Het rijke roomse leven in brabant 1900-1970

Nood leert bidden, 1939

Rooms prentenboek
In mei 1904 vestigden zich in het oude kasteel Onsenoort bij Nieuwkuijk de eerste uit de omgeving van Versailles afkomstige cisterciënzers. Vanaf dan heet het kasteel ‘refuge Sainte Marie d`Onzenoort’. In 1929 werd het klooster tot priorij bevorderd, in 1936 kreeg het de naam Mariënkroon en in 1957 werd de kloostergemeenschap tot abdij verheven.

Veel cisterciënzerkloosters bevorderden de verering van hun ‘tweede stichter’ St. Bernardus, apostel van de vrede. Hij werd ook aangeroepen tegen besmettelijke ziekten bij mensen en vee. In de kloostertuin van Nieuwkuijk stonden daarom een Bernarduskapel en een Bernardusbeeld. Op de 20e augustus werd zijn feestdag gevierd.

Vanaf 1939 stelde de prior van Mariënkroon de Bernarduscultus open voor het brede publiek, en waarschijnlijk vooral door de oorlogsdreiging liep het toen storm. Veel gelovigen kwamen op 20 augustus van dat jaar om 10.00 uur naar de rechtstreeks door de KRO-radio uitgezonden hoogmis in de kloostertuin en liepen er om 15.00 uur in de processie mee. Deze processie werd opgeluisterd door een Bosch` zangkoor en de harmonie van het Tilburgse jongensgesticht ‘Huize Nazareth’. Het lidmaatschap van de Bernardusbroederschap kostte ƒ0,25 per jaar of eenmalig ƒ2,50 voor de rest van je leven.

Met 2000 pelgrims was het deelnemertal in augustus 1942 aanmerkelijk hoger dan in 1939. In 1941 werden de pelgrims daarom naar plaats van herkomst verdeeld over de zondagen rond de 20e augustus. Iedere plaats kreeg ook eigen broedermeesters en zelatricen. In de jaren vijftig verdween de Bernardusprocessie uit Nieuwkuijk. Een in 1963 ondernomen poging om de cultus nieuw leven in te blazen mislukte.

In 2002 verkochten de paters het kloostercomplex aan de religieuze beweging Focolare.

8

Reacties (8)

john embrechts zei op 21 oktober 2018 om 23:23 uur

Nood leert bidden zegt men. Niet bij ons dus. Mijn opa zei altijd : Bidden in nood helpt geen kloot". Met andere woorden: als je in goede tijden niet je gebeden opzei, dan hoefde je ook niet bij onze lieve heer aan te komen als het niet goed met je ging!

Marilou NillesenBHIC zei op 22 oktober 2018 om 09:48 uur
Ik kan me de gedachtegang van je opa wel voorstellen, John. Hoewel ik de uitdrukking niet kende (ik moest er wel even om moest lachen, eerlijk gezegd)
Ton van Riet zei op 7 november 2018 om 20:18 uur

Dat het helpt, blijkt uit de volgende