Het rijke roomse leven in brabant 1900-1970

Internaat College van het Heilige Kruis in Uden

Internaten

Jongetjes met een priesterroeping konden in Uden naar het College van het Heilige Kruis, het landelijk gerenommeerd kleinseminarie van de Orde der Kruisheren. Hun deftige gymnasium met internaat was van oorsprong vooral weggelegd voor kinderen uit de meer welgestelde gezinnen.

Leerlingen op weg van de kapel naar het College (foto: collectie BHIC, fotonr. UDE2159)

Leerlingen op weg van de kapel naar het College. Een kruisheer op de fiets houdt een oogje in het zeil.

Kruisheer M. v.d. Elsen met studenten, rechts Jan Coenen (foto: collectie BHIC, fotonr. UDE2145)
Kruisheer M. v.d. Elsen met studenten

Op het kleinseminarie zette je de eerste stappen van een lange weg. Eerst moest nog maar blijken of de roeping en de leergierigheid aanhielden, zodra je binnen de muren van het grote Kruisherenklooster was toegelaten. Was celibatair leven wel iets voor jou? Kon je tegen de geslotenheid van het kloosterleven en het voortdurend waken voor kuisheid, soberheid en gehoorzaamheid, bij jezelf en bij anderen? Er werden nogal wat offers gevraagd.

Naar school gaan bij de paters was niet voor iedereen. Je moest om te beginnen wel een beetje kunnen leren want het onderwijs was op hoog, gymnasiaal niveau. Om nog niet te spreken van de nadruk op orde en regelmaat, wanneer je besloot om zelf pater te worden en naar het internaat moest. Iedere dag gingen de studenten ‘s morgens naar de kapel, vervolgens naar het college.

Ook goede manieren en culturele vorming kregen veel aandacht. Je zong, speelde toneel en maakte muziek. Om in de tussentijd een beetje te ontspannen, speelde je bijvoorbeeld een potje biljart met je vriendje of een van de paters.

Hoe was jouw verblijf bij de kruisheren? Had je veel last van heimwee of raakte je snel gewend? Zat je op het kleinseminarie of was je een van de ‘externen’, die niet de priesteropleiding deden maar wel les kregen van de paters (gymnasium, atheneum of havo)? Ook voor zulke ‘leken’ was het vroeger heel normaal om een geestelijke voor de klas te hebben.

Je kunt hieronder jouw herinneringen aan het College van het Heilige Kruis met ons delen.

Groep studenten met kruisheer

Recreatiezaal voor studenten in het Kruisherencollege (foto: BHIC, fotonr. UDE2152)

Refter of eetzaal voor studenten in het kruisherencollege

Foto's

Collectie BHIC, id.nrs. UDE2159, UDE2145, UDE2202, UDE2152.

17

Reacties (17)

Rini de Groot zei op 14 maart 2019 om 17:28 uur

En neem het voortouw, het is bij reacties zo ‘wanneer een schaap over de dam is volgen er meer’.
Nee, gelukkig geen Student !! Als Udenaar brachten we als kind vroeg in de morgen met Vader een bezoek voor een H. Mis voor een voor ons onbekende Oom of overleden Tante misschien een Jaargetijde. Hoe vroeger in de morgen des te goedkoper waren vermoed ik de H. Missen, die op zondagmorgen vanaf de Preekstoel voor de predicatie voor de gehele week afgelezen werden. En dat waren er veel voor alle altaren, met rond 8 uur de gezongen H. Mis.
We zagen de studenten in de winter de kapel binnen komen met een omgeslagen sjaal.
Zag in oorlogstijd s,morgens Br. Jan verduisteringsgordijnen optrekken. We liepen de koude Parochiekerk voorbij. Het was er lekker warm de H. Mis door de week korter dan een half uur, maar nadeliger in de vakantie, met ieder morgen verplicht kerkbezoek. We plakte de missen dan aan elkaar.

