Het rijke roomse leven in brabant 1900-1970

De Broeders van de H. Aloysius Gonzaga CSAL

Paters & Nonnen

Er moeten letterlijk duizenden jongens zijn (geweest) die herinneringen hebben (gehad) aan het Internaat St. Louis te Oudenbosch. Het is een van de eerste grote, katholieke kostscholen van waaruit in de negentiende en vooral in de twintigste eeuw aan de katholieke emancipatie is gewerkt.

En de mannen die het internaat en de bijbehorende scholen runden, dat waren de Broeders van St. Louis, zoals de Congregatie der Broeders van de H. Aloysius Gonzaga kortweg werd aangeduid.

Deze congregatie is 1 maart 1840 gesticht door de Oudenbossche pastoor Willem Hellemons en de eveneens uit Oudenbosch afkomstige Johannes Huybrechts. Hellemons werd op 17 april 1810 in Roosendaal geboren. Na zijn priesteropleiding in Rome (van 1829 tot 1834) constateerde hij als pastoor in Oudenbosch al snel, dat ‘de godsdienstigheid hier te wensen overlaat’. Goed katholiek onderwijs zou daar verbetering in moeten brengen.

Hij vroeg daarom zusters om het onderwijs aan meisjes te verzorgen. Voor het onderwijs aan jongens wilde hij de hulp van broeders inroepen, maar die waren nog niet in groten getale beschikbaar, dus organiseerde hij zelf iets. Hellemons huurde een huisje aan de Kaaistraat 11. Naast Johannes Huybrechts, die zich later vader Vincentius noemde, trad de Oudenbosschenaar Antoon Frijters toe, die de kloosternaam broeder Aloysius kreeg.

In mei 1840 meldde zich één interne leerling, in oktober 1841 waren er al zestien weeskinderen. Het huisje in de Kaaistraat werd al snel te klein, al was het wel de kiem voor het latere internaat Saint Louis. In 1852 werd aan Rome gevraagd de constituties goed te keuren voor een congregatie die genoemd zou worden naar de H. Aloysius van Gonzaga. Deze jong gestorven jezuïet was patroon van de studerende jeugd. De congregatie zou als voornaamste doel hebben het onderwijzen en opvoeden van de mannelijke jeugd op basisscholen en in het voortgezet- en beroepsonderwijs.

Al tien jaar later, in 1862, werd in Surabaya op Java de eerste buitenlandse stichting in het leven geroepen. Het eerste filiaal in Nederland vestigde men drie jaar later, in 1865, in Roosendaal.

Niet alleen groeide de vestiging in Oudenbosch uit tot enorme proporties, de congregatie waaierde ook uit over vele kloosters (en instellingen) binnen en buiten de provincie.

In Noord-Brabant was dat in:
- Bergen op Zoom, Sint Franciscusgesticht; Huize Boschlust;
- Bosschenhoofd, Noviciaat Sint Stanislaus;
- Breda, klooster Sint Anna, huize Sint Antoine;
- Huijbergen, Klooster Sainte Marie;
- Oudenbosch, Generalaat Sancta Maria; Instituut Saint Louis; Provincialaat en scholasticaat Sint Joannes Berchmans; Generalaat Broeders van Saint Louis;
- Roosendaal, Convict en pensionaat Sainte Marie;
- St. Willebrord, Broederhuis; Huize Sancta Maria;

Buiten Noord-Brabant had de congregatie instellingen in Alkmaar, Amsterdam, Den Helder, Laren, Lisse, Nijmegen en Rotterdam en buiten Nederland waren ze vertegenwoordigd in Canada (1955), Tanzania (1962), Liberia (1971) en Indonesië.

De broeders waren ook bekend als Congregatio Fratrum a Sancto Aloysio Gonzaga, Congregatie der Broeders van de H. Aloysius Gonzaga, Broeders van Oudenbosch of kortweg Broeders van Saint Louis.

Foto’s
Staatsieportret van een Broeder van Oudenbosch, z.j. Bron: Katholiek Documentatie Centrum, fotonr. AFBK-1a6205.
Groepsfoto van het Convent in Roosendaal, circa 1900. Origineel: Collectie Heemkundekring De Vrijheijt van Rosendale. Bron: West Brabants Archief, fotonr. BFP00674.
Broeders van Oudenbosch in de tuin, z.j. Bron: Katholiek Documentatie Centrum, fotonr. AFBK-1a6204.

Bron: J. Smits, Vademecum van religieuzen en hun kloosters in Noord-Brabant. Alphen a/d Maas, 2010.

10

Reacties (10)

Marjorie Hoefmans zei op 11 november 2018 om 17:29 uur

Een oom van mij, armand de caluwé, is in Oudenbosch op internaat geweest begin jaren '1930. Ik zou hier graag wat meer bijzonderheden over hebben, bijv. was daar een kweekschool aan verbonden? Heeft hij daar zijn onderwijzersdiploma gehaald? Waren er contacten met het Russicum in Rome?
Tot wie kan ik mij het beste wenden voor dergelijke inlichtingen?
Bij voorbaat dank.

Lisette KuijperBHIC zei op 14 november 2018 om 12:22 uur

Je zou deze vraag denk ik het best voor kunnen leggen aan het West-Brabants Archief, waar de archieven van het internaat van Oudenbosch aanwezig zijn. Op deze pagina vind je de inventaris van dit archief: https://westbrabantsarchief.nl/collectie/archieven/details/NL-BozWBA-ra… Veel succes met je onderzoek!

