Het rijke roomse leven in brabant 1900-1970

Internaten Sainte Marie en Sint Frans in Huijbergen

Internaten

Sainte Marie en St. Frans waren jongensinternaten van de Broeders van Huijbergen. In Sainte Marie huisvestten ze de leerlingen van hun lagere school, ulo (later mavo) en handelsschool. St. Frans was hun juvenaat, oftewel de school waar zij aspirant broeders opleidden.

De internen van Sainte Marie werden ondergebracht in het oude Wilhelmietenklooster aan de Staartsestraat, dat door de Broeders van Huijbergen werd bewoond. Het zal wel spannend zijn geweest om op zo'n jonge leeftijd bij dit kloostercomplex  te arriveren. Een lange laan voerde je door de bossen naar het poortgebouw.

In deze aan het zicht onttrokken, gesloten wereld wachtte hen een opvoeding tot godvrezend, geestelijk ontwikkeld en welgemanierd mens. Je nam afscheid van je ouders en trok in bij de mannen in zwarte toga’s, die het de komende jaren over jou en je groepsgenootjes te zeggen kregen. Je werd een van de ‘internen’ en kwam in een groep terecht van jongens uit alle windstreken. Onder hen waren bijvoorbeeld circus- en schipperskinderen, van wie de ouders vaak voor langere tijd van huis waren.

Naar de kostschool gaan betekende een aantal jaren van afscherming. Op het omvangrijke terrein lag alles binnen handbereik. Redenen om het terrein te verlaten waren er niet. En zeker niet zonder begeleiding. Zoals ook op andere roomse kostscholen bestond er een voortdurend toezicht op omgangsvormen tussen de jongelingen. Surveillanten en groepsleiders hielden je in de gaten. En vrijwel alles ging in groepsverband. Oud-leerlingen herinneren zich bijvoorbeeld nog de mogelijkheid om allerlei sporten te beoefenen, van judo tot tafeltennis, een potje te voetballen of in het bos te spelen.

Wat de leerlingen van toen ook wel zal zijn bijgebleven is het moment van afscheid. Je bracht je jeugd door in afscherming, had weinig contact met je ouders, vrijwel geen contact met het andere geslacht. En ineens stond je als jongvolwassene weer buiten de poorten. Ging je verder leren of een baan zoeken? Veel jongens die op Sainte Marie hebben gezeten werden priester van het bisdom Breda. Op de bovenste foto zien we een van hen, Hubertus Ernst, die het zelfs schopte tot bisschop van dit diocees.

In 1984 was het met de kostschool van de broeders gedaan. Op een reünie in 2014 in Multifunctioneel Centrum 'De Kloek' kwamen maar liefst 80 oud-leerlingen af.

Er zijn vast nog veel mannen en niet alleen uit Brabant, die iets kunnen vertellen over hun jongere jaren bij de broeders. Dus hoe kijk jij terug op jouw verblijf bij de Broeders van Huijbergen? Vond jij het een “jongensdroom”, zoals een van de leerlingen van toen het noemt, terugkijkend op al het stoeien, vechten, de bosspelen, het sporten, films kijken en samen opgroeien? Of heb jij juist (ook) veel nare herinneringen aan deze kostschool? Deel het met ons hieronder.

Foto's

Internen van Sainte Marie, met in het midden Hubertus Ernst de latere bisschop van Breda (foto: collectie Stadsarchief Breda, id.nr. 20120141)

Internen van de mulo voetballen tegen het 2de van SAB, 1941 (foto: collectie Katholiek Documentatie Centrum, id.nr. 1a25425)

Internaat St. Frans, 1963 (foto toegestuurd door Piet van Kaam)

31

Reacties (31)

De laat zei op 10 maart 2019 om 20:29 uur

Geweldige mooie tijd heb ik er beleefd .
Er werd veel gedaan in groeps verband , van wandelen , fietsen , sporten tot handwerken aan toe .
Goede kwaliteit van les geven voor een goede opleiding , waar je verder mee kon . Er was elke dag vrije keus om naar de Kerk te gaan of om vrij te lezen of je huiswerk te kunnen maken . Ik kijk er dus met een heel goed gevoel op terug .

Piet van Kaam zei op 11 maart 2019 om 09:26 uur

Iik heb een aantal jaren op Juvenaat St. Frans gezeten aan de Boomstraat in Huijbergen. Dit was een andere kostschool dan St. Marie. We gingen een paar keer in de week douchen in de doucheruimte van St. Marie. We deelden de sportvelden en de bossen. We hadden ook een aparte school, een mulo. Maar ik fietste elke dag met een grote groep van het Juvenaat naar de Volksabdij Onze Lieve Vrouw ter Duinen in Ossendrecht om het bakkersvak te leren. Ik mis deze kostschool op het overzicht.

