Het rijke roomse leven in brabant 1900-1970

Huize Padua

Kloosters

In 1722 stichtte Daniël de Brouwer een “religieus gezelschap” in de kleine kluis van Handel, op het grondgebied van Gemert. De Brouwer was in 1674 geboren en in 1696 Franciscaan geworden. De kleine Handelse communiteit groeit al snel uit tot een 13-tal broeders. In 1734 wordt een nieuw, groter klooster gebouwd, Bloemendaal geheten.

De Kluis
De Kluis

De broeders kosterden in de Handelse Genadekapel, ontgonnen stukken Peel, gaven onderwijs aan jongens én… ze brouwden bier. Die laatste activiteit verliep ook nog eens tamelijk voorspoedig.

De Gemertse brouwers namen de Broeders het succes van hun brouwerij niet in dank af. Ze maakten bij de overheid dan ook allerlei bezwaren tegen de Broederlijke brouwactiviteiten. Uiteindelijk leidden deze “kuiperijen” tot niets, maar het leek Daniël de Brouwer toch raadzamer om vlak over de grens, in het Land van Ravenstein, opnieuw te beginnen. Dat was in 1741.

Het jaar daarop verrees Huize Padua in Boekel, vlakbij Handel. Het brouwen en ontginnen ging hier gewoon door, net als het geven van onderwijs. De school van de broeders penitenten (bekend als Handelse kluis) kreeg zelfs regionale beroemdheid . In 1745 overleed de stichter, maar de communiteit bloeide.

Huize Padua
Huize Padua

Gedurende de Franse Tijd (1795-1813) hadden de Broeders het moeilijk. De Franse revolutie had een hekel aan religieuzen (congregaties mochten geen nieuwe leden meer aannemen, zodat ze vanzelf zouden uitsterven). In 1813 telde Huize Padua dan ook nog maar twee broeders.

Gelukkig veranderden de tijden net op tijd en met steun van onder andere de pastoor van Boekel krabbelde de communiteit uit dit dal. In 1848 namen de paters Capucijnen het geestelijk bestuur van de Broeders op zich, wat uiteindelijk in 1871 leidde tot de vaststelling van de Statuten en Regel, waaraan zich toen 21 Broeders onderwierpen.

Huize Padua
Huize Padua

In de Statuten was nu ook officieel de “verzorging van de geestelijk gestoorde evenmens” opgenomen, iets waar de broeders al in 1830 mee begonnen waren. Dat was een gevolg van een nieuwe Onderwijswet in Nederland, waardoor de Broeders van onderwijsgeven aan jongens werden uitgesloten. In 1832 begon men met de verzorging van de eerste patiënten in de Oude Kluis. Vijf jaar later kon er al een aparte woning voor de verpleging neergezet worden.

Ook op dit terrein begon de wetgever zich te roeren: in 1841 werd de Krankzinnigenwet van kracht, die onder meer het (Staats)toezicht op krankzinnigen en krankzinnigengestichten regelde.

De apotheek van Huize Padua
De apotheek van Huize Padua

Met andere woorden, de broeders moesten vergunning voor hun activiteiten vragen, die hen in 1843 verleend werd. Daarmee waren ze de eerste congregatie in Nederland die zich officieel met de geestelijke gezondheidszorg bezig mocht houden.

Padua groeide niet alleen in Boekel: in 1902 kwam er een nieuwe stichting in Udenhout (Huize Assisië), in 1925 in Apeldoorn (psychiatrische inrichting St. Josephstichting), en in 1938 in Tilburg (juvenaat Mariahof, in 1953 uitgebreid met het Instituut voor geesteszwakke kinderen Piusoord). Zo heeft “Padua” zich in de afgelopen 175 jaar ontwikkeld van ‘bewaarplaats van krankzinnigen’ naar een modern psychiatrisch behandelcentrum, onderdeel van de GGZ Oost Brabant.

50

Reacties (50)

Eduard VAN GASSE zei op 3 augustus 2018 om 09:40 uur

Mijn grootvader, Eduardus Napoleon VAN GASSE (1896-1976) behoorde tot een groep Belgische Vluchtelingen die in 1914 verbleven in Huize Padua (Boekel). Ik heb daar een groepsfoto van (die ik u natuurlijk kan bezorgen). Weet u meer over dat fascinerend stuk geschiedenis?

Mariët BruggemanBHIC zei op 7 augustus 2018 om 14:39 uur

Ik heb wat stukken uit het archief van de gemeente Boekel ingekeken over Huize Padua, maar daarin niets gevonden over het opnemen van Belgische vluchtelingen.
Maar misschien kunnen we aan de hand van jouw foto een oproep doen of mensen meer informatie hebben? Je zou de scan van de foto mogen opsturen naar info@bhic.nl tav Mariët.

Eduard Van Gasse zei op 7 augustus 2018 om 15:12 uur

Bedankt, mevrouw Bruggeman, de foto werd gemaild.

Gerard H.A.A. de Bie zei op 15 augustus 2018 om 21:08 uur

Beste heer Eduard van Gasse,
Veel is het niet wat ik tot heden vond.
Echter dit krantstukje komt uit de Udense Courant van 15 September 1915 .
Boekel : Alhier overleed na een zeer smartelijk maar geduldig lijden, een geïnterneerde Belgische soldaat, die ruim acht dagen liefdevol werd verpleegd in het Gasthuis der Eerw. Zusters alhier.
Het is de 24 jarige Louis Crooiman, zoon van een geachte familie uit Achel. In 't eerste tijdperk van de oorlog [tijdens] die strenge koude winterdagen is hij gewond [geraakt] en werd na 5 dagen in een bosch gevonden, krankzinnig geworden van pijn en ontbering is de arme sukkel door het Nederlandsche Roode Kruis opgenomen en na een tijd alhier in 't krankzinnigengesticht Huize Padua te zijn verpleegd, vervoerd naar het gasthuis alhier, waar hij zacht en kalm overleed. Bij volle kennis zijnde gekomen koesterde de arme verdediger nog steeds de hoop eenmaal nog zijn vader te mogen zien wat echter niet heeft mogen zijn. Zijn moeder was reeds 18 jaren dood. O die Oorlog !!!

