Het rijke roomse leven in brabant 1900-1970

Externaat Sint Antonius van Padua in Megen

Internaten

Priester werd je niet zomaar. Daar ging een jarenlange studie aan vooraf. Wilde je pater worden dan kwamen er nog flinke scheppen bovenop. Alleen al omdat je voor zo’n carrière kennis nodig had van het Latijn, de taal van de rooms-katholieke kerk, was gymnasiumonderwijs een eerste vereiste. In Megen kon je daarvoor terecht op het Gymnasium Sint Anthonis van de paters franciscanen.


Gymnasiasten en enkele paters franciscanen voor de ingang van het gymnasium, 1929 (foto: collectie BHIC)

Het was een gymnasium voor jongens die geestelijke wilden worden, een kleinseminarie. Zo'n opleiding volgde je intern; je ging voor enkele jaren weg bij je ouders. Opvallend aan het kleinseminarie in Megen is dat veel studenten niet uit Brabant kwamen, maar uit franciscaanse bolwerken in andere provincies, waaronder Wijchen, Drachten, Musselkanaal, Bodegraven, Woerden, Lichtenvoorde, Heerlen, Maastricht, Monnickendam en Amsterdam.

Bijzonder aan dit internaat is dat de internen niet in het franciscanenklooster verbleven, maar in zogeheten 'kosthuizen', die rondom het gymnasium lagen en door de franciscanen werden beheerd. Een alleenstaande dame verzorgde de huishouding. In zo'n kosthuis was ruimte voor pakweg zestien studenten, verdeeld over twee slaapkamers met elk vier metalen stapelbedden. Een zesdejaars kreeg als 'kostbaas' de verantwoordelijkheid over de groep. Eigenlijk hebben we bij Sint Anthonius in Megen dus niet van doen met een internaat, maar een externaat.


Leerlingen van kostschool Sint Antonius in Megen. De leerling in het midden, met de armen over elkaar, is Gerard Leonards sr. (Foto met dank aan Gerard Leonards)

Tijd voor ontspanning was er natuurlijk ook. Bijvoorbeeld door een potje te voetballen met je vriendjes op de speelvelden. Deze lagen niet bij het klooster, maar net buiten de bebouwde kom en tegen de dijk. Of je keek samen naar een stichtelijke, zedelijk verantwoorde film. Culturele vorming stond hoog in het vaandel en voor toneelspel hadden de paters ook een aparte zaal. En omdat jouw gezonde geest een gezond lichaam verdiende, deed je aan sport, in de gymnastiekzaal of buiten, door lange wandelingen te maken.

Hoorde je bij de beste leerlingen, dan kon je ervoor kiezen om verder te studeren bij de paters, met als einddoel het toetreden tot hun kloosterorde. Na het kleinseminarie zette je dan de eerste echte stappen op weg naar het priesterambt en het kloosterleven.

Maar je kon er ook voor kiezen om bij een andere orde of congregatie verder te studeren. En als je het leven als kloosterling helemaal niet meer zag zitten, kon je ervoor kiezen om je priesterstudie voort te zetten aan een bisschoppelijk seminarie, of helemaal te stoppen en te kiezen voor een leven als 'leek'.

Het gymnasium in Megen werd gesloten in 1967, dus er zullen nog veel oud-leerlingen zijn die over hun verblijf daar iets kunnen vertellen.


Potje voetbal op een van de speelvelden. Enkele paters kijken toe.
(Foto: collectie Katholiek Documentatie Centrum)

Docenten en leerlingen van het gymnasium, 1967. Eerste rij, helemaal links: Marie Smits, van het kosthuis. Mogelijk zien we ook pater Thomas van Schaik (eerste rij, 3e van links) en gymnastiekleraar pater Wunibald (direct links van het tweede raam van rechts, met bril). (Foto: collectie Katholiek Documentatie Centrum)

Reageer hieronder, deel herinneringen aan je kostschoolverblijf en vul deze pagina aan! Foto's zijn ook van welkom. Stuur ze naar internaten@bhic.nl en dan voegen we ze hier toe.