Peter van O zei op 11 maart 2019 om 09:37 uur

Gemengde gevoelens heb ik over st Marie waar ik 3 jaar intern ben geweest. Postief vind ik de ervaring die je in sociaal opzicht opdoet om in grote groepen te leven en rekening met elkaar te houden. Negatief zijn de smeerlapperij die er plaats vond omdat diverse “broeders” niet van kinderen af konden blijven en waar ik zelf ook mee te maken heb gehad en wat het verloop van mijn verdere leven heeft beinvloed op een negatieve manier. Een deel van mij zit daar als het ware vast en ik weet zeker dat alleen die op st Marie ook te maken hebben gehad met misbruik het zelfde ervaren. Daders achterhalen gaat niet meer want er zulen er best al een aantal gestorven zijn. Als kind was je machteloos tegen de dominante en manupilatieve manieretjes van de pedopaters.
De exterene groepsleiders waar je het wel goed mee kon vinden en die door kregen wat er allemaal gebeurde waren meestal na 1 jaar al weer weg. Nee, 100% positief ben ik niet maar de leuke momenten komen alleen van mezelf en de vriendengroep die ik toen had en de eigenwijze weg die we toen bewandelen.

Marilou NillesenBHIC zei op 11 maart 2019 om 10:13 uur

@De Laat: Dank voor je reactie. Dat groepsverband moet wel sterk zijn geweest, dat zien we meer terug - ook in andere reacties. In welke periode verbleef je daar?

@Piet van Kaam: Bedankt voor je berichtje. Goed dat je aangeeft dat juvenaat St. Frans er niet bij staat. Ik vraag mijn collega Thijs of hij hier achteraan wil gaan. In welke jaren (ongeveer) heb je het juvenaat eigenlijk bezocht?

@Peter van O: Veel dank voor je oprechte reactie. Het is overduidelijk waarom je hier gemengde gevoelens aan overhoudt. We waarderen het zeer dat je zo duidelijk ook deze kant van de internaten bloot legt, omdat dit onbetwistbaar ook onderdeel is van de historie. Goed te lezen dat er ook positieve herinneringen zijn, en ongelooflijk dapper om ook die donkere kant te benoemen.

Henk de jong zei op 11 maart 2019 om 10:50 uur

Hallo, ik heb er gelukkig maar een jaar geweest de 6 de klas het was het jaar 1967 ....1968 thuis een groot gezin op de boerderij ik was nr 12 en er waren al meerdere zussen naar kostscholen gestuurd dus die Henk dan ook maar want die wil toch niet luisteren en zit nu al achter de meisjes aan. voor mij was het een straf een soort van opsluiting maar ja je moest wel. het eten was er goed, en dan kun je zien wat een watjes er zijn van dat lust ik niet. maar dat kwam voor mij goed uit want dan was het voor mij dus eten volop. na schooltijd als het mooi weer was gingen we altijd voetballen en daar heb ik dan geleerd om een goede keeper te zijn. en als we naar bed moesten was het net een militaire kazerne allemaal in de rij en lopen en mond dicht ja wij moesten altijd voor het slapen in die grote zalen van het ene gebouw buiten langs naar het andere gebouw meschien een 5 min lopen ook dat in die grote zalen was het net alsof je een gevangenen was er mocht geen letter gezegt worden. ze waren best streng. en ja ik denk dat er bestwel iets was wat die ander schrijft over dat pedofiele gedoe want waarom liep de pater s,nachts met een jongen aan de hand mee door de zaal naar achteren, ik heb er gelukig geen ervaring mee gehad . dan de weekeinde die je daar moest blijven want je mocht niet ieder weekeind naar huis dan gingen we fietsen in huijbergen en ook stiekem roken dat was leuk want ja dat mocht natuurkijk niet. en verder heb ik het te doen met die jongen,s die meschien wel meerdere jaren daar moesten zijn ze pakken wel je vrijheid af als je zo jong bent. nee een jongensdroom was het niet.maar toen kwam het, het school jaar was om en wat gaat die Henk nu verder doen. die pater daar zei tegen mijn ouders hier verderop is een LTS met internaat maar daar was ik niet zo blij mee maar met veel praten en zeuren mocht ik toch naar huis en naar de LTS in Oosterhout. en daar zag ik gelukig mijn vriendin weer. en we zijn gelukig al 47 jaar samen incl de vekerings tijd.

Piet van Kaam zei op 11 maart 2019 om 10:55 uur

Ik heb vanaf 1963 3 jaar op Juvenaat St. Frans in Huijbergen gezeten. Daarna naar St. Franciscus (kweekschool - internaat) aan het Ingenhouszplein in Breda.

Marilou NillesenBHIC zei op 11 maart 2019 om 11:46 uur

@Henk, bedankt voor je openhartige reactie. Een strenge tijd, zoveel is wel duidelijk. En ik kan me voorstellen dat je je nu afvraagt wat er allemaal nog meer heeft gespeeld.

@Piet: was er een groot verschil (in jouw optiek) tussen juvenaat in Huijbergen en het internaat in Breda?
Maar wat een mooie afsluiting dat je nu al bijna een halve eeuw verder bent met je geliefde.

Marinus k. zei op 11 maart 2019 om 15:47 uur

Pfffff ongeveer 1969 tot 1974
3 jaar lagere school huybergen
4 jaar lts ossendrecht vanuit huybergen op de fiets
Mijn ouders zullen het goed bedoeld hebben, maar het waren verschrikkelijk jaren en ben er vaak eenzaam geweest. Voor mijn gevoel weggegooide jaren en heb er nog iedere dag last van .er gebeurde vreemde dingen als de lampen uit gingen, en ja ik heb ze ook zien lopen kind en broeder de smeerpijpen. Er zullen best goede bij gezeten hebben!
Dus kort samengevat ik ben blij dat ze het gebouw gesloopt hebben na 7 jaar ellende
Gr mk

Marilou NillesenBHIC zei op 11 maart 2019 om 21:28 uur

Het blijft indrukwekkend om te lezen, Marinus, wanneer mensen zulke aangrijpende herinneringen hebben aan die belangrijke jaren in hun jeugd. Ik kan me voorstellen dat je graag zag dat het gebouw werd neergehaald.