Ed Van Gasse zei op 15 augustus 2018 om 21:36 uur

Bedankt, Gerard. Voor zover ik het verhaal ken en de foto interpreteer moet het om hier om een gestructureerde opvang gaan van een groep vluchtelingen en niet om occasionele opvang van een zieke. Ik zou dus denken dat het krankzinnigengesticht tijdelijk als een opvangplaats werd gebruikt voor vluchtelingen. Alleszins hartelijk dank voor uw opzoekingswerk.

Mariët BruggemanBHIC zei op 16 augustus 2018 om 10:11 uur

Mijn collega Marilou gaat met de foto van Ed een oproep plaatsen op onze website voor meer informatie. Hopelijk gaat dit wat meer gegevens voor je opleveren Ed.

Ans van Vlijmen zei op 3 november 2018 om 21:14 uur

Hallo, ik begrijp dat een leerling-verpleegkundige heeft gewerkt in Huize Padua. Ik ben bezig met de stamboom van familie van de Gevel en ben op zoek naar informatie over mijn overgrootvader. Hij heet Wilhelmus Cornelis, heeft in de jaren 1950 in Huize Padua gewoond. Misschien kent zij hem ook nog?

Lisette KuijperBHIC zei op 7 november 2018 om 10:45 uur

Begrijpelijk dat je meer informatie wilt over de tijd dat je overgrootvader in Huize Padua heeft gewoond, Ans. Ik heb even navraag gedaan bij mijn collega, maar helaas beschikken wij niet meer over de contactgegevens van deze leerling verpleegkundige.

Voor meer informatie zou ik je willen adviseren contact op te nemen met het Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven, waar archiefmateriaal van Huize Padua aanwezig is (onder archiefinventaris Broeders Penitenten). Je kunt meer informatie vinden op hun website: https://www.erfgoedkloosterleven.nl/

Daarnaast zou je navraag kunnen doen bij de GGZ-Oost-Brabant, zoals mijn collega Mariët hierboven heeft aangegeven. Veel succes met je zoektocht!

Ans van Vlijmen zei op 8 november 2018 om 11:38 uur

Hoi Lisette, hartelijk dank voor je bericht, ik ga navraag doen bij Erfgoedcentrum. Groetjes, Ans

Gerard H.A.A. de Bie zei op 8 november 2018 om 12:06 uur

Beste Ans heb je al geïnformeerd bij 'Museum de Kluis' dat gevestigd is in het allereerste gebouw van Huize Padua aan de rand van Boekel.
Daar wordt door middel van de vele foto's en voorwerpen de geschiedenis verteld van de broeders Penitenten.
Openingstijden
Maandag - gesloten
Dinsdag - 14:00-16:00 uur
Woensdag - 09:00-12:00 uur
Donderdag - gesloten
Vrijdag - gesloten
Zaterdag - gesloten
Zondag - gesloten
*Elke laatste zondag van de maand open van 13.00 tot 17.00
telefoon: 0492-846173

Ans van Vlijmen zei op 8 november 2018 om 13:01 uur

Hallo Gerard, dankje voor de informatie. Daar heb ik niet geïnformeerd, hebben zij ook een archief daar?

Ans van Vlijmen zei op 8 november 2018 om 13:05 uur

Ben ik weer, heb even teruggelezen en er is inderdaad een archief in het museum met opnameboeken van patiënten. Ik ga daar meteen achteraan.

Lisette KuijperBHIC zei op 8 november 2018 om 13:31 uur

Bedankt voor de waardevolle tip, Gerard! Ans, veel succes met je onderzoek. Hopelijk kunnen ze je bij dit museum verder helpen!

Ans van Vlijmen zei op 8 november 2018 om 14:19 uur

Dankje Lisette, ik hoop het ook en ben heel benieuwd. Heb vandaag zowel naar Erfgoedcentrum Ned. Kloosterleven als GGZ Oost-Brabant een brief gepost, ik hou je op de hoogte van hun reaktie.

Ellen zei op 26 november 2018 om 12:55 uur

ook ik ben op zoek naar een broer van mijn overgrootmoeder. Hij is met 36 jaar op 27-7-1890 opgenomen op Huize Boekel. Zijn naam is Wouterus van Reisen geboren 21-11-1854 in Voorhout. Graag zou ik willen weten wat de diagnose was, dus waarom hij opgenomen was. Hij is op 48 jarige leeftijd op Huize Padua op 14-11-1903 gestorven. Hij heeft dus 13 jaar op Huize Padua gewoond. Kunt u mij helpen?

Gerard H.A.A. de Bie zei op 26 november 2018 om 14:59 uur

Ook hiervoor zou ik je Ellen willen verwijzen naar: 'Museum de Kluis' dat gevestigd is in het allereerste gebouw van Huize Padua aan de rand van Boekel.
Daar wordt door middel van de vele foto's en voorwerpen de geschiedenis verteld van de broeders Penitenten.
Openingstijden
Maandag - gesloten
Dinsdag - 14:00-16:00 uur
Woensdag - 09:00-12:00 uur
Donderdag - gesloten
Vrijdag - gesloten
Zaterdag - gesloten
Zondag - gesloten
*Elke laatste zondag van de maand open van 13.00 tot 17.00
telefoon: 0492-846173

Lisette KuijperBHIC zei op 28 november 2018 om 11:45 uur

Bedankt weer voor je hulp, Gerard! Ik zou inderdaad eerst eens informeren bij Museum de Kluis, Ellen. Mochten ze jou daar niet verder kunnen helpen, dan kun je altijd nog navraag doen bij het Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven en/of de GGZ Oost-Brabant. Veel succes met je onderzoek!

Ellen zei op 29 november 2018 om 13:40 uur

Dank je Lisette en Gerard voor jullie antwoord
Ik ga daar zeker zoeken
Hartelijke groet. Ellen

Bert Wezenberg zei op 11 augustus 2008 om 23:52 uur

Het zal nooit de bedoeling zijn geweest om er een gevangenis te gaan bouwen, welke in de toekomst, naar alle waarschijnlijkheid alleen maar uitgebreid word!

Piet M.J. van Alphen zei op 3 juni 2009 om 15:58 uur

De bibliotheek van de Minderbroeders te Handel, had een archief, hierin bevond zich een boek met hand getekende afbeeldingen van oude kerken.
Het zou enige exemplaar zijn van dit boek. Graag zou ik vernemen waar dit boek is, en of er een mogelijkheid bestaat om dit eens te bekijken. Om een voorbeeld te geven: er stond een tekening in van"De Kapel te Neijnsel" te Sint-Oedenrode.In het kerkarchief van de parochie Nijnsel zit een copytekening hiervan.