Bronnen

Reacties (hieronder en per mail), waaronder diverse bijdragen van Joannes H.I. Peters

37

Reacties (37)

Joannes H.I. Peters zei op 12 maart 2019 om 20:56 uur

Het begeleidend schrijven hierboven is niet erg up-to-date.
Het was niet het St. Anthonius Gymnasium, maarGymnasium St. Anthonius. Dit gymnasium werd absoluut niet bevolkt door jongetjes uit Brabant, maar vooral door knapen uit franciscaanse bolwerken in alle andere provincies. Om er enkele te noemen: Wijchen, Drachten, Musselkanaal, Bodegraven, Woerden, Lichtenvoorde, Heerlen, Maastricht, Monnickendam, Amsterdam. Slechts een enkeling kwam uit Brabant.
De "studenten", zoals ze in de Megense volksmond werden genoemd, werden niet bij de lokale bevolking ondergebracht, maar in door de franciscanen rondom het gymnasium beheerde 'kosthuizen', waarin een alleenstaande dame voor de huishouding zorgde.
Een kosthuis huisvestte in principe 16 'studenten': 2 slaapkamers, ieder 8 knapen in 4x één stapelbed van metaal. Klas 1 t/m 3, genoemd 'klein figuur' in kamer 1 en klas 4 t/m 6 als 'groot figuur' in de andere. Een zesdeklasser werd als "kostbaas" de verantwoordelijke....
De sportvelden lagen niet bij het klooster, maar net buiten de bebouwde kom tegen de dijk, daar waar ze nu nog zijn....
Het verhaal van recruteren voor het kleinseminarie klopt niet; het gymnasium zélf was het klein-seminarie ! En daar kwam je bij voorbaat niet op, als je al niet heel behoorlijk kon leren.....zo kan ik nog wel even doorgaan.
Drie keer in het jaar naar huis....
Het was wel degelijk een internaat. Je zat intern, het gehele jaar.

Dat hoeft niet altijd in het gebouw te zijn, waar je ook je studie volgt.
De zes kosthuizen lagen tegen het gymnasium of de kloosterkerk aan. aan....
Veel verdraaiingen van waarheden dus, ik kan nog wel even doorgaan.
Met groet, Joannes H.I. Peters, leerling van 1960 tot 1966.

Thijs de LeeuwBHIC zei op 13 maart 2019 om 10:04 uur

Beste Joannes, veel dank voor je reactie met op- en aanmerkingen. Die ga ik gebruiken om het verhaal aan te passen! Wil je nog meer delen over je tijd op deze kostschool, dan kun je hier reageren of me mailen. Dat kan via info@bhic.nl. Hartelijke groeten,

frits van schijndel zei op 20 maart 2019 om 02:32 uur

als geboren en getogen megenaar bouwjaar 30-03-1933 zoon van de slagers gebroeders van schijndel kloosterstr voorheen minderbroederstraat zal ik proberen te schetsen hoe het vroeger was : alle studenten waren ondergebracht bij particulieren kosthuizen daar isverandering ingekomen in 1950 toen hebben de paters 2 nieuwe kosthuizen gebouwd in de dokter baptiststraat gerund door wed marie smids voorheen eigenares van kosthuis smids kloosterstraat 10het andere door an witsiers dochter van slager witsiers het pand wilhelminastraat 5 was ook eigendom van de paters en werd gerund door de gezusters burgers en nu de logica dat er dus wel degelijk de studenten bij de plaatselijke bevolking ondergebracht werden
maandelijks werden de nota s van het geleverde vlees afgegeven bij elk kosthuis de 3 nota s van de genoemde kosthuizen werden door de paters afgerekend onder het genot van een borreltje en een dikke agio sigaar de particuliere kosthuizen waren rond 1950 dr baptiststr 23 willem de kock no 24 marie driessen no 41 hanneke en kobus de becker no 18 schoenmakers kloosterstr no 26 van gisteren no12 van aalst no 10 pauwels no 8 kersten no 3 gezusters steverink het sportveld aan de maasdijk is ongeveer rond 1935 aangelegd na de maaswerken