Bedankt voor je berichtje!

Noud van Poppel zei op 20 maart 2019 om 13:15 uur

Als oudste v an een eenvoudig boerengezin uit midden brabant,heb ik veel te danken aan het verblijf op STE.Marie.Ik zat hier 1956-1957 en een gedeelte van1958,In verband met de dood van mijn vader werd ik terug naar huis geroepen.Ik heb in 1959 eindexamen gedaan in Tiburg.Daarna Middelbaar agrarisch onderwijs en tzt heb ik het bedrijf van mijn moeder overgenomen.Samen met mijn echtgenote hebben wij het bedrijf omgevormd tot een modern bedrijf.De grondslag hiervoor is ontegenzeglijk gelegd in Huybergen.Om te overleven had je doorzettings vermogen nodig.Gelukkig heb ik dat daar opgepakt.Ik heb er mijn hele leven profijt van gehad Ik denk met veel plezier terug aan de kostschooltijd.Misschien is een reunie van"de oude garde"een mogelijkheid?
Groetjes en tot horens

Thijs de LeeuwBHIC zei op 20 maart 2019 om 14:52 uur

Goed om te horen dat je nog steeds met plezier aan je kostschoolverblijf terugdenkt, Noud. En dat terwijl je in deze periode, op zo'n jonge leeftijd, je vader hebt verloren. Maar je hebt zijn bedrijf uiteindelijk dus niet alleen gered, maar ook helemaal bij de tijd gebracht! Een mooi eerbetoon, lijkt me. Bedankt voor je bijdrage!
En ik hoop natuurlijk voor je, dat die reünie er snel gaat komen!

Peter Uijtdewillegen zei op 23 maart 2019 om 09:43 uur

In ben nu 54. Zie dat ik zo ongeveer in de laatste jaren op St Marie heb gezeten. 1973, evengoed een ervaring die enorme impact heeft gehad op mijn leven. Over St Marie kan ik positief zijn, lieve zusters, balletje trap in het bos, het kolossale gebouw (heel vaak over gedroomd) en de lagere school in het dorp. Las in eerdere reacties over doorzettings-vermogen, afzien en discipline, daarvan ligt bij mij zeker de basis voor mij op de St Marie. Mijn negatieve ervaringen lagen vooral in de zondagavonden elke keer van huis weer weggestuurd worden om naar Huybergen te moeten. Totaal geen benul van een reden of bedoeling maar een kwelling van jewelste. Voor verzet was ik veel te jong, 8 jaar, had toen wel een plan om weg te lopen, niet doorgezet. Ik ben gelukkig over de jarenlange intensieve therapie waarin ik verwerkt heb wat die periode met mij heeft gedaan. Echter het verdriet en het gevoel van afwijzing draag ik nog immer met me mee en zal nooit verdwijnen.

Marilou NillesenBHIC zei op 24 maart 2019 om 18:41 uur

Bedankt Peter, voor je openhartige reactie. Wat dapper dat je dat hier zo weet te verwoorden, ondanks de littekens die dit wegsturen bij je (begrijperlijkerwijs!) hebben achtergelaten.

En wel fijn dat het verblijf op St Marie zelf prettige herinneringen heeft opgeleverd. Nogmaals dank voor je indrukwekkende bijdrage.

Rien van de Riet zei op 25 maart 2019 om 09:21 uur

Momenteel ben ik 68 jaar. Op mijn 12e jaar ging ik naar Huijbergen.
In de periode 1962-1967 heb ik op het Juvenaat St. Frans 3 jaar en 2 jaar op de Franciscuskweekschool in Breda vertoefd. Werd er niet naartoe gestuurd maar het was een idealistische keuze. Uiteindelijk won het vrouwelijk schoon het, van een celibatair bestaan in het klooster.
Ik kan begrijpen, dat mensen die met misbruik te maken hadden daardoor beschadigd zijn. Ze hebben ook alle recht hierover te spreken en hun frustraties en beschadiging te uiten. Toch heb ikzelf sterk de behoefte een lans te breken voor de vele goede broeders die ik daar heb ontmoet. Mensen die met hun volle vermogen zich inzetten voor goed onderwijs en buiten de school voor een prettig, leerzaam en warm thuis op het Internaat. Groepsleider broeder Marcus, was zo’n man.
Een jaar in Huijbergen en nog twee jaar in Breda heb ik bij hem in de groep gezeten. Ik weet zeker dat allen in die groepen aan die periode goede herinneringen hebben zonder wantoestanden.
Een oprecht geïnteresseerde “vaderfiguur” die ook moeilijke en pittige opvoedende gesprekken in de begeleiding van zijn jongens niet uit de weg ging. Daarvan heb ik mijn hele leven profijt gehad.
Zoals blijkt hecht ik er zeer aan deze positieve kant van de kostschool periode te benadrukken, omdat de negatieve ervaringen helaas de laatste jaren de overhand hebben. Veel succes met uw website en de reacties die u plaatst