Marilou Nillesen, namens BHIC zei op 4 juni 2009 om 13:15 uur

Beste Piet,

Na overleg met mijn collega Henk Buijks komen we uit op het boek 'Het schetsenboek van Hendrik Verhees', een uitgave van Jan van Laarhoven (1975). Daarin staat ook de tekening van "De kapel te Neijnsel onder St Oeden roden, tans een School en Schoolheuijs."

We hebben dit boek zowel op onze locatie in Den Bosch als in Grave dus je kunt kiezen waar je het wil komen inzien!

Mart Witlox zei op 6 januari 2010 om 21:00 uur

Ik ben zeer geinteresseerd in de foto van de apotheek. Wieis in het bezit van deze foto?

Dorethé zei op 6 januari 2010 om 21:10 uur

Kijk op deze site even onder Geschiedenis en dan Brabantse foto's. Zoek op Padua en dan kom je de foto wel tegen. Je kunt deze opslaan of bestellen.

karin zei op 13 augustus 2011 om 15:34 uur

Goedemiddag,

De oom van mijn moeder, Willem Hendrik Lodewijk van Waeterschoodt, kwam in 1958 met de Johan van Oldenbarnevelt uit Ned.-Indie naar Nederland. De familie in Nederland wist daar niets van, wel wisten ze dat hij geestelijk niet in orde was. Een poosje geleden heb ik op zijn persoonskaart gezien dat hij in Huize Padua in Boekel is overleden. Is er in Huize Padua een archief waarin staat hoe en wanneer hij daar terecht is gekomen? Is er misschien een foto van hem? Kunt U mij vertellen bij wie ik dit het beste kan navragen? Bij voorbaat dank.
Vriendelijke groet,
Karin Riper

Mariët Bruggeman, namens BHIC zei op 15 augustus 2011 om 13:28 uur

Beste Karin,

Ik heb even gebeld met Huize Padua; het blijkt dat de opnameboeken van patiënten berusten bij het Museum de Kluis in Boekel. De patiëntendossiers liggen in de kelder van Huize Padua zélf.
Uit beide kan slechts informatie worden gekregen na schriftelijke toestemming van het bestuur van het GGZ-Oost-Brabant, locatie Coudewater (dhr. R. Konijn), Berlicumseweg 8, 5248 NT Rosmalen. Je kunt je verzoek dus het beste aan hen richten.

Heel veel succes en met vriendelijke groeten,

Marilou Nillesen, namens BHIC zei op 8 november 2012 om 14:48 uur

Inmiddels heeft iemand zich gemeld die als leerlingverpleegkundige heeft gewerkt op Huize Padua. Zij kan zich het familielid van Karin goed herinneren en het contact tussen beiden is inmiddels gelegd.

Bert Wezenberg zei op 11 augustus 2008 om 23:52 uur

Het zal nooit de bedoeling zijn geweest om er een gevangenis te gaan bouwen, welke in de toekomst, naar alle waarschijnlijkheid alleen maar uitgebreid word!

Piet M.J. van Alphen zei op 3 juni 2009 om 15:58 uur

De bibliotheek van de Minderbroeders te Handel, had een archief, hierin bevond zich een boek met hand getekende afbeeldingen van oude kerken.
Het zou enige exemplaar zijn van dit boek. Graag zou ik vernemen waar dit boek is, en of er een mogelijkheid bestaat om dit eens te bekijken. Om een voorbeeld te geven: er stond een tekening in van"De Kapel te Neijnsel" te Sint-Oedenrode.In het kerkarchief van de parochie Nijnsel zit een copytekening hiervan.

Marilou Nillesen, namens BHIC zei op 4 juni 2009 om 13:15 uur

Beste Piet,

Na overleg met mijn collega Henk Buijks komen we uit op het boek 'Het schetsenboek van Hendrik Verhees', een uitgave van Jan van Laarhoven (1975). Daarin staat ook de tekening van "De kapel te Neijnsel onder St Oeden roden, tans een School en Schoolheuijs."

We hebben dit boek zowel op onze locatie in Den Bosch als in Grave dus je kunt kiezen waar je het wil komen inzien!

Mart Witlox zei op 6 januari 2010 om 21:00 uur

Ik ben zeer geinteresseerd in de foto van de apotheek. Wieis in het bezit van deze foto?

Dorethé zei op 6 januari 2010 om 21:10 uur

Kijk op deze site even onder Geschiedenis en dan Brabantse foto's. Zoek op Padua en dan kom je de foto wel tegen. Je kunt deze opslaan of bestellen.

karin zei op 13 augustus 2011 om 15:34 uur

Goedemiddag,

De oom van mijn moeder, Willem Hendrik Lodewijk van Waeterschoodt, kwam in 1958 met de Johan van Oldenbarnevelt uit Ned.-Indie naar Nederland. De familie in Nederland wist daar niets van, wel wisten ze dat hij geestelijk niet in orde was. Een poosje geleden heb ik op zijn persoonskaart gezien dat hij in Huize Padua in Boekel is overleden. Is er in Huize Padua een archief waarin staat hoe en wanneer hij daar terecht is gekomen? Is er misschien een foto van hem? Kunt U mij vertellen bij wie ik dit het beste kan navragen? Bij voorbaat dank.
Vriendelijke groet,
Karin Riper

Mariët Bruggeman, namens BHIC zei op 15 augustus 2011 om 13:28 uur

Beste Karin,

Ik heb even gebeld met Huize Padua; het blijkt dat de opnameboeken van patiënten berusten bij het Museum de Kluis in Boekel. De patiëntendossiers liggen in de kelder van Huize Padua zélf.
Uit beide kan slechts informatie worden gekregen na schriftelijke toestemming van het bestuur van het GGZ-Oost-Brabant, locatie Coudewater (dhr. R. Konijn), Berlicumseweg 8, 5248 NT Rosmalen. Je kunt je verzoek dus het beste aan hen richten.

Heel veel succes en met vriendelijke groeten,

Marilou Nillesen, namens BHIC zei op 8 november 2012 om 14:48 uur

Inmiddels heeft iemand zich gemeld die als leerlingverpleegkundige heeft gewerkt op Huize Padua. Zij kan zich het familielid van Karin goed herinneren en het contact tussen beiden is inmiddels gelegd.