frits van schijndel zei op 20 maart 2019 om 02:42 uur

de dame links vooraan op de groeps fhoto is kostjuffrouw marie smids

Thijs de LeeuwBHIC zei op 20 maart 2019 om 08:07 uur

@Frits: veel dank voor je mooie en gedetailleerde bijdrage! Vergeleken met andere internaten was het hier toch wel een bijzondere situatie, met die kosthuizen. Heel fijn dat we nu ook de namen hebben van de mannen en vrouwen die deze huizen onder hun hoede hadden, mét adressen zelfs : ) Die info vind je niet zomaar. En trouwens ook bedankt voor het aanwijzen van Marie Smids op de groepsfoto. Herken je nog andere mensen op die foto toevallig?

Gerard Leonards zei op 25 maart 2019 om 19:26 uur

Mijn vader (G.M.J.Leonards 1903-1983) verbleef van 1916 tot 1922 in Megen. Hij volgde er de Latijnse School, zoals hij het zelf noemde. Ik ben in het bezit van een klassefoto van destijds. Eenieder die mij aan meer informatie kan helpen, nodig ik hierbij graag uit...

Marilou NillesenBHIC zei op 26 maart 2019 om 15:57 uur

Hallo Gerard, bedankt voor je berichtje. Als je die foto naar info@bhic.nl stuurt ovv Externaat Megen, dan zetten we die er hierbij.

En ik sluit me aan bij je oproep om meer informatie. Die uitnodiging staat zeker!

Thijs de LeeuwBHIC zei op 27 maart 2019 om 09:29 uur

@Gerard: zoals je ziet heb ik de foto inmiddels aan het verhaal toegevoegd. Bedankt! En ik hoop op veel reacties natuurlijk.

Cees MEIJER zei op 15 mei 2019 om 09:01 uur

Er stonden in de slaapkamers geen stapelbedden. Tenminste niet in mijn tijd. 1953-1959. 16 Bedden verdeeld over 2 kamers. Op de foto staat niet het klooster maar het gymnasium. Het klooster stond tegenover de school. In het gymnasium was ook een recreatiezaal en in die zaal was ook een toneel.

Cees Meijer zei op 15 mei 2019 om 09:44 uur

Het gymnasium was uit 1645.Toen een Latijnse school. De leerlingen kwamen vaak uit franciscaner parochies. De kerk betaalde vaak bij als ouders niet alles konden betalen. In mijn tijd moesten we een diploma hebben voordat we in het klooster gingen. Er waren veel uittredingen. De studenten die goed in Latijn en Grieks waren deden staatsexamen omdat de school zelf geen examen mocht afnemen. De andere leerlingen gingen naar Oss om aan het Titus Bransma lyceum het HBS A diploma te halen.

Thijs de LeeuwBHIC zei op 15 mei 2019 om 12:21 uur

Bedankt voor je uitleg en aanvullingen, Kees. Ik heb het fotobijschrift erop aangepast. Die kostgelden werden dus niet voorgeschoten maar (deels) geschonken als deouders het niet konden betalen. Toevallig hoorde ik laatst nog over een kostschool, waar het blijkbaar voorkwam dat de opleiding in stappen /pas later hoefde te worden betaald. Maar ook dat dit (rest)bedrag na de studie soms werd kwijtgescholden, als een student besloot om in te treden tenminste.. Maar dat ging over een andere kostschool - zal volgens mij toch geen algemene praktijk zijn geweest