John van de Luijtgaarden zei op 25 maart 2019 om 14:45 uur

Ik ben één van de laatste 6 interne van Ste. Marie en mocht met enige pijn in het hart in mei 1984 de deur als laatste dichtdoen. Waar moet ik beginnen. In de tijd dat ik er kwam in 1981 waren er nog zo'n 60 a 80 interne aan de jongenskant. Het ging hard achteruit, de kosten baten rekening was niet meer van toepassing. Hoe en wat. We sliepen allemaal al op kamers, de tijd van chambrettes en slaapzalen was voorbij. Twee broeders nog als groepsleider. Broeder Jos en Broeder Johan. Jos ging in 1982 naar de overkant (Meisjes) en Broeder Johan vertrok naar de missie in Brazilië waar hij binnen een haf jaar terugkeerde als Bennie en zijn huwelijk tegemoet ging.
De andere waren groepsleiders van buitenaf. Bijnamen van die mannen, Soep, Antoinetje, Huib... Joh daar waren we goed in bijnamen geven.
Boswandelingen naar de grote Meren (Kalmthoutse Hei) Overigens wel interessant. De lokale boere medeleerling zieken. Ja, die uit de stad waren toch allemaal een kop groter en die mannen achter hun broek zitten was sport. Meisjes was in die tijd niet zo'n taboe meer. Die mochten tot half 8 op het schoolplein komen... Te lang kussen werd afgestraft. Enfin das dan nog maar notedop 1. In januari 1982 werd de winter streng en mochten wij van het internaat in overleg met de congregatie een ijsbaan van 35 op 70 meter aanleggen. 's-nachts op de vloer slapen in de zaal en om beurten de baan spuiten. 12 cm ijs hadden we aangelegd en neem van me aan... dat is misschien wel het meest dankbare wat ik daar ooit heb mogen doen. Weken lol op gehad. Broeder Henricus Bolk (Henkie) heeft ons allemaal verbaasd. Die oude baas kon nog echt schaatsen en kwam dus in z'n uppie lussen draaien en pirouettes maken.... zo'n slordige 300 man stik stil.... In 1983 hebben we hem nog eens weggelegd en weerom genoten. Helaas van iets kortere duur. Streken uitvreten, jawel via de dakgoot er van tussen om in het dorp aan het bier te gaan. Gelukkig nooit gesnaaid. Wel een missertje was het idee om op een zomerse avond vuurpijlen af te steken... Gillende keukenmeiden werden uitgedeeld echter liep dat verkeerd af, omdat er bij een een pijl van een ander zowat binnen afging... Die mocht de dag erop z'n biezen pakken. Geheel onterecht, maar niemand die zijn uitleg of die van getuigen wilde horen...
Je ziet dan een internaat slinken en je blijft met 13 man over. De avonden werden ineens gevuld met discussie al fietsend op rollers die jawel bij de TV stonden. Hoezo fit blijven. Dat had dan weer te doen met het feit dat Broeder Nico zo nodig graag fietste en dat in Frankrijk wilde verder zetten. Wij reden braaf ons ritjes binnen mee. Of ik meeging naar Frankrijk, welnee ik ging ook buiten de "muren" vriendinneke ontdekken... Mooi het vrouwelijk schoon.
Neem van me aan en er zijn foto's van, we hadden bachanalen in de afsluitende jaren.... Fondue met de laatste meiden van de overkant, nog wat vriendinnetjes erbij en broeders die je gewoon volgoot met de nodige rode wijn uit vaders wijnkeldertje... Klachten, ja .. in 1981 mocht je niks en in 1984 sloot je de deur als broers en zussen, had je dankzij de broeders en die boeremedeleerling toch de stap naar mens zijn leren maken, je had een goede basis meegekregen en tijdens de reunie van de 4e klas MAVO uit 1984 bleek dat echt zo te zijn. Je had elkaar een slordige 30 jaar niet gezien en het was alsof we net pauze hadden gehad....
Ik kan nog uren lullen over Ste. Marie ... goed en kwaad... verrek wat mis ik de kroketten op woensdag.... (dan was er een broeder overleden)

kees van disseldorp zei op 25 maart 2019 om 17:27 uur

Ik heb van 1966 tot1969 in Huijbergen op school gezeten.Het eerste jaar sliep ik op een slaapzaal,dat was heel iets anders dan thuis daar had ik mij eigen kamer.Misbruik heb ik nooit gezien en ook nooit van andere jongens gehoord was dat wel zo dan had ik het mijn ouders verteld en ik weet zeker dat mijn ouders mij direct van school hadden gehaald.Het eerste anderhalf jaar mocht je maar eens in de drie weken naar huis maar als je 5 aantekeningen kreeg verviel je week-end en moest je dus 6 weken niet naar huis.Dat heb ik als eens pressiemiddel ervaren wat de broeders altijd van stal konden halen als je je niet volgens de regels zou gedragen.Elke week werd er een weekbericht naar huis gestuurd met punten voor gedrag,vlijt gedrag buiten de klas en beleefdheid.Een maand had ik geen allemaal achten of meer en kreeg direct een boze brief van mijn vader dat deed pijn.Je werd ook om niets geslagen iets wat ik van thuis uit helemaal niet gewend was.Ik ben ook een keer door le petit cochon door de gang geslagen om een geintje van niets.Er was geen enkel privé.Als je in de avond buiten op de speelplaats wat met elkaar ging staan praten dan zette broeder gonsemans in een klaslokaal een raam open en ging staan luisteren.Naar het dorp lopen werd beloond met 5 strafpunten en dus was je je week-end kwijt en bleef je dus 6 weken van huis en mocht je een heel week-end het godsdienstboek overschrijven 72 kantjes. Nee ik vond het geen prettige tijd,ik wilde niet naar kostschool maar het moest waarom?daarom.Ik heb wel een aantal leuke vrienden op kostschool gehad vooral pierre chamuleau, die was lekker gek,en jos van steenhoven.