Wim Degens zei op 12 november 2020 om 12:46 uur

Ik werd door mijn moeder, onder valse voorwendsels met mijn boksbal, bokshandschoenen, zwemvliezen en -broeken, zadel, laarzen en rijbroek, tennisspullen naar Huize Padua gereden. Ik werd volgens haar op geen enkele kostschool meer aangenomen, was volgens de man die bij ons "het vlees was komen snijden" en onze uitgang weigerde te nemen, onhandelbaar voor hem. Hij was een zachte winden later altijd verscholen achter zijn religieuze utopieën lectuur in 'zijn' onwettig toegeëigende fauteuil die door zijn onafgebroken veelvuldige gebruik steeds dieper uitgehold werd in het zitgedeelte. Hij en zijn God hadden volgens hem en mijn moeder een directe lijn voor Goddelijke raad.
Ik weigerde die kleurloze man op mijn vaders plaatsen te erkennen en liet al vanaf zijn eerste entree zijn cadeautjes onuitgepakt en onaangeroerd om hem al op 7 jarige leeftijd te laten zien, dat hij mijn acceptatie niet kon
kopen. God had hem laten weten dat ik minachting voor geld had en in 1959, na de dood van mijn echte vader, onder geen enkele voorwaarde over mijn op mijn 21ste geërfde vermogen zou mogen beschikken. Mijn moeder vroeg onze huisarts de vereiste dokters attest van mij te tekenen om mij te laten opnemen in Huize Padua, afd. observatie, om mij daar ontoerekeningsvatbaar te laten verklaren. De absolute zekering dat ik dan zelfstandig nooit over mijn eigen erfvermogen zou kunnen beschikken. Onze huisarts kende mij heel goed en wist van a tot z over mij alle achtergronden van mijn hoe en waarom ik zogenaamd onhandelbaar was binnen ons heersende strafsysteem opvoeding. Hij vond mij juist 100% normaal teageren op alles wat mij tot mijn 18de was overkomen. Mijn moeder schrapte hem van onze verjaardagskalender en royeerde hem uit hun bridgeclub. Hij had notabene mij in ons huis in 1941 ter wereld gehaald. Hij kende mij inderdaad maar werd verbannen in ons gezin.
Zonder die geweigerde doktersattest mocht Huize Padua mij wettelijk toen niet opnemen. De geneesheer directeur dokter van Baar had daar een verantwoord alternatief voor gevonden.
Mochten de lezers dit verder willen lezen, dan zal ik mijn nooit eerder en later vertoonde uitzondering op Huize Padua voor ruim een jaar verder onthullen.

wim degens zei op 10 februari 2021 om 11:58 uur

........omdat onze, en dus mijn, huisarts op mijn 18 de jaar geen enkele geestelijke noch mentale afwijking vond, laat staan een reden om mij te laten opnemen in Huize Padua, weigerde hij op dat verzoek van mijn moeder mee te werken door absoluut niet zijn doktersattest te schrijven om mij dan legaal op te kunnen sluiten op e.o.a. afdeling in een soortgelijk huis. Derhalve wilde Huize Padua geneesheer dr. van Baar mij met een Passe Partout (hoofdsleutel) mij huisvesting geven plus, zolang ik daaraan wilde meewerken, onderwerpen aan een 2 maal wekelijks diepgaand gesprek over wie ik ben, wil zijn en hoe ik mijn toekomst dacht te gaan invullen. Zonder mij die hoofdsleutel te geven kon ik het instituut later juridisch aansprakelijk stellen wegens hun wederrechtelijke vrijheidsroof, zonder onze huisarts zijn doktersattest.
Ik kon dus gaan en staan waar en wanneer ik maar wilde. Werd onmiddellijk bevriend met de directeur van de boerderij de heer Assendelft en werkte vrijwillig en met heel veel plezier mee op de grote gestichtsboerderij waar geen patiënten kwamen of werkten. 1 jaar en 3 maanden lol op die boerderij met de boeren knechten in hun Oost Brabantse accenten en vooral met de dieren die ik verzorgde.
Pater Herr sj, rector van het Canisius College, haalde mij daar tenslotte voorgoed weg. Hij vond het een beschamende schande van mijn moeder en de vele andere heimelijke opvoeders, dat zij mij Huize Padua hadden aangedaan. Hij had mij op het Canisius College een intern schooljaar onder zijn hoede gehad op mijn 12de jaar.
Hij nam mij tegen de onbegrijpende wereld in bescherming toen ik dat zelf nog niet kon.
Een geweldige menselijke jezuïet van het goede hout gesneden!

Thijs de LeeuwBHIC zei op 11 februari 2021 om 09:10 uur

Bedankt Wim voor het delen van jouw verhaal. Echt verbijsterend wat je, op nog zo'n jonge leeftijd, hebt meegemaakt. Het zal allicht een schrale troost zijn geweest, maar gelukkig was er dan het dankbare werk op de gestichtsboerderij, de heer Assendelft (wat herinner je je nog het beste van hem?) en uiteindelijk het ingrijpen en het luisterend oor pater Herr s.j. Hoe ging het daarna verder?

Wim Degens zei op 3 maart 2021 om 11:40 uur

Dag Thijs de Leeuw,
De psychische schade na mijn verblijf in volgens mijn broers en zus en neven en nichten in een 'gekkenhuis' bleek voor mij onverwachts enorm. Ik was, ongeacht de werkelijke gang van zaken in deze opname door hen en zelfs mijn volwassen familieleden de familiegek die tot alles in staat is. Mijn tegendraadse verleden bleef mijn onvolwassen imago en werd altijd aangevoerd als de plausibele reden waarom ik in mijn hele familie nooit op een huwelijks feest, promotie viering, geboorte van de 4 kinderen van mijn zus, het Zwitserse familiechalet waar iedereen regelmatig logeerde werd uitgenodigd. Ik was de persona non grata in de familie. Daar heb ik het erg moeilijk mee gehad. Ik moest in de krant lezen van het grote feest waar Princes Margriet en Pieter van Vollenhoven bij de gasten hoorden. De enige van mijn hele familie die er niet bij was was de "familiegek" van Huize Padua.
Ik werd weggekeken en kon niets meer goed doen.
Afterall heb ik er(onwetend of ik daar ooit nog voorgoed weg zou komen) zelf een leuke tijd gemaakt en waren de boerenknechten en de heer Assendelft zichtbaar aangeslagen toen ik hen volkomen onverwacht vaarwel kwam zeggen. Het meisje van een grote kippenboeren vader uit Handel nb, die vanwege mijn verblijf op Huize Padua niet met mij mocht omgaan, heb ik helaas niet meer gezien. Huize Padua is (vaak door mij ongemerkt)een ramp geweest in mijn hele latere leven.

