Het rijke roomse leven in brabant 1900-1970

College van het Heilige Kruis in Uden

Internaten

"Hoewel aan de studie zeer grote aandacht wordt geschonken, staat de vorming der priestercandidaten in het godsdienstig en liturgisch leven op de voorgrond. Bovendien komen de jongens hier in aanraking met velerlei uitingen van cultuur, die ze elders waarschijnlijk zouden moeten missen." Zo stond in een prospectus van het College van het Heilige Kruis, de landelijk gerenommeerde priesteropleiding van de Orde van Kruisheren in Uden.


Seminaristen in de recreatiezaal

Ongedwongen een ideaal nastreven

Het College van het H. Kruis was een zogeheten kleinseminarie, een gymnasiumopleiding voor jongens die, aldus het prospectus, "de ernstige wil hadden om Priester te worden". Om ouders te interesseren voor hun priesteropleiding wezen de kruisheren vervolgens op de eeuwenoude traditie waarin zij stonden en op het zeer grote aantal priesters, dat aan het college een opleiding had ontvangen.

Het kleinseminarie telde zes klassen en de lessen stonden in het teken van de humaniora. Na het kleinseminarie te hebben afgerond konden de jongvolwassenen hun priesteropleiding vervolgen aan het grootseminarie, waar filosofie en theologie op het programma stonden en ook de stapsgewijze toetrede tot de geestelijkheid door middel van een reeks lagere en hogere wijdingen.

Na het kleinseminarie konden de leerlingen hun priesteropleiding voortzetten bij de Orde van Kruisheren, maar dit was geen verplichting. Het College van het H. Kruis was een "vrij college", zo benadrukten de kruisheren in hun prospectus:

"Het college leidt de jongens op voor iedere orde, bisdom of congregatie. Na het beëindigen van de studie, dus op een leeftijd waarop ze beter in staat zijn zich een oordeel te vormen, zijn de jongens volkomen vrij een eigen keuze te doen."

In het prospectus werden vervolgens wat cijfers genoemd om deze bewering te onderbouwen. Een statistiek over de jaren '10 zou aantonen dat 18% van de leerlingen van het college naar de 'wereldheren' ging, oftewel priester werd van een bisdom; dat 37% bij de kruisheren bleef en dat 45% naar andere orden en congregaties ging. "De jongens kunnen zodoende op ongedwongen wijze kennis nemen van de verschillende mogelijkheden om hun ideaal te verwezenlijken", aldus het prospectus.


Prospectus College van het H. Kruis

Prospectus College van het H. Kruis, achterzijde met routebeschrijving

Orde en regelmaat, ernst, toewijding en edelmoedigheid

Kruisheer M. v.d. Elsen met studenten (foto: collectie BHIC UDE2145)

Het College van het H. Kruis maakte net als het kruisherenklooster deel uit van een omvangrijk gebouwencomplex. In deze heel eigen wereld zetten de twaalfjarige jongens hun eerste stappen op de lange weg naar het priesterambt of een leven als broeder. Eerst moest nog maar eens blijken of de roeping en de leergierigheid aanhielden, nadat ze tot het seminarie waren toegelaten. Was het celibataire leven wel iets voor ze? Konden ze wel tegen de geslotenheid van het kloosterleven en het voortdurend waken voor kuisheid, soberheid en gehoorzaamheid? Er werden nogal wat offers gevraagd.

De dagen op het internaat stonden in het teken van orde en regelmaat. En deze begonnen telkens in de vroege morgen, op de nuchtere maag, in de kapel. Na het ochtengebed in de kapel gingen de leerlingen in een lange stoet terug naar het internaat om hun bed op te maken, te ontbijten in de refter en de schooldag te beginnen.

Het programma dat de kruisheren voor hun college volgden was het gebruikelijke Gymnasium A:

"Sedert jaren hebben dan ook de daartoe geschikte studenten het Staatsexamen Gymn. A. afgelegd. Er mogen dan wellicht tegen de internaatsopvoeding in het algemeen bezwaren bestaan, een dergelijk internaat met gymnasiale opleiding voor priesterstudenten biedt toch onschatbare voordelen. Het feit, dat zij met velen in orde en regelmaat, met ernst, toewijding en edelmoedigheid samen hun ideaal nastreven, steunt hen onderling. Bovendien geschiedt dit onder de zorgzame leiding van priester-kloosterlingen, die hier graag hun levenstaak van maken."

Iedere dag gaan de studenten 's morgens naar de kapel. Hier keren zij terug naar het college. Een kruisheer op de fiets houdt een oogje in het zeil. (Foto: collectie BHIC UDE2159)
Refter of eetzaal voor studenten in het kruisherencollege (foto: collectie BHIC UDE2152)
Refter of eetzaal voor studenten in het kruisherencollege (foto: collectie BHIC UDE2152)

"De kapel der kruisheren in Uden is een speciaal genadeoord van Maria, een bedevaartplaats van O.L. Vrouw ter Linde. Door haar moederlijke bescherming zijn vele roepingen gesterkt en ook bewaard gebleven. Tal van oud-studenten denken daar met grote dankbaarheid aan terug." (Tekst en foto: prospectus College van het H. Kruis)

Seminaristen in de klas

Bron: prospectus College van het H. Kruis

Open sfeer

Naast het onderwijs stond het kostschoolleven ook in het teken van het aanleren van goede manieren en ook culturele vorming en sport en spel kregen veel aandacht. In het genoemde prospectus staat:

"Er wordt ernstig naar gestreefd de sfeer open, blij en fris, goed en gemoedelijk te houden en het levensinzicht te verruimen. Ten slotte worden spel, sport en goede ontspanning graag aangemoedigd en ook onder verschillende vormen beoefend."

De internen zongen, speelden toneel en maakten muziek. Om in de tussentijd een beetje te ontspannen, speelden zij bijvoorbeeld een potje biljart met vriendjes of een van de paters.

Deel herinneringen en foto's!

