Het rijke roomse leven in brabant 1900-1970

Internaat Saint Louis in Oudenbosch

Internaten

Het jongensinternaat Saint Louis, aan de Markt 32-36, maakte deel uit van het klooster van de Broeders van Oudenbosch. Op dat internaat verbleven onder andere de leerlingen van hun kweekschool. Daarnaast hadden zij in Oudenbosch een lagere school, ulo en hogere burgerschool, waarvan de leerlingen eveneens intern zaten.

Saint Louis behoorde tot de grootste internaten van het land. Op enig moment boden de broeders er onderdak aan maar liefst 700 internen!

De foto's op deze pagina geven een indruk van het dagelijks leven op deze kostschool. De lange dagen in het leslokaal werden afgewisseld door momenten van vertier. Een potje hockey op het eigen speelveld van de broeders behoorde tot de mogelijkheden. En dan was er de speelplaats. Op een van de foto's zien we hoe de allerjongste internen daarover rondscheuren op allerlei miniatuurvoertuigen: steps, trekwagens en voor de allergelukkigsten (of wie het snelste buiten waren) zelfs een enkele trapauto.

Eind jaren zestig traden grote veranderingen op in het Nederlandse onderwijsstelsel. De Mammoetwet werd van kracht. In deze periode hadden de broeders in Oudenbosch een lagere school, een lagere technische school (lts), een mavo, een havo en een atheneum onder hun hoede. Het internaat stond destijds ook open voor schipperskinderen, een type leerling waarvoor trouwens ook speciale kostscholen bestonden.

Reageer hieronder, deel jouw herinneringen aan het internaat Saint Louis en vul deze pagina aan!

Foto's

Leerlingen aan de studie (foto: Louis van Paridon, bron, coll. Katholiek Documentatie Centrum (KDC), nr. 7B1730)

Spelende kinderen op de kleine cour (foto: Louis van Paridon, bron: coll. KDC, nr. 7B1732)

Internen spelen hockey op het Albano-sportpark (foto: Louis van Paridon, bron: coll. KDC, nr. 7B1731)

Bronnen

Jos Perry, Jongens op kostschool. Het dagelijks leven op katholieke jongensinternaten (A.W. Bruna Uitgevers BV: Utrecht 1991). Klik hier voor de digitale versie op de website Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL).

Toegestuurde foto's

Foto toegestuurd door Sietske Noshie:

Klik om te vergroten

Leerlingen Saint Louis, 1903. De leerling met kruisje boven zijn hoofd is Jacobus Bernardus Schueler (1891-1961) uit Barneveld, grootvader van Sietske. Later stuurde hij zijn dochter ook naar kostschool, maar dan in Millingen aan Rijn (Sacre Coeur).

Foto's toegestuurd door Rene Schuijbroek:

Klik om te vergroten

Internen en een broeder op de middelcour, 1962-1963

Klik om te vergroten

Bakkersleerlingen op de ambachtsschool, bij de kleine schuur, 1962-1963

Foto's toegestuurd door Piet Romme (selectie):

Klas 1 ulo 1947

Afscheid van "Sport-Broeder" Gaudentius

Handbalteam internen Saint Louis

Maandelijks uitgegeven kaarten om ouders te informeren hoe zoonlief was op de kostschool. Op de achterzijde van de kaarten staan de criteria.

Foto's toegestuurd door Theo de Wit:

Klik om te vergroten

Klas 1 ulo met broeder Reinerus, bij het Mariabeeld

Klas 2 ulo met broeder Adolf, op het voorterrein

Foto toegestuurd door Jan Kieboom:

Klik om te vergroten

Klas 1 ULO met broeder Renatus, 1954. Tweede rij, helemaal rechts, gehurkt, is Jan Kieboom.

78

Reacties (78)

Mark Goossens zei op 28 februari 2019 om 00:08 uur

Mijn vader heeft op St. Louis gezeten. Afkomstig uit een bakkersgezin uit Den Dungen (bij Den Bosch) met zeven kinderen, werden die kinderen door mijn grootouders “op kostschool” gestuurd. Aan de ene kant kregen ze zo een goede opleiding en aan de andere kant werd de verleiding weerstaan hen thuis op (te) jonge leeftijd aan het werk te zetten. De jongens gingen naar St. Louis; de meisjes naar Sint Anna. Beide scholen zijn natuurlijk in Oudenbosch, en die plaatsnaam werd in de familie dan ook synoniem voor de kostscholen. Men zat niet op St. Louis of Sint Anna; men zat in Oudenbosch.

De eerste keer dat hij naar Oudenbosch ging, kregen mijn vader en zijn koffer een lift van een vertegenwoordiger die toevallig net bij mijn grootouders in de bakkerij was. Die vertegenwoordiger moest toch die kant op. (Nu ik erover nadenk: Dat moet haast wel een vertegenwoordiger van Zeelandia, een leverancier voor bakkerijen, uit Zierikzee zijn geweest). Mijn vader was een jaar of 9, wellicht 10. Het zal 1951/52 zijn geweest. Het onpersoonlijke daarvan heb ik nooit goed begrepen. Mijn grootouders hadden toen al een auto, maar ze hadden natuurlijk nog een hoop andere kinderen die aandacht vergden, plus de bakkerij, en mijn vader was weliswaar de oudste jongen maar had drie oudere zussen die hem voor waren gegaan richting Oudenbosch, en zo zullen er nog wel meer redenen zijn geweest hem niet zelf naar St. Louis te brengen. Andere tijden.

Ik weet niet precies welke jaren hij daar zat, maar ik geloof de laatste jaren van zijn lagere schooltijd en wellicht de eerste jaren van zijn middelbare schooltijd. Hij sprak altijd erg positief over zijn kostschooltijd, en beschreef het als een tijd van hard studeren en veel lezen en sporten, dingen die hij toen en de rest van zijn leven erg leuk vond. Ik meen dat hij alleen met Kerst en in de zomer naar huis ging. Beelden van Harry Potter komen hierbij in mijn hoofd, alleen werd er in Oudenbosch geen magie gepraktiseerd, maar katholicisme.

In 1986, op mijn 17de en zijn 44ste, bezochten we de net geopende Oosterscheldekering en stond hij er op om op de heenweg in Oudenbosch te stoppen zodat hij ons St. Louis kon laten zien. Vol trots leidde hij ons rond. Ik geloof niet dat hij ooit eerder terug was gegaan. Ik herinner me ook nog de plaatselijke basiliek te hebben bezocht die een verkleinde kopie van de Roomse Sint Pieter is (althans de koepel). Achteraf beschouwd vond ik de tussenstop in Oudenbosch door mijn vaders enthousiasme veel interessanter dan Neeltje Jans en omstreken, maar bij een stormvloed had dat wellicht anders uitgepakt.

Er was een reünie op St. Louis in, ik meen, 1988 (wellicht iets later). Mijn vader was erbij en vond het prachtig om verschillende oude vrienden weer te zien met wie hij door de jaren heen alleen sporadisch contact had gehad. Er is nog ergens een foto van die reünie waar hij stralend op staat. Er waren ook een paar gepensioneerde broeders van wie hij ooit les kreeg.

Zei ik dat mijn vader altijd erg positief over zijn kostschooltijd sprak? Wel, twee kanttekeningen:

Toen ik hem ooit vroeg hoe hij zo stom had kunnen zijn met roken te beginnen, vertelde hij me dat hij als 11-, 12-jarige jongen in Oudenbosch sigaretten als beloning kreeg van de broeders als hij zijn huiswerk goed had gedaan of een proefwerk goed had afgelegd. Het was schijnbaar volstrekt normaal om aan het einde van de middag een aantal jongens in een kantoor van een broeder sigaretten te zien roken die ze net van die broeder uitgedeeld hadden gekregen. Deze stimulus respons op jonge leeftijd resulteerde in een jarenlange verslaving. In 2009, na vele eerdere pogingen, kreeg hij het eindelijk voor elkaar voorgoed te stoppen. Drie jaar later, op z’n 70ste, overleed hij aan de gevolgen van roken—dichtgeslibde aderen, een hersenbloeding, een gewoonlijk patroon. De laatste vijf jaar van zijn leven was hij 90-95% blind door netvliesloslating in zijn ene oog en maculaire degeneratie in het andere oog. Verschillende oogartsen hebben me door deze familie historie bezworen absoluut nooit te roken omdat je daarmee het risico op beide kwalen vergroot.

In 1995 waren de eerste kindermisbruik verhalen in de kerk in het nieuws. Althans, de eerste die ik me herinner. Als je het opzoekt zijn er al eerdere schandalen geweest, en ik vrees dat dit nog wel even doorgaat (terwijl ik dit schrijf is de misbruiktop in het Vaticaan net afgerond) . Me ten volle bewust van zijn katholieke kostschoolverleden, stelde ik mijn vader toen de open, en enigszins uitdagende, vraag, “Dat kindermisbruik in de kerk blijft toch niet beperkt tot Ierland en de Verenigde Staten? Dat soort dingen zullen in Nederland toch ook wel zijn gebeurd?” Mijn vader was het met me eens en vertelde me dat toen hij 11 jaar was (1953/54), een broeder van St. Louis hem begon te kietelen op zijn bed in zijn slaapzaal. Er waren op dat moment geen andere kinderen in de zaal. Die broeder stond onder de jongens schijnbaar bekend als de “kietelbroeder” en blijkbaar was het mijn vaders beurt. Plots kwam er een oudere broeder de slaapzaal op, stuurde de kietelbroeder weg en begon mijn vader te ondervragen. “Heeft hij dat al eens vaker gedaan?” Dat soort dingen. Mijn vader, 11 jaar oud, volstrekt onnozel, beantwoordde de vragen en ging door met zijn schooltijd en leven. Jaren later, hij was ongeveer 30, moest hij plots aan het voorval denken en realiseerde hij zich pas welke gedachte er achter die ondervraging zat. “Mark,” constateerde hij in 1995 in antwoord op mijn vraag, “ze vertrouwden elkaar niet!” Bij mijn vader is het bij dat ene voorval gebleven. Gezien de bijnaam, moeten er meer jongens zijn “gekieteld”, maar is dit bij anderen verder gegaan? Laat ik het als ex-Katholiek uitdagend beantwoorden: God weet!

Mijn vader vertelde me ook dat zijn grootvader hem eens vertelde dat het enige “goede” van “de goede oude tijd” is dat deze nooit meer terugkomt. Dat geef ik ook aan mijn kinderen door.