Wim Degens zei op 3 maart 2021 om 12:01 uur

De heer Assendelft begreep in onze koffiegesprekken totaal niets van waarom mijn ouders mij in het gesticht (zoals hij het zelf altijd noemde) geplaatst hadden.
Hij was zeer aardig en altijd vol interesse voor mij. Ik reed op alle tractoren en kreeg verantwoordelijk werk om mij te bewijzen dat HIJ wel vertrouwen in mij had! Prima kerel dus. Helaas na mijn vertrek contact verloren gegaan. Pater Herr was een asceet met een gouden hart. Hij was rechtvaardig streng en werd mijn spirituele vader in wie ik een onbevangen vertrouwen had. Ik ben na zijn zware hersenbloedingen zijn laatste bezoekende leerling geweest op Berchmanianum, het religieuzen verzorgingshuis waar hij verpleegd werd.
Hij bevestigde mijn zeer lage eigenwaarde onophoudelijk met goede voorbeelden welke mij rationeel overtuigden geen positieve lulkoek te zijn.

Thijs de LeeuwBHIC zei op 3 maart 2021 om 12:36 uur

Wat een verhaal Wim.. echt heel heftig hoe dit verblijf heeft nagedreund in je verdere leven. Enorm bedankt dat je er hier tóch meer over wilt vertellen. Mooie woorden over pater Herr en dhr. Assendelft, gelukkig zijn destijds ook zulke mensen op je pad gekomen, die positieve energie gaven.

W Degens zei op 5 maart 2021 om 14:29 uur

Dank je voor je interesse en je empathische betrokkenheid. In ons gezin waarin ik, door de man die ooit 'het vlees kwam snijden' als png verbannen werd, vanaf mij 8ste, heeft nooit iemand mij gevraagd hoe ik mijn "one flow over the coockooks nest van 15 maanden beleefd heb of had. Alles wat in die film gebeurde in het gebouw heb ik van zeer nabij in werkelijkheid zien gebeuren. De sleutel en de boerderij waren mijn overleving eilanden die mij genoeg afleiding en zelfvertrouwen leverden. Ik was me toen niet bewust van mijn levenslange imagoschade welke zich in mijn levenspad zich zou ontvouwen. Ik zal altijd een getekend man blijven omdat niemand daadwerkelijk geïnteresseerd bleek, onder welke uitzonderlijke omstandigheden ik daar alleen maar geparkeerd onderdak tegen privé betaling verbleef zonder enige vorm van gerichte psychotherapeutische, medische behandeling. Dat maakt het foute en onherstelbare imago van mij extra wrang en onverteerbaar.

W Degens zei op 5 maart 2021 om 14:41 uur

Thijs, jij lijkt mij een zeer sociaal voelend mens. De mensen in jouw omgeving zullen ongetwijfeld heel blij met jou zijn.
Voor mij zijn begrip, respect en onbaatzuchtige liefde de helaas zwaar ondergewaardeerde schatten in ieders leven. Jij bent een goede eerlijke vriendschap waard.

willem degens zei op 22 maart 2021 om 17:20 uur

Overdag na het ontbijt op mijn eigen kamer (oorspronkelijk bedoeld als isolatie cel, maar met mijn eigen sleutel) liep ik iedere dag vrijwillig maar ingepland naar de boerderij om met alles mee te helpen. Daardoor ontgingen mij allerlei drama's welke zich overdag op
mijn afdeling observatie afspeelden. Tot ik een keer behoorlijke griep had en die 3 dagen op het paviljoen bleef.
Uit verveling verliet ik mijn kamertje en merkte een opgewonden sfeer bij enkele patiënten. Er werd geshockt. Nooit eerder van gehoord of gezien. Het gordijn voor het kleine raam van de recreatiezaal naar de grote slaapzaal was opvallend dicht. Ik loerde naar wat we niet mochten zien. 6 bedden met patiënten lagen bezet en enkele witte jassen met apparatuur waren met hun ruggen naar mij gekeerd bezig met een patiënt. Ineens brak een weerzinwekkend schouwspel los. Een jongen met een spons in zijn mond en enkele draden rond zijn hoofd vloog plotseling paars aanlopend enigszins overeind, trillend als een rietje en stijf als een plank. Echter in doodse stilte vanwege die dikke spons in de mond. Langzaam nam de spanning in zijn lichaam af en gingen de witte jassen naar de volgende jongen die zich onder zijn dekens probeerde te verstoppen. Tevergeefs. Ik ging weer naar mijn kamer want ik had er meer dan genoeg van gezien. Dit gebeurde wekelijks altijd op woensdagmorgen. Overdag moest je daar dus niet onnodig verblijven. Ik zag het gelukkig eenmaal.

Thijs de LeeuwBHIC zei op 24 maart 2021 om 06:58 uur

Hallo Willem, goed om je hier terug te zien. Wat je hier beschrijft is wel heel aangrijpend. Om zoiets in het echt te zien, ook nog zonder daarop voorbereid te zijn, en vervolgens iedere woensdagmorgen weten dat het weer zo ver is... Dat neem je wel mee. Misschien dat je ook daarover nog met dhr. Assendelft hebt gesproken? Of toch vooral zelf alles verwerkt? En zijn er nog andere dingen die je bijstaan van de omgang met de patiënten en de behandelingen daar?

Willem Degens zei op 26 maart 2021 om 17:00 uur

Jah,
wanneer ik 's morgens naar de boerderij liep, kwam ik altijd langs de arbeidstherapie steenfabriek, waar naartoe een kleine spoorrails liep met daarop enkele voor menselijke kracht handteerbare wagonnetjes. Daarop werden door patiënten handmatig stenen getransporteerd naar een keurig opgestapelde verzamelplaats van zelf gemaakte en gebakken bakstenen. Af en toe kwam een 30 tonner vrachtwagen met een steektrolley die stenen ophalen voor doeleinden waarvoor ze gemaakt waren. Die patiënten leken nooit om zich heen te kijken in een blik van lenteverwondering of verbazing. Zij deden wat hen geprogrammeerd was te doen. Leken mij mensen die volkomen van de wereld waren. Ik zei wel eens "goedemorgen". Werd op noch om gekeken en altijd onbeantwoord. Communicatie isolatie kwam je daar overal tegen.