Hoe was jouw verblijf bij de kruisheren? Had je veel last van heimwee of raakte je snel gewend? Zat je intern of hoorde je bij de externe leerlingen, die niet de priesteropleiding volgden maar wel les kregen van de paters op het gymnasium, het atheneum of de havo? Ook voor zulke leerlignen was het vroeger namelijk nog heel normaal om broeders en paters voor de klas te hebben.

Reageer hieronder, deel je herinneringen aan het kruisherencollege en vul deze pagina aan! Foto's zijn ook van harte welkom en kunnen worden verzonden naar info@bhic.nl

Groep studenten met kruisheer (foto: collectie BHIC UDE2202)
Groep studenten met kruisheer (foto: collectie BHIC UDE2202)
Bronnen

Prospectus College van het Heilige Kruis (jaartal onbekend)

Facebookgroep College H. Kruis Uden

______________________

Terug naar:

Startpagina College van het Heilige Kruis

Internatenkaart

51

Reacties (51)

Rini de Groot zei op 14 maart 2019 om 17:28 uur

En neem het voortouw, het is bij reacties zo ‘wanneer een schaap over de dam is volgen er meer’.
Nee, gelukkig geen Student !! Als Udenaar brachten we als kind vroeg in de morgen met Vader een bezoek voor een H. Mis voor een voor ons onbekende Oom of overleden Tante misschien een Jaargetijde. Hoe vroeger in de morgen des te goedkoper waren vermoed ik de H. Missen, die op zondagmorgen vanaf de Preekstoel voor de predicatie voor de gehele week afgelezen werden. En dat waren er veel voor alle altaren, met rond 8 uur de gezongen H. Mis.
We zagen de studenten in de winter de kapel binnen komen met een omgeslagen sjaal.
Zag in oorlogstijd s,morgens Br. Jan verduisteringsgordijnen optrekken. We liepen de koude Parochiekerk voorbij. Het was er lekker warm de H. Mis door de week korter dan een half uur, maar nadeliger in de vakantie, met ieder morgen verplicht kerkbezoek. We plakte de missen dan aan elkaar.

Christian van der VenBHIC zei op 15 maart 2019 om 09:25 uur

Dag Rini, voorlopig wordt er volop gereageerd op alle verhalen over de Brabantse RK internaten. Maar bij deze, over het jongensinternaat in Uden, blijft het inderdaad nog even stil met herinneringen... maar wat niet is, kan nog komen.

Jan Lange zei op 19 maart 2019 om 22:10 uur

Ik zat van 1965-1970 (sluiting) op het internaat; ook mijn broer Wim heeft er een koude maandag gezeten. Het eerste jaar was afzien: van aug. tot 1 nov. mocht je niet naar huis, dus dat heimwee was er wel. Er waren ook jongens, die eraan kapot gingen van dat heimwee en dus na nov. niet terugkwamen. Ja, wat Rini noemt, de vroegmis, waar je misdienaar was aan het hoofdaltaar of een van de vele zij-altaren. Het eten in de grote refters, de was/de broodbakkerij die intern was, de school met de externen (de Rooijse/Schijndelse jongens, die de sk bij bijv. school moesten afleren) en wij met het Spaanse graan aan de slag. Het was ook een soort gevangenis: ommuurd met glasscherven er bovenop. Voetballen op het veld achter het St. Joep gebouw. Het dorp was taboe, een frietje halen in het dorp was een verzetsdaad, waar je veel vindingrijkheid voor moest betonen. Leraren, die hun vak verstonden, met harde hand soms, maar van pater van den Elsen heb ik de genealogiehobby ge-orven. Studiezaal, slaapzaal met de chambrettes, sporttoernooien, toneel, film; de wereld was wel groter dan St. Hubert in die dagen. Veel gewandeld met medestudenten op woensdagmiddag op Bedaf/Slabroek met pater De Wildt. Na 1968 (het Lieverdje) een leukere tijd; er kon veel meer binnen de muren, de externen kwamen zelfs voor de gezelligheid ’s avonds bij ons hangen. Het schoolblad Polyfoon was kritisch. De helft van mijn 5e klas blowde, het zesde jaar zakte voor de helft in 1970 en het laatste jaar 1971 was ik extern op de fiets. In vijf jaar tijd een revolutie met aan het slot heetgebakerder ouderavonden tussen verontruste ouders en een directie/rector, die machteloos waren tegen de nieuwe tijd. De nieuwe school heette niet alleen voor de kleurstelling de Rode School. Ik heb er het niet slecht gehad, maar dat kan niet iedereen zeggen, want er waren ook zaken, die minder vrolijk waren en waar het laatste woord nog niet over gezegd is, begrijp ik uit een recent contact met oudstudenten uit die tijd. Alle typische oude docent-paters zijn gehemeld. Ik ben zelf bijna 66; het is geschiedenis. Maar een goede klassieke opleiding heb ik aan het degelijke Gym A er wel aan te danken ! En het eerste jaar intern kostte, herinner ik me, 1500 gld. all-in. Dat waren nog eens tijden.

Marilou NillesenBHIC zei op 20 maart 2019 om 20:18 uur

Dank Jan, voor jouw indrukwekkende bijdrage. Nu weten wij ook waar jouw voorliefde voor genealogie vandaan komt ;)

Maar het is indringend om te lezen hoe de sfeer in die beginjaren was. Zo'n zin als 'een frietje halen in het dorp was een verzetsdaad' spreekt boekdelen. Goed dat je ook de omslag van na 1968 hebt mogen meemaken. Ik kan me voorstellen dat dat bepalend is voor je latere herinneringen.

Je relaas geeft een prachtige inkijk in hoe het er destijds binnen de muren aan toeging en welke veranderingen zich hebben voorgedaan. Bedankt daarvoor!