Marilou NillesenBHIC zei op 28 februari 2019 om 12:11 uur

Hallo Mark, hartelijk dank voor deze indrukwekkende bijdrage! Bijzonder om dit zo te lezen; een jongen van een jaar of 9, 10 die zo in zijn eentje door naar toe gaat, en daar later (gelukkig!) zulke goede herinneringen aan heeft. En inderdaad, je weet de juiste woorden te vinden want de associatie met Harry Potter is dan niet ver weg.

Maar ook het belonen met sigaretten draagt (bijna letterlijk) de geur van de jaren vijftig in zich. Ook best dapper dat je je vader hebt durven vragen naar het kindermisbruik; dat had even zo goed heel andere verhalen kunnen opleveren (hoewel de kietelbroeder vrij bedenkelijk is).

Weet je toevallig of er foto's zijn van je vader 'in Oudenbosch'? En of we die hier zouden mogen tonen? Ik hoor het graag!

Mark Goossens zei op 28 februari 2019 om 15:54 uur

Nee, ik kan me niet herinneren voor die reünie foto ooit een foto van Oudenbosch te hebben gezien. Het eerste dat ik ook deed toen ik deze post zag was de drie foto's te downloaden en vervolgens op te blazen om te zien of mijn vader er toevallig opstond. Het pixelgehalte is echter veel te laag om ook maar iemand te herkennen.

Marilou NillesenBHIC zei op 6 maart 2019 om 09:30 uur

Duidelijk Mark, ik vraag hier achter de schermen of we de foto's mogelijk groter kunnen tonen. Wordt vervolgd...

Thijs de LeeuwBHIC zei op 6 maart 2019 om 09:41 uur

Beste Mark,

Allereerst enorm bedankt voor je reactie. Of moet ik zeggen: memoires... Zulke verhalen willen we er wel meer hebben! N.a.v. jouw vraag over de foto's in het verhaal: het oorspronkelijk formaat heeft het BHIC niet in bezit. Maar waar ze deze wel hebben, is het Katholiek Documentatie Centrum (KDC) in Nijmegen. Je kunt het KDC mailen naar dit adres, info@kdc.ru.nl, onder vermelding van de fotonummers, in dit geval: AFBK-7B1730, AFBK-7B1732 en AFBK-7B1731. Op de website van het KDC is trouwens ook een digitaal invulformulier te vinden, waarop je deze foto's kunt aanvragen. Dit is de link: https://www.ru.nl/kdc/praktische-informatie/bestellen-beeld-geluid/aanv… En hier vind je meer informatie over het aanvragen van foto's van het KDC: https://www.ru.nl/kdc/praktische-informatie/bestellen-beeld-geluid/ Zij kunnen de foto's digitaal aan je versturen, mits ze toestemming verlenen uiteraard (dat kan ik helaas niet garanderen).

Als je nog vragen hebt, trek aan de bel!

Mark Goossens zei op 8 maart 2019 om 03:44 uur

Veel dank!

Mark Goossens zei op 8 maart 2019 om 03:56 uur

Ik heb ondertussen dit boek ontdekt van Jos Perry, "Jongens op Kostschool": https://www.dbnl.org/tekst/perr011jong01_01/perr011jong01_01_0008.php

Een interessant citaat op pagina 35:

"In internaten van congregaties als de Broeders van Oudenbosch werd alles zoveel mogelijk door broeders van de eigen congregatie gedaan. Zoals mieren- en bijenkolonies hun werkmieren en werkbijen kennen, sprak men wel van
‘werkbroeders’. Er was een broeder portier, een broeder tuinman, een broeder kok, een ziekenbroeder. Soms was er een broeder boer, want nogal wat internaten en kloosters hadden een eigen boerenbedrijf. In Oudenbosch was er een broeder met een kapperswinkeltje. Hij was verantwoordelijk voor het kortwieken van honderden jongens. Dat deed hij nogal drastisch, wat strubbelingen opleverde toen de Beatles populair werden."

Gezien dat gebruik om broers naar hun taak te vernoemen, is het niet moeilijk om op de bijnaam "kietelbroeder" te komen.

Mark Goossens zei op 8 maart 2019 om 04:09 uur

Het doet me ook denken aan Peyo, de striptekenaar van de Smurfen die een soortgelijk benamingssysteem hadden (Muzieksmurf, Kleermakersmurf, Knutselsmurf, Boerensmurf etc. etc.) Wat blijkt? Peyo deed zijn lagere en middelbare school bij Saint Louis in Brussel.

Marilou NillesenBHIC zei op 11 maart 2019 om 08:34 uur

Inderdaad Mark, die vergelijking ligt met die strip ligt voor de hand. Bijzonder boek overigens, dat van Jos Perry. Dat geeft toch ook weer een aardig inkijkje in het reilen en zeilen van Oudenbosch.

Dank voor je berichtjes!

Kees Backx zei op 12 maart 2019 om 17:02 uur

De Broeders van St. Louis hadden in Oudenbosch ook jarenlang (al voor WO II) een kweekschool voor onderwijzers. Met bijbehorend internaat. Daar zaten vooral veel Zeeuws-Vlamingen. Die kweekschool heette jarenlang 'Bisschoppelijke kweekschool Saint Jean Baptiste de la Salle'. Ik heb er in de jaren zestig mijn opleiding tot onderwijzer gevolgd. We kregen les op de begane grond, van zowel broeders als lekendocenten. De studenten waren zowel intern als extern. De leslokalen werden in de avonduren gebruikt als studiezalen voor het internaat, de aula werd dan recreatiezaal. De slaapzalen, met chambretten, waren op de bovenverdieping. Er was een 'studentenvereniging'. Het hoofd daarvan werd 'paus' genoemd. De eerstejaars werden ontgroend. Omstreeks 1966 verhuisde de kweekschool naar een nieuw gebouw aan de Pagnevaartweg. De naam veranderde toen in Hogere Pedagogische School De Vossenberg, later Pedagogische Academie. Toen kwam er ook een havo-top bij met ook vrouwelijke leerlingen. Tot die tijd was het een pure mannengemeenschap. De verhuizing naar het nieuwe gebouw betekende nogal wat voor de internen: waren ze gewend vanuit de refter zo het klaslokaal in te kunnen, nu moesten ze vaak door weer en wind per fiets of per brommer naar de andere kant van Oudenbosch.

Marilou NillesenBHIC zei op 13 maart 2019 om 08:59 uur

Hallo Kees, dank voor je beschrijving. Zat jij daar zelf intern of extern? Heb je de ontgroening zelf als heftig ervaren? En wat betekende de komst van vrouwelijke leerlingen voor de sfeer? Kun je daar iets meer over vertellen?

Adrie Habermans zei op 13 maart 2019 om 10:48 uur

5 jaar heb ik op St Louis gezeten. 1955-1960
Het waren 5 prachtige jaren. met vele prachtige herinneringen

De jongens op de foto (hocky spelers) herken ik wel die waren van mijn tijd
Hun namen kan ik me jammer genoeg niet herinneren

Adrie Havermans zei op 13 maart 2019 om 10:50 uur

Sorry my name should be Havermans, not habermans

Thijs de LeeuwBHIC zei op 13 maart 2019 om 10:57 uur

Dank voor je bericht, Adrie. Goed om te horen dat het zulke mooie jaren voor je waren. En helemaal leuk dat je nog wat van die jonge hockeyspelers herkent! Misschien reageren er hier nog wel een paar.. Zijn er naast het sporten nog andere dingen die je zo leuk vond aan het internaat toen?

Virginie Broeknq- zei op 14 maart 2019 om 19:32 uur

Volgens mij klopt het adres niet. Saint Louis was Markt 34 en niet 65, dat kan niet. St. Anna zat aan de andere kant van de straat en was Markt 61. Ik heb op beide internaten gezeten. St. Anna werd opgeheven en toen mochten de meisjes naar Saint Louis. Ik behoorde tot de eerste groep die overging.

Christian van der VenBHIC zei op 15 maart 2019 om 09:56 uur

Virginie, we gaan het adres nog eens na en passen het aan. Op Wikipedia vind ik als adres nummer 32-36: https://nl.wikipedia.org/wiki/Instituut_Saint-Louis Dat komt dus overeen met jouw lezing.

Cor Koene zei op 19 maart 2019 om 11:40 uur

Ik zat in de periode 1957-1961 intern op de Bisschoppelijke Kweekschool Saint Jean Baptist de la Salle. Eind augustus, begin september 1957 had mijn moeder me afgeleverd bij de voordeur, Markt 34. Die ingang zou ik later nooit meer gebruiken. Ik nam altijd de zijingang. We woonden in Zuidzijde, een klein dorpje op Goeree en Overflakkee, destijds nog een eiland. Via Middelharnis, Den Bommel en Sluishaven kon je naar de overkant varen. Via Sluishaven was het de kortste weg naar Oudenbosch, maar in die tijd was er naar Sluishaven en vanaf Dintelsas geen openbaar vervoer. De reis werd dan ook de eerste keer met een grote omweg via Middelharnis gemaakt. Vanaf Zuidzijde naar Middelharnis was het 15 kilometer met de bus naar het Havenhoofd, vervolgens een half uurtje varen met de veerboot naar Hellevoetsluis. Daar werd de stoomtram genomen naar Rotterdam via Spijkenisse naar het Stieltjesplein. Vandaar namen we de elektrische tram, lijn 2 of lijn 9, naar het Centraal Station. Met de trein ging het vervolgens naar Oudenbosch. Hoe lang de reis precies duurde, weet ik niet meer. Met de wachttijden erbij misschien wel vier uur. Zo heb ik die reis later nog maar een keer gemaakt, maar dat is een verhaal apart. Bij de voordeur van Saint Louis zwaaide ik nog een keer naar mijn moeder. Het was even zoeken om op de goede plek te komen. Dat was de aula van de kweekschool, om zo te zien een leuke en gezellige ruimte. Wat direct mijn aandacht trok, was het biljart. Omdat ik thuis in Zuidzijde dat spel in het plaatselijk café geleerd had, aarzelde ik niet, pakte een keu, 'krijtte' deze en begon te spelen. Ik was nog maar net bezig, of ik werd op mijn schouder getikt door een oudere jongen. Hij droeg een hoed en zag er daardoor erg vreemd uit. Hij zei niets, maar gebaarde dat ik de keu terug moest zetten. Verbouwereerd volgde ik het bevel op, waarna ik door de jongen mee werd genomen naar een ruimte waar kisten stonden, kennelijk net aangekomen, waarin spullen en kleren zaten. Ook mijn kist stond er bij. Die hadden we thuis door bode Both uit Middelharnis laten ophalen. De kisten stonden wat rommelig door elkaar. Ik moest met een paar andere jongens ze ordelijk neerzetten. Wat ik toen nog niet wist, was dat dat eerste werkje het begin was van onze ontgroening.