Christian van der VenBHIC zei op 15 maart 2019 om 09:25 uur

Dag Rini, voorlopig wordt er volop gereageerd op alle verhalen over de Brabantse RK internaten. Maar bij deze, over het jongensinternaat in Uden, blijft het inderdaad nog even stil met herinneringen... maar wat niet is, kan nog komen.

Jan Lange zei op 19 maart 2019 om 22:10 uur

Ik zat van 1965-1970 (sluiting) op het internaat; ook mijn broer Wim heeft er een koude maandag gezeten. Het eerste jaar was afzien: van aug. tot 1 nov. mocht je niet naar huis, dus dat heimwee was er wel. Er waren ook jongens, die eraan kapot gingen van dat heimwee en dus na nov. niet terugkwamen. Ja, wat Rini noemt, de vroegmis, waar je misdienaar was aan het hoofdaltaar of een van de vele zij-altaren. Het eten in de grote refters, de was/de broodbakkerij die intern was, de school met de externen (de Rooijse/Schijndelse jongens, die de sk bij bijv. school moesten afleren) en wij met het Spaanse graan aan de slag. Het was ook een soort gevangenis: ommuurd met glasscherven er bovenop. Voetballen op het veld achter het St. Joep gebouw. Het dorp was taboe, een frietje halen in het dorp was een verzetsdaad, waar je veel vindingrijkheid voor moest betonen. Leraren, die hun vak verstonden, met harde hand soms, maar van pater van den Elsen heb ik de genealogiehobby ge-orven. Studiezaal, slaapzaal met de chambrettes, sporttoernooien, toneel, film; de wereld was wel groter dan St. Hubert in die dagen. Veel gewandeld met medestudenten op woensdagmiddag op Bedaf/Slabroek met pater De Wildt. Na 1968 (het Lieverdje) een leukere tijd; er kon veel meer binnen de muren, de externen kwamen zelfs voor de gezelligheid ’s avonds bij ons hangen. Het schoolblad Polyfoon was kritisch. De helft van mijn 5e klas blowde, het zesde jaar zakte voor de helft in 1970 en het laatste jaar 1971 was ik extern op de fiets. In vijf jaar tijd een revolutie met aan het slot heetgebakerder ouderavonden tussen verontruste ouders en een directie/rector, die machteloos waren tegen de nieuwe tijd. De nieuwe school heette niet alleen voor de kleurstelling de Rode School. Ik heb er het niet slecht gehad, maar dat kan niet iedereen zeggen, want er waren ook zaken, die minder vrolijk waren en waar het laatste woord nog niet over gezegd is, begrijp ik uit een recent contact met oudstudenten uit die tijd. Alle typische oude docent-paters zijn gehemeld. Ik ben zelf bijna 66; het is geschiedenis. Maar een goede klassieke opleiding heb ik aan het degelijke Gym A er wel aan te danken ! En het eerste jaar intern kostte, herinner ik me, 1500 gld. all-in. Dat waren nog eens tijden.

Marilou NillesenBHIC zei op 20 maart 2019 om 20:18 uur

Dank Jan, voor jouw indrukwekkende bijdrage. Nu weten wij ook waar jouw voorliefde voor genealogie vandaan komt ;)

Maar het is indringend om te lezen hoe de sfeer in die beginjaren was. Zo'n zin als 'een frietje halen in het dorp was een verzetsdaad' spreekt boekdelen. Goed dat je ook de omslag van na 1968 hebt mogen meemaken. Ik kan me voorstellen dat dat bepalend is voor je latere herinneringen.

Je relaas geeft een prachtige inkijk in hoe het er destijds binnen de muren aan toeging en welke veranderingen zich hebben voorgedaan. Bedankt daarvoor!