Marilou NillesenBHIC zei op 25 maart 2019 om 20:21 uur

@Rien: bedankt voor je berichtje. Zoals je wellicht al hebt gezien, komen er heel uiteenlopende reacties binnen op deze site. Mensen hebben heel wisselende ervaringen, van heel positief tot soms erg negatief. Voor beide kanten maken we hier ruimte, zodat ieders verhaal wordt gehoord. Zeker ook dat van jou! Dank voor je reactie!

@John: Jij weet wel die periode wel heel beeldend tot leven te roepen, John, dank! Wat betreft je laatste zin: waren er dan kroketten op de koffietafel tijdens een uitvaart? Of begrijp ik je dan verkeerd?

@Kees: bedankt voor je berichtje. Dat lijkt me ook een pittige straf, zo'n weekend dat wordt ingetrokken, zeker voor een leerling van die leeftijd. Jammer dat je in die belangrijke periode van je leven niet kunt terugkijken op een fijne tijd. Hopelijk werkt de aanwezigheid van een paar goede vrienden wel wat verzachtend. Veel dank voor je oprechte bijdrage.

John van de Luijtgaarden zei op 25 maart 2019 om 21:54 uur

@milou,
Ja de kroketten waren inderdaad voor de koffietafel..
En de internen aten er met smaak van mee..

Theo de Jong zei op 26 maart 2019 om 11:43 uur

Ik heb van 1973 tot 1975 op St. Marie intern geweest (5e en 6e klas). Ik ben de jongste in een groot gezin waarvan mijn oudste 2 broers reeds getrouwd waren. Nadat m'n moeder overleed in 1971 ben ik naar haar wens bij mijn broer in huis genomen die juist getrouwd waren. Omdat ik een terugval kreeg na het overlijden van moeder werd de situatie in huis bij mijn broer erg moeilijk en toen ben ik intern geplaatst door de stichting Jeugd en Gezin. Ik leefde weer helemaal op hoewel ik alleen met de verplichte weekenden naar mijn broer ging. Vooral de kameraadschap onderling was erg belangrijk voor mij en destijds waren de broeders, die in het broederhuis aan de Boomweg nr 7 woonden, toch van een modernere slag. Ik moet zeggen dat ik nooit iets gemerkt heb van misbruik maar klappen kon je wel krijgen als je wat uitgevreten had. Elk moment dat vrij was voetballen of we gingen in groepsverband de bossen in om landverovertje te spelen. Hutten bouwen hoorde er ook bij. Als er sneeuw lag naar de 7 heuvelen om te sleeën. Zomers liepen we in groep naar de Kalmthoutse Hei om daar in een ven te gaan zwemmen en dan kregen we allemaal een literfles limonade per persoon helemaal voor jezelf. Bonte avonden met voordracht en toneelstukjes. Ik heb er leren biljarten en werd nog kampioen ook. Ons voetbalteam van zaal 3 (6e klas) was een sterk team want we versloegen zelfs teams van de Mavo. Er liepen een paar pingelaars in dat team zo vlug als water onder wie Ronnie van Rijn die uit de bollenstreek kwam en Dorus de Boek die een schot in z'n poten had waar zelfs Ronald Koeman nu nog wel jaloers op zou kunnen worden.
Ik had ondanks wat ik op jonge leeftijd moest mee maken toch een sterk gevoel van vrijheid en kameraadschap daar. Aan het eind van de 6e klas werd ik geïntroduceerd in een pleeggezin in Roosendaal hoewel ik liever naar de mavo op St. Marie was gegaan. In dat pleeggezin ging het steeds slechter, zij hadden zelf kinderen waarmee ik 10 jaar leeftijdsverschil had.
Op m'n 16 ben ik weer intern gegaan maar toen op Jeugdcentrum de Vliert in 's Hertogenbosch. Het waren woongroepen die er op gericht waren om zelfstandig te worden en na een periode van begeleidend kamerbewoning ben ik op mijn 18e uitgestroomd en zelfstandig gaan wonen onder toezicht van de Stichting Jeugd en Gezin tot m'n 21e. Ondanks dat het een moeilijke jeugd was, was het zeker geen slechte jeugd. Het heeft me gevormd tot wie ik ben. Ik ben kaderlid bij de vakbond en help veel mensen in het sociaal domein en ook dat heeft er toe bijgedragen dat ik nu ook in de politiek werkzaam ben.

Marilou NillesenBHIC zei op 26 maart 2019 om 12:34 uur

@John: Bedankt voor je toelichting, nu is het me helemaal duidelijk ;)

@Theo: Wat een indrukwekkend verhaal. Ongelooflijk imposant om te lezen hoe je met deze grote tegenslagen in het leven bent omgegaan, en in feite hebt weten om te buigen tot een sterke positieve levenshouding. Prachtig verhaal, Theo, heel veel dank voor het delen hiervan.