Marilou NillesenBHIC zei op 19 maart 2019 om 15:17 uur

Wat een indrukwekkend verhaal, Cor. Van die ongekende - bijna - 'wereldreis' die je moest maken om er te komen (zo moet je het destijds waarschijnlijk toch ook hebben ervaren?), tot de veerkracht van zo'n jongen om op zo'n vreemde plek toch te gaan biljarten. Daaruit spreekt een enorm doorzettingsvermogen (zoals ik het lees, in ieder geval).

Je verhaal stopt bij het ordelijk neerzetten van de kisten, als onderdeel van de ontgroening. Wat bij mij de vraag doet rijzen: hoe is het je verder vergaan? Wil je daar meer over vertellen?

Cor Koene zei op 19 maart 2019 om 20:01 uur

Toen ik op de kweekschool kwam, wist ik niet dat ik de eerste week samen met mijn klasgenoten door de vierdejaars studenten ontgroend zou worden. Dat was dus een verrassing. De kennismaking met de jongeman met de hoed was al onaangenaam, maar dat was niets vergeleken met wat me de dagen daarna zou overkomen. Ontgroening moet een kennismaking zijn, een introductie inhouden, maar voor mij was het een ware beproeving. Ik heb dit zogenaamde ritueel dan ook als zeer onprettig, ronduit vernederend en soms erg bedreigend ervaren. Onprettig en beledigend waren de onbeschofte opmerkingen van de oudejaars over mijn uiterlijk en mijn Flakkees taaltje. Bedreigend vond ik de situatie toen ik tijdens een dropping te maken kreeg met een paar agressieve ontgroeners, die in een cafeetje waar we langs moesten, zaten te zuipen. Onder dat stel bevonden zich lui met sadistische trekjes. Als ik met twee of drie van hen te maken kreeg, keek ik wel uit om me te verzetten. Ze lieten je voor straf gerust een uur of langer op je knieën zitten op een harde vloer. Toen ik een keer alleen met een pestkop was, heb ik me wel verzet en hem de vijver ingeslagen. Ik heb het geweten. ’s Avonds werd ik in een donker vertrek - met het felle licht van een lamp op mijn gezicht - door een soort tribunaal onderhouden over mijn gedrag. De ergste pesterijen werden met me uitgehaald als ik alleen was en de overmacht groot. De ontgroening duurde vijf dagen. Ik had me kunnen onttrekken aan de ontgroening, als het te veel voor me was geweest, maar daar heb ik nooit over gedacht. Ik besloot de beproeving uit te zitten. Een paar van mijn klasgenoten hebben dat niet gedaan. Die zijn na een paar dagen afgehaakt. Op de slotdag maakten we een vernederende wandeling door het dorp, aangegaapt en uitgelachen door de dorpelingen. Na een duik in de vijver mochten we gaan douchen. Toen ik uit de doucheruimte stapte, werd ik gefeliciteerd door mijn eerste plaaggeest, de man met de hoed. Toen ik als vierdejaars en ‘paus’ met de organisatie van de ontgroening van de nieuwe eerstejaars belast werd, heb ik samen met de twee ‘prefecten’ een reglement opgesteld om de ontgroening in betere banen te leiden. Wie zich niet hield aan de opgestelde regels, zou geschorst worden. Hoewel we elkaar goed in de gaten hielden, bleken er toch twee vierdejaars buiten hun boekje gegaan te zijn. Zij werden uitgesloten van verdere deelname aan de ontgroening.

Marilou NillesenBHIC zei op 20 maart 2019 om 11:11 uur

Met groeiende ontsteltenis lees ik je bijdrage, Cor. Wat mij intrigeert, is het feit dat je zo stellig bent dat je niet wilde afhaken. Wat maakte dat je dit allemaal kon doorstaan?

Op een bijzondere manier is het ook geruststellend om te lezen dat het in feite niet voor niets is geweest en dat je - samen met anderen - een reglement hebt opgesteld (waaraan mensen zich dus ook echt moesten houden). Maar al met al blijft het een ijzingwekkend verhaal. Wat goed (en sterk) dat je dat hier vertelt.

Cor Koene zei op 21 maart 2019 om 11:06 uur

Een week na de ontgroening werd ik geconfronteerd met de A-griep. Elders in de gebouwen van Saint Louis zullen er wel meer zieken zijn geweest, maar op de kweekschool was ik de eerste. Ik had 41 graden koorts en voelde me doodziek. Ik kon niet op mijn benen staan. Hoewel bekend was dat de griep er aan kwam, dacht ik in het begin dat ik ziek was geworden door de onderdompeling in de vijver bij de ontgroening. Broeder Cyprianus die mij verzorgde, vertelde echter wat er werkelijk aan de hand was. Een medicijn tegen deze griep was er niet. Geduldig uitzieken was de beste remedie. Na een dag of vijf was ik aardig opgeknapt. Op de slaapzaal, waar ik tot dan toe in mijn eentje had gelegen, waren steeds meer jongens het bed in gedoken. De lessen waren stilgelegd. Ieder die nog niet ziek, maar dat waren er niet veel, mocht naar huis. Ook ik mocht weg. Mijn ouders hadden totaal geen weet gehad van de gebeurtenissen die ik in de voorbije weken in Oudenbosch had meegemaakt. Na deze bijzonder slechte start is me verder op de kweekschool nooit meer iets vervelends overkomen. Ik heb er vier prachtige jaren meegemaakt, waar ik nog steeds met plezier aan terug denk.

Wim Avontuur zei op 21 maart 2019 om 23:55 uur

Ik heb in de periode 1959/1966 op Saint Louis gezeten. De eerste twee jaar in de 5 en 6e klas Lagere School. Daarna 5 jaar op de HBS (heette destijds Thomas More College en thans Markland College), waar ik mijn diploma HBS-A gehaald heb. Ik zat op kostschool omdat mijn vader schipper was. Ook mijn broers en zus hebben op kostscholen in Brabant gezeten. Er valt veel over te vertellen en het roept zowel goede als slechte herinneringen op. Wordt vervolgd.

Cor Koene zei op 22 maart 2019 om 00:16 uur

Al in de eerste klas van de lagere school wist ik wat ik wilde worden: broeder. Broeder Ireneus in Achthuizen was mijn voorbeeld. Toen de broeders in 1950 weggingen, kwamen daarvoor leken in de plaats. Meester Cremers, een piepjonge onderwijzer uit Stampersgat, werd mijn nieuwe idool. Hij is voor mij tijdens mijn lagere schoolperiode de beste onderwijzer geweest. Ik was van nature leergierig en daarom bij deze man precies op mijn plaats. Ik leerde van hem opstellen schrijven en buiten het normale klassenwerk om redekundig ontleden en taalkundig benoemen. Verder kon hij prachtig vertellen. Als hij het had over de veldtocht naar Rusland, was het of hij er aan deel genomen had. Ik was nog maar een ventje van een jaar of tien, maar ik kreeg van hem de zorg over de schoolbibliotheek. Ik moest de boeken kaften, de uitleen organiseren en de boekhouding doen. Dat ik geen broeder zou worden was snel duidelijk. Dat ik toegelaten werd tot de kweekschool was curieus. Daar ging een ‘keuring’ aan vooraf. Ik herinner me nog levendig de gehoortest. Eigenlijk had ik daar nooit doorheen mogen komen. De test werd afgenomen in de gymnastiekzaal door een jonge leraar, mijnheer Hoornick. Opgesteld in een lange rij werden we - 27 jongens, in alfabetische volgorde, de jongens met namen beginnend met een A voorop, die met een Z achteraan - om beurten opgeroepen om aan het eind van de zaal te gaan staan en de getallen na te zeggen die door mijnheer Hoornick aan de andere kant van de zaal werden geroepen. Het was een simpele test, maar voor mij een obstakel van jewelste. Behept met een ernstige, erfelijke slechthorendheid wist ik dat ik geen schijn van kans had hier door te komen. In een tête-à-tête gesprek kon ik me goed redden, maar als ik een spreker niet kon zien, kon ik hem wel horen, maar niet verstaan. Met de naam Koene stond ik ongeveer in het midden van de rij, een gelukkige omstandigheid, omdat ik daardoor even tijd had om iets te bedenken. Ik nam me voor op elke schreeuw van Hoornick in ieder geval te reageren…. De test voor wat betreft de andere jongens verliep vlot. De ene na de andere jongen werd afgewerkt, drie getallen, drie antwoorden, fluitje van een cent. Toen kwam ik. Hoornick: Vierentachtig! Ik: Zesendertig! Hoornick: Zesenvijftig! Ik: Achtentwintig! De klas lag in een deuk. Hoornick liep rood aan. Hoornick: Negentwintig! Ik: Zeventien! Hoornick was het zat. ‘Wegwezen, volgende…’ Een paar weken later kwam Hoornick naar me toe: ‘Çor, ben jij echt doof?’ Bij de keuring was ik door hem aangezien als grappenmaker….

Christian van der VenBHIC zei op 22 maart 2019 om 09:33 uur

@Cor: Tjonge, dat is wel een enorm valse start op de kweekschool, door de griep! Maar gelukkig kun je met plezier terugkijken op de prachtige tijd erna. En bedankt ook voor je leuke verhaal over die gehoortest! Je lijkt me iemand die steeds een goede band met zijn leraren heeft gehad, toch?

@Wim: Goede en slechte herinneringen, van beide krijgen we in de reacties op deze website talloze voorbeelden te lezen! Ik ben benieuwd naar je vervolg. Hadden je broers en zus dezelfde (gemengde) ervaringen? Of zaten er veel verschillen tussen hoe jullie allemaal jullie tijd op kostschool hebben beleefd?

