Het rijke roomse leven in brabant 1900-1970

Jongensinternaat Saint Louis in Oudenbosch

Internaten
Het jongensinternaat Saint Louis, aan de Markt 32-36, maakte deel uit van het klooster van de Broeders van Oudenbosch. Op het internaat verbleven onder andere de leerlingen van hun kweekschool.

De broeders hadden echter nog veel meer leerlingen onder hun hoede. Zo hadden ze in Oudenbosch ook een lagere school, een ulo en een hogere burgerschool, waarvan de leerlingen eveneens 'intern' zaten.

De foto's hiernaast geven een indruk van hoe het er op het internaat Saint Louis aan toe ging. De lange dagen in het leslokaal werden afgewisseld door momenten van vertier. Een potje hockey op het eigen speelveld van de broeders behoorde tot de mogelijkheden. En dan was er de speelplaats. Op een van de foto's zien we hoe de allerjongste internen daarover rondscheuren op allerlei minatuurvoertuigen: steps, trekwagens en voor de allergelukkigsten (of wie het snelste buiten waren) zelfs een enkele trapauto.

Eind jaren zestig traden grote veranderingen op in het Nederlandse onderwijsstelsel. De Mammoetwet werd van kracht. In deze periode hadden de broeders in Oudenbosch een lagere school, een lagere technische school (lts), een mavo, een havo en een atheneum onder hun hoede. Het internaat stond destijds ook open voor schipperskinderen, een type leerling waarvoor trouwens ook speciale kostscholen bestonden.

Heb je zelf op Saint Louis gezeten? Hoe was jouw leven daar?

Foto's

Leerlingen aan de studie (foto: Louis van Paridon, bron: collectie Katholiek Documentatie Centrum, id.nr. AFBK-7B1730)

Spelende kinderen in de kleine cour (foto: Louis van Paridon, bron: collectie Katholiek Documentatie Centrum, id.nr. AFBK-7B1732)

Jongens van het internaat spelen hockey in het Albano-sportpark (foto: collectie Katholiek Documentatie Centrum, id.nr. AFBK-7B1731)

21

Reacties (21)