Wim Lange zei op 23 maart 2019 om 22:39 uur

Mijn broer Jan (zie hierboven) heeft het over 'een koude maandag', maar die heeft toch nog drie jaren geduurd. Het gymnasium, waarop ik zat, heette voluit ‘College van het Heilig Kruis’. Zo noem je een school tegenwoordig natuurlijk niet meer, maar toen kon dat nog net. De kentering van dit Roomse bolwerk begon al, toen ik er goed en wel was. Er werden namelijk voor het eerst ook meisjes toegelaten. Niet op het internaat, jammer genoeg, maar wel in de klas. Ik was daar al lang aan gewend, want op de lagere school in Sint Hubert zaten we immers ook tamelijk gemengd. Maar achteraf bekeken, denk ik dat het voor de Kruisheren van toen net een brug te ver was. De aftakeling was begonnen en ruim vier jaar later ging het internaat dicht. Dat heb ik gelukkig niet meer hoeven mee te maken, omdat de leraren het na drie jaar al helemaal gehad hadden met mij (en ik eigenlijk ook wel met hen).
Dat ik uiteindelijk zelf in het onderwijs ben gaan werken (tot nu toe) geeft wel aan, dat ik er niet helemaal op afgeknapt ben. Voor mij slaat de balans van die tijd wel mild door naar minder leuk. Ik denk niet, dat dit door de gevangenismuren kwam, want ik bleek al snel inventief genoeg om die te omzeilen. Maar wel door de over het algemeen nogal kind-onvriendelijke omgeving en m.i. onpersoonlijke benadering door de heren Kruisheren. Een positieve uitzondering wat mij betreft: pater (Pa) de Wildt, die elke woensdagmiddag en vaak ook nog in het weekend met wie maar wilde naar de Bedaf, de Kleuter of de Slabroekse bossen wandelde. Ik was er steeds bij. Maar als surveillant in de studiezaal was hij daarna wel weer nagelhard. En vooruit dan.... aan pater (Appie) Vink heb ik ook positieve herinneringen. Ik hield van de muzieklessen die hij gaf en zong als sopraan (toen nog wel, ja) bij het koor dat hij dirigeerde. Al loerde ik vooral met een scheef oog naar de saxofonist en trombonist van de begeleidingsband; dat was pas cool. Ik heb er in die blauwe maandag ongetwijfeld enorm veel geleerd, al weet ik niet meer precies wat. Ik heb in elk geval, behalve wierook, ook sigarenrook leren waarderen. De klassen waren doorlopend voorzien van een dichte blauwe bolknakwalm. Gelukkig heb ik geen ongewenste toestanden meegemaakt. En dat kan dan, hoewel dat eigenlijk normaal zou horen te zijn, denk ik, ook wel als iets positiefs beschouwd worden.

Jan Lange zei op 24 maart 2019 om 16:59 uur

En om het verhaal helemaal compleet te maken: onze broer Koos heeft ook nog een/het laatste jaar dus op het Kruishereninternaat gezeten tot het gesloten werd. Wel leuk van deze site, dat je geheugen opgefrist wordt. Zo herinner ik me ook nog, dat veel leraren een bijnaam hadden: de Paus, de Toon, de Stier, de Geit, de Beul, de Lange (niet te verwarren met de 3 Lange-tjes dus). Een bont gezelschap dus. Nog een leuk verhaal: pater Francino was Geschiedenisleraar, die steevast met een bolknak rokend de klas in kwam, zijn sigaar in de asbak legde en begon met de les. Wij smokkelden een keer die sigaar van het katheder naar achterin de klas, stopten deze vol met luciferkoppen, waarna hij retour asbak ging. Zelden duurde het einde van de les zo lang.

Rini. zei op 24 maart 2019 om 17:33 uur

Jan de afloop met kruid geladen sigaar lezen wij zeker ook binnenkort? Prachtige anekdotes Pater Francino, was een grote Mariavereerder prachtig predicaties was soms ook m'n biechtvader ik beantwoorde z,n vraag eens met 'nee' hij zou gezegd hebben, geniet toch van je natuurlijke gevoelens.

Jan Lange zei op 24 maart 2019 om 18:29 uur

Kwajongenswerk, want dat was natuurlijk een klapper, maar we hebben er niet voor op ons donder gehad. Inderdaad, pater Francino was een prima geschiedenisdocent, die meer van de verhalen dan van de jaartallen hield; Dat was de makke van zijn opvolger; dat ik diens naam niet meer weet, spreekt al boekdelen, zeg maar. En dan had je leraar Grieks Hüsken: die kon je maandags in de les zo over het voetbal van afgelopen zondag aan de praat houden, dat er van lesgeven niets terecht kwam ! Dat was dus ook een sport !

Marilou NillesenBHIC zei op 24 maart 2019 om 20:04 uur

Met veel genoegen heb ik jullie bijdragen gelezen, Wim, Jan en Rini. Prachtig verwoord, Wim, hoe je die tijd hebt ervaren. Van de dikke sigarenrook tot aan de wandelingen in het bos: het spreekt enorm tot de verbeelding. Indrukwekkende laatste zinnen ook, ik sluit me daar helemaal bij aan.

En Jan en Rini, het voorval met de sigaar heeft een hoog Pietje Bell-gehalte ;) En ik lees het met hetzelfde genoegen! Dank voor jullie reacties.

W. van Stiphout zei op 9 mei 2019 om 12:25 uur

De foto 'Recreatiezaal voor studenten in het kruisherencollege' betreft de 'Refter of eetzaal voor studenten in het kruisherencollege'

Thijs de LeeuwBHIC zei op 13 mei 2019 om 09:05 uur

@ W. van Stiphout: ach inderdaad, daar is iets fout gegaan. Je kunt het ook best goed zien op de foto. Het is inmiddels gecorrigeerd. Bedankt!