Cor Koene zei op 22 maart 2019 om 20:52 uur

In de derde klas voerden we een toneelstuk op voor de andere studenten van de kweek: Meeuwen boven Sorrento. We hadden ons goed geprepareerd en al ons acteertalent aangesproken. De uitvoering viel dan ook goed in de smaak. Omdat we onze inspanningen graag nog een keer beloond zagen, namen we contact op met de directrice van de meisjeskweekschool Sint Anna met de vraag, of we daar het stuk ook een keer mochten spelen. De directrice reageerde niet onwelwillend, maar wilde wel eerst kennis nemen van de inhoud. Ze zou de tekst voorleggen aan zuster Anna, de lerares Nederlands. Daar hadden we uiteraard geen bezwaar tegen. We haalden de tekst meteen op en zouden de volgende morgen terug komen. We voorzagen geen enkel probleem, maar tot onze grote verbazing kregen we de andere dag een negatief antwoord. Zuster Anna vond de inhoud voor de meisjes niet geschikt. Zij was gestruikeld over het feit dat matroos Haggis een gescheiden man was.
Met Sinterklaas werden wij vaak gevraagd op scholen om Sinterklaas en Zwarte Piet te komen spelen. Dat deden wij altijd graag. Ik herinner me Zwarte Piet te zijn geweest op de schippersschool in Oud-Gastel en ook in het ‘ziekenhuisje’ op het terrein van Saint Louis. Daar ging het bijna mis. Toen we met ons team aankwamen, kwam er net een ander team naar buiten. Dat was natuurlijk niet de bedoeling. Op Sint Anna was ik een keer Sinterklaas. Ik zat met mijn Zwarte Pieten op een podium voor een stampvolle zaal. Er werden pepernoten gestrooid, liedjes gezongen en voorgelezen uit het grote boek. De stemming zat er goed in. Opeens kwam er een zuster naar me toe: ‘Sinterklaas, zou U Uw voeten wat dichter tegen elkaar willen zetten? De meisjes zien Uw lange broek.’

Marilou NillesenBHIC zei op 24 maart 2019 om 17:33 uur

@Cor: Prachtige aanvullingen, Cor, bijna onvoorstelbaar nu: een stuk weigeren omdat er een gescheiden man in voorkomt. Ik kan me voorstellen dat jullie die afwijzing om die reden niet zagen aankomen ;)
Ook de opmerking tegen Sinterklaas maakt me aan het lachen, hoewel dat vast niet de bedoeling was van de zuster...

Rene Schuijbroek zei op 25 maart 2019 om 10:51 uur

Nou mijn tijd toen was een zwarte bladzijde in mijn leven. Ben zelfs op een paar rolschaatsen midden in de nacht naar huis in Prinsenbeek gegaan maar verder dan de voor deur van de winkel van mijn ouders kwam ik niet want de deur werdt door broeder Hygienes open gedaan en kon zonder mijn ouders te groeten kon ik instapen en terug naar oudenbosch .en kon toen voor straf 6 weken niet naar huis en ook geen bezoek ontvangen .maar hoe ouder je wordt heb ik toch spijt dat ik daar mijn bakkers diploma’s niet heb gehaald maar op gts in Breda.

Rene Schuijbroek zei op 25 maart 2019 om 11:02 uur

Heb van 1961 tot 1963 op Saint Louis gezetten .

Theo Daniels zei op 25 maart 2019 om 11:15 uur

Ben nu 74. St Louis is de mooiste tijd van mijn leven geweest gedurende 2 jaren.

Cor Koene zei op 25 maart 2019 om 11:21 uur

Wij jongens van de kweekschool struinden in onze vrije tijd door Oudenbosch, de meisjes van Sint Anna hadden die vrijheid niet. Ze werden zoveel mogelijk binnen de poorten gehouden. Op ons vaste rondje langs het cafetaria van Riekie en de basiliek kwamen we de meisjes - ze waren strikt gehouden aan ‘het bevel’ niet te lang weg te blijven - toch wel eens tegen, meestal ’s middags na het vieruurtje. Die contacten waren over het algemeen vluchtig. In een enkel geval ontspon zich een vriendschap, een verkering en kwam het later zelfs tot een huwelijk. Af en toe waren er ‘officiële’ contacten in de vorm van culturele ontmoetingen tussen de scholen, niet alleen met Sint Anna, maar ook met Het Withof in Etten. Op een keer - tot onze grote verbazing eigenlijk, want wij geloofden niet dat de zusters dit aandurfden - kwam het na een uitnodiging van ons zelfs tot een bezoek van de meisjes aan onze school. We lieten ze zien waar wij woonden, sliepen, aten, sportten en recreëerden. We namen de meiden mee door het hele gebouw, de refter, de aula, de studiezaal, de gymzaal en de kapel. We hadden het bezoek niet in een bepaalde vorm gegoten, maar na de ontvangst bij de stoep ontwikkelde het zich spontaan tot een soort rondleiding in kleine groepjes. Ik herinner me daar niet zo veel meer van. Toch had het bezoek voor mij nog een kleine nasleep. Twee dagen later kreeg ik namelijk een brief van een mevrouw uit Breda. Mede namens haar dochter nodigde ze me voor de volgende zondag uit voor een etentje bij hen thuis, lief natuurlijk, maar ik heb de uitnodiging afgeslagen. Ik had geen flauw idee wie dat meisje was geweest.

Thijs de LeeuwBHIC zei op 25 maart 2019 om 11:22 uur

@Rene: wat een verhaal zeg, zo'n 'ontsnapping' in het donker en op rolschaatsen nog wel. Ik begrijp dat je echt met gemengde gevoelens op deze kostschooltijd terugkijkt. Dat zien we trouwens ook bij veel andere oud-leerlingen die op deze site reageren. Je reactie maakt maar weer duidelijk, dat je op oudere leeftijd soms weer anders tegen zo'n kostschoolverblijf gaat aankijken. Bedankt voor het reageren!

Marijn Van Lisdonk zei op 25 maart 2019 om 22:55 uur

Ik heb in 1961 de zesde klas gedaan, eerst bij broeder Savio en daarna bij broeder Patrick. Over het algemeen heb ik een fijn jaar gehad al heb ik wel momenten in mijn herinnering van broeder Patrick die zeker voor een paar medeleerlingen niet prettig zijn geweest. Ik zat op de middencour en na schooltijd was er veel tijd voor sport, handbal, voetbal en zwemmen in bosbad Hoeven. Had een paar vrienden, Boudewijn van den Berg en Jan van Eijk.

Rene Schuybroek zei op 26 maart 2019 om 12:32 uur

Heb ik ook gezeten midden cour en
1 1/2 jaar kleine schuur . En Bosbad ja ook een verhaal
We lagen met een stuk of 6 jongens bij meisjes die we
s’morgens tegen kwamen al we naar de technische school liepen .
Broeder Hygienus bijnaam ( de Struis ivm zijn wilde bos haar )
Hij wees ons 6 man aan en aankleden en ons meden in de Grote schuur.
Was vlak voor de grote vakantie. En of we ons beter konden gedragen ,
Grote vakantie werdt 3 weken in gekort moesten alle 6 drie weken .blijven . Waren trouwens wel mooie 3 weken weet ik nog wel .

Door de tuin achter bij Buys negerzoenen en

Rene Schuybroek zei op 26 maart 2019 om 12:35 uur

En bij Buys kregen we altijd de negerzoenen die
kapot of mislukt waren om s’middags tussen de boterhammen
te doen .

Paul van Lieshout zei op 26 maart 2019 om 15:08 uur

Komende vanaf het Klein Juvenaat in Oudenbosch, dat gesloten werd, ben ik (aug ’68) verder gegaan bij Saint Louis; iets meer medebewoners, maar niet minder gezellig.
Hier heb ik de resterende 3 jaren van de Mulo afgemaakt en in mei 1972 mijn diploma gehaald. Dit was ook tevens mijn einde van mijn kostschooltijd; ik ging weer thuis wonen.
Wat ik nog van Saint louis kan herinneren is best wel veel. Nog steeds slapen op grote slaapzalen, douchen (1*per week) onder de kapel, en kattenkwaad uithalen. Maar ook veel sporten op de cour en in de wintermaanden knutselen (modelboten bouwen).
Wat ook typisch des Saint Louis was: de schaatsbaan op de cour. Was voor een aantal dagen vorst voorspeld, dan ging ’s nachts een van de broeders met de tuinslang met op het einde een buis met kleine gaatjes, over de cour rondjes lopen. Net zolang totdat er ongeveer 5 cm ijs lag. En wij dan de volgende dag(en) maar schaatsen. Kon je ook niet door het ijs (van de vijver achter in de tuin) zakken.
Ook hadden we ‘buitenactiviteiten’ als je zwemdiploma’s halen in het plaatselijke zwembad (schoolzwemmen bestond nog niet), of (derdejaars) naar Roosendaal voor dansles, en dan altijd weer 1 tot 2 treinen terug naar Oudenbosch ‘missen’;-)
Mocht je op het Juvenaat uitsluitend met de schoolvakanties naar huis, op Saint Louis moest je ten minste 1 keer per drie weken naar huis. Behalve in de examenperiode (4de jaar Mulo) dan mocht je in Oudenbosch blijven. En dan maar hopen dat er op het meisjespensionaat aan de overkant ook nog wat studentes waren. Want als het pensionaat dan een open dag of fancy fair had, waren wij jongens niet te beroerd om van die uitnodiging gebruik te maken.
Zwarte bladzijden waren er ook in de vorm van 2 sterfgevallen; een keer een studiegenootje die tijdens de verplichte studieles dood op de gang gevonden werd. En een klasgenoot die voor onze ogen, op weg van school naar huis, dodelijk verongelukte; hij werd door een oplegger overreden. Zaken die ik na 50 jaar nog herinner als de dag van gister.

Blijft de vraag of ik er een prettige tijd heb gehad? Ja, zeker wel. Ik heb er geen vervelende zaken meegemaakt! Maar toen mij vroeger deze vraag werd gesteld, volgende ook altijd de opmerking dat ik mijn eigen kinderen toch liever in hun eigen omgeving / dorp (zou) laat opgroeien. Wat ook gebeurd is.

Marijn van Lisdonk zei op 26 maart 2019 om 16:07 uur

Als ik zo de verhalen lees dan hebben de meesten wel de zelfde ervaring gehad. Ik heb er maar een jaar gezeten en over het algemeen een mooi jaar gehad. Al was de start niet helemaal zoals ik me gewenst had. Op donderdag werd ik door mijn zus bij de voordeur afgezet met mijn koffertje en dat op een leeftijd van 11 jaar. Vrijdagmorgen kregen we bij het ontbijt een rolmops welke ik thuis nog nooit gegeten had. De jongens om me heen zeiden dat ik deze op moest eten anders kreeg ik er nog een en zou de broeder bij me blijven tot ik hem op had. Dus ik dat ding opgegeten. In de klas begon mijn maag op te spelen en werd ik doorgerwezen naar de ziekenzaal. Na een paar glazen water gedronken te hebben verliet deze vis mijn mond mijn lichaam. Wel vond de ziekenbroeder het nodig om mij een paar dagen ter observatie te houden. Was meteen een goede ontgroening.
Verder heb ik een mooie tijd gehad met veel afwisseling, sport en zangkoor.
Een mooi verhaal is dat ik een periode in Oosterhout in een woninginrichting heb gewerkt en dat er op een dag een mevrouw en een mijnheer bij wij kwamen op hun huis in te richten. Nadat de verkoop was afgerond moest ik de namen noteren. Tot zijn verbazing zei ik dat ik hem wel kende maar dan onder een speciale naam n.l. Broeder Ostwald. Hij was hoofdbroeder van de midden cour.