Mark Goossens zei op 28 februari 2019 om 00:08 uur
Mijn vader heeft op St. Louis gezeten. Afkomstig uit een bakkersgezin uit Den Dungen (bij Den Bosch) met zeven kinderen, werden die kinderen door mijn grootouders “op kostschool” gestuurd. Aan de ene kant kregen ze zo een goede opleiding en aan de andere kant werd de verleiding weerstaan hen thuis op (te) jonge leeftijd aan het werk te zetten. De jongens gingen naar St. Louis; de meisjes naar Sint Anna. Beide scholen zijn natuurlijk in Oudenbosch, en die plaatsnaam werd in de familie dan ook synoniem voor de kostscholen. Men zat niet op St. Louis of Sint Anna; men zat in Oudenbosch. De eerste keer dat hij naar Oudenbosch ging, kregen mijn vader en zijn koffer een lift van een vertegenwoordiger die toevallig net bij mijn grootouders in de bakkerij was. Die vertegenwoordiger moest toch die kant op. (Nu ik erover nadenk: Dat moet haast wel een vertegenwoordiger van Zeelandia, een leverancier voor bakkerijen, uit Zierikzee zijn geweest). Mijn vader was een jaar of 9, wellicht 10. Het zal 1951/52 zijn geweest. Het onpersoonlijke daarvan heb ik nooit goed begrepen. Mijn grootouders hadden toen al een auto, maar ze hadden natuurlijk nog een hoop andere kinderen die aandacht vergden, plus de bakkerij, en mijn vader was weliswaar de oudste jongen maar had drie oudere zussen die hem voor waren gegaan richting Oudenbosch, en zo zullen er nog wel meer redenen zijn geweest hem niet zelf naar St. Louis te brengen. Andere tijden. Ik weet niet precies welke jaren hij daar zat, maar ik geloof de laatste jaren van zijn lagere schooltijd en wellicht de eerste jaren van zijn middelbare schooltijd. Hij sprak altijd erg positief over zijn kostschooltijd, en beschreef het als een tijd van hard studeren en veel lezen en sporten, dingen die hij toen en de rest van zijn leven erg leuk vond. Ik meen dat hij alleen met Kerst en in de zomer naar huis ging. Beelden van Harry Potter komen hierbij in mijn hoofd, alleen werd er in Oudenbosch geen magie gepraktiseerd, maar katholicisme. In 1986, op mijn 17de en zijn 44ste, bezochten we de net geopende Oosterscheldekering en stond hij er op om op de heenweg in Oudenbosch te stoppen zodat hij ons St. Louis kon laten zien. Vol trots leidde hij ons rond. Ik geloof niet dat hij ooit eerder terug was gegaan. Ik herinner me ook nog de plaatselijke basiliek te hebben bezocht die een verkleinde kopie van de Roomse Sint Pieter is (althans de koepel). Achteraf beschouwd vond ik de tussenstop in Oudenbosch door mijn vaders enthousiasme veel interessanter dan Neeltje Jans en omstreken, maar bij een stormvloed had dat wellicht anders uitgepakt. Er was een reünie op St. Louis in, ik meen, 1988 (wellicht iets later). Mijn vader was erbij en vond het prachtig om verschillende oude vrienden weer te zien met wie hij door de jaren heen alleen sporadisch contact had gehad. Er is nog ergens een foto van die reünie waar hij stralend op staat. Er waren ook een paar gepensioneerde broeders van wie hij ooit les kreeg. Zei ik dat mijn vader altijd erg positief over zijn kostschooltijd sprak? Wel, twee kanttekeningen: Toen ik hem ooit vroeg hoe hij zo stom had kunnen zijn met roken te beginnen, vertelde hij me dat hij als 11-, 12-jarige jongen in Oudenbosch sigaretten als beloning kreeg van de broeders als hij zijn huiswerk goed had gedaan of een proefwerk goed had afgelegd. Het was schijnbaar volstrekt normaal om aan het einde van de middag een aantal jongens in een kantoor van een broeder sigaretten te zien roken die ze net van die broeder uitgedeeld hadden gekregen. Deze stimulus respons op jonge leeftijd resulteerde in een jarenlange verslaving. In 2009, na vele eerdere pogingen, kreeg hij het eindelijk voor elkaar voorgoed te stoppen. Drie jaar later, op z’n 70ste, overleed hij aan de gevolgen van roken—dichtgeslibde aderen, een hersenbloeding, een gewoonlijk patroon. De laatste vijf jaar van zijn leven was hij 90-95% blind door netvliesloslating in zijn ene oog en maculaire degeneratie in het andere oog. Verschillende oogartsen hebben me door deze familie historie bezworen absoluut nooit te roken omdat je daarmee het risico op beide kwalen vergroot. In 1995 waren de eerste kindermisbruik verhalen in de kerk in het nieuws. Althans, de eerste die ik me herinner. Als je het opzoekt zijn er al eerdere schandalen geweest, en ik vrees dat dit nog wel even doorgaat (terwijl ik dit schrijf is de misbruiktop in het Vaticaan net afgerond) . Me ten volle bewust van zijn katholieke kostschoolverleden, stelde ik mijn vader toen de open, en enigszins uitdagende, vraag, “Dat kindermisbruik in de kerk blijft toch niet beperkt tot Ierland en de Verenigde Staten? Dat soort dingen zullen in Nederland toch ook wel zijn gebeurd?” Mijn vader was het met me eens en vertelde me dat toen hij 11 jaar was (1953/54), een broeder van St. Louis hem begon te kietelen op zijn bed in zijn slaapzaal. Er waren op dat moment geen andere kinderen in de zaal. Die broeder stond onder de jongens schijnbaar bekend als de “kietelbroeder” en blijkbaar was het mijn vaders beurt. Plots kwam er een oudere broeder de slaapzaal op, stuurde de kietelbroeder weg en begon mijn vader te ondervragen. “Heeft hij dat al eens vaker gedaan?” Dat soort dingen. Mijn vader, 11 jaar oud, volstrekt onnozel, beantwoordde de vragen en ging door met zijn schooltijd en leven. Jaren later, hij was ongeveer 30, moest hij plots aan het voorval denken en realiseerde hij zich pas welke gedachte er achter die ondervraging zat. “Mark,” constateerde hij in 1995 in antwoord op mijn vraag, “ze vertrouwden elkaar niet!” Bij mijn vader is het bij dat ene voorval gebleven. Gezien de bijnaam, moeten er meer jongens zijn “gekieteld”, maar is dit bij anderen verder gegaan? Laat ik het als ex-Katholiek uitdagend beantwoorden: God weet! Mijn vader vertelde me ook dat zijn grootvader hem eens vertelde dat het enige “goede” van “de goede oude tijd” is dat deze nooit meer terugkomt. Dat geef ik ook aan mijn kinderen door.
Marilou NillesenBHIC zei op 28 februari 2019 om 12:11 uur
Hallo Mark, hartelijk dank voor deze indrukwekkende bijdrage! Bijzonder om dit zo te lezen; een jongen van een jaar of 9, 10 die zo in zijn eentje door naar toe gaat, en daar later (gelukkig!) zulke goede herinneringen aan heeft. En inderdaad, je weet de juiste woorden te vinden want de associatie met Harry Potter is dan niet ver weg. Maar ook het belonen met sigaretten draagt (bijna letterlijk) de geur van de jaren vijftig in zich. Ook best dapper dat je je vader hebt durven vragen naar het kindermisbruik; dat had even zo goed heel andere verhalen kunnen opleveren (hoewel de kietelbroeder vrij bedenkelijk is). Weet je toevallig of er foto's zijn van je vader 'in Oudenbosch'? En of we die hier zouden mogen tonen? Ik hoor het graag!
Mark Goossens zei op 28 februari 2019 om 15:54 uur
Nee, ik kan me niet herinneren voor die reünie foto ooit een foto van Oudenbosch te hebben gezien. Het eerste dat ik ook deed toen ik deze post zag was de drie foto's te downloaden en vervolgens op te blazen om te zien of mijn vader er toevallig opstond. Het pixelgehalte is echter veel te laag om ook maar iemand te herkennen.
Marilou NillesenBHIC zei op 6 maart 2019 om 09:30 uur
Duidelijk Mark, ik vraag hier achter de schermen of we de foto's mogelijk groter kunnen tonen. Wordt vervolgd...
Thijs de LeeuwBHIC zei op 6 maart 2019 om 09:41 uur
Beste Mark, Allereerst enorm bedankt voor je reactie. Of moet ik zeggen: memoires... Zulke verhalen willen we er wel meer hebben! N.a.v. jouw vraag over de foto's in het verhaal: het oorspronkelijk formaat heeft het BHIC niet in bezit. Maar waar ze deze wel hebben, is het Katholiek Documentatie Centrum (KDC) in Nijmegen. Je kunt het KDC mailen naar dit adres, info@kdc.ru.nl, onder vermelding van de fotonummers, in dit geval: AFBK-7B1730, AFBK-7B1732 en AFBK-7B1731. Op de website van het KDC is trouwens ook een digitaal invulformulier te vinden, waarop je deze foto's kunt aanvragen. Dit is de link: https://www.ru.nl/kdc/praktische-informatie/bestellen-beeld-geluid/aanvraagformulier-beeld-geluid/ En hier vind je meer informatie over het aanvragen van foto's van het KDC: https://www.ru.nl/kdc/praktische-informatie/bestellen-beeld-geluid/ Zij kunnen de foto's digitaal aan je versturen, mits ze toestemming verlenen uiteraard (dat kan ik helaas niet garanderen). Als je nog vragen hebt, trek aan de bel!
Mark Goossens zei op 8 maart 2019 om 03:44 uur
Veel dank!
Mark Goossens zei op 8 maart 2019 om 03:56 uur
Ik heb ondertussen dit boek ontdekt van Jos Perry, "Jongens op Kostschool": https://www.dbnl.org/tekst/perr011jong01_01/perr011jong01_01_0008.php Een interessant citaat op pagina 35: "In internaten van congregaties als de Broeders van Oudenbosch werd alles zoveel mogelijk door broeders van de eigen congregatie gedaan. Zoals mieren- en bijenkolonies hun werkmieren en werkbijen kennen, sprak men wel van ‘werkbroeders’. Er was een broeder portier, een broeder tuinman, een broeder kok, een ziekenbroeder. Soms was er een broeder boer, want nogal wat internaten en kloosters hadden een eigen boerenbedrijf. In Oudenbosch was er een broeder met een kapperswinkeltje. Hij was verantwoordelijk voor het kortwieken van honderden jongens. Dat deed hij nogal drastisch, wat strubbelingen opleverde toen de Beatles populair werden." Gezien dat gebruik om broers naar hun taak te vernoemen, is het niet moeilijk om op de bijnaam "kietelbroeder" te komen.
Mark Goossens zei op 8 maart 2019 om 04:09 uur
Het doet me ook denken aan Peyo, de striptekenaar van de Smurfen die een soortgelijk benamingssysteem hadden (Muzieksmurf, Kleermakersmurf, Knutselsmurf, Boerensmurf etc. etc.) Wat blijkt? Peyo deed zijn lagere en middelbare school bij Saint Louis in Brussel.
Marilou NillesenBHIC zei op 11 maart 2019 om 08:34 uur
Inderdaad Mark, die vergelijking ligt met die strip ligt voor de hand. Bijzonder boek overigens, dat van Jos Perry. Dat geeft toch ook weer een aardig inkijkje in het reilen en zeilen van Oudenbosch. Dank voor je berichtjes!
Kees Backx zei op 12 maart 2019 om 17:02 uur