Walter Rovers zei op 26 maart 2019 om 13:53 uur

Wist niet dat "Huybergen" of-te-wel St. Marie zolang heeft bestaan. Ik was er één jaar (we zeggen "ik zat er") van 1951-1952 in de zesde klas, met broeder Martialis en Servatius voor de klas en broeder Ernest voor de andere tijden. Ik was er om me voor te bereiden op het seminarie, Ypelaar in Breda, en zat in een klas met "soortgenoten". We waren met 40 jongens. Ik heb de namenlijst nog, met de recentere adressen en geboortedatum en -plaats, met ook de namen van de broeders die voor ons zorgden (o.a. broeder Gummaris, Venantius, Paschalis, Maternus).
Ik had al een keer in mijn geboorteplaats in de zesde klas gezeten, maar de kwaliteit daar was onvoldoende om door te stromen. Maar zie op de lijst dat ik desondanks tot de jongere leerlingen behoorde. Velen waren zelfs een jaar ouder. Hoe dat kan ?
Ik herinner me nog de lange slaapzalen, met wel twintig bedden naast elkaar. Aan de andere kant van het muurtje was nog zo'n rij bedden.
Ik heb er geen nare herinneringen aan, heb ook niets vervelends gemerkt.
Ik kreeg soms bezoek van mijn ouders, maar ik ging alleen met vakanties naar huis, een hele reis in die tijd, van Huybergen naar Den Hout. Ik had goed contact met enkele klasgenoten, ik herinner me hun namen nog.
Ik heb nog rapporten, met daarop ook cijfers voor gedrag buiten de klas, voor beleefdheid en voor godsdienstzin, naast een rapport "maandelijks verslag der goede aantekeningen" en als die een kleur kreeg, d.w.z. onder de 90 punten kwam, was je gedrag kennelijk "onder de streep" !

Thijs de LeeuwBHIC zei op 26 maart 2019 om 15:21 uur

@Walter: wat leuk dat je nog zoveel materiaal uit je kostschooltijd hebt bewaard! En een mooi beeld dat je hier schetst van het leven op internaat Ste Marie. Het was voor jou dus echt een tussenstap op weg naar de priesterstudie. Kun je een voorbeeld geven van hoe je bij de broeders in Huijbergen precies werd voorbereid op dat seminarie? Moet ik dan al denken aan een introductie in het Latijn? Of extra aandacht voor godsdienst?... Dank voor je bijdrage!

Jos van Ginneken (1944) zei op 30 maart 2019 om 14:11 uur

Op twaalfjarige leeftijd (misschien nèt dertien) worden losgelaten tussen een bende leeftijdsgenoten uit alle windstreken is op zijn minst gezegd een enerverende ervaring. Een weinigje invechten was het wel. Nu was ik als jongste van een groot gezin gelukkig niet op mijn mondje gevallen, want van mijn indrukwekkende fysiek moest ik het als klein manneke niet hebben. Ste Marie is de belangrijkste ervaring in mijn leven geweest. Ik sluit me hier aan bij Noud van Poppel die ik ook heb gekend, want dezelfde periode. Het allerbelangrijkste dat ik heb overgehouden aan het (zeer goede) onderwijs in die tijd, was overigens ook een bijprodukt zou men kunnen zeggen. Namelijk liefde voor literatuur, voor kunst en voor klassieke muziek. Jammer dat ik nergens de namen zie van de broeders die verantwoordelijk waren voor het onderwijs. Dan doe ik het maar, en noem Broeder Avelino (Engels, Handelskennis en Bedrijfsrekenen) Broeder Venantius (Frans), Broeder Arcenius (Duits). Hier houden we het kortheidshalve maar even op, maar ik zou gemakkelijk een uurtje volpraten met ervaringen.

Marilou NillesenBHIC zei op 1 april 2019 om 13:34 uur

Hallo Jos, veel dank voor je waardevolle bijdrage. Goed dat je die namen noemt; de grondleggers voor jullie goede scholing! Overigens hoef je het van ons niet kort te houden hoor ;)

Als je meer herinneringen wil delen, of andere ervaringen wil vertellen, dat mag altijd. Je kunt ook nog overwegen zelf een verhaal te schrijven via deze link:
https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/een-verhaal-maken#About

Alvast dank voor deze reactie!

Hans Van der Pas zei op 31 juli 2019 om 16:38 uur

Hoi

Wat zal ik ervan zeggen. Gevoel weggestopt te zijn op het op ste Marie na een zeer traumatische ervaring. Wel een wisselende tijd gehad. Het was zeker een mooie omgeving. Alleen de kookkunsten hetl eten dat kon beter. Er waren ook juffen die waen lief n rdig.
Sommige broeders hadden lossen handjes.
Maar goed het leven gaat verder.
Oja mijn broer en ik zaten rond 1972 tot 1974 op ste Marie.