Thijs de LeeuwBHIC zei op 26 maart 2019 om 16:43 uur

@ Marijn: fijn dat je hier je herinneringen met ons wilt delen. Jullie konden je energie zo te lezen goed kwijt met al die sporten. Ik kan me ook wel voorstellen je wat dubbele gevoelens hebt, ook al is jou dan persoonlijk niets overkomen, zoals je aangeeft. Ik begrijp uit je verhaal dat er dus wel een paar leerlingen waren die eruit werden gepikt.

@ Rene: mooie anekdote! Ik zie die boze 'Struis' wel voor me. Wel een fikse straf zeg, drie weken van je vakantie af. Maar dat afspreken met de meisjes zal toch niet ineens over zijn geweest, of wel?

@ Paul: bedankt voor je verhaal; heb het met plezier gelezen! Goed om te horen dat de balans, alles bij elkaar, zo positief uitvalt. Begint al met die overstap, dat is dan even spannend denk ik, maar gelukkig bleken dat nieuwe regime en al die nieuwe kostschoolgenoten mee te vallen. Kan me ook wel voorstellen dat jullie het helemaal niet zo erg vonden, dat jullie op Saint Louis ineens vaker naar huis terug "moesten" : )
En toen belandde ik aan bij die zwarte bladzijden (dat kun je wel zeggen ja). Was ik niet op voorbereid! Wat luguber zeg, al helemaal om dat zo jong mee te maken...

Rene Schuybroek zei op 26 maart 2019 om 17:23 uur

Inderdaad. Broeder Oswald wel een geschikte broeder,
En Broeder Germanis met zijn duiven naast de
ontspanning ruimte

Piet Romme zei op 27 maart 2019 om 23:08 uur

Kennisnemend van de ingediende reacties het volgende.
Het is jammer dat in de reacties niet geheel duidelijk is aangegeven welke jaren op de kostschool zijn doorgebracht.

Zelf heb ik van 1946 tot 1949 op St Louis doorgebracht en Mulo A en Mulo B gehaald.
Het leven op de kostschool is voor mij volgend geweest op de algemene ontwikkelingen in de buitenwereld en in het onderwijs. Door de reacties in “tijdsvolgorde” te plaatsen zou dan waarschijnlijk geconcludeerd kunnen worden dat de Broeders snel met de tijd meegingen in het onderwijs.
In mijn tijd waren er drie afdelingen, die los van elkaar stonden n.l
- de lagere school met kleine cour,hier vooral schipperskinderen
- de MuloA en B en handelsschool met grote Cout. De jongens waren vooral afkomstig middenstanders en voor ruim de helft van boven de rivieren.
- de kweekschool met eigen gebouwen, voorzieningen en cour. Contacten tussen de afdelingen bestonden er vrijwel niet in mijn tijd.
Een vakschool voor oa bakkers is in die tijd begonnen.

Mijn eigen ervaringen naar en op kostschool zal ik gemotiveerd en uitgebreid vergezeld van wat foto’s later naar u op sturen.

Met vriendelijke groet,
Piet Romme
(adres verkrijgbaar via het BHIC)

Thijs de LeeuwBHIC zei op 28 maart 2019 om 10:43 uur

@Piet: dank voor je heldere bijdrage. En helemaal mooi natuurlijk dat je ons nog meer gaat sturen, mét foto's. We wachten het met plezier af!
En ik begrijp je eerste opmerking wel. Het zou vanuit een historisch oogpunt prachtig zijn om op deze en andere internatenpagina's de reacties op die manier chronologisch te rangschikken. Al die reacties bij elkaar vormen toch al een behoorlijk bronnencorpus, een heel waardevol corpus ook. Dat gaat op deze plek, alleen al om technische redenen, niet lukken, maar de suggestie staat genoteerd. Het project is nog maar net van start gegaan, dus wie weet hoe alle resultaten in de toekomst nog ingezet gaan worden. Je zou er heel wat boekjes van kunnen samenstellen... Hartelijke groeten,

Cor Koene zei op 28 maart 2019 om 11:12 uur

Het is niet moeilijk om de verhalen in een bepaalde volgorde te zetten. Ik heb mijn bijdragen elk apart en onder elkaar gekopieerd in een Word-bestand.

Virginie Broeken zei op 28 maart 2019 om 11:57 uur

Ik denk dat iedere leerling al een boek kan schrijven over zijn internaatsleven. Ik heb 3 jaar op Saint Louis (1979 - 1982) gezeten en 10 jaar op Sint Anna (1969 - 1979), met een wereld van verschil. Ik heb 3 fijne en goede jaren op Saint Louis gehad.

Cor Koene zei op 28 maart 2019 om 12:14 uur

Eerst op een meisjesschool, daarna op een jongensschool? Kun je dat uitleggen, Virginie? Fijne en goede jaren op Saint Louis, schrijf je, over Sint Anna zeg je niets. Kun je daar ook iets over zeggen?

Virginie Broeken zei op 28 maart 2019 om 12:21 uur

Ik wil hier niet alles zeggen om verschillende redenen. Maar het feit dat ik naar Saint Louis ging, kan ik wel uitleggen. Het meisjesinternaat werd in etappes opgeheven en ik behoorde tot de oudste meisjes op Sint Anna en die groep werd als eerste overgeplaatst naar Saint Louis. Wij werden in de oudste groep jongens geplaatst. Daardoor konden andere jongens niet dat jaar doorstromen binnen Saint Louis. Dus uiteindelijk is Sint Anna opgeheven en is Saint Louis een gemengd internaat geworden. Nog steeds waren er in verschillende groepen broeders die de groep draaiden samen met een leek. Ik had broeder Gerardo en later broeder Revocatus. Ik ging in het dorp naar het Thomas More College.

Wim Avontuur zei op 28 maart 2019 om 12:28 uur

Beste Virginie, ik ken veel mensen die lang op het internaat gezeten hebben. Ik zelf 7 jaar (1959/66 op St Louis en daar LO en HBS gevolgd) en mijn zus 10 jaar denk ik. Wij waren schipperskinderen. Maar 13 jaar is wel het absolute record wat ik ooit gehoord heb. Knap dat je toch nog positief denkt over Saint Louis.

Piet Romme zei op 9 mei 2019 om 23:07 uur

In de oorlogsjaren van 1939 tot 1946 ging ik naar de lagere school. Door de ervaringen van de oorlog en vooral het zien van het oorlogstuig wilde ik al zeer jong INGENIEUR worden. Het schooladvies was: word maar boer en volg later cursussen voor land- en tuinbouw en veeteelt. Het hoofd van de school gaf die cursussen zelf. Een niet ongebruikelijk advies in Brabant.
Ik mocht toch toelatingsexamen doen voor zowel het lyceum te Breda als het lyceum te Roosendaal, maar helaas 2x gezakt!. Ideaal vervlogen!?
Mijn ouders wilde mij laten leren en kozen voor de kostschool Sint Louis te Oudenbosch. Ik ben er 3 jaren geweest van 1946 tot 1949. Ik heb er MULO A. en MULO B. diploma's gehaald in 3 jaren. Alle lessen werden gegeven door Broeders. De kwaliteit van het genoten onderwijs werd zo goed beoordeeld dat ik naar de 4e klas HBSb mocht op het lyceum te Breda waar ik 3 jaar eerder was gezakt en toen niet werd toegelaten. Ik had bepaald geen achterstand in talen of exacte vakken. Ik had er voordeel van, want mij was ook geleerd te studeren en orde te houden.
De broeders waren streng in de klas. Hun devies was : "iedereen is toch naar St Louis gekomen om zijn diploma te halen''.

Gedurende mijn kostschooljaren heb ik zelf of van mijn vele vriendjes nooit iets gemerkt of gehoord van seksueel wangedrag door Broeders.
Van Broeders, die later in de media en bij lotgenoten genoemd werden heb ik er 3 gekend, maar ik heb over hen in dit opzicht nooit iets gemerkt of gehoord tijdens mijn jaren op St Louis.

Het dagelijkse weekrooster was : om 6,30 uur wakker, 7.00 uur in de kapel voor H. Mis, 8.00 uur ontbijt in de refter, 9.00 uur tot 12.00 uur les met pauze van 15 minuten, 12.30 uur warm eten (bord leeg), 14.00 tot 16.00 les. Vanaf 16.00 uur 'vrij' maar ook de tijd om onder toezicht en met hulp huiswerk te maken, strafwerk te maken, extra lessen voor bv muziek, typen, zang, judo, etc
Op Zaterdag en Zondag geen les. Veel sport, muziek, uitvoeringen e.d..
Het dwingende karakter van het rooster heb ik niet als last ervaren. De vele vrije tijd bood gelegenheid van alles te leren en veel te sporten. Ik heb er toen en later van genoten en nu nog dagelijks. Ik ben inmiddels 86.
Zowel in de klas als vrije tijd stond je voortdurend onder toezicht van de Broeders. Niets doen in de vrije tijd werd gezien als: 'des duivels oor kussen'. Dat was negatief. Je werd aangespoord toch iets te gaan doen.
Als je ruzie maakte kwamen de Broeders snel tussen beiden en na een vermanend gesprek moest je elkaar de hand geven en zo niet : strafwerk.
Als er gepest werd moest je onder toezicht vergiffenis vragen en beloven het niet meer te zullen doen of je kreeg direct: strafwerk gaan maken.
De opgegeven straffen waren veelal strafregels of derde machten volledig uitschrijven bv 326x326x326. Ik heb ervan geleerd: snel te rekenen en behoorlijk netjes te schrijven.

10 keer per jaar werden er kaarten uitgedeeld met cijfers voor: gedrag in de klas, ijver in de klas, gedrag buiten de klas en welgemanierdheid aan tafel. Bij gemiddeld meer dan 8 was de kleur: goud. Bij gemiddeld tussen 6 en 8 was de kleur: rood. Lager gemiddelde dan 6: zwart.Ik ken ze alle drie.
De kaarten werden altijd uitgedeeld vlak voor de bezoek weekeinden. Je kon de kaart trots of aarzelend aan je bezoek, (vaak je ouders) tonen.

