Het rijke roomse leven in brabant 1900-1970

Juvenaat van het H. Hart in Oudenbosch

Internaten

Het juvenaat van het H. Hart stond onder de hoede van de Broeders van Saint Louis. Net als andere religieuzen waren deze broeders afhankelijk van zulke juvenaten, als kweekvijvers voor nieuwe congregatieleden. De jongens die op dit type kostschool verbleven, de 'juvenisten', hadden de leeftijd van 12 tot 16 jaar.

Het juvenaat in Oudenbosch was een langwerpig gebouw met een rood pannendak. Via een overdekte verbindingsgang was het verbonden met het Groot Juvenaat, waar de kapel deel van uitmaakte (op de eerste etage, zie de foto). Het Groot Juvenaat, waar ook de keuken en de afwaskeuken waren gevestigd, was via een tussenbouw verbonden met Sancta Maria, het generalaat oftewel het 'hoofdkwartier' van de broedercongregatie. Dit generalaat was gevestigd in de statige (in vroeger tijden nog vrijstaande) "Witte Villa" en gelegen op de hoek Bosschendijk / Beukenlaan.

Op de andere foto zien we enkele leerlingen. Zij wagen zich aan een evenwichtsspel, tijdens een van de zomerkampen die de broeders in hun eigen bos organiseerden.

Inmiddels is het juvenaat omgebouwd tot een appartementencomplex. Dat geldt ook voor het resterende deel van het kloostercomplex en de voormalige kapel.

Heb jij nog aan de zomerkampen van de broeders deelgenomen? Hoe kijk jij terug op jouw verblijf op Sancta Maria? Er blijkt maar weinig informatie te vinden over dit internaat, dus alle aanvullingen zijn van harte welkom. Reageren kan hieronder.

[Aan de hand van de onderstaande reacties werd dit verhaal op belangrijke punten aangevuld en gecorrigeerd; red.]

Foto's

Collectie Katholiek Documentatie Centrum, id.nrs. 1a6206 en 1A11583.

6

Reacties (6)

René Bosch zei op 25 maart 2019 om 12:19 uur

Bovenstaande beschrijving is niet helemaal juist. De witte villa (voormalig jachthuis) in een bosrijke omgeving betreft de locatie Boslust bij Bergen op Zoom (Zoomland). Het generalaat van de congregatie was de statige villa naast het station Oudenbosch (Sancta Maria), later in een villa aan de Bosschendijk, nu -2019- in een pand aan de Markt (nr. 84), en op termijn elders in Oudenbosch.
Het juvenaataan de Bosschendijk is intussen omgebouwd tot een appartementencomplex. Ook het resterend deel van het belendend Groot Juvenaaten de voormalige kapel (foto) zijn nu appartementen.
Bij het juvenaat bevond zich de MULO-school van de broeders.

Thijs de LeeuwBHIC zei op 25 maart 2019 om 13:32 uur

@René: volgens mij is er inderdaad wat door elkaar gaan lopen in de beschrijving. Over beide witte villa's hebben we trouwens een kloosterverhaal, dus die heb ik gelijk even naast elkaar gelegd. Witte villa in Oudenbosch: https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/generalaat-sancta-maria-de-witte… Over Boslust: https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/broederhuis-huize-boschlust-in-b…
De beschrijving zal worden aangepast. Heb je zelf trouwens nog op deze kostschool (of een andere in Brabant) gezeten? Bedankt voor je reactie.