A. Jagers zei op 8 augustus 2019 om 15:49 uur

In het weekblad De Sleutel van 07-08-2019, verschijnend in Oss e.o. las ik een artikeltje over uw Gymnasium met de vraag om eventuele reacties.
Van 1957 t/m 1994 was ik docent klassieke talen en rector van het Titus Brandsmalyceum te Oss. N.B. Titus was, voordat hij om gezondheidsredenen overstapte naar de Carmelieten, leerling van uw Gymnasium.
Ik herinner mij dat in de vijftiger jaren van de vorige eeuw regelmatig studenten uit Megen naar de HBS van het lyceum kwamen om het HBS-A diploma te behalen. Zij startten meestal in de voorlaatste klas. De reden daarvan was dat HBS-A minder zwaar was met name vanwege het feit dat op HBS-A geen klassieke talen werden gedoceerd.
Daarna konden zij hun verdere priesteropleiding volgen. Zij woonden in groepjes van enkele in leeftijd variërende studenten in een van de kosthuizen in Megen. Met succes hebben deze leerlingen - ik vermoed een
tiental - hun diploma behaald en hopelijk hun studie kunnen vervolgen.
Of deze informatie de moeite waard is om te publiceren, laat ik aan u over.
Maar is vond het de moeite waard om het toch wel bijzondere van het Gymnasium Sint Anthonius te melden.

A.Jagers, oud-rector Titus Brandsmalyceum te Oss

Kees van de Wiel zei op 11 augustus 2019 om 15:01 uur

Het tijdschrift Zendgraaf van onze heemkundekring heeft bv. in nummer 35 uitgebreid aandacht besteed aan het kosthuis van Marie Driessen. Daarin staan ook andere kosthuizen vermeld. De Zendgraaf is bij het BHIC beschikbaar. Het voert te ver om hier meer over te schrijven.
Het boek: "Van bruin habijt naar bruin café", uitgegeven bij het 100 jarig bestaan van het gebouw St. Anthonius, beschrijft ook het verschijnsel kosthuizen.
Laat maar weten of je naspeuringen succes opleveren.

Thijs de LeeuwBHIC zei op 12 augustus 2019 om 07:54 uur

@A. Jagers: absoluut de moeite waard! Zo komen we toch al veel meer te weten over de opleiding van de (aankomende) priesterstudenten aan dat - inderdaad bijzondere - internaat in Megen. Voel je vrij om er nog meer over te vertellen. Nog bedankt voor je reactie en welkom op de site.

@Kees: dank voor de literatuurtips! Ik vermoed dat in die publicaties al veel van de vragen worden beantwoord. Die gaan we dus aanvragen en ook hier als bronnen toevoegen, voor wie verder wil lezen. Ik houd je op de hoogte.

Ben van de Camp zei op 18 augustus 2019 om 20:30 uur

Via mijn jongste broer Johan werd ik attent gemaakt op het bestaan van deze site met de vraag of ook ik nog wat kon toevoegen.
Nou, dat gaat lukken.
Allereerst stelt Frits van Schijndel terecht vast dat de studenten wel degelijk waren "gehuisvest" bij de plaatselijke bevolking. Ingekwartierd zou je kunnen zeggen. De plaatselijke heemkundekring kent ongetwijfeld alle adressen en de "exploitanten van de kosthuizen" .
De studenten en de bewoners van Megen vormden ook een zekere eenheid waarbij de invloed van het externaat c.q. de studenten op de bewoners groter was dan omgekeerd. Voor wat in Megen de'n BUITENHOEK heette gold dat minder maar voor alles in de STAD telde dat wel degelijk. Dankzij de studenten vonden veel bakkers, slagers etc. een bestaan. Zelfs zulk een exotische business als die van Anna Wattenberg in de Torenstraat - het wassen en stijven van boorden en manchetten - leverde inkomsten op.
En voor ouders die hun kind wilden bezoeken was er natuurlijk Hotel Muskens. Elke pater moest natuurlijk ook dagelijks de mis opdragen (soms in het klooster 4 tegelijkertijd!!) en dat vergde miswijn. Ik ga niet vertellen hoeveel ik daarvan gestolen heb, maar hofleverancier - voor de totale Franciscaner orde - was natuurlijk wijnhandel Hubert Remmen. Tot zover het economisch belang.