Natuurlijk heb ik jongens gekend met (veel) heimwee. Het ging meestal wel over. Ook heb ik jongens gekend, die zeer ontevreden en ongelukkig waren. Zij hadden last van het strenge rooster en altijd te moeten leven onder streng toezicht. Dit kan voor jongens in de puberteit natuurlijk zeer moeilijk te accepteren zijn.
De broeders namen tijdens de bezoekuren van ouders de tijd om de problemen te bespreken. Aan de hand van dit gesprek werd een heel enkele keer besloten terug naar huis te gaan en nog minder weggestuurd bij ernstig wangedrag en geen voornemen met toezegging tot verbetering.
Naar mijn overtuiging is de in het voorgaande aangeduide handelwijze een passende manier voor opvoeding van jongens in de puberteit of jonger.
Voor oudere jongens zal deze vrij strenge aanpak minder passend zijn. Zij zijn immers in een andere levensfase dan pubers.

Diverse malen heb ik negatieve ervaringen gehoord en op internet gelezen over de kostschooljaren.Meestal lag dan de schuld bij de kostschool en vrijwel nooit bij kostschoolganger. Voor mij geldt echter: 'waar twee ruzie hebben kunnen ze alle twee schuld hebben' en daarover lees ik vrijwel niets. Bovendien tijdens de groei naar volwassenheid met het zoeken naar de eigen weg zijn botsingen met het gezag toch menselijk, normaal en veel voorkomend. Voor mij blijft de vraag als je thuis gebleven zou zijn was je dan een beter mens geworden of zou je meer bereikt hebben? Mijn ouders zouden niet anders gedaan hebben, indien zij er tijd voor hadden gehad op de boerderij.
Slechte of gemene Broeders ben ik niet tegengekomen op St. Louis. Wel strenge, maar is dat zo erg voor puberende jongens met een forse dadendrang en flinke dosis eigengereidheid?

De kostschool St Louis is voor mij de redding geweest om mijn jongens ideaal te kunnen verwezenlijken en daarom onderteken ik nu met:
Ir P.J.C. Romme c.i.

P.S. 1. Foto's van mijn jaren op kostschool zal ik afzonderlijk toesturen.
2. Aan Bhic heb ik eerder een 8 pagina's tellende notitie gestuurd omtrent mijn tijd op St.Louis. Ik vond het hier te lang en daarom hier een samenvatting ervan.

Pim Wilde zei op 11 mei 2019 om 16:45 uur

Instituut Saint Louis, Oudenbosch
Meer dan een eeuw lang was Instituut Saint Louis een vermaard jongensinternaat. Het internaat is inmiddels gesloten, maar de monumentale gebouwen bepalen nog steeds het straatbeeld in het historische centrum van Oudenbosch.

De stichter: Pastoor Hellemons
Willem Hellemons werd in 1810 geboren in Roosendaal. Al op jonge leeftijd trad hij toe tot het Cisterciënzerklooster in Bornhem, België. Zijn priesteropleiding voltooide hij in Rome. Die stad maakte een diepe indruk op de jonge Willem.

In 1836 werd hij benoemd tot kapelaan in Oudenbosch. Kort daarna werd hij daar pastoor. In 1840 stichtte Willem Hellemons een kloosterorde met als doel de Oudenbossche jeugd te onderwijzen. Deze congregatie werd vernoemd naar de Heilige Aloysius Gonzaga. De eerste overste was Johannes Huybrechts; die later bekend zou worden als Vader Vincentius. De congregatie huisde eerst in een klein huisje aan de Kaaistraat, maar verhuisde al snel naar het pand De Drie Koningen aan de Markt. Na enige tijd werden daar ook kinderen van buiten Oudenbosch opgevangen. En zo ontstond het jongensinternaat Instituut Saint Louis, beter bekend als ‘de Broeders van Saint Louis’.

De Kapel
Al kort na de start van Instituut Saint Louis verrees achter De Drie Koningen een nieuwe vleugel: de Mariabouw. In 1843 werd de Vincentiusbouw gerealiseerd en in 1850 de Aloysiusbouw. Tussen deze gebouwen ontstond een ruime speelplaats; een cour. Ter afsluiting van die grote cour verrees in 1865 een kapel. Deze werd in eigen huis ontworpen door een tekenleraar en een broeder van het Instituut. De Grote Kapel is duidelijk geïnspireerd op de Romeinse neobarok die Willem Hellemons zo bewonderde. De voorgevel is bijvoorbeeld gemodelleerd naar die van de Sint Jan van Lateranen in Rome. Pas in 1889 kreeg de kapel de zo kenmerkende koepel.

Uitbreiding.
De Broeders van Saint Louis stonden bekend om de kwaliteit van hun onderwijs. Op het Instituut waren een Lagere School, Nijverheidsschool, ULO/MULO, een HBS en de Bisschoppelijke Kweekschool gevestigd. Al die leerlingen en broeders moesten gehuisvest worden. In de loop der jaren verrezen daarom tientallen gebouwen rondom de grote cour. Rond 1960 bereikte Saint Louis zijn grootste omvang. Toen verbleven er in Oudenbosch ongeveer 1.500 internen en meer dan 250 broeders. Daarnaast beheerde de congregatie in binnen en buitenland nog tientallen onderwijsinstituten.

Nieuwe bestemmingen
Vanaf de jaren zestig nam het aantal leerlingen geleidelijk af. Gaandeweg werden gebouwen verkocht, gesloopt of kregen zij een andere bestemming. Ook het aantal broeders nam af. De laatsten verhuisden in 2011 naar een woonzorg-complex in Oudenbosch. De Broeders van Saint Louis tonen tot op de dag van vandaag een warme belangstelling voor wat eens hun instituut was.

Toekomst
De meeste onderdelen van het voormalige jongensinternaat Instituut Saint Louis hebben inmiddels een nieuwe bestemming gekregen. De Kapel en de naastgelegen Mariabouw worden verbouwd tot het nieuwe cultureel centrum van Oudenbosch. Het hele complex is aangewezen als Rijksmonument. De provincie Noord-Brabant omschrijft het als volgt : ‘De kapel en het klooster zijn een bijzondere uitdrukking van het hoogtepunt van het Rijke Roomse leven in Brabant. Het complex is ook van betekenis voor Brabant, omdat het bijgedragen heeft tot de bloei van Oudenbosch als onderwijscentrum van nationaal belang’.

Rondleidingen
Vrijwilligers van de Stichting Gidsen van Saint Louis verzorgen rondleidingen in de Kapel en langs de monumentale gebouwen van het voormalige Instituut Saint Louis. Omdat de meeste gebouwen in gebruik zijn als woning zijn deze niet te bezoeken. Dat is niet erg, want er is buiten genoeg te zien. Denk aan de prachtige grote cour, de gerestaureerde gevels van de Vincentiusbouw en Aloysiusbouw, de Begraafplaats van de broeders en het voormalige Latijns College (nu Brasserie Tivoli).

De kosten van een rondleiding bedragen € 1,- per persoon met een minimum van € 10. U kunt een rondleiding boeken via het contact-formulier op de website van de Stichting Gidsen van Saint Louis: www.gidsenvansaintlouis.nl Een van de gidsen neemt dan zo spoedig mogelijk contact met u op.

Openingstijden
De Kapel is elke zondagmiddag en woensdagmiddag tussen 13.30 en 16.30 geopend voor publiek. Dat geldt niet als er activiteiten zijn in de Kapel. Kijk voor de actuele openingstijden altijd eerst op de website. De toegang is gratis.

Adres en parkeren
De Kapel bevindt zich aan het Saint Louisplein 50 in Oudenbosch. Dit plein is voetgangersgebied en niet toegankelijk voor auto’s.
Parkeren: parkeerplaats Achter ‘t Postkantoor, Oudenbosch. (Toegang: tussen Markt 42 en 50).
Vanaf de parkeerplaats is het ongeveer 200 m lopen naar de Kapel.
Volg de bordjes Saint Louis plein vanaf de parkeerplaats

Pim Wilde zei op 11 mei 2019 om 17:45 uur

In vervolg op de reactie van Mark Goossens in zijn verwijzing naar het boek van Jos Perry ‘Jongens op Kostschool, hieronder nog een interessant boek.
Joos van Vugt; Broeders in de katholieke beweging: de werkzaamheden van vijf Nederlandse onderwijscongregaties van broeders en fraters, 1840-1970; (Dissertatie Nijmegen 1994).
Joos van Vugt is als historicus verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In 1994 promoveerde hij op de betekenis van broerders, paters en fraters voor het katholieke onderwijs in Nederland. In zijn boek besteedt hij uitgebreid aandacht aan de Congregatie van de Broeders van de H. Aloysius Gonzaga; beter bekend als de Broeders van Saint Louis. Het proefschrift kan worden geraadpleegd via deze link.
http://hdl.handle.net/2066/18598

Piet Romme zei op 16 mei 2019 om 19:39 uur

Pim.
Je spreekt over 1500 internen rond 1960. Is dat niet wat veel. Hoe zaten die verdeeld over de diverse onderwijsinrichtingen?

Wim Avontuur zei op 16 mei 2019 om 19:46 uur

Dat aantal ligt inderdaad veel te hoog. Het zijn er volgens mij ooit rond de 1.000 geweest en in 1960 zaten er nog misschien ongeveer 800 in totaal, verdeeld over 4 groepen LO (4e, 5e, 6e en 7e klas), de HBS (kleine kant en grote kant), de Ambachtsschool en de Kweekschool. Er zullen ongeveer een 100 - 150 broeders geweest zijn.

Thijs de LeeuwBHIC zei op 20 mei 2019 om 09:48 uur

@Pim, Piet, Wim: in het boek van Jos Perry over r.k. jongenskostscholen (overigens ook al online in te zien, wat een luxe: https://www.dbnl.org/tekst/perr011jong01_01/index.php ) lees ik op pagina 27 dat op Saint Louis in de bloeitijd zo'n 700 jongens verbleven. Maar een bronvermelding / voetnoot ontbreekt, dus ik wil zeker niet beweren dat dit klopt. Dat het een van de grootste (en oudste) rk jongensinternaten was, is in ieder geval wel duidelijk. Mocht ik nog ergens een bron vinden met info over de aantallen dan zal ik die hier plaatsen.