Paul van Lieshout zei op 26 maart 2019 om 15:03 uur

In ons gezin (zelfstandig ondernemer) was het vanzelfsprekend dat je naar kostschool ging; mijn oudste zus naar Aarle-Rixtel, mijn jongste zus naar Best en mijn oudere broer naar Oudenbosch (Klein + Groot Juvenaat).
Dus op mijn 11de (vroege leerling) mocht ik, als jongste uit het gezin, mij in augustus 1967 melden op het Klein Juvenaat in Oudenbosch. Mijn ouders hadden daarvoor gekozen omdat het kleinschalig was en de ‘kost’ niet slecht was ;-) Mijn broer had daar net de ‘kweekschool’ verlaten.
Hier heb ik een prachtige tijd gehad; leuke, aardige huisgenoten, veel tafeltennis en biljarten, voetballen op de cour en op het toneelpodium, waar de TV stond, naar Paulus de Boskabouter + Sport in Beeld kijken.
In de eerste week mochten we dan naar Boschlust op de Wouwse Plantage voor een kennismakingsweek. Aansluitend begon dan de school; in mijn geval de Pastoor Hellemons Mulo. Hier hoorde dan uiteraard ook de (verplichte) studie-uren bij; jij achter een klein bureautje, en de broeder op een verhoging achter zijn lessenaar. En dan ’s avonds naar je chambrette op de slaapzaal met lange wasbakken.
Wat minder was, waren de keren dat je naar huis mocht: alleen met de schoolvakanties (herfst, kerst, paas en grote). Dus tot de herfstvakantie niet thuis geweest. Maar op een gegeven moment raakte je daar aan gewend en ging je bij bakker Buys negerzoenen scoren; een hele doos beschadigde voor 10 cent. Of naar de bakkersschool waar de gebakjes ook niet te duur waren. Maar ook met de fiets naar het Bosbad in Hoeven om een middagje te zwemmen.
Maar na dit eerste jaar werd (ten minste) het Klein Juvenaat gesloten en moest er dus een oplossing gezocht worden. Die werd gevonden bij dezelfde broeders, en wel op Saint Louis, aan de andere kant van het spoor (voor vervolg zie Saint Louis).

René Bosch zei op 27 maart 2019 om 12:12 uur

De benaming is onjuist. Het moet zijn: Juvenaat van het H. Hart. Dat is het langwerpige gebouw met het rode pannendak. Via een overdekte verbindingsgang was het verbonden met het Groot Juvenaat, waar de kapel (1e etage) deel van uitmaakte. Dit Groot Juvenaat, waar ook de keuken en de afwaskeuken was gevestigd was weer via een tussenbouw verbonden met Sancta Maria (de villa). In 'mijn tijd' was het Generalaat een vrijstaand pand aan de Bosschendijk (hoek Bosschendijk / Beukenlaan).
Nog een leuk detail: in het souterrain van Sancta Maria bevond zich een kluis. Broeder econoom/archivaris had hiervan de lange sleutel met dubbele baard, en de code (voor mij destijds een zeer intrigerend cijferslot). De kluis diende voor de opslag van het archief. Als hij hier moest zijn en de zware kluisdeur open stond werd middels een verlengsnoer het licht ontstoken.
Hij vertelde mij dat dit moest omdat de kluis volledig luchtdicht was, en er dus geen elektra in de wanden aanwezig was (pijpen/schakelaar).

René Bosch zei op 27 maart 2019 om 12:52 uur

Sancta Maria was inderdaad geen internaat. In het pand bevond zich een grote ontvangstruimte (waar je binnenkwam via de statige buitentrap en het bordes) een aantal kamers van de broeders, de broeder-refter en ruimtes voor administratie.
In het souterrain was de afwaskeuken, de broodkeuken en een kelder de (voormalige) stookruimte. Ook in het souterrain: een doka. In de ruimte waar die kluis was dronk het huishoudelijk personeel en de tuinman altijd koffie.
Ook interessant: de zolder. Een ruimte over het gehele pand, waar destijds Broeder Erich (Bruno Ernst ofwel Hans de Rijk) een ruimte had afgescheiden als werkplaats voor het slijpen van spiegels voor astronomische kijkers.
Via de 'tussenbouw' kwam je de kapel binnen of ging je via een trap naar boven naar het koor van de kapel met het orgel.
Het is gebeurd dat enkele jongens zich een toegang hadden gebaand naar de zolder van de kapel, de klepel van de kapelklok hadden 'ingepakt' in een conservenblik, en genoten van het gezicht van de broeder die de volgende morgen -zoals gewoonlijk- de klok ging luiden.

Thijs de LeeuwBHIC zei op 27 maart 2019 om 12:57 uur

Duidelijk, René en nogmaals dank voor alle informatie die je ons geeft. Zoals je ziet wordt de tekst er tussendoor op aangepast. Niet altijd zo snel als we zouden willen, maar het gebeurt wel : ) En weer een mooie anekdote als afsluiter. Tja, het blijven jongens hé ondanks alle nadruk op gehoorzaamheid. Ik vind het nog best wel een originele grap; hopelijk kon de broeder 'm ook nog een beetje waarderen (zal wel niet!)

Reactie toevoegen

Je e-mailadres is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.