Ook cultureel lieten de studenten van zich horen. Iedereen die toen op de keien woonde weet zich ongetwijfeld te herinneren hoe de studenten in de tijd van Sinterklaas in rijen van vijf of zes door de straten liepen onder het zingen van liedjes over de goedheiligman. Ook zongen ze telkens als er een student jarig was gezamenlijk hun "Y ovivat". En natuurlijk maakten ze ook (klassieke) muziek en hadden ze hun eigen toneelvoorstellingen. Dit alles stimuleerde ook de bewoners.
In het stadje Megen was er sprake van een kruisbestuiving tussen de "studenten" en de bewoners.
En dat gold ook voor de sport. Vooral voor voetbal.
Een voorbeeld.
Begin de jaren '60 van de vorige eeuw had de plaatselijke voetbalclub
een bovengemiddeld getalenteerde doelverdediger: Jantje van de Camp (de Visser). Maar ook de studenten beschikten over zo iemand, misschien nog wel een betere: Jos Donders (later missionaris geworden op Nw. Guinea?) De jaarlijkse (?) wedstrijd tussen de studenten en de burgers was natuurlijk een "hot"gebeuren van gezonde rivaliteit. Je proefde de spanning en er waren veel spectaculaire reddingen van de beiden doelverdedigers.
Symptomatisch voor de gezonde animositeit tussen studenten en de burgers is toch wel het feit dat, toen Jantje de Visser door een andere vereniging werd "weggekocht", Jos Donders (kort) het doel van Megen verdedigde.
Stellen we een ding vast: met het vertrek van de studenten uit Megen, verloor Megen zijn ziel en werd het van een levendig, ofschoon geïsoleerd stadje, een doods dorp.

Thijs de LeeuwBHIC zei op 19 augustus 2019 om 09:00 uur

Wow, enorm bedankt voor je uitgebreide reactie, Ben! Zo te lezen herinner jij je kostschooltijd nog als de dag van gisteren en kun je daar nog wel wat meer over vertellen. 'Op de keien woonde' - zo noemden jullie dat toen dus : ) Bij die economische en culturele impact had ik nog niet zo stilgestaan. Vaak worden kostscholen toch voorgesteld als gesloten 'bastions van de katholieke moraal' (niet mijn woorden). De studenten brachten op een goede manier leven in de brouwerij.

Deze kostschool blijft toch verbazen. Echt een bijzonder geval. Voor Brabant althans kan ik zo even geen vergelijking maken.

Nogmaals dank en mocht je nog meer willen vertellen, graag!

Henk Salemink zei op 6 juni 2020 om 11:20 uur

Mijn broer Gerard Salemink heeft hier ook op gezeten .Is later naar Japan gegaan. Is in 1997 gestorven en daar ook begraven. Mijn vader was smid in Megen. Ik ben al 66 jaar Megen uit. Gr Henk Salemink.

Henk Salemink zei op 1 juli 2020 om 13:56 uur

Ben v.d.Kamp Had het over Jos Donders , maar het is Jos Donkers.
Gr Henk Salemink.

Marilou NillesenBHIC zei op 1 juli 2020 om 16:25 uur

Bedankt voor je oplettendheid, Henk, goed dat je dat hier meldt. Kom je nog wel eens in Megen, ondanks dat je er al zolang niet meer woont?

Josée Temmink- de Leeuw zei op 4 juli 2020 om 19:08 uur

Al eerder probeerde ik een contactpersoon te vinden in Megen, die me iets meer kan vertellen over Megen in 1954. Op internet vind ik de opening van de Kapel van het Heilig Bruurke, het conflict tussen de gemeenteraad en het hoofd van de Mariaschool en het wanbeleid van de heer Couwenbergh ten aanzien van het innen van de gemeentelijke belastingen. Er gebeurde nog meer en daar zou ik graag eens met een leeftijdgenoot (geb. 1947) van gedachten willen wisselen, want in dat jaar woonde ik met mijn familie in Megen, Heuvelstraat 30 (nu Maasdijk?).
In het boek dat ik voor mijn familie aan het schrijven ben, is 1954 Megen een vage periode. Ik kom natuurlijk het Bruurke tegen, verder namen als dokter Theunissen, Witsiers, van Deursen, Loderus, van Breda, de Mulder, Heereveld, Couwenbergh, Zr. Fidelio, dokter Baptist. Wie heeft er een goed geheugen betreffende dat jaar?
Bij voorbaat dank. Josée Temmink- de Leeuw