Veel groeten Hans van der Pas

Thijs de LeeuwBHIC zei op 2 augustus 2019 om 07:58 uur

Hallo Hans, fijn dat je hier een bericht hebt achtergelaten, ook al is die hele periode van het kostschoolleven voor jou dus geen fijne ervaring geweest, maar op zijn best een "wisselende tijd" - zoals je al aangeeft. Dat zien we ook bij veel andere internaten terug, die gemengde gevoelens... Mocht je nog meer willen vertellen, over het positieve óf negatieve, dan ben je hier in ieder geval van harte welkom. Hoe heeft je broer Ste marie trouwens ervaren, hetzelfde?

Arnold Copier zei op 2 september 2019 om 11:49 uur

Pas nu deze site ontdekt. ,ik kan jullie vertellen dat ik een van de eerste leerlingen was op het pensionaat ton de lagere school geopend werd ik ben vanaf 1948-1960 intern geweest.
Naaste leuke tijd heb ik. toch ook nog wel iets anders meegemaakt dat mijn verdere leven sterk beinvoeld heeft.
Wel Geb ik goede herinneringen aan bv broeder Joshep, en broeder Ernst alles as wel streng maar uiteindelijk toch ook wel weer leerzaam

Thijs de LeeuwBHIC zei op 2 september 2019 om 18:31 uur

Hallo Arnold en welkom op de site. Je hebt een flink aantal jaren op dit internaat gezeten zeg. We horen van veel mensen dat ze echt met heel verschillende gevoelens terugdenken aan hun kostschooltijd. Harstikke fijn dat je ondanks die negatieve ervaring toch naar onze site gekomen bent. Mocht je willen dan horen we graag meer van je. Waarom herinner je je juist die broeders Joseph en Ernst nog zo goed bijvoorbeeld?

Arnold Copier zei op 5 september 2019 om 11:37 uur

Uit mijn herinnering, weet ik nog dat broeder Ernst, een zeer strenge moeder was hij was hoofd van de refter, en kon om de meest onbenullige dingen reageren met nu kan jij op woensdagmiddag geen snoep uit je kastje halen.
Ook was er in die tijd een kaarten systeem welke per maand opnieuw uitkwam.
je kreeg in het begin 1 gouden kaart met 100 punten vooraleer wat je tot deed en dat was nog al wat ging er een punt af,
als je 90 punten overhad kreeg je een witte kaart, daar weer 10punten af een groenkaart, daadweer 10 puntgaaf een Roode kaart.
Als je die had was echt het echt hommels dan werden de ouders ingeschakeld met alles van die.

Thijs de LeeuwBHIC zei op 11 september 2019 om 10:24 uur

Leuk om je weer terug te zien, Arnold, fijn dat je er nog meer over wilt vertellen. Lijkt me wel een heel gedoe, zo'n kaartensysteem iedere maand. Was het moeilijk om met goud te eindigen of was het ook weer niet zó streng? En was er dan nog een extra beloning? Heb je nog van die kaarten bewaard trouwens?