De Broeders van St. Louis hadden in Oudenbosch ook jarenlang (al voor WO II) een kweekschool voor onderwijzers. Met bijbehorend internaat. Daar zaten vooral veel Zeeuws-Vlamingen. Die kweekschool heette jarenlang 'Bisschoppelijke kweekschool Saint Jean Baptiste de la Salle'. Ik heb er in de jaren zestig mijn opleiding tot onderwijzer gevolgd. We kregen les op de begane grond, van zowel broeders als lekendocenten. De studenten waren zowel intern als extern. De leslokalen werden in de avonduren gebruikt als studiezalen voor het internaat, de aula werd dan recreatiezaal. De slaapzalen, met chambretten, waren op de bovenverdieping. Er was een 'studentenvereniging'. Het hoofd daarvan werd 'paus' genoemd. De eerstejaars werden ontgroend. Omstreeks 1966 verhuisde de kweekschool naar een nieuw gebouw aan de Pagnevaartweg. De naam veranderde toen in Hogere Pedagogische School De Vossenberg, later Pedagogische Academie. Toen kwam er ook een havo-top bij met ook vrouwelijke leerlingen. Tot die tijd was het een pure mannengemeenschap. De verhuizing naar het nieuwe gebouw betekende nogal wat voor de internen: waren ze gewend vanuit de refter zo het klaslokaal in te kunnen, nu moesten ze vaak door weer en wind per fiets of per brommer naar de andere kant van Oudenbosch.