C.A.M. Van de Wiel zei op 5 juli 2020 om 00:38 uur

Laat Josée maar kontakt opnemen met mij. Kan haar mogelijk vanuit onze heemkundekring wel voorzien van meer informatie.
Heemkundekring Megen, Haren en Macharen
email: heemkunde-mhm@live.nl

Leo Swaans zei op 15 juli 2020 om 16:13 uur

Beste Thijs,

In 1984 was ik, n.a.v. 100 jaar gymnasium Megen, eindredacteur van het boekwerkje 'Van bruin habijt naar bruin café'. Ik kan het, bij belangstelling, scannen en als pdf naar je sturen.

Groet,
Leo Swaans

C.A.M. Van de Wiel zei op 15 juli 2020 om 17:14 uur

Leo,
Wij hebben het boekwerk ook bij onze heemkundekring. Jammer dat Leo niet meer in Megen te zien is.
Contact: heemkunde-mhm@live.nl

Leo Swaans zei op 15 juli 2020 om 20:43 uur

Cees, af en toe ben ik toch in Megen. Het is en blijft goed toeven in Megen.
Ik stuur je de pdf van het boekje.

Tom Buitendijk zei op 16 juli 2020 om 12:34 uur

De meest bekende leerling van het externaat is de Zalige Titus Brandsma, karmeliet, die van 1892 - 1896 in Megen het gymnasium doorliep.

Cees MEIJER zei op 16 juli 2020 om 15:59 uur

Bij de dames Steverink hadden wij geen stapelbedden. 8 Bedden per kamer en 2 kamers. Op de overloop c.q. gang waren aan de muur planken gemaakt waarop emaille schalen stonden. 16 totaal. Douchen was eens per week(?) In de school. Halve wegen de trap naar boven was een deur waarachter volgens mij een ruimte was met 8 douchecabinnes.
Ook uit Haarlem (ikzelf), Utrecht, Aalsmeer en Delft waren studenten.

Mariët BruggemanBHIC zei op 17 juli 2020 om 10:44 uur

@Leo, bedankt voor je zeer vriendelijke aanbod. Ik weet zeker dat mijn collega Thijs daar zeer blij mee zal zijn. Zou je de .pdf ook willen sturen naar info@bhic.nl, tav Thijs de Leeuw? Alvast onze dank.
@Tom: bedankt voor het noemen van de naam van Titus Brandsma, die moet ook zeker vermeld worden hier. (1892-1898 studeerde hij hier).
@Cees: bedankt voor je reactie. Kun je je nog herinneren of ook altijd alle 16 plaatsen in dit particuliere kosthuis bezet waren? En waren de dames Steverink erg streng voor jullie?

Josée Temmink- de Leeuw zei op 17 juli 2020 om 10:47 uur

Kan iemand me nog iets meer vertellen over de rol en de taak van pater Nicodemus van Heereveld in het klooster in Megen? Was hij leraar? Ik las b.v. ergens dat hij Homerus voorlas aan de studenten. Maar ook dat hij kapelaan was in een parochie.

Henk Salemink zei op 20 juli 2020 om 19:20 uur

Er heeft nog iemand uit Megen op gymnasium gezeten . Was dat niet Piet Hermans.Dit moet Frits van Schijndel toch ook weten .Ik denk dat dit in de jaren zeventig was.