Albert (Appie) Latijnhouwers zei op 15 juli 2019 om 18:39 uur

Als externe uit Sint Oedenrode (Rooi) heb ik alleen maar goede herinneringen aan het Kruisherencollege. Ik studeerde daar van 1965 tot 1971, in dezelfde klas als Jan Lange!
Voor mij als dorpsjongen was het een grote overgang naar de middelbare school. Elke dag 17 km heen en 17 km terug naar Uden met de fiets, samen met 5 dorpsgenoten, ook zaterdags. Het klopt wat Jan vertelt; we kregen de eerste maanden apart bijles in ABN om de sk-klanken af te leren. In de eerste jaren moesten we voor de lessen vaak naar de mis, in de meimaand elke dag. Ik viel dan meestal flauw van de wierook en kwam dan bij bij broeder portier in het klooster. We mochten dan niet van te voren eten en ik had dan brood en chocomelk bij voor erna. Ik herinner me dat de internen altijd tuk waren op onze boterhammen die dan ook vaak geruild werden tegen sigaretten.
Ik snapte dat wel want het brood in het internaat was na 5 dagen onder natte dekens gestaan te hebben niet meer zo smakelijk.
De eerste jaren op het gymnasium waren nog echt het Rijke Roomse leven met eucharistievieringen, toneeluitvoeringen en bijna alleen maar paters voor de klas. Soms was ik wel eens jaloers op de internen want die hadden een prachtige recreatiezaal waar je kon biljarten en tafeltennissen, en film en sport. Thuis hadden we het niet zo breed en lagen we met 4 kinderen op 1 zolderkamer.
De latere jaren op het gymnasium veranderde de wereld compleet. Het Rijke Roomse leven verdween als sneeuw voor de zon en de revolutie van de eind jaren 60 deed zijn intrede. Eerst de komst van de meisjes ( ik zat toen al in de 2e, dus ik heb zowel op de lagere als de middelbare school alleen bij jongens gezeten), daarna de een na de andere uittreding van de paters, de komst van de eerste vrouwelijke leraar ( vergezeld door de schotjes aan de katheders) en het veelvuldige hash-gebruik en de protestmarsen en stakingen voor eigen leerlingenbestuur en de afkondiging van de Oranje Vrijstaat.
In 6 jaar tijd was de samenleving en ook het leven op het kruisherencollege compleet veranderd.
Ik heb heel goede herinneringen overgehouden aan mijn schooltijd in Uden en sinds mijn dochter een minicamping bij Bedaf in Uden heeft kom ik daar weer heel regelmatig en word ik nostalgisch als ik de kruisherenkapel en -klooster zie. Jammer dat er niks meer te zien is van het oude schoolterrein met de barakken en het daarachter gelegen St. Joepveld.
Ik vind het leuk om herinneringen aan die tijd op te halen. Wie volgt?

Marilou NillesenBHIC zei op 15 juli 2019 om 21:50 uur

Hallo Albert, prachtige bijdrage hoor! Ik denk dat het voor veel mensen (uit die periode) heel herkenbaar is: het flauwvallen van de wierook tot de totale wenteling van de samenleving. Wat ik me afvraag, was je je destijds ook bewust dat het echt om een kantelpunt ging? Dat er een periode voorgoed werd afgesloten? Of was je daar als jongeling niet zo mee bezig?

En ik sluit me aan bij je oproep, trouwens: leuke (of minder leuke) herinneringen uit die tijd, ze zijn allemaal erg welkom! We wachten af...

Rini de Groot zei op 24 juli 2019 om 09:12 uur

Albert, als geboren Udenaar en in 1966 vertrokken naar één plaats verder dan St. Oedenrode.
was ik in Uden bij een avond waar Peter van den Hurk uit Nistelrode sprak, hij doorliep voor jou 1958 en 1965 het College. (nog in het Rijke Roomse leven.) En kocht daarbij zijn boekwerk, ‘Uden in de jaren vijftig en zestig.’ St. Joepveld was dat het gebouw van St. Jozefkring ? Èn ik zoek de wierook op!

Jan Lange zei op 24 juli 2019 om 21:26 uur

Appie/Albert, jou herinner ik me nog goed ! Dank voor je bijdrage en aanvullingen!

Albert Latijnhouwers zei op 3 augustus 2019 om 19:56 uur

Ik jou ook, Jan.
Ben jij geen priester geworden? Volgens mij hebben we elkaar nog gezien op een reünie in de begin jaren 90. Zou leuk zijn als die nog eens herhaald zou kunnen worden.
Op de vraag van Marilou: We waren er ons denk ik wel van bewust dat het een kantelpunt was. De veranderingen gingen zo snel dat er geen weg meer terug was. Aan de andere kant bleef in mijn thuisomgeving nog lang veel hetzelfde . Dat leidde tot een gevoel van in 2 verschillende werelden te leven. Het was een verwarde tijd.

Jan Lange zei op 3 augustus 2019 om 20:53 uur

Albert, geen priester (celibaat hè), maar wel pastor in 2 parochies en justitiepastoraat en dat sluit ik nu a.s. 12 aug. na bijna 40 jaar af. Kantelpunt: Wij hadden als theologiestudenten lichting 1971 recent een reunie in Nijmegen en we vonden, dat we iets te vroeg geboren waren, want we zaten nog teveel net in de oude tijd, ook theologisch gezien. Maar goed, ik had die echte "oude"/degelijke theologie met Edward Schillebeeckx e.a., vergeleken met de latere, hedendaagse religiewetenschappen niet voor elkaar willen inruilen.
Maar los daarvan, na mgr. Bekkers was in de kerk van Den Bosch de Geest echt uit de fles en veel (ook oudere) katholieken in Brabant hebben dat echt als een bevrijding gevoeld. De pogingen van de nieuwe roomse clerus om dat terug in de fles te krijgen stuiten op hele grote weerstand links en rechts. Brabanders zijn heel gelovig, maar ze geloven het ook wel, als ze tegen de haren worden ingestreken.

Eric Deen zei op 14 november 2019 om 20:44 uur

De refter had in mijn tijd:1956-1960 helelangetafels en hele lange zitbanken. De kleine tafels met aparte stoeltjes waren er niet in mijn tijd.
Zijn er nog leerlingenlijsten?

