Laurentiuskerk, daar konden elkaar opvolgende pastoors niets aan veranderen.
Lam Gods boven de ingang van de Laurentiuskerk (foto: BHIC / Frans van de Pol, 2014)
Lam Gods boven de ingang van de Laurentiuskerk (foto: BHIC / Frans van de Pol, 2014)

Toen die kerk van architect Joseph Cuypers in 1977 driekwart eeuw bestond, verscheen er een alleraardigst boekske, getiteld Grinneken in Ginneken. Wat een wonder, vrijwel alle informatie over de parochie is ontleend aan een interview met Van der Heijden. En als grinniken ergens op van toepassing is, dan wel op deze koster, die bij zijn aantreden in 1921 zijn collega’s in het bisdom Breda verbaasde met de mededeling: ‘Een van mijn voorwaarden was, dat ik jaarlijks een week met vakantie mocht’. Dat was tot dat moment ondenkbaar.

Wat ik verder vertel komt niet uit het boekje; het zijn eigen waarnemingen tijdens het vrolijke roomse leven of het komt uit de eerste hand.

Van der Heijden haalde ‘s zondags tijdens de mis persoonlijk ‘de centen’ op in het middenschip van de kerk – de banken, die goeddeels waren verpacht aan de notabele gelovigen des dorps. Zijn zuster en zijn broer ‘deden’ de zijbeuken, respectievelijk aan de vrouwen- en de mannenkant. De stoelen daar (die voor de preek altijd werden omgedraaid) namen van voor naar achter in kwaliteit af.

H. Hartbeeld voor de Laurentiuskerk (foto: BHIC / Frans van de Pol, 2014)
H. Hartbeeld voor de Laurentiuskerk (foto: BHIC / Frans van de Pol, 2014)

Dat collecteren was kennelijk voor Van der Heijden een wekelijks hoogtepunt in zijn kostersbestaan. Dat kon je aan hem zien, als hij na de preek met een scheef glimlachje de sacristie verliet, de dikke geldbuidel achter de pols. Tijdens zijn rondgang placht hij sommige parochianen iets toe te fluisteren. ‘Flauwekul,’ zei mijn vader en hij reageerde dan ook ‘n keer met de woorden: ‘Van der Heyden, als je de volgende week weer een mop vertelt, dan geef ik een klap onder die zak dat de centen door de kerk vliegen.’ Waarop de koster, de week daarop: ‘Ge zijt er toe in staat, smeerlap.’

In de vastentijd (de veertig dagen voor Pasen, zeg ik er voor de volledigheid maar bij) waren de heiligenbeelden en retabels in de kerk altijd afgedekt met paarse doeken, om de aandacht van de gelovigen niet af te leiden van het Lijden van de Heer. Op een cruciaal moment in de Goede Week – ik weet niet meer precies op welke dag – mochten die doeken eraf. Van der Heijden, toch al rond de vijftig, maakte daarvoor dan een lenige sprong op het altaar! Mijn ouders noemden dat changement de décor à vue (decorwisseling bij open doek).

Vindingrijk was Johan van der Heijden ook. Toen midden in de oorlog de luidklokken door de Duitsers uit de toren werden gehaald om tot kogels te worden omgesmolten, zocht de koster zijn heil bij een lasbedrijf en sjouwde een grote zuurstoffles naar de klokkenkamer, via een akelig smal laddertje naar de viering van de hoofdtoren. Zo konden de Ginnekenaren blijven horen hoe laat het was.

Dit verhaal verscheen eerder op hhBest

5

Reacties (5)

Marilou NillesenBHIC zei op 25 oktober 2018 om 16:43 uur
Een halve eeuw koster, ongelooflijk! Wat haal je een beeldende anekdotes naar boven; het geeft echt een bijzondere impressie van de man (en die tijd!) Dank voor deze mooie bijdrage, Guido!
Martien van Dooren zei op 31 oktober 2018 om 19:35 uur
Prachtig verhaal zo heb ik ze zelf ook meegemaakt , de kerk was het middelpunt daar draaide letterlijk alles om . De verplichte Mis het Lof de Heilige familie voor de jongens en de congregatie voor de meisjes . Wij hadden drie Priesters en een Biskop in de familie , doch vind ik dat het nu gezonder is nu de kerk ingeboet heeft , Hou harder een ballon opgeblazen is des te eerder knalt die . Nu is er meer ruimte voor het persoonlijke idee en opvattingen.
Lisette KuijperBHIC zei op 1 november 2018 om 12:20 uur
Bedankt voor het delen van jouw herinneringen, Martien! Hadden de drie priesters en de bisschop ook een bepaald aanzien in de familie? En vertelden ze weleens bijzondere verhalen over hun werk?
Martien v. Dooren zei op 1 november 2018 om 20:56 uur
De drie priester waren onafhankelijk van elkaar in Afrika en Indonesië gestationeerd , een er van was later in Nederland als Pastoor mar was ongeneeslijk ziek en inmiddels overleden. de Biskop is een zoon van mijn Belgische neef de hele Familie is naar California verhuist . Uiteraard waren ze in aanzien doch de afstanden speelde ook een rol. Wij hadden ook nog een Broeder onderwijzer die woonde later in Helmond na zijn pensionering . ook schijnt er een Non te zijn geweest die in Indonesië heft gewerkt en later in Den Haag ze is ook al lang overleden .
Mariët BruggemanBHIC zei op 3 november 2018 om 15:27 uur
Zo kende iedere Brabantse familie inderdaad vaak meerdere geestelijken in de familie. Dit gaf ook de familie meer aanzien toch?

Reactie toevoegen

Je e-mailadres is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.