Wim Lange zei op 23 maart 2019 om 22:39 uur

Mijn broer Jan (zie hierboven) heeft het over 'een koude maandag', maar die heeft toch nog drie jaren geduurd. Het gymnasium, waarop ik zat, heette voluit ‘College van het Heilig Kruis’. Zo noem je een school tegenwoordig natuurlijk niet meer, maar toen kon dat nog net. De kentering van dit Roomse bolwerk begon al, toen ik er goed en wel was. Er werden namelijk voor het eerst ook meisjes toegelaten. Niet op het internaat, jammer genoeg, maar wel in de klas. Ik was daar al lang aan gewend, want op de lagere school in Sint Hubert zaten we immers ook tamelijk gemengd. Maar achteraf bekeken, denk ik dat het voor de Kruisheren van toen net een brug te ver was. De aftakeling was begonnen en ruim vier jaar later ging het internaat dicht. Dat heb ik gelukkig niet meer hoeven mee te maken, omdat de leraren het na drie jaar al helemaal gehad hadden met mij (en ik eigenlijk ook wel met hen).
Dat ik uiteindelijk zelf in het onderwijs ben gaan werken (tot nu toe) geeft wel aan, dat ik er niet helemaal op afgeknapt ben. Voor mij slaat de balans van die tijd wel mild door naar minder leuk. Ik denk niet, dat dit door de gevangenismuren kwam, want ik bleek al snel inventief genoeg om die te omzeilen. Maar wel door de over het algemeen nogal kind-onvriendelijke omgeving en m.i. onpersoonlijke benadering door de heren Kruisheren. Een positieve uitzondering wat mij betreft: pater (Pa) de Wildt, die elke woensdagmiddag en vaak ook nog in het weekend met wie maar wilde naar de Bedaf, de Kleuter of de Slabroekse bossen wandelde. Ik was er steeds bij. Maar als surveillant in de studiezaal was hij daarna wel weer nagelhard. En vooruit dan.... aan pater (Appie) Vink heb ik ook positieve herinneringen. Ik hield van de muzieklessen die hij gaf en zong als sopraan (toen nog wel, ja) bij het koor dat hij dirigeerde. Al loerde ik vooral met een scheef oog naar de saxofonist en trombonist van de begeleidingsband; dat was pas cool. Ik heb er in die blauwe maandag ongetwijfeld enorm veel geleerd, al weet ik niet meer precies wat. Ik heb in elk geval, behalve wierook, ook sigarenrook leren waarderen. De klassen waren doorlopend voorzien van een dichte blauwe bolknakwalm. Gelukkig heb ik geen ongewenste toestanden meegemaakt. En dat kan dan, hoewel dat eigenlijk normaal zou horen te zijn, denk ik, ook wel als iets positiefs beschouwd worden.

Jan Lange zei op 24 maart 2019 om 16:59 uur

En om het verhaal helemaal compleet te maken: onze broer Koos heeft ook nog een/het laatste jaar dus op het Kruishereninternaat gezeten tot het gesloten werd. Wel leuk van deze site, dat je geheugen opgefrist wordt. Zo herinner ik me ook nog, dat veel leraren een bijnaam hadden: de Paus, de Toon, de Stier, de Geit, de Beul, de Lange (niet te verwarren met de 3 Lange-tjes dus). Een bont gezelschap dus. Nog een leuk verhaal: pater Francino was Geschiedenisleraar, die steevast met een bolknak rokend de klas in kwam, zijn sigaar in de asbak legde en begon met de les. Wij smokkelden een keer die sigaar van het katheder naar achterin de klas, stopten deze vol met luciferkoppen, waarna hij retour asbak ging. Zelden duurde het einde van de les zo lang.

Rini. zei op 24 maart 2019 om 17:33 uur

Jan de afloop met kruid geladen sigaar lezen wij zeker ook binnenkort? Prachtige anekdotes Pater Francino, was een grote Mariavereerder prachtig predicaties was soms ook m'n biechtvader ik beantwoorde z,n vraag eens met 'nee' hij zou gezegd hebben, geniet toch van je natuurlijke gevoelens.