Piet van Kaam zei op 16 september 2019 om 10:33 uur

De tijd op seminarie de Steffenberg in Vugt werd afgesloten. Er werd samen met mij en mijn ouders gezocht naar een alternatief. Zodoende kwam Juvenaat St. Frans van de broeders in Huijbergen in beeld. Ook wel Alverno genoemd. Ik zou dan lessen kunnen volgen op de ULO van het Juvenaat of een vak leren op de Volksabdij Onze Lieve Vrouw ter Duinen in Ossendrecht. Ik koos voor de laatste, gezien de goede ervaringen die mijn broers daar hadden. Ik werd wederom met mijn grote groene hutkoffer met de op alle persoonlijke kledingstukken opgenaaid leerling-nummer door een van mijn broers en moeder afgeleverd. Mijn broers hadden inmiddels de Volksabdij alweer verlaten en waren aan hun vervolgopleiding aan de UTS en HTS in Breda begonnen. En ze gingen tussendoor of daarna ook nog beiden voor twee jaar in militaire dienst. Thuis werd het rustiger in huis.
Toeval wilde dat een oud medestudent van de Steffenberg, Henk Verkooijen uit Langeweg, ook koos voor Juvenaat St. Frans en De Volksabdij. We hadden een beetje houvast aan elkaar. Het Juvenaat aan de Boomstraat huisvestte ook de aspirant-broeders. Een ervan, Piet Klaassen uit Klein-Dongen, heb ik later nog op de reünie van OLV ter Duinen ontmoet. Naast het hoofdgebouw was de ULO met de grote gymzaal, tegenover was de toneelzaal. Daarnaast het Wilhelmietenmuseum in het uit 1610 daterende poortgebouw annex fietsenstalling. Op het terrein was een soort van boerderij annex timmerwerkplaats. Ik herinner me dat de grote aula afgebroken werd en er een nieuwe voor in de plaats kwam. Hier keken we film, waren diverse muziek- en toneelvoorstellingen en bijeenkomsten.
Er waren twee groepen. We aten en recreëerden per groep in een ruimte. Het werden hechte groepen. Het eerste jaar zat ik bij de jeugdige Broeder Patrick Brooijmans in de groep. Hij was jong en van de nieuwe lichting en niet al te streng. Maar soms kreeg hij het aan de stok met ons opstandige pubers en liet dan reëel zijn gezag gelden. Zijn broer Hubere is later ook als broeder ingetreden, hij zat in een groep boven mij. Uit het gezin Brooijmans uit Oud-Vossenmeer zijn diverse pastoors, kloosterzusters en broeders voortgekomen. Het jaar daarop zat ik bij de groep van Broeder Longines. Hij was een geweldige begeleider en creëerde rust. We deden veel aan creativiteit zoals handenarbeid en knutselen en natuurlijk sport. Broeder Dionysius maakte indruk op mij. Hij was handig, grappig en creatief. Hij is op doorreis per solex naar zijn geboorteplaats Rijen eens bij ons thuis geweest. Mijn moeder kwam van oorsprong ook uit Rijen en haar ouders woonden naast de kerk en na even praten bleek dat ze nog familie van elkaar waren via de Teeuwes kant.
Omdat ik al wat ouder was, sliep op een kamertje met een lichtkoepel op de bovenste etage tegenover de mysterieuze apenzolder en niet op zaal zoals de eerstejaars. De apenzolder was ruimte waar veel snuisterijen en voorwerpen uit de missiegebieden werden opgeslagen waaronder een opgezette aap. We mochten er eigenlijk niet komen, verboden terrein, maar toch. Het waren mooie jaren. We draaiden veel muziek, knutselden en luisterden naar de radio naar de hits op Radio Veronica en de latere top 40. We maakten de opkomst van de Beatles, Rolling Stones, Elvis en The Suprimes mee. Er was ook een orkest bestaande uit melodica spelers, een soort van mondorgels. Ze deden mee aan wedstrijden en die werden ook wel eens op nationale radio op KRO uitgezonden. We konden veel buiten spelen in de bossen en vennen. Sporten was een dagelijkse afleiding. Van voetbal tot wielerrennen. ’s Nachts werden er ook droppings gehouden of een spooktocht in de bossen. Vaak gingen we naar de mooie Huijbergse bossen met de witte zandduinen of de uitgestrekte Kalmthoutse heide in België, met de mooie bossen en vennen. ’s Winters kon je er ook schaatsen. Op St. Marie werd ’s winters een speelplaats ondergespoten om op te kunnen schaatsen. Ook gingen we zwemmen, maar bij gebrek aan een eigen zwembad fietsten we dan weer naar Kalmthout in België naar een paterklooster dat wel een zwembad had. Er werd veel gefietst. Een keer naar Antwerpen naar de Zoo. Naar Bergen op Zoom als je schoolspulletjes nodig had of een surprise voor de Sinterklaasviering en natuurlijk de Bergse kermis. We fietsten ook naar Etten-Leur om daar te voetballen tegen de medestudenten van het Juvenaat van de broeders van Liefde Edward Poppe of te wel in de volksmond Don Bosco. Nog een stapje en trapje verder, fietsten we naar Breda om daar een bezoek te brengen aan St. Franciscus, de kweekschool. Dat zou immers onze volgende standplaats moeten worden. Ik mocht dan zoals andere medeleerlingen, die uit de buurt van Breda kwamen, even op en neer naar huis fietsen om een klein bezoekje te brengen aan onze ouders. Ik fietste een lang stuk mee met Jan Geerts wiens ouders in de Valkenierslaan woonden. Ik moest nog een paar kilometer verder. Altijd een fijne verrassing want je zag anders je familie alleen bij de Kerst, Pasen en de grote vakantie. Daarna weer die hele weg terug naar Huijbergen zo’n 40 kilometer en gedeeltelijk door België om de weg af te snijden. Maar het fietsen waren we gewend en soms werd er gelukkig gestopt en kreeg je te drinken. Dat er soms iemand lek reed en geplakt moest worden vonden we niet erg, konden we even bijkomen.
Met het aangrenzende internaat St. Marie was weinig contact. Een paar keer per week gingen we daar douchen en soms naar de mis. Wel werd er gezamenlijk processie gelopen naar het altaar in de bossen. We hebben ook wel eens deelgenomen aan een gezamenlijk sporttoernooi.
We gingen dagelijks naar onze eigen kapel. De diensten werden daar verzorgd door Rector van Weas (bijgenaamd de Beer)die tegenover het Juvenaat in een groot herenhuis woonden samen met zijn huishoudster Marie. De Rector was een kleine grommende gedrongen hinkende man met zijn eeuwige sigaar. Op zaterdagen mochten een paar jongens van boerenafkomst, waaronder ik en Henk Verkooijen, klusjes doen in en rondom huis. De tuin zag er dan weer opgeruimd uit. Altijd een welkome afleiding. Gezellig schoffelen, wieden, vegen en later als beloning werden we getrakteerd op drinken en wat lekkers. In de weekenden mochten we in het cafetaria tegenover het Juvenaat een frietje kopen of iets anders lekkers. Een klein zakje chips met apart een zakje zout of een mars. Daar werd gretig gebruik van gemaakt. Ook de kapper in het dorp deed goede zaken. Verder was er in Huijbergen niet veel te beleven. O ja, de drumband van OLV ter Duinen kwam er weleens optreden.
Later woonden op het terrein van het St. Frans de ongeschoeide Karmelieten. Momenteel wonen er in de latere nieuwbouw de gepensioneerde broeders. De gebouwen van St. Marie dienden nog als onderdak voor asielzoekers en zijn er later woningen gemaakt. Ook het buitenterrein met de bossen is gereed gemaakt voor huizenbouw. In het herenhuis van de rector zetelt nu het Generalaat.

Reactie toevoegen

Je e-mailadres is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.