Thijs de LeeuwBHIC zei op 19 november 2019 om 11:11 uur

Hallo Eric, goede vraag. Ik raad je aan om voor die leerlingenlijsten contact op te nemen met onze collega's van het Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven. Hun contactgegevens vind je hier: https://www.erfgoedkloosterleven.nl/contact/contact.html Zij hebben o.a. archiefstukken in huis van het Kruisherenklooster Uden: https://www.erfgoedkloosterleven.nl/zoeken/collecties-zoeken.php?mivast… Klik daar op "inventaris" en je ziet op welke onderwerpen die stukken betrekking hebben. De voor jou meest relevante rubriek lijkt me: Taakuitoefening > onderwijs > College van het H. Kruis > Register houdende gegevens over studenten van het college van het H. Kruis, 1888, 1897-1902 (1 omslag)
En: Notulen van de vergaderingen en ledenlijst van het centrum voor het Apostolaat van het gebed van het college van het H. Kruis te Uden, 1918-1940; met hiaten (1 cahier)
Of deze: Notulen van de vergaderingen en ledenlijsten van de Mariacongregatie van het college van het H. Kruis, 1940, 1944, 1950-1960 (4 cahiers)
Maar ik zie bijv. ook rapporten, notulen, Annalen, Ledenlijsten Verenigingen Internaat e.d. ...

Voor inzage van deze stukken moet je wel even toestemming bij ze vragen via de mail. Maar ik verwacht daar geen enkel probleem. Zij weten vast waar in het archief die leerlingenlijsten liggen.

Dries Verdenius zei op 20 december 2019 om 14:33 uur

“Student” van 1965 tot 1968.
De bijdragen hierboven hebben vele herinneringen bij me opgeroepen.
Leuk! Dank U !

Jan Lange zei op 20 december 2019 om 14:54 uur

Inderdaad Dries, jou ken ik ook nog uit Uden-internaat. We hadden schuin t.g.o. elkaar onze chambrettes, een woord, dat je aan je kinderen uit moet leggen tegenwoordig. En had je geen buks toen ?

Dries Verdenius zei op 20 december 2019 om 16:50 uur

Ha Jan, ik deel je mening over het docentschap van Francino (de Paus). Ben zelfs later geschiedenis gaan studeren. Ik had een buks inderdaad. Was het vergeten. En een brommer. De Kruisheren konden het niet waarderen en gooiden me, terecht, van school. Toch erg veel geleerd daar in Uden.

Geert Gunneweg zei op 15 januari 2020 om 10:28 uur

Ja jongens, dat besef je nu pas goed: dat je toen deel uitmaakte van een historische omwenteling a la het vallen van de Muur. Ik herken alles wat jullie schrijven, al herken ik de naam van Dries als enige. Ik zat in Uden vanaf 63 en werd in 69 door mijn vader van het internaat gehaald omdat hij het een losgeslagen bende vond waarbij de kruisheren het ook nog eens het 'met vrouwen aanlegden' dan wel gewoon hun habijt aan de wilgen hingen. Ik heb door de lange lege gangen als een kleine jongen lopen huilen toen ik op een zomerse middag mijn boeltje moest pakken. Met Dries en Jan van den Boom (Bibi) hielden we soms vuurgevechten over de schotten van de chambretten heen. 's Morgens vond Frans Bakx zijn kleren doorweekt van shampoo omdat iemand van ons zijn shampoofles die op zijn kast stond, had doorboord met een welgemikt schot. Maar al deze sweet memories kunnen mijn verbijstering niet verhullen over hoe snel en grondig dat hele katholieke bouwwerk verpulverde. Ik was recent nog in Uden en logeerde in het voormalige Zwaantje, pal tegenover de kapel. Toen ik het eerste jaar in Uden als intern zat, werden er drie jongens uit de zesde klas van school getrapt omdat ze in het Zwaantje waren betrapt op het drinken van een borrel, en naderhand nog een keer op het koor van de kapel. Koud vier, vijf jaar later lagen we als leerlingen op matrassen te blowen in de voormalige aardrijkskunde klas. Kijkend uit mijn raam bij het Zwaantje, zag ik het (feitelijk) monstrueuze gebouw van het voormalige internaat. Dat de kruisheren in het begin van de twintigste eeuw toestemming kregen zo'n kolos neer te zetten in die omgeving: dat kun je alleen begrijpen uit de macht en het aanzien dat de orde en de kerk in het algemeen had destijds. Nu is dat onvoorstelbaar. Als monument is het goed dat het gebouw bewaard is gebleven.
Ik wil hier nog een ander aspect/gevolg van het internaatsleven noemen waar ik nooit iets over heb gelezen maar wat mij wel is 'geworden': de scheiding/ het onderscheid tussen het oorspronkelijke leven thuis en dat 'op school'. Om het cru te zeggen: sinds ik op internaat heb gezeten. leef ik een dubbelleven, beter gezegd: twee levens. And never the twain shall meet.

Thijs de LeeuwBHIC zei op 20 januari 2020 om 09:29 uur

@Jan, Dries, Geert: nog bedankt allemaal voor jullie bijdragen. Mooi dat jullie elkaar ook nog kennen uit die tijd. Kan me voorstellen dat daar zomaar eens een reünie uit gaat voortkomen.

@Geert: leuk al die anekdotes over je internaatverblijf, die 'vuurgevechten' en het blowen(!) op het internaat, ik krijg de indruk van een hechte vriendengroep. Je interesse gaat zo te lezen ook heel duidelijk uit naar de achtergronden van dat hele kostschoolsysteem.
Zou je trouwens dat 'dubbelleven', waarmee je eindigt, nog kunnen toelichten? Je hebt het internaat in bepaalde opzichten dus eigenlijk nooit verlaten, of hoe moet ik dat zien?