Jan Lange zei op 24 maart 2019 om 18:29 uur

Kwajongenswerk, want dat was natuurlijk een klapper, maar we hebben er niet voor op ons donder gehad. Inderdaad, pater Francino was een prima geschiedenisdocent, die meer van de verhalen dan van de jaartallen hield; Dat was de makke van zijn opvolger; dat ik diens naam niet meer weet, spreekt al boekdelen, zeg maar. En dan had je leraar Grieks Hüsken: die kon je maandags in de les zo over het voetbal van afgelopen zondag aan de praat houden, dat er van lesgeven niets terecht kwam ! Dat was dus ook een sport !

Marilou NillesenBHIC zei op 24 maart 2019 om 20:04 uur

Met veel genoegen heb ik jullie bijdragen gelezen, Wim, Jan en Rini. Prachtig verwoord, Wim, hoe je die tijd hebt ervaren. Van de dikke sigarenrook tot aan de wandelingen in het bos: het spreekt enorm tot de verbeelding. Indrukwekkende laatste zinnen ook, ik sluit me daar helemaal bij aan.

En Jan en Rini, het voorval met de sigaar heeft een hoog Pietje Bell-gehalte ;) En ik lees het met hetzelfde genoegen! Dank voor jullie reacties.

W. van Stiphout zei op 9 mei 2019 om 12:25 uur

De foto 'Recreatiezaal voor studenten in het kruisherencollege' betreft de 'Refter of eetzaal voor studenten in het kruisherencollege'

Thijs de LeeuwBHIC zei op 13 mei 2019 om 09:05 uur

@ W. van Stiphout: ach inderdaad, daar is iets fout gegaan. Je kunt het ook best goed zien op de foto. Het is inmiddels gecorrigeerd. Bedankt!

Albert (Appie) Latijnhouwers zei op 15 juli 2019 om 18:39 uur

Als externe uit Sint Oedenrode (Rooi) heb ik alleen maar goede herinneringen aan het Kruisherencollege. Ik studeerde daar van 1965 tot 1971, in dezelfde klas als Jan Lange!
Voor mij als dorpsjongen was het een grote overgang naar de middelbare school. Elke dag 17 km heen en 17 km terug naar Uden met de fiets, samen met 5 dorpsgenoten, ook zaterdags. Het klopt wat Jan vertelt; we kregen de eerste maanden apart bijles in ABN om de sk-klanken af te leren. In de eerste jaren moesten we voor de lessen vaak naar de mis, in de meimaand elke dag. Ik viel dan meestal flauw van de wierook en kwam dan bij bij broeder portier in het klooster. We mochten dan niet van te voren eten en ik had dan brood en chocomelk bij voor erna. Ik herinner me dat de internen altijd tuk waren op onze boterhammen die dan ook vaak geruild werden tegen sigaretten.
Ik snapte dat wel want het brood in het internaat was na 5 dagen onder natte dekens gestaan te hebben niet meer zo smakelijk.
De eerste jaren op het gymnasium waren nog echt het Rijke Roomse leven met eucharistievieringen, toneeluitvoeringen en bijna alleen maar paters voor de klas. Soms was ik wel eens jaloers op de internen want die hadden een prachtige recreatiezaal waar je kon biljarten en tafeltennissen, en film en sport. Thuis hadden we het niet zo breed en lagen we met 4 kinderen op 1 zolderkamer.
De latere jaren op het gymnasium veranderde de wereld compleet. Het Rijke Roomse leven verdween als sneeuw voor de zon en de revolutie van de eind jaren 60 deed zijn intrede. Eerst de komst van de meisjes ( ik zat toen al in de 2e, dus ik heb zowel op de lagere als de middelbare school alleen bij jongens gezeten), daarna de een na de andere uittreding van de paters, de komst van de eerste vrouwelijke leraar ( vergezeld door de schotjes aan de katheders) en het veelvuldige hash-gebruik en de protestmarsen en stakingen voor eigen leerlingenbestuur en de afkondiging van de Oranje Vrijstaat.
In 6 jaar tijd was de samenleving en ook het leven op het kruisherencollege compleet veranderd.
Ik heb heel goede herinneringen overgehouden aan mijn schooltijd in Uden en sinds mijn dochter een minicamping bij Bedaf in Uden heeft kom ik daar weer heel regelmatig en word ik nostalgisch als ik de kruisherenkapel en -klooster zie. Jammer dat er niks meer te zien is van het oude schoolterrein met de barakken en het daarachter gelegen St. Joepveld.
Ik vind het leuk om herinneringen aan die tijd op te halen. Wie volgt?