's Maandagsmorgens wilde ik nooit meer op de boerderij komen. Dan werd er geslacht. De eerste keer dat mij dat op een nog onbevangen maandagmorgen overkwam, vond ik een dramatische ervaring. In doodsangst gillende varkens en loeiende koeien die nu geen kant van leven meer op konden. Mensen in levensbedreigende nood wil je niet wekelijks hoeven mee te maken op die leeftijd. Maar dieren, die je met hun onschuldige grote ogen wanhopig aankijken, overgeleverd aan onze soortgenoten, die hen als niets zijnde behandelden, zagen hun laatste minuten voor zich aftekenen, Zij staarden ten einde raad naar de druk bezig zijnde gewetenloze ‘mensen’ met het opensnijden van een net gedode, nog wild stuiptrekkende weidevriendin of stal vriendje. Ik vulde in hoe ik mij al stier of zwijn of kalfje zou voelen. In handen van horrormonsters ging mij door merg en been waar ik zelfs niet van kon slapen. Hun machteloosheid, in handen van hun overheersers, die een eind aan hun bestaan maakten, deed mij associëren met mijn machteloosheid in de handen van mijn misbruiker op kostschool toen ik een onschuldig kalfje van 8 jaar was. Ik haatte die bloederige slachters, hun onverschilligheid voor het leven van een dier en hun meedogenloze hardheid om slachter als je beroep te kiezen. Ik kon die op de dood wachtende dieren niet helpen. Dat maakte mij nog ellendiger. Gelukkig waren die slachters kennelijk ingehuurde slachtarbeiders, die niet op onze boerderij in dienst waren. Om 12.00 hr werd al het bloed van de tegels weggespoten en om 12.30hr was er van deze mensonwaardige horror niets meer te zien op de grote vierkante binnenplaats van de boerderij. Dus na het diner (altijd ‘s middags van 12.30hr tot 13.00hr) liet ik mij weer zien op de boerderij. Alleen de heer Assendelft wilde weten of ik die eerste absente maandagmorgen geen zin had om te komen. Hij lachte mij uit toen ik het hem eerlijk vertelde. De enige keer overigens dat ik hem niet mocht. Mijn gevoelens werden niet begrepen, ik besefte dat ik daarin waarschijnlijk weinig verschilde met veel gestigmatiseerde patiënten die volgens mij in die tijd ook niet begrepen werden in wat zij voelden. Het verschil met mij en een patiënt was, hoe ik met die onbegrepen gevoelens in de eenzaamheid in mijn gedachten kon omgaan. Zo dacht ik toen, want denken - en vooral diep doordenken - deed ik altijd over alles wat ik in mijn leven tegenkwam.

Rond de avondlunch meldde ik mij op mijn afdeling “Observatie”.
Tot de tafels gedekt waren en het eten gebracht werd, luisterden we naar populaire muziek als Toppop op de radio.
Af en toe begon iemand plotseling te schreeuwen, viel kwijlend en spartelend op de grond, tot de verplegers ons uitzicht belemmerden.
Ik wilde niet kijken. Ik had een vaste plaats aan tafel in een oorspronkelijk (verward) intellectueel gezelschap.
1 pater Jezuïet, een pater van Mil Hil met een paarse band om zijn middel van zijn zwarte pij. Hij had uitpuilende ogen en je kon heel goed zien dat hij niet goed was. Er zat ook een bekende tv maker en een leraar filosofie theologie bij. Aan tafel werd nauwelijks door ons gepraat. De Mil Hiller brabbelde wel eens wat onsamenhangends tegen zijn schaduw, wat je nooit miste wanneer je het niet verstaan had. Verder gebeurde er nog met patiënten heel onverwachtse dingen waar je zeker ook niet getuigen van geweest wilde zijn. De paters Mil Hil en de Jezuïet zorgden dan dat niemand meer kon zien wat er op dat moment voor walgelijks gebeurde.
Ik had gelukkig dan snel mijn kamertje met mijn eigen platenspeler met uitzicht op het voetbal en sportveld, pal onder mij.

Ik verwerkte altijd alles alleen. Zo open als ik nu ben, zo gesloten was ik toen. Sprak nooit met wie dan ook over hoe ik mij voelde en wat ik dacht.
Dhr Asseldelft zei mij, soms te vaak naar mijn beleving, dat hij zoveel respect voor mij had. Dat begreep ik niet, want ik voelde mij minder dan min, maar wel met altijd een glimlach of een schaterlach. Mijn humor en relativeervermogen hielden mij op de been. Toch was ik en voelde ik mij als een volledig verstotene uit mijn hele familie. Dat is tot vandaag zo gebleven. Het bleek mijn nooit te overwinnen lot. Maar waarom?
Ik weet nog steeds niet hoe ik die 15 maanden met die gedachten de nachten ben doorgekomen.
Op 1 ernstig incident na. Een zware Zeeuwse patiënt van ruim 30 jaar spuugde mij een keer onverwachts midden in mijn gezicht.
Onder gelukkig veel getuigen gaf ik hem onmiddellijk daarna een getrainde boks knal onder zijn kin. Hij viel achterover en brak zijn kaak. Dit was het ergste wat mij had kunnen overkomen, dacht ik toen. Want nu had de leiding een reden om mijn sleutel van en naar mijn vrijheid van mij af te pakken. Dat gebeurde niet. Die patiënt heeft weken vloeibaar voedsel moeten eten en ik mocht de sleutel blijven beheren zonder dat ik later daar hinder over dit voorval ondervond.
Ik heb in mijn hele verhaal van mijn verblijf in Huizen Padua niet kunnen herbeleven, wat ik met mijn herdershond Aldor beleefd heb tijdens mijn verblijf op Huize Padua en hoe dat allemaal afliep om mij, met uitzicht op de, voor mij nog onzichtbare, valreep, op de zwaarste proef te stellen, hoe ik in emotionele paniek zou reageren. Dat heette: ‘maximaal geforceerde observatie’, volgens geneesheer dr. van Baar.