Bert van Dreumel zei op 24 juli 2020 om 17:26 uur

Inderdaad was Piet Hermans ook een megenaar.
Gerard Salemink was een klasgenoot van mij.
Ik startte als Oijenaar in de voorbereidingsklas met nog acht medeleerlingen. Dat was in januari 1950. Ik fietste elke dag van Oijen naar Megen, ook in de kleine figuur (kl. 1), de grote figuur ( kl.2) en inde grammatica (kl. 3). Ontbijt en lunch genoot ik in kosthuis Veenstra. Hier zwaaide mevr. Veenstra de scepter. Haar man hield daar de tuin bij. Ze hadden een dochter, Tieneke). Het waren dus. Het waren dus niet allemaal alleenstaande dames die de kosthuizen beheerden. Later in kl. 4 ( syntaxus), kl.5 (poesis) en kl.6 (rhetorica) was ik in de kost bij mevr. Pouels in de Dr Baptiststraat.
Hier nog enkele namen van leraren die lesgaven:
De rector in de jaren ‘50 was paterSybrand Galema, die in 1956 werd opgevolgd door pater Wortelboer. We krgen latijn van Pater Januarius, aardrijkskunde van pater Thomas, geschiedenis van pater Fidentius, nederlands van pater ?. Ik weet zijn naam niet meer, maar hij was heel klein. Van pater Bernold en Siegbertus kregen we wiskunde. Pater Winfried gaf de muzieklessen.
Elk jaar was er een geweldig mooi Rectorsfeest. Dan werden de ouders uitgenodigd en werden er muziekuitvoeringen of toneeluitvoeringen opgevoerd.
Jaarlijks werd het St. Catrienfeest gevierd. St. catrien was de
Atrones van de rhetorica. De poesis voerde een revue op waarin de studenten van de rhetorica op de hak werden genomen.
Ik weet nog dat ik in de poesis de hel rhetorica met tractor en wagen door Megen heb gereden.
Het was traditie dat de mensen van de hoogste klas een zelf gekozen hoofddeksel droegen.
Dit zijn zo maar wat herinneringen. Aan mijn studententijd in Megen.
In januari 1956 ben ik daar vertrokken en heb de humaniora afgemaakt op Beek liet te St. Michielsgestel.

Henk Salemink zei op 24 juli 2020 om 18:44 uur

Ja over paters gesproken . Wat dacht van Pater Fredegandus.De pater.
Ja die was van alle markten thuis.Ja die gaf duits. Hij ook smeden horloges maken was ook een halve dokter.Kwam veel bij ons. Is later naar leger gegaan.

Cees MEIJER zei op 24 juli 2020 om 19:51 uur

In de jaren dat ik daar woonde waren er altijd 16 jongens. Dat was van 1953 tot 1960. Ik weet niet of dit een particulier kosthuis was. Want de dames kregen bv vlees e.d, van de paters. Volgens mij hadden alle dames een soort van dienstverband met de paters.

C.A.M. Van de Wiel zei op 27 juli 2020 om 15:59 uur

Gezien het grote aantal reacties, lijkt het mij goed om er een boekwerkje van te maken. Dat zal onze heemkundekring zeer op prijs stellen. Mailadres: heemkunde-mhm@live.nl
Graag een reactie vanuit BHIC

Thijs de LeeuwBHIC zei op 30 juli 2020 om 14:49 uur

@C.A.M. Van de Wiel: dank voor je reactie en een heel mooi idee natuurlijk. Wij krijgen deze vraag vaker, wat gebeurt er nu met al deze reacties, op deze pagina en op alle andere internaatpagina's. Het is echter vooralsnog niet onze bedoeling om op basis van de reacties op de internaatpagina's boekwerken te gaan publiceren; wij beperken ons tot de creatie en groei van een digitaal document. Natuurlijk zijn we wel erg benieuwd of jullie misschien plannen in die richting hebben, om iets te publiceren naar aanleiding van de vele reacties die hier blijven binnenkomen? Misschien dat wij dan nog bij de totstandkoming van dienst kunnen zijn.
Zodra wij weer een vergadering hebben, zal ik de vraag hoe dan ook aan de orde stellen. Dat kan in verband met vakanties wel even duren, maar het staat bij deze genoteerd! Hartelijke groet,

Kees van de Wiel zei op 30 juli 2020 om 17:21 uur

Thijs,
Het is afhankelijk van het beschikbaar komen van de reacties voor publicatie in een boekje, uitgegeven door onze heemkundekring. We wachten de besluitvorming af.

Anoniem zei op 31 juli 2020 om 19:33 uur

IGSgCwvmNt

Anoniem zei op 31 juli 2020 om 19:33 uur

kurtFWROZeHJdPj

Reactie toevoegen

Je e-mailadres is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.