Marilou NillesenBHIC zei op 13 maart 2019 om 08:59 uur
Hallo Kees, dank voor je beschrijving. Zat jij daar zelf intern of extern? Heb je de ontgroening zelf als heftig ervaren? En wat betekende de komst van vrouwelijke leerlingen voor de sfeer? Kun je daar iets meer over vertellen?
Adrie Habermans zei op 13 maart 2019 om 10:48 uur
5 jaar heb ik op St Louis gezeten. 1955-1960 Het waren 5 prachtige jaren. met vele prachtige herinneringen De jongens op de foto (hocky spelers) herken ik wel die waren van mijn tijd Hun namen kan ik me jammer genoeg niet herinneren
Adrie Havermans zei op 13 maart 2019 om 10:50 uur

Sorry my name should be Havermans, not habermans

Thijs de LeeuwBHIC zei op 13 maart 2019 om 10:57 uur
Dank voor je bericht, Adrie. Goed om te horen dat het zulke mooie jaren voor je waren. En helemaal leuk dat je nog wat van die jonge hockeyspelers herkent! Misschien reageren er hier nog wel een paar.. Zijn er naast het sporten nog andere dingen die je zo leuk vond aan het internaat toen?
Virginie Broeknq- zei op 14 maart 2019 om 19:32 uur

Volgens mij klopt het adres niet. Saint Louis was Markt 34 en niet 65, dat kan niet. St. Anna zat aan de andere kant van de straat en was Markt 61. Ik heb op beide internaten gezeten. St. Anna werd opgeheven en toen mochten de meisjes naar Saint Louis. Ik behoorde tot de eerste groep die overging.