Marjorie Hoefmans zei op 28 november 2018 om 16:57 uur

Bedankt!

Kees van den Goorbergh zei op 25 maart 2019 om 11:20 uur

Het lezen van de website over kostschooltijd roept weer herinneringen op. Ik ben nu 83 jaar en weet nog als de dag van gisteren dat we naar de kostschool moesten omdat "ons ma" het grote gezin van ca. 8 kinderen niet goed meer aankon.
Het werd dus Saint Louis in Oudenbosch, naar de pas opgerichte Nijverheidsschool St Josef. Samen met mijn jongere broertje en alle leerlingen van de Nijverheidsschool sliepen we op de zolderzaal van de vleugel rechts van de midden cour. De refter en recreatiezaal waren op de begane grond van deze vleugel en de leerruimten waren in een tijdelijk gebouw achter de kapel, en op verschillende plaatse op het terrein. De douche enz. waren onder de kapel. Het gaat nu wat te ver om allerlei voorvallen te beschrijven, maar er is wel een en ander gebeurt in die tijd!!?? Voor ons duurde de kostschooltijd maar 2 jaar ( 1948-1950) , maar er waren jongens die daar zeker 10-15 jaar hebben doorgebracht ( LO,MULO, Kweekschool. enz.)
Ik heb wellicht nog wat foto's uit die tijd, opzoeken dus.

Ik ben enige tijd geleden nog eens in Oudenbosch gaan kijken en alles is veranderd , klooster en scholen zijn verbouwd tot woningen enz.
Veel succes met de website.
Kees .

Marilou NillesenBHIC zei op 25 maart 2019 om 21:02 uur

Dank voor je reactie, Kees. Ik kan me voorstellen dat het niet altijd eenvoudig is om online uit de doeken te doen wat daar is voorgevallen. Toch bedankt dat je dit berichtje met ons hebt willen delen.

Als je de foto's vindt en naar ons zou willen sturen, dan zijn we je daar zeer dankbaar voor. Die mogen dan naar info@bhic.nl ovv De Broeders van de H. Aloysius Gonzaga CSAL

Bij voorbaat dank!

F van Schaik zei op 4 april 2019 om 21:57 uur

Mijn vader Johan A. van Schaik was vanaf september 1917 op het pensionaat. Deed daar o.a. de MULO en was in 1922 nog leerling.
Was er ook nog nijverheidsonderwijs in die tijd ? Wij weten niet waar hij zijn vak (mechanica en elektro) leerde. Kan hij dat op St. Louis gedaan hebben ?

Thijs de LeeuwBHIC zei op 17 april 2019 om 14:40 uur

@F van Schaik: goede vraag. Ik ben even op onderzoek uitgegaan. De broeders van St. Louis hebben technisch onderwijs gegeven. Zij stichtten een ambachtsschool, maar dan pas in 1947 dus dat is voor jou niet relevant. Voor de vroege twintigste eeuw heb ik tot mijn spijt werkelijk niets kunnen vinden over technisch / nijverheidsonderwijs aan het Institut Saint Louis… Volgde je de B-richting van de Mulo, dan zaten daar o.a. ook lessen tussen in mechanica (als onderdeel van natuurkunde), maar dit geldt in het algemeen. Ik weet echter niet of je vader zijn vak op St. Louis heeft geleerd.

Ik heb trouwens deze boeken doorzocht:

Feestnummer bij gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de congregatie van de Broeders van Saint Louis en van het instituut Saint Louis te Oudenbosch (Tilburg 1940).

Tussen windvaan en koepel. Vertelsels over de Congregatie van Saint Louis. Oudenbosch, 1840 - 1 maart – 1940 (’s-Gravenhage 1940).

Joos van Vugt, Broeders in de katholieke beweging. De werkzaamheden van vijf Nederlandse onderwijscongregaties van broeders en fraters, 1840-1970 (Nijmegen 1994).

Elsbeth van Wees zei op 10 juli 2019 om 11:05 uur

Tussen windvaan en koepel heb ik thuis en ik heb ook enkele foto’s met mijn vader als broeder. Ook op foto’s met klassen (hij is onderwijzer geworden en was is hoofd van de school geweest in Amsterdam, Bekkersschool)

Elsbeth van Wees zei op 10 juli 2019 om 11:05 uur

Mijn vader, Gerard Jansen (geboren in 1931), later broeder Medardus, is als jongetje van ongeveer 10 jaar naar de broeders gegaan. Hij is in het klooster gebleven tot zijn 43e ongeveer. Toen is hij er eindelijk uitgestapt. Een paar jaar later zijn mijn zus en ik geboren. Mijn vader is altijd een beschadigde man gebleven. Een vader waar ik enorm van heb gehouden (hij is in 2008 overleden). Zijn kloostergeschiedenis hebben we vooral in flarden gehoord. Het blijft altijd een schrijnende geschiedenis. Ik ben zelf 42. Hartelijke groet.

Marilou NillesenBHIC zei op 15 juli 2019 om 08:46 uur

Hallo Elsbeth, hartelijk dank voor je twee berichtjes. Wat verdrietig te horen dat je vader altijd beschadigd is gebleven, zoals je zelf zo treffend omschrijft. Maar wat mooi om te lezen dat hij zo ontzettend veel voor je heeft betekend. Wat krachtig dat je dat hier met ons deelt, veel dank daarvoor.

Reactie toevoegen

Je e-mailadres is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.