Jan Lange zei op 25 januari 2020 om 11:53 uur

Dag Geert, je vader was een persoonlijkheid in Mill, hij heeft me als verloskundig dokter op de wereld geholpen ! En zijn idee-en over de wilde toestanden in Uden zijn me via mijn vader, die ook op die bewuste ouderavonden over de revolte present was ter ore gekomen. Het is inderdaad allemaal geschiedenis, die ons gevormd heeft, hoe dan ook. Een dubbelleven heb ik er niet aan over gehouden, maar je "vervreemdde" door de grotere, tegelijk kleinere wereld van het internaat -5 jaar lang- in geestelijk opzicht wel van het thuisfront, dat in 1 wereld (door)leefde. Maar dat was in mijn studententijd op kamers in Nijmegen eigenlijk ook idem dito.
Ik heb nog dat laatste gymnasiumjaar in Uden als extern met je meegefietst Mill-Uden vv. Dat maakt je ook hard, elke dag 32 km. fietsen !

Geert Gunneweg zei op 25 januari 2020 om 17:32 uur

Thijs: Je moet erg oppassen met die anekdotiek. Voor je het weet was het leven 'entre les murs' een enorm leutige bende. Dat was het niet. Wie kon, probeerde er het beste van te maken. Er waren er genoeg die daar heel lang over deden en er heel veel moeite mee hadden, en soms jarenlang een ernstig gemankeerd leven leidden. De gezellige verhalen nu zijn het residu van vijftig jaar destilleren. Je weet niet wat er aan ellende is verdampt.
Ik herinner mij dat ik in het eerste jaar door een surveillant apart werd genomen (dat alleen al deed je sidderen) omdat hij vond dat mijn vriendschap met een andere jongen kennelijk niet door de beugel kon. Hij vermoedde klaarblijkelijk homo-erotische aanvechtingen. Hij hield ons maanden ostentatief in het oog of we wel ver genoeg van elkaar vandaan bleven. Resultaat: ik mocht, net uit huis gedropt in vreemd gesticht vol vreemde jongens waar alles in regels was gevat en elk uur vast lag, geleid door paters, mijn beste vriendje niet spreken, niet zien, ik mocht er niet mee ravotten maar ik moest hem mijden als de pest. Ik was al blij dat ik binnen enkele weken of maanden een vriendje had kunnen maken!
Als ik dan toch kort op dat aspect dubbelleven in mag gaan: zo'n ervaring (waar ik wel overheen ben hoor) telde wel mee in mijn beoordeling over hoe diezelfde paters zich koud twee of drie jaar later lieten verwennen op de schoot van een Udense schone. Frans 'jojo' Bakx is mijn getuige want we waren samen 's nachts ontsnapt en struinden door een nieuwbouwwijk waar het niet overal de gewoonte was om de gordijnen te sluiten.

Norah zei op 25 januari 2020 om 20:26 uur

Met een vader die een eeuw geleden op het Klein-Seminarie Rolduc "mocht" doorbrengen, kan ik mij helemaal vinden in de laatste reactie van Geert.

Jan Lange zei op 26 januari 2020 om 00:41 uur

Het was inderdaad altijd geen feest, dat is door mij ook gerefereerd. De titel van de site suggereert oubollige RK roomse blijheid, maar het zgn. Rijke Roomse Leven heeft ook zeker zijn tol geëist. Veel geestelike afknijperij en bangmakerij hoorden er ook bij. En veel heren geestelijken, die dat predik(t)en, hielden/houden er inderdaad tot op de dag van vandaag ook een dubbelleven op na.. En dan hebben we het nog niet over het sexuele misbruik van de pupillen, dat er in Uden ook zeker was.

Geert Gunneweg zei op 26 januari 2020 om 10:17 uur

Jan, van dat sexuele misbruik op het 'Collegium Sanctissimae Crucis': daar hoor ik echt van op. Wel goed dat je er over begint. Het lijkt er een beetje op dat op de bezoekers op de site (ik heb intussen ook verhalen over andere internaten een beetje bekeken) de neiging hebben de romantiek de boventoon te laten prevaleren. Daar is natuurlijk niks op tegen, maar er zijn nog heel wat andere aspecten. Ook al kan ik me goed voorstellen dat je op deze site er niet mee te koop zou lopen als je misbruikt bent - als je een beetje realistisch beeld wil geven/krijgen van wat het internaatsleven echt inhield, kan dit onderwerp niet verzwegen worden.
Ik heb van misbruik persoonlijk nooit iets van gemerkt in Uden, op wat zeer incidentele, onschuldige strelingen na en niet eens op cruciale plekken. Ik heb het er ook wel met mede-internen over gehad, n.a.v. de Cie. Deetman en bijv. het boek van Truska Bast (Uw wil geschiede, 2017). Maar niemand had persoonlijke ervaringen (en degenen die ik spreek, vertrouw ik en ik vertrouw hen), of kende iemand met die ervaringen.

Jan Lange zei op 26 januari 2020 om 23:09 uur

Ik heb er zelf persoonlijk ook niets van gemerkt, gelukkig; des te schokkender is het dan, dat je er 50 jaar later dan toch over hoort spreken door mensen, die het wél meegemaakt hebben en met wie je daar dan het leven toen mee gedeeld hebt ! Vanuit mijn professie heb ik een ambtsgeheim en daar wil ik het dan ook bij houden.
Verder vermoed ik, dat de moderatoren van deze site zelf niet op een internaat als wij toen gezeten hebben, of wel, Thijs, Christian en Marilou ?