Willem Degens zei op 26 maart 2021 om 22:36 uur

Beste Thijs,
Acht jij het zinvol dat ik je, na veel zoekwerk, een foto van mij op de Massey Ferguson tractor van de boerderij en van de steenfabriek patiënten, die een wagonnetje met steen voorttrekken, toestuur? Feitelijk mocht ik geen patiënten herkenbaar fotograferen.
1960 Huize Padua een van de stevig bewaakte arbeidstherapieën de slavenarbeid op de steenfabriek.
Alleen de koeliezweep ontbrak!
Deze arme mensen waren 100% afgeschreven voor genezing, maar werkten daar dag in, dag uit, jaar in, jaar uit op hun volle kracht voor ...........???
de inkomsten van het gesticht! Geen frisse vertoning!
Niemand keek meer naar hen om, behalve ik. Echter toen volstrekt machteloos binnen mijn context daar!

Thijs de LeeuwBHIC zei op 29 maart 2021 om 12:35 uur

Hallo Willem, die foto is welkom en kun je sturen naar het vertrouwde adres. Wat een indrukkend verhaal, ik val in herhaling maar wil je daar toch weer hartelijk voor bedanken. Wat jij al zegt: zo gesloten als je er toen over was, zo open ben je er nu over. Veel respect dat je dit allemaal deelt. Graag tot ziens!

William Degens zei op 30 maart 2021 om 21:24 uur

Mijn oudste broer en mijn moeder maakten mij wijs dat zij eindelijk een leuke school voor mij gevonden hadden. Haar auto werd volgepakt met mijn sportattributen en kleren. Op naar mijn onbekende nieuwe school. Geen haar op mijn begroeide kop die enige argwaan koesterde t.a.v. de "leuke" school. Moeder reed naar Brabant en met de kaart op mijn broers schoot zagen wij in Boekel "Huize Padua". Klonk nogal huiselijk en warm. Na nog wat kilometers provinciale weg zagen we een groot gebouw langs de weg met oprit en parkeerruimte genoeg. Moeder gebood ons in de auto te blijven. Zij liep het bordes op en verdween te lang achter de gelakte deur van het hoofdgebouw. Plotseling werden we met kloppen op het achter zijraam opgeschrikt door een man met een snottebel en een vieze open mond van het drop eten of zoiets. Hij vroeg op indringende wijze "noepie, noepie?" De s was hem kennelijk niet verbaal gegeven. Ik schrok me rot en dacht en vroeg mijn broer of dit ook op die leuke school zat? Hij antwoordde niet.


Mij overviel een gevoel van verraad en machteloosheid zelfs in mijn eigen gezin. De voordeur ging open en moeder en een grote broeder in het wit kwamen op ons af. Ik stapte uit de auto om die witte broeder een hand te schudden en mij oor te stellen. Hij bleek Broeder Alexander te heten en nam gelijk de leiding onvoorwaardelijk over. Ik moest daar afscheid van mijn moeder en broer nemen en met hem meelopen! Ik kon mijn oren niet geloven en zei hem dat ik mijn spullen en kleren nog wilde uitpakken. "Neen! Gewoon meelopen!" klonk het empathisch. Ik zag dat mijn moeder ook moeite had met zijn staccato opreden, gebiedende wijs enkelvoud!


Mijn moeder startte haar auto met al mijn leuke schoolspullen en ondanks de grote witte broeder Alexander bleef ik hen nastaren. Mijn broer stak nog even zijn hand ter afscheid op. De gebiedende wijs enkelvoud liet mij nog even nakijken. Zei verder geen woord en liep met grote stappen een aantal onpersoonlijke gebouwen voorbij. Ik zei ook geen woord. Ik probeerde ook maar een glimp van een leuke school ergens op te vangen. Niets!


We gingen het laatste gebouw rechts in met zijn sleutelbos. Voordeur op slot, lift op slot, alle sluisdeuren op slot welke hij allemaal meet 1 sleutel open maakte. Die ene sleutel paste kennelijk overal op. Na een paar troosteloze gangen kwamen we op de afdeling OBSERVATIE.


Ik moest van Broeder Alex in bad!!! Ik vroeg hem “Waarom, ik ging iedere morgen thuis onder de douche of in bad, dus ik was niet vuil.”


“Omdat ik het zeg! Hier geldt geen waarom wanneer het verplegend gezag iets gebiedt!” antwoordde hij mij bemoedigend.


Ik voelde dat ik hier met mijn verdwenen gevoel van eigenwaarde totaal niets meer voorstelde. Dat ik salto’s op de grond en in het water van de hoge springplank kon maken telde hier niet. Dat ik altijd voor slim werd versleten ook niet. Ik schakelde al mijn knoppen om en besloot mij zonder zelfs maar verbaal verzet mij te schikken naar hun ijzeren en betonnen systeem met al hun wapens als injectiespuiten en farmaceutische geheimen God weet waarin zij die zouden gooien.


Ik nam een bad en kreeg nu tot weer mijn ontsteltenis gestichts ondergoed en een pyjama. Ik kreeg een bed aangewezen en om 18.30u moest ik meteen in bed. Wat gaan we nou weer krijgen? Ik ging nooit voor 01.00u slapen. “Niets mee te maken! Je gaat in bed tot ik zeg dat je eruit mag behalve voor de toilet!” Terwijl het pas rond 22.00u donker zou worden lag ik midden ik midden in een open slaapzaal en had niets anders meer te doen dan de mensen welke af en aan langs mijn bed liepen te observeren. Hele ongewone wezens waar duidelijk van alles mee mis was.


Een jongen van mijn leeftijd keek normaal uit zijn ogen. Ik vroeg hem, “Hé, wat is dit hier voor een huis?” “Een gekkenhuis! Kan je dat niet zien dan?”


Hij was een boeren zoon uit de Peel en heette Peter X. Hij wilde niet zeggen of hij zichzelf dan ook gek vond. Hij vroeg mij die vraag terug. Ik antwoordde, “Nee!” Hoe lang ik in bed moest liggen wist hij niet, maar hier weglopen bezorgt je een enkele reis naar een gesloten paviljoen en onmogelijke regels, wist hij.