Pim Wilde zei op 25 mei 2019 om 12:56 uur

De aantallen moeten inderdaad genuanceerd worden. Deze cijfers gaan waarschijnlijk uit van het totale aantal broeders in Nederland en het totale aantal leerlingen waar in Oudenbosch les aan werd gegeven. Dus inclusief de externaten Mariaschool, St. Jozefschool. En dat wekt verwarring. Uit een eerdere telling van de Broeders van Saint Louis blijkt het volgende. Op 1 november 1939 telde de congregatie 353 broeders, waarvan 272 in Nederland en 81 in het toenmalige Nederlands - Indië. Van die 272 Nederlandse broeders wekten er 156 in Oudenbosch: 112 op Saint Louis en 44 op Sancta Maria (Postulaat en Juvenaat). Het aantal internen in Oudenbosch bedroeg in 1939 585, waarvan 495 op Saint Louis en 96 op Sancta Maria. Uiteraard veranderden die aantallen in de loop der jaren. Ik denk dat een aantal van circa 100 broeders en 800 internen in de jaren ‘50 een rëele schatting is.
Een ander interessant cijfer is dat de Broeders van Saint Louis in 1939 les gaven aan circa 8.000 leerlingen (intern en extern), waarvan 5.000 in Nederland en 3.000 in Nederlands Indië. Het totale aantal leerlingen waar de Broeders in de loop der jaren les aan hebben gegeven moet dus enorm zijn geweest. Met andere woorden: de Broeders van Saint Louis, maar ook andere congregaties, zijn van grote betekenis geweest voor het onderwijs.
Bron: Christophorus van Langen, Tussen Windvaan en Koepel, Oudenbosch 1940. Dit boek is in digitale vorm verkrijgbaar via de Gidsen van Saint Louis. Stuur een mail naar: info@gidsenvansaintlouis.nl. Het E boek is gratis.

Piet Romme zei op 26 mei 2019 om 15:28 uur

Pim, fijn, dat je het aantal leerlingen van St Louis tot de reële aantallen hebt opgespoord en de betekenis van de Broeders van Oudenbosch voor het onderwijs duidelijk hebt weergegeven.
Thijs, de door jouw opgegeven site naar het boek van Perry. Ik heb het boek inmiddels geheel door gelezen. Ik heb geconstateerd dat met de toen beschikbare mogelijkheden een serieuze poging is gedaan een beeld te schetsen van de kostscholen. Naar mijn overtuiging zou het beter gekund hebben als rekening was gehouden met het grote verschil tussen seminaries en juvenaten enerzijds en burgerkostscholen anderzijds.

Om toegelaten te worden tot seminarie of juvenaat moest je "roeping" hebben dwz R.K. priester, pater of broeder willen worden. Het waren meestal de "bravere" jongens. Als je roeping over was dan ging je in goed overleg naar passend vervolg onderwijs of werd geholpen bij het vinden van een baan bij katholieke of cooperatieve instellingen.
Het onderwijs was vooral gericht op de later te vervullen functies en minder op een eindexamen. De aandacht voor de exacte vakken was bv beduidend minder. Meer aandacht voor muziek (zingen), spreken in het openbaar, kerkgeschiedenis en in latere jaren Theologie en Filosofie. In 1956 deden op seminarie IJpelaar 3 jongens staatsexamen gymnasium Alpha en 1 jongen gymnasium Beta (mijn broer Jac)
Op de seminaries of juvenaten werd iedereen zonder toelatingsexamen toegelaten als je maar "roeping" had.
Het seminarie IJpelaar was kosteloos, maar de pastoor van de parochie wist de ouders wel te bewegen naar draagkracht een bijdrage te storten.

Naar de burgerkostscholen werden vooral jongens gestuurd vanwege het goede onderwijs en voor een degelijke katholieke opvoeding. Soms ook wel de jongens die thuis wat moeilijker waren in de (veelal grote) gezinnen of waar de ouders onvoldoende tijd hadden voor de opvoeding. Bovendien leefde sterk dat de kinderen een betere opleiding moesten hebben dan zij zelf vroeger hadden genoten op de scholen in de dorpen. De kwaliteit ervan met de gegeven schooladviezen is uitstekend verwoord door Wim Daniels in zijn in1917 uitgegeven boek: " DE LAGERE SCHOOL".
De kostscholen waren zeker niet gratis. St Louis kostte in mijn jaren ruim fl 1000,00 per jaar.
Het onderwijs werd algemeen geroemd. De broeders waren in de klas streng en actief bij huiswerkbegeleiding. Het doel was : iedereen moet zijn examen halen!. De kwaliteit van het onderwijs werd ook als zeer hoog aangemerkt bij toelating tot vervolgonderwijs. In mijn leven ben ik en kom ik nog regelmatig mannen tegen die in hun jeugd een aantal jaren op kostschool hebben gezeten. Soms heb ik kritiek gehoord en verschilden we van mening over het kostschoolleven, maar over een ding waren we het dan toch altijd wel snel eens en dat was: het was goed onderwijs en we hebben er veel geleerd.
Perry geeft is zijn boek veel aandacht aan het optreden van de Broeders als er "iets naars" was voorgevallen. Wanneer ik de genoemde gevallen analyseer dan zijn het in mijn beleving vaak normale kwajongensstreken. Als voorbeeld daarvan noem ik het verstoppen van de bel om de volgende ochtend gewekt te worden en daardoor het strakke schema te
ontwrichten. Straf is dan voor mij logisch en normaal. Dat het dan in de herinnering blijft voortleven als vervelend is heel begrijpelijk, maar toch zeker ook om gelachen?.

Vraag aan Thijs: ik heb 22 foto's over mijn tijd op St Louis per mail naar Bhic gestuurd zijn. Zijn die aangekomen?

Rene Schuybroek zei op 26 mei 2019 om 22:35 uur

Waar kan ik de foto’s zien ???

Thijs de LeeuwBHIC zei op 27 mei 2019 om 08:58 uur

@Piet: we hebben een deel daarvan in goede orde ontvangen, maar een ander deel is om de een of andere redenen niet zichtbaar in je mail. Maar daar laten we ons natuurlijk niet door tegenhouden : ) Je ontvangt over een paar minuten een e-mail van mij, dan regelen we het op die manier verder.

@ Rene: ik neem aan dat je de foto''s bedoelt waar Piet Romme het over heeft? Zo ja: ik zal er vandaag al een aantal aan dit verhaal toevoegen. Daarnaast werken we nog achter de schermen aan een oplossing, om al het ingezonden materiaal van de bezoekers te kunnen tonen. Want dat is vaak véél meer materiaal dan in het verhaal zou passen : )
Wat ik voorlopig ook zou kunnen doen, is een kopje 'ingezonden foto's' toevoegen op deze pagina, onderaan het verhaal. Ik zal eens kijken wat ik kan doen / of dat er goed uitziet.

Pim Wilde zei op 5 juni 2019 om 22:04 uur

In 1994 promoveerde Dr. J.P.A. van Vugt aan de Radboud Universiteit Nijmegen op een onderzoek naar de werkzaamheden van vijf Nederlandse onderwijscongregaties van broeders en fraters in de periode 1840 - 1970. In dit boek beschrijft Joos van Vugt vijf Nederlandse onderwijscongregaties, waaronder drie Brabantse: de Broeders van Oudenbosch, de Fraters van Tilburg en de Broeders van Huijbergen. Het is een interessant en tegelijk goed leesbaar boek dat een goed inzicht biedt in de betekenis van deze congregaties voor het onderwijs in Nederland. Het bevat ook statistieken over aantallen broeders, maar niet van leerlingaantallen. De boeken van Jos Perry en Joos van Vugt vullen elkaar goed aan.
Zie Joos van Vugt, Broeders in de katholieke beweging. Nijmegen 1994, ISBN 90 70504 48 0. Het boek is nog steeds te koop. Het kan ook (legaal) worden gedownload via de onderstaande link.
https://ru.on.worldcat.org/oclc/1029608542

Marilou NillesenBHIC zei op 6 juni 2019 om 09:21 uur

Ah, veel dank voor deze inhoudelijke aanvulling, Pim! Dat is inderdaad een uitermate bruikbare verwijzing.

Piet Romme zei op 13 juni 2019 om 14:32 uur

Pim, bedankt voor je verwijzing naar de dissertatie.
Na lezing begrijp ik beter het ontstaan van de katholieke kostscholen voor jongens sedert 1840. Ook hun groei, bloei gedurende ruim 100 jaar. Ook de snelle neergang en disfunctioneel worden van de hun gebouwen. Zij zullen in vele dorpen als blijvende herinnering voort blijven bestaan met wel een andere functie. In Oudenbosch zijn de gebouwen uit mijn tijd op kostschool nog steeds imposant aanwezig.

De bedoeling destijds onderwijs te willen brengen bij de kinderen uit armere milieus is veelal niet geslaagd. De middenklasse heeft er vooral gebruik van gemaakt, vanwege onvoldoende en zwak onderwijs in de dorpen.
Blijkens de berichten in de media zijn er thans veel zorgen omtrent de moderne jeugd en het onderwijs. Het was voor mij een verrassing te lezen dat de directeur van zijn met met sluiting bedreigde dorpsschool een oproep plaatste om kinderen van drukke ouders voor 4 dagen per week naar het dorp (Haghorst) te brengen om daar naar school te kunnen voor lager onderwijs en passende opvoeding. Het zou niet op een internaat lijken, maar zegt niet hoe dan wel. Komt op mij toch over als een kleinschalige moderne vorm ervan.

Sietske Galama zei op 2 september 2019 om 13:05 uur

Ik heb een klassefoto van mijn grootvader op de kostschool St. Louis uit 1903 . Mijn grootvader heet(te) Jacobus Bernardus Schueler (1891-1961) uit Barneveld. Er is geen vermelding wie de andere kinderen zijn, alleen maar dat dit in Oudenbosch was in 1903.

Thijs de LeeuwBHIC zei op 2 september 2019 om 18:25 uur

Hallo Sietske, leuk zo'n foto van je grootvader! Zou je ons misschien een scan / kopie willen sturen? Dat kan naar het e-mailadres: info@bhic.nl, onder vermelding van "internaat Saint Louis, Oudenbosch". Dan zorgen we dat de foto aan deze pagina wordt toegevoegd. Zou je dan ook willen aangeven wie op de foto jouw grootvader is? Dan zetten we dat er gelijk bij.

Thijs de LeeuwBHIC zei op 16 september 2019 om 14:07 uur

@Sietske: de foto is toegevoegd : ) Nog bedankt!

A.De Koning zei op 24 september 2019 om 21:40 uur

I k ben op zoek naar oud klasgenoot van de mulo eerste jaar 1952 tot 1953
zijn naam is jacobs en hadden een koffie branderij in merksem
wie weet hier iets meer

Rene Schuijbroek zei op 4 oktober 2019 om 10:46 uur

Waar kan ik de foto’s bekijken die worden toegestuurd???