Christian van der VenBHIC zei op 15 maart 2019 om 09:56 uur
Virginie, we gaan het adres nog eens na en passen het aan. Op Wikipedia vind ik als adres nummer 32-36: https://nl.wikipedia.org/wiki/Instituut_Saint-Louis Dat komt dus overeen met jouw lezing.
Cor Koene zei op 19 maart 2019 om 11:40 uur

Ik zat in de periode 1957-1961 intern op de Bisschoppelijke Kweekschool Saint Jean Baptist de la Salle. Eind augustus, begin september 1957 had mijn moeder me afgeleverd bij de voordeur, Markt 34. Die ingang zou ik later nooit meer gebruiken. Ik nam altijd de zijingang. We woonden in Zuidzijde, een klein dorpje op Goeree en Overflakkee, destijds nog een eiland. Via Middelharnis, Den Bommel en Sluishaven kon je naar de overkant varen. Via Sluishaven was het de kortste weg naar Oudenbosch, maar in die tijd was er naar Sluishaven en vanaf Dintelsas geen openbaar vervoer. De reis werd dan ook de eerste keer met een grote omweg via Middelharnis gemaakt. Vanaf Zuidzijde naar Middelharnis was het 15 kilometer met de bus naar het Havenhoofd, vervolgens een half uurtje varen met de veerboot naar Hellevoetsluis. Daar werd de stoomtram genomen naar Rotterdam via Spijkenisse naar het Stieltjesplein. Vandaar namen we de elektrische tram, lijn 2 of lijn 9, naar het Centraal Station. Met de trein ging het vervolgens naar Oudenbosch. Hoe lang de reis precies duurde, weet ik niet meer. Met de wachttijden erbij misschien wel vier uur. Zo heb ik die reis later nog maar een keer gemaakt, maar dat is een verhaal apart. Bij de voordeur van Saint Louis zwaaide ik nog een keer naar mijn moeder. Het was even zoeken om op de goede plek te komen. Dat was de aula van de kweekschool, om zo te zien een leuke en gezellige ruimte. Wat direct mijn aandacht trok, was het biljart. Omdat ik thuis in Zuidzijde dat spel in het plaatselijk café geleerd had, aarzelde ik niet, pakte een keu, 'krijtte' deze en begon te spelen. Ik was nog maar net bezig, of ik werd op mijn schouder getikt door een oudere jongen. Hij droeg een hoed en zag er daardoor erg vreemd uit. Hij zei niets, maar gebaarde dat ik de keu terug moest zetten. Verbouwereerd volgde ik het bevel op, waarna ik door de jongen mee werd genomen naar een ruimte waar kisten stonden, kennelijk net aangekomen, waarin spullen en kleren zaten. Ook mijn kist stond er bij. Die hadden we thuis door bode Both uit Middelharnis laten ophalen. De kisten stonden wat rommelig door elkaar. Ik moest met een paar andere jongens ze ordelijk neerzetten. Wat ik toen nog niet wist, was dat dat eerste werkje het begin was van onze ontgroening.