Ik moest om therapeutische reden een hele weer, NIET ziek echter om mijn wil te resetten in bed blijven. Bijna niet op te brengen voor mij.


Op de eerste maandagmorgen moest ik op br. Alex zijn kamer komen. Dat kwam een aardige verpleger, de heer Willems mij zeggen.


Ik had de helse beproeving kennelijk glansrijk doorstaan en kreeg nu plechtig de sleutel overhandigd. Ik kreeg rare gestichtskleding en mocht iedere dag zelf zien in te vullen terwijl alle echte patiënten hun dagelijkse arbeidstherapie hadden. Mij werd te verstaan gegeven, dat ik dus geen patiënt was maar me wel aan de huisregels ‘moest’ houden. Ik wist niets van mijn feitelijke vrijheid om onmiddellijk en voorgoed daar weg te gaan.


Ik opende alle deuren en wilde de bus tijden zien te achterhalen in de veronderstelling dat daar wel eens een bus naar en van zou rijden.


Boekel Nijmegen Canisius College was een 45 kilometer.


Ik belde Pater Herr sj en vertelde hem waar mijn moeder mij voor onbestemde tijd heen gestuurd had. Hij bleef stil. Ik vroeg hem of hij er nog was. En of ik komend weekend naar hem mocht komen op het Canisius College. Dat mocht ik, mits de broeder Alex akkoord was. (pro forma!)




Meneer van Albert van Dorst was toen de directeur van mijn laatste kostschool waar ik niet meer op gehandhaafd werd. Hij had mij zeer recentelijk nog een jaar meegemaakt. Pater Herr sj en Albert van Dorst van particulier individueel onderwijs hadden een uitwisselverbond van slechte leerlingen op het Canisius College naar Pius Xll visa versa uitzonderlijk goede leerlingen naar het Canisius College.
Pater Herr belde meneer van Dorst om hem op de hoogte te brengen waar mijn moeder mij nu heeft heen gebracht.


Beiden zeer ontstemd zijn ze allemaal zonder mijn weet met dr. van Baar gaan praten om hem te overtuigen dat ik een moeilijk kind was maar absoluut niet op H.Padua thuis hoorde. Zij kregen inzage over het sleutelgeheim en wanneer zij een gezinsvervangend thuis voor mij gevonden zouden hebben en een baan waarin ik kon groeien, mochten ze me meteen meenemen. Want Wim valt niet onder een medische of psychiatrische begeleiding.


De familie zorgen over hoe Wim met mijn erfenis zou omgaan, waren nooit i.r.t. mijn betaalde verblijf voor Huize Padua irrelevant.


Maar Wim mocht niets weten van de ware hoe en waarom achtergrond.




Na een geweldige week op de boerderij reisde ik per Openbaar Vervoer naar het Canisius College. Daar werd ik opgewacht door Pater Herr en meneer van Dorst. Van Dorst had het instituut gebeld en aan dr van Baar gevraagd of ik daar tijdens mijn verblijf een hond mocht hebben. Daarover moest gepolderd worden en ook de broeder Overste (die ik niet kende en nooit ontmoette) moest akkoord gaan.


Het was onder een waslijst van mitsen en maren goed bevonden.


In de Gelderlander op die zaterdag bood een Duitse herders fokker een nest te koop aan. Zondagmiddag reden van Dorst en ik naar dat nest.


Keuze liet ik de honden zelf maken. Welke het eerst en langst naar mij kwam, werd het.


Ik kreeg in dat jaar een sprookjesachtige band met die geweldige reu. Ik zorgde dat niemand zelfs maar in de verste verte last had of kreeg van mijn enige maatje op deze aarde die mij trouw was en ik hem.




Hij mocht natuurlijk nooit op mijn afdeling komen en dat vond ik logisch.


precies 2 weken voordat ik door Pater Herr en van Dorst zou worden opgehaald, moest ik volkomen onwetend van mijn komende vertrek bij dr van Baar komen. Er waren angst klachten van patiënten bij hun verzorgers binnen gekomen. Aldor moest weg!!!!


Ik dacht onmiddellijk dat ze wilden zien hoe ik in deze opperste staat van onmenselijke paniek zou reageren. Ik zei geen woord, stond op en verliet zonder groet zijn kamer. Op de boerderij wist Assendelft al wat mij was overkomen. Hij wilde zijn medeleven tonen maar ik bleef zwijgen en deed mijn opdracht van die dag en Meneer van Dorst kwam Aldor ophalen. Nooit meer teruggezien.


Dat was mijn schokkendste ervaring op Huize Padua als paying guest. Nooit meer naar teruggeweest, noch ooit nog eens met een psychiater gesproken. Daar is nooit en reden voor geweest.

























Foto 1) Ik alleen op de tractor.


Foto 2) Zoon van een van de knechten, die zelf op de mls zat, wilde meerijden. Of ik dat leuk vond telde in die context niet.


Foto 3) Klein deel van de binnenplaats van de heel grote boerderij.


Foto 4) De trieste, uitzichtloze steenfabriek patiënten met hun wagon net voor de draaiwissel van de rails.

Jan van der Kaa zei op 28 juli 2021 om 01:14 uur

Ik heb een mooie foto van ome Seraphinus (doopnaam: Andreas) van der Kaa met een bewoner op huize Padua in Boekel. Kan 'm echter niet kopieren en plakken. Ome Serafinus was een broer van mijn opa. Een gezellige man die heel goed kon opschieten met de patienten, zoals te zien op de foto. Laat me even horen, hoe ik de foto kan plaatsen. Bij voorbaat hartelijk dank. Pater Jan van der Kaa, Nieuw Zeeland.









Foto: Broeder Serafinus van der Kaa. Deze foto gaat waarschijnlijk terug tot de jaren '30. Ome Serafinus, met doopnaam Andries werd geboren in Gilze-Rijen op 29 mei 1867 en stierf te Boekel op 9 sept 1945. Vertrok naar Boekel 7 Sept 1891, 24 j oud. Zijn overlijden wordt aangegeven door de tuinman, Adrianus Peters, 48j oud.

Thijs de LeeuwBHIC zei op 28 juli 2021 om 07:18 uur

Hallo Jan, je kunt deze foto sturen naar info@bhic.nl o.v.v. Huize Padua, dan voeg ik deze toe aan je reactie.

Reactie toevoegen

Je e-mailadres is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.