Marilou NillesenBHIC zei op 15 juli 2019 om 21:50 uur

Hallo Albert, prachtige bijdrage hoor! Ik denk dat het voor veel mensen (uit die periode) heel herkenbaar is: het flauwvallen van de wierook tot de totale wenteling van de samenleving. Wat ik me afvraag, was je je destijds ook bewust dat het echt om een kantelpunt ging? Dat er een periode voorgoed werd afgesloten? Of was je daar als jongeling niet zo mee bezig?

En ik sluit me aan bij je oproep, trouwens: leuke (of minder leuke) herinneringen uit die tijd, ze zijn allemaal erg welkom! We wachten af...

Rini de Groot zei op 24 juli 2019 om 09:12 uur

Albert, als geboren Udenaar en in 1966 vertrokken naar één plaats verder dan St. Oedenrode.
was ik in Uden bij een avond waar Peter van den Hurk uit Nistelrode sprak, hij doorliep voor jou 1958 en 1965 het College. (nog in het Rijke Roomse leven.) En kocht daarbij zijn boekwerk, ‘Uden in de jaren vijftig en zestig.’ St. Joepveld was dat het gebouw van St. Jozefkring ? Èn ik zoek de wierook op!

Jan Lange zei op 24 juli 2019 om 21:26 uur

Appie/Albert, jou herinner ik me nog goed ! Dank voor je bijdrage en aanvullingen!

Albert Latijnhouwers zei op 3 augustus 2019 om 19:56 uur

Ik jou ook, Jan.
Ben jij geen priester geworden? Volgens mij hebben we elkaar nog gezien op een reünie in de begin jaren 90. Zou leuk zijn als die nog eens herhaald zou kunnen worden.
Op de vraag van Marilou: We waren er ons denk ik wel van bewust dat het een kantelpunt was. De veranderingen gingen zo snel dat er geen weg meer terug was. Aan de andere kant bleef in mijn thuisomgeving nog lang veel hetzelfde . Dat leidde tot een gevoel van in 2 verschillende werelden te leven. Het was een verwarde tijd.

Jan Lange zei op 3 augustus 2019 om 20:53 uur

Albert, geen priester (celibaat hè), maar wel pastor in 2 parochies en justitiepastoraat en dat sluit ik nu a.s. 12 aug. na bijna 40 jaar af. Kantelpunt: Wij hadden als theologiestudenten lichting 1971 recent een reunie in Nijmegen en we vonden, dat we iets te vroeg geboren waren, want we zaten nog teveel net in de oude tijd, ook theologisch gezien. Maar goed, ik had die echte "oude"/degelijke theologie met Edward Schillebeeckx e.a., vergeleken met de latere, hedendaagse religiewetenschappen niet voor elkaar willen inruilen.
Maar los daarvan, na mgr. Bekkers was in de kerk van Den Bosch de Geest echt uit de fles en veel (ook oudere) katholieken in Brabant hebben dat echt als een bevrijding gevoeld. De pogingen van de nieuwe roomse clerus om dat terug in de fles te krijgen stuiten op hele grote weerstand links en rechts. Brabanders zijn heel gelovig, maar ze geloven het ook wel, als ze tegen de haren worden ingestreken.

Reactie toevoegen

Je e-mailadres is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.