Marilou NillesenBHIC zei op 19 maart 2019 om 15:17 uur
Wat een indrukwekkend verhaal, Cor. Van die ongekende - bijna - 'wereldreis' die je moest maken om er te komen (zo moet je het destijds waarschijnlijk toch ook hebben ervaren?), tot de veerkracht van zo'n jongen om op zo'n vreemde plek toch te gaan biljarten. Daaruit spreekt een enorm doorzettingsvermogen (zoals ik het lees, in ieder geval). Je verhaal stopt bij het ordelijk neerzetten van de kisten, als onderdeel van de ontgroening. Wat bij mij de vraag doet rijzen: hoe is het je verder vergaan? Wil je daar meer over vertellen?
Cor Koene zei op 19 maart 2019 om 20:01 uur
Toen ik op de kweekschool kwam, wist ik niet dat ik de eerste week samen met mijn klasgenoten door de vierdejaars studenten ontgroend zou worden. Dat was dus een verrassing. De kennismaking met de jongeman met de hoed was al onaangenaam, maar dat was niets vergeleken met wat me de dagen daarna zou overkomen. Ontgroening moet een kennismaking zijn, een introductie inhouden, maar voor mij was het een ware beproeving. Ik heb dit zogenaamde ritueel dan ook als zeer onprettig, ronduit vernederend en soms erg bedreigend ervaren. Onprettig en beledigend waren de onbeschofte opmerkingen van de oudejaars over mijn uiterlijk en mijn Flakkees taaltje. Bedreigend vond ik de situatie toen ik tijdens een dropping te maken kreeg met een paar agressieve ontgroeners, die in een cafeetje waar we langs moesten, zaten te zuipen. Onder dat stel bevonden zich lui met sadistische trekjes. Als ik met twee of drie van hen te maken kreeg, keek ik wel uit om me te verzetten. Ze lieten je voor straf gerust een uur of langer op je knieën zitten op een harde vloer. Toen ik een keer alleen met een pestkop was, heb ik me wel verzet en hem de vijver ingeslagen. Ik heb het geweten. ’s Avonds werd ik in een donker vertrek - met het felle licht van een lamp op mijn gezicht - door een soort tribunaal onderhouden over mijn gedrag. De ergste pesterijen werden met me uitgehaald als ik alleen was en de overmacht groot. De ontgroening duurde vijf dagen. Ik had me kunnen onttrekken aan de ontgroening, als het te veel voor me was geweest, maar daar heb ik nooit over gedacht. Ik besloot de beproeving uit te zitten. Een paar van mijn klasgenoten hebben dat niet gedaan. Die zijn na een paar dagen afgehaakt. Op de slotdag maakten we een vernederende wandeling door het dorp, aangegaapt en uitgelachen door de dorpelingen. Na een duik in de vijver mochten we gaan douchen. Toen ik uit de doucheruimte stapte, werd ik gefeliciteerd door mijn eerste plaaggeest, de man met de hoed. Toen ik als vierdejaars en ‘paus’ met de organisatie van de ontgroening van de nieuwe eerstejaars belast werd, heb ik samen met de twee ‘prefecten’ een reglement opgesteld om de ontgroening in betere banen te leiden. Wie zich niet hield aan de opgestelde regels, zou geschorst worden. Hoewel we elkaar goed in de gaten hielden, bleken er toch twee vierdejaars buiten hun boekje gegaan te zijn. Zij werden uitgesloten van verdere deelname aan de ontgroening.
Marilou NillesenBHIC zei op 20 maart 2019 om 11:11 uur
Met groeiende ontsteltenis lees ik je bijdrage, Cor. Wat mij intrigeert, is het feit dat je zo stellig bent dat je niet wilde afhaken. Wat maakte dat je dit allemaal kon doorstaan? Op een bijzondere manier is het ook geruststellend om te lezen dat het in feite niet voor niets is geweest en dat je - samen met anderen - een reglement hebt opgesteld (waaraan mensen zich dus ook echt moesten houden). Maar al met al blijft het een ijzingwekkend verhaal. Wat goed (en sterk) dat je dat hier vertelt.
Cor Koene zei op 21 maart 2019 om 11:06 uur

Een week na de ontgroening werd ik geconfronteerd met de A-griep. Elders in de gebouwen van Saint Louis zullen er wel meer zieken zijn geweest, maar op de kweekschool was ik de eerste. Ik had 41 graden koorts en voelde me doodziek. Ik kon niet op mijn benen staan. Hoewel bekend was dat de griep er aan kwam, dacht ik in het begin dat ik ziek was geworden door de onderdompeling in de vijver bij de ontgroening. Broeder Cyprianus die mij verzorgde, vertelde echter wat er werkelijk aan de hand was. Een medicijn tegen deze griep was er niet. Geduldig uitzieken was de beste remedie. Na een dag of vijf was ik aardig opgeknapt. Op de slaapzaal, waar ik tot dan toe in mijn eentje had gelegen, waren steeds meer jongens het bed in gedoken. De lessen waren stilgelegd. Ieder die nog niet ziek, maar dat waren er niet veel, mocht naar huis. Ook ik mocht weg. Mijn ouders hadden totaal geen weet gehad van de gebeurtenissen die ik in de voorbije weken in Oudenbosch had meegemaakt. Na deze bijzonder slechte start is me verder op de kweekschool nooit meer iets vervelends overkomen. Ik heb er vier prachtige jaren meegemaakt, waar ik nog steeds met plezier aan terug denk.

Reactie toevoegen

Je e-mailadres is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.