Thijs de LeeuwBHIC zei op 27 januari 2020 om 12:26 uur

@Jan: bedankt voor het reageren. En het klopt wat je zegt, alle drie hebben wij dat kostschoolverleden niet. Daarom vinden we het zo belangrijk dat oud-leerlingen ons en alle anderen die zich er nog maar weinig bij kunnen voorstellen, over dat kostschoolleven vertellen. Dat heeft al enorm veel reacties opgeleverd en daar zit inderdaad veel anekdotiek tussen, heel veel mooie herinneringen maar meestal vermengd met hele nare. Verhalen over misbruik, in alle walgelijke soorten en maten, worden veel minder (snel) gedeeld. Maar ze zitten er tussen en dat is niet alleen goed maar ook hard nodig. Ik vind het zo ongelooflijk verdrietig als ik dan hoor of lees hoe het echt hun hele leven heeft getekend, verpest om het heel voorzichtig uit te drukken. Dat een hoogbejaard mens er nog steeds hartkloppingen van kan krijgen, er eigenlijk nooit meer van bovenop gekomen is... dat raakt me dan echt flink. Ik kan me niet voorstellen hoe dat is, kan niet voelen hoe dat is geweest. Wat moet je dan zeggen? Er kan ook zo veel leed schuilgaan achter (op het oog) positieve reacties. Een heel verhaal … maar ik wil er eigenlijk gewoon mee zeggen dat deze pagina en de hele roomse site er is voor iedereen en niet alleen voor degenen die het leuk hebben gehad en nostalgie voelen. Goed dat jij en ook Geert het lef tonen om juist heel andere verhalen te laten horen.

Jan Lange zei op 27 januari 2020 om 13:20 uur

Dank je, Thijs, voor je sympathieke reactie.
De site is in elk geval voor mij een prikkel om weer eens stil te staan bij dat stuk van je leven, waar je net uit de bloemkool kwam: puberen/volwassen worden. En ja, zonder die tijd in Uden had het er heel anders uit gezien. Maar HAD IK en ALS IK zijn geen vrienden van me. Levenskunst is ook de kunst om het leven te nemen, zoals het is. Ik heb al eerder geschreven, dat ik over het resultaat van die (klassieke) vorming daar en het tijdstip (de roaring sixties, die me een kritische/vrijzinnige geest gegeven hebben) zeer tevreden ben.

Chris Groenendaal zei op 12 februari 2020 om 14:35 uur

Jan, Wim en Rini Lange. Zijn dat inwoners van Uden......?????
Ik ken een Rini Lange, maar die woont niet in Uden, maar wel erg dichtbij.

Jan Lange zei op 12 februari 2020 om 14:59 uur

Jan, Wim en Koos Lange hierboven komen uit St. Hubert. De fam. Lange is door mij uitgezocht (vanaf 1650 roots Mill) en wrschl. is Rini Lange ook een (ver) familielid van me. Maar dat kan ik zo niet uitmaken.

Chris Groenendaal zei op 12 februari 2020 om 17:23 uur

Hallo, Jan,
Dank voor je reactie. We praten dan over andere Rini´s.
Broeder Jan van de Kruisheren heb ik wel gekend in de eind 70 -er jaren.

Antoon Versteegde zei op 7 juni 2020 om 14:27 uur

Nu als Facebook groep 'College H. Kruis Uden'
https://www.facebook.com/groups/1608106136013051

Chris Groenendaal zei op 7 juni 2020 om 15:16 uur

In het eerste bericht staat Broeder Jan. Wordt daarmee Jan Slaats bedoeld, want die heb ik leren kennen in 1975. Hij "bewaakte" de school.!

Ad van Amelsfoort zei op 7 juni 2020 om 16:04 uur

Als ook een van mijn beste vrienden uit die tijd in dit verleden durft te duiken, dan ......
Mijn tijd in Uden bij het College van het Heilig Kruis duurde van 1964 tot 1966 en was na twee-en-een-half jaar voorbij. Als oudste zoon uit een groot gezin van twaalf kinderen werd ik "Priesterstudent" en dat betekende héél veel voor met name mijn vader. En verder ook voor de familie, ooms en tante's die me van alles en nog wat toe kwamen stoppen wanneer ze wisten dat ik enkele dagen thuis was, in Goirle. En ik-zelf in de verwachting dat je op een kleinseminarie, een priesteropleiding kreeg en o.a. leerde hoe je een H. Mis op moest dragen en aanverwante zaken. Kortom, een volstrekt fout beeld. Ik wist dan ook niet wat me daar in Uden in het internaat overkwam en hoe ik me staande moest houden. Wat ik nog steeds voel is dat ik als toegewijde oudste zoon vooral niemand teleur wilde stellen.
In eerdere reacties wordt gesproken over twee compleet verschillende werelden, thuis en op het College. Voor mij waren het wel drie verschillende werelden. Het leven in het internaat was heel complex, tenminste dan toch wel voor mij. Gaandeweg ben ik er helemaal aan onderdoor gegaan, wist met mezelf geen blijf meer. Een groot deel van mijn derde en laatste jaar in Uden heb ik doorgebracht in het ziekenverblijf v/h college zelf en in het ziekenhuis in Veghel. Uden zelf had toen nog geen ziekenhuis.
Volkomen dol-gedraaid, waarschijnlijk omdat ik aan niemands verwachtingspatroon kon voldoen, ben ik op een gegeven moment door mijn vader opgehaald met heel mijn hebben en houden. In allerijl werd er naar een middelbare school in Goirle of Tilburg gezocht waarop ik het "vooral toch maar niet ál te moeilijk zou gaan krijgen. Eentje die ook door veel bekenden vanuit mijn Lagere School-periode bezocht werd.
Kortom, wederom met goede bedoelingen, maar niet de juiste weg. Het kost toch wel wat kruim nu een en ander weer naar boven borrelt. Tijd om deze bijdrage te beëindigen dan maar.

Jan Lange zei op 7 juni 2020 om 18:12 uur

Zat jij bij mij niet in de klas, Ad (vanaf 1965)? Je staat nog op een foto, geloof ik, op een sportdag. Klopt, dat zo'n site het verleden weer oprakelt en je het weer eens op een rijtje zet voor jezelf in the roaring sixties !

Jan Lange zei op 7 juni 2020 om 18:42 uur

Ik vergis me, bij mij zat Arnout Vermelsfoort in de klas.

Thijs de LeeuwBHIC zei op 8 juni 2020 om 07:22 uur

@Antoon, Chris, Ad en Jan: dank voor jullie reacties!