Thijs de LeeuwBHIC zei op 4 oktober 2019 om 11:06 uur

Hoi Rene, we zijn op dit moment nog aan het nadenken over een meer structurele oplossing voor het tonen van alle toegestuurde foto's. Nu doen we het zo dat ze op elke internatenpagina onder een kopje "toegestuurde foto's" worden geplaatst. Deze pagina heeft zoiets nog niet, maar ik zal eens kijken wat we er eventueel op kunnen zetten aan foto's.
Maar goed ondertussen wordt er wel nagedacht over wat meer structureels. Een galerij per internaat, of voor de hele internatenkaart, zoiets... Achter de schermen borrelen daar al diverse ideeën voor op.

Ik besef me dat je hier nú allemaal nog weinig aan hebt echter... Dus ik zal nog eens kijken of er onder alle toegezonden foto's nog exemplaren zitten die hier kunnen worden geplaatst.
Dank nog voor je reactie en hartelijke groet,

Virginie zei op 4 oktober 2019 om 17:13 uur

Hallo Thijs,
Ik denk dat wij het per internaat willen. We zijn vooral geïnteresseerd in foto's van het "eigen" internaat en niet van de andere internaten. Als alles door elkaar komt te staan is dat niet handig. Dus graag gesorteerd.

Thijs de LeeuwBHIC zei op 5 oktober 2019 om 07:02 uur

Hoi Virginie, nee helemaal gelijk we moeten het niet door elkaar gaan gooien. Ik denk ook dat je nu namens veel andere bezoekers spreekt. Ik zal het meenemen, bedankt voor je feedback : )

Theo de Wit zei op 5 november 2019 om 07:31 uur

Geachte Heer/Mevrouw
Ik had een krantenbericht bewaard van 20 maart dit jaar en dat ging over kostscholen in Brabant. Ik heb samen met mijn broer op Sint Louis in Oudenbosch gezeten van 1947 tot/met 1952.
Vandaag heb ik de website bezocht en interessante artikelen gelezen over die tijd aldaar. Ik heb er heel goede herinneringen aan en vind dat ik daar een goede vorming heb gehad.
Met mijn echtgenote bezoek ik nog regelmatig Oudenbosch en zoeken we bekende plekjes op.
Ik stuur u klassenfoto's toe uit 1951 en 1952. U kunt die toevoegen aan de website. De foto bij het Mariabeeld is klas 1 ulo met broeder Reinerus. De foto gemaakt op het voorterrein is klas 2 met broeder Adolf.
Met vriendelijke groet
Theo de Wit

Thijs de LeeuwBHIC zei op 5 november 2019 om 07:35 uur

@Theo: dank voor je reactie en de foto's zijn inmiddels geplaatst. Ik vind ze echt prachtig, uitstekende kwaliteit ook. Voel je vrij om hier nog meer te vertellen over je kostschooltijd. Welkom op de site!

Paul Hosman zei op 17 november 2019 om 13:28 uur

Op 6 jan.1953 zijn mijn broer Willibrord 10 jaar en ik ( Paul ) 12 jaar vanuit Schiedam op de trein naar Oudenbosch gezet. Voor toen en op die leeftijd toch een hele onderneming. Onze vader was enkele maanden daarvoor heel plotseling overleden. Thuis waren we met 7 kinderen en een eigen zaak.
Moeder had het in deze nieuwe situatie druk genoeg en het leek haar verstandig om mij ( de middelste ) en mijn twee jaar jongere broer naar
Saint Louis te sturen. Heb na zo vele jaren nu nog steeds goede en warme herinneringen aan deze tijd. Enkele van de mooie herinneringen zijn o.a. het vele sporten als handbal en volleybal, biljarten in de aula, de vele muziek-
voorstellingen die er van buitenaf werden gegeven , de toneelstukken
( o.a. detektives ) die wij met elkaar organiseerden . Ik was zelf toneelmeester, het in elkaar zetten van eigen radiootjes in de kelder onder het toneel etc. Heel indrukwekkend vond ik het als de kapel, wanneer er een broeder overleden was, werd "omgetoverd " in een passend decor met grote zwarte en zilveren bekleding op de muren rond het altaar. Door de jaren heb ik daar het In Paradisum zo vele malen beluisterd.
Mijn broer en ik gingen slechts driemaal per jaar op vakantie naar huis, de overige twee kleinere vakanties gingen we naar Boslust Hieraan heb ik als stadsjongen misschien wel de dierbaarste herinneringen ,zoals s,morgens de wasbeurten aan de zinken wasbakken buiten , de ijzersmaak van het opgepompte drinkwater , de nachtspeurtochten en de vele andere spellen die de broeders organiseerden in het bos. Dat waren altijd fantastische weken !
Met dankbaarheid kijk ik terug op deze jaren die mij veel gegeven hebben .Uiteraard heb ik ook dingen gemist die behoren bij het opgroeien van een tiener maar de balans valt zeker positief uit.
Als lezers willen reageren op mijn bericht dan heel graag !
Met een hartelijke groet,
Paul H.

Mark Goossens zei op 18 november 2019 om 15:53 uur

@Paul Hosman,
U en uw broer zaten daar precies toen mijn vader op St. Louis zat. Heeft u hem toevallig gekend? Zie eerste reactie onder dit artikel. Zijn naam was Piet Goossens.

Paul Hosman zei op 19 november 2019 om 13:55 uur

Beste Mark Goossens,
Helaas kan ik niet direct positief op uw vraag reageren, mijn geheugen laat mij wat namen betreft af en toe wat in de steek. Mogelijk heb ik uw vader wel gekend maar kan ik dit op dit moment niet nagaan aan de hand van eventuele foto,s. Op de achterzijde van een enkele groepsfoto kwam ik uw vaders naam helaas niet tegen. Ik zelf zat op de Mulo, zat uw vader daar ook of misschien op de kweekschool ?
Mocht ik u nog over andere wetenswaardigheden betreffende Saint Louis kunnen helpen dan doe ik dat graag.
Met een harteljke groet, Paul Hosman

j kieboom zei op 27 november 2019 om 14:34 uur

Hallo !
Bestaan er nog klasse foto's , periode 1951 tot 1954 van klas ulo 1 , van broeder Renatus en broeder Reinerus ?
Zo ja , dan wou ik die graag eens zien.
Ik ben toen in die tijd daar geweest en mijn klassefoto van Br .renatus heb ik wel , maar toch zou ik er nog graag meer zien in verband met vrienden uit die tijd.

Thijs de LeeuwBHIC zei op 3 december 2019 om 11:46 uur

@ j kieboom: leuk dat je deze site bezoekt, welkom! Mag ik nog vragen hoe jij je verblijf op dit internaat hebt ervaren? Altijd fijn als oud-leerlingen hun herinneringen hier willen delen, maar voel je zeker niet verplicht!
Ik heb gezocht naar de foto’s die je noemt, maar niet exáct kunnen vinden wat je zoekt. De beeldbank van het West-Brabants Archief bijvoorbeeld bevat best wat foto’s van internaat Saint Louis, maar dan weer geen klassenfoto’s en ook uit de periode 1951-1954.: https://westbrabantsarchief.nl/collectie/beeldbank/?q=Saint%20Louis&mod…
Op deze site: https://www.gidsenvansaintlouis.nl/ staat onder andere een prachtig gedigitaliseerd fotoalbum (https://www.gidsenvansaintlouis.nl/fotoalbum/) van Saint Louis. Maar dan hebben we het over foto’s van begin 20e eeuw en vroeger...
Wel apart dat er van zo’n enorm internaat nog maar zo weinig foto’s te vinden zijn, ook vergeleken met andere internaten. Als ik nog wat meer foto’s vind dan laat ik het hier weten.

j kieboom zei op 3 december 2019 om 19:02 uur

Hallo !
Thijs de Leeuw , ik ben sept, '53 in de 1e ulo bij Br Renatus gekomen en met de kerstvacantie eind '54 niet meer terug gegaan , dus de ulo niet afgemaakt , waar ik later erg veel spijt van had .ik ben toen gaan varen.
Maar oke ik ben toch goed door het leven gekomen.
En tja het was er goed maar had altijd al op kostscholen gezeten , en was er wel moe aan ,vandaar.
Trouwens ik heb zelf wel een mooie klasse-foto van Br Renatus met onze groep.
En ik heb ooit ook een tijd geleden ook die foto van Br Reinerus 6e klas ook gezien , maar is met die van mij die ik doorgestuurd had ,verdwenen.
Van iedere klas werd foto's gemaakt , dus.

Thijs de LeeuwBHIC zei op 4 december 2019 om 08:04 uur

@j kieboom: die klassenfoto met broeder Renatus, zou je die ons misschien willen sturen? Je kunt een scan daarvan sturen naar info@bhic.nl onder vermelding van internaat Saint Louis. Dan komt 'ie bij mij terecht.
Ben wel benieuwd en het zou een mooie aanvulling zijn van deze pagina. We kunnen ze goed gebruiken!

j kieboom zei op 4 december 2019 om 13:34 uur

Ik heb de foto naar U verzonden en als U enkele namen wilt weten , kan dat ook maar weet ze niet allemaal meer helaas.

Thijs de LeeuwBHIC zei op 5 december 2019 om 13:57 uur

@j kieboom: bedankt nog voor de foto. Die komt hier op de pagina.

De namen voor de klassenfoto zijn zeker welkom, die kun je me mailen dan zet ik ze er bij!

Nog even over je vraag naar foto's: in de beeldbank van het Katholiek Documentatie Centrum (link: https://kdc-opac.hosting.ru.nl/search/simple) zitten er nog diverse van internaat Saint Louis. Zoeken op "Saint Louis" levert daar 92 resultaten op. Zitten mooie tussen! Alleen worden ze daar getoond in klein formaat. Voor de grote versies kun je het KDC benaderen. Bestellen van foto's bij het KDC kan via deze link: https://www.ru.nl/kdc/praktische-informatie/bestellen-beeld-geluid/

j kieboom zei op 5 december 2019 om 16:09 uur

Reactie : Foto : Bovenste rij: In midden Sjaak Wesseling , uit Sassenheim.

2e rij van boven: 1e v. links , Joop Schrama 2e Siem Klüver uit Alkmaar , 7e naast Br Renatus Jan v Loon schipperszoon is niet gaan varen. 8e ook naast de broeder Harrie van Vucht uit Zevenbergen.3e rij 1e links Tiny koopmans uit Dinteloord. 5e Pietje Peters.
7e ,Edwin Ramirez uit curacao 8e gehurkt Jan Kieboom schipper , later electromachine monteur.
Onderste rij:2e van links Ben Ruijgrok. 4e Stan Beisterveld uit Brabant.

Reactie toevoegen

Je e-mailadres is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.