Fijn dat hier ook de link wordt gedeeld naar de facebookgroep. Ik heb deze ook geplaatst onder het kopje "Bronnen".

Wim Lange zei op 30 juni 2020 om 21:31 uur

Voor het eerst sinds een half jaar of zo kom ik weer eens op deze site.
Gewoon door eens in mijn spambox te kijken....
Er is inmiddels veel bijgeschreven. En ik herken de namen van Antoon, Dries (chambrette-buurman), en Geert.
Ik ben het met Geert eens; we moeten de boel niet romantiseren.
In mijn eerste bijdrage heb ik het over gevangenismuren en vertelde ik over hoe ik het internaat-leven heb ervaren. Niet onverdeeld positief. Zelfs niet wanneer ik bedenk, dat ik veel negatieve ervaringen heb weggefilterd. Ik was blij dat ik er weg was, zeker nadat ik na een tijdje als externe scholier op de Havo in Stevensbeek merkte, dat het er op een middelbare school heel wat plezieriger en kindvriendelijker aan toe kon gaan. Ik nam de dagelijkse fietstochten om er te geraken ( 2 x 20 km.) graag op de koop toe.
Een dubbelleven heb ik er niet aan overgehouden. En ik houd er niet van om te denken in termen van 'wat als ik toen......' 'of had ik maar...'
Maar....het kruisheren college, het internaat, de drie jaren dat ik er intern was, hebben mij wel mede gevormd tot wie ik nu ben. En daarmee ben ikzelf dik tevreden.

Thijs de LeeuwBHIC zei op 9 juli 2020 om 07:07 uur

Nog bedankt voor je reactie Wim en welkom terug.

Martien zei op 2 augustus 2020 om 15:34 uur

Beste collega,s ik ben benieuwd of er nog klasgenoten in leven zijn .van de jaargang 1948 1949 wij als koor traden maandelijks op bij de slotzusters ik ken nog enkele namen leraar Nederlands Rd de Groot leuke pater RD Brouwers ,Muziek Volairts ik denk Frans een zekere Francino ?een duitse Pater kon leuk les Geven. Veel sport bv Baren noemde ze het ik kon geweldig hartlopen daarom noemde ze Fannie broeder Karel heb ik niet zo,n leuke herinnering aan ik had een keer met steentjes gegooid voor straf op bloote bips met houte kleerhanger blauw geslagen als 12jarige zat je daar gevangen je wist niet beter Mijn kinderen zou ik dat niet aandoen Mijn Vader zeer katholiek Geestelijk heb ik er niet onder geleden wij hebben in goede Gezondheid 60 jaar een eigenbedrijf opgbouwd en nu in maatschap in oorlog sober bestaan gehad daar zijn we door gesterkt groetjes allemaal

W. van Stiphout zei op 8 augustus 2020 om 21:16 uur

Wat betreft de tekst bij de foto van de kapel: "De kapel der kruisheren in Uden is een speciaal genadeoord van Maria, een bedevaartplaats van O.L. Vrouw ter Linde. Door haar moederlijke bescherming zijn vele roepingen gesterkt en ook bewaard gebleven. Tal van oud-studenten denken daar met grote dankbaarheid aan terug." (Tekst en foto: prospectus College van het H. Kruis)"
Vreemd dat het zo in de prospectus staat.
De grote kloosterkapel, zie foto, was toegewijd aan O.L.Vrouw Onbevlekte Ontvangenis. Daarvan staat een afbeelding in het middelste glas-in-loodraam in het koor; en ook aan de buitenzijde, boven de ingang van de kapel, staat een beeld van O.L. Vrouw Onbevlekte Ontvangenis (dat is de H. Maagd Maria). Achterin deze kapel is een kleine kapel aangebouwd ter ere van O.L. Vrouw ter Linde. De devotie tot haar bestaat al sedert de Middeleeuwen in Uden. Bovenin deze kapel van O.L. Vrouw ter Linde staat een ijzeren triomfbalk met de tekst: 'Behoudenis der kranken. BVO (Bid voor ons).

Willem Janssen zei op 2 september 2020 om 22:27 uur

Wim Lange, Interessant om uw reactie te lezen. Zelf heb ik in België (Maaseik) van 1962 tot 1966 bij de kruisheren op internaat gezeten. Niet bepaald de mooiste tijd uit mijn leven. De cultuur was er net hetzelfde als in Uden (heb het boek 'Adieu, adieu o Uden' thuis). Ook ik ben niet ongeschonden die jaren door gekomen. Maar zoals je schrijft; het heeft me ook gevormd tot wie ik nu ben en daar ben ik best tevreden mee...

M.J.C. Groenendaal zei op 10 september 2020 om 17:42 uur

beste studenten zou het boek Adieu adieu o uden nog verkrijgbaar zijn gr martien

Norah zei op 10 september 2020 om 19:41 uur

Geen studente daar geweest, maar bij bol.com is het nog te koop.
Mvg.

Willem Janssen zei op 10 september 2020 om 21:20 uur
Norah zei op 10 september 2020 om 23:26 uur

Idem dito.

Geert Gunneweg zei op 20 september 2020 om 08:43 uur

Mijn jongste kleinzoons werden 1 jaar en opa en oma gaven hen een loopfietsje. Het verjaarsfeest dat door Covid niet doorging, riep bij mij de vraag op of en zo ja hoe destijds op het internaat verjaardagen werden gevierd. Ik kan me er met de beste wil van de wereld niets van herinneren. Niet van mijn eigen verjaardagen, en evenmin van die van anderen. Deden de leerlingen/vrienden onderling iets? Deed het internaat iets? Waren een speciale regels of mogelijkheden? Kreeg je iets lekkers bij een maaltijd? Was er een verboden maar voor de gelegenheid oogluikend toegestane bijeenkomst op de chambrette van de jarige? Mocht je, eenmaal in hogere klassen, een pilsje drinken?
Ik heb geen flauw idee. Iemand wel?

Reactie toevoegen

Je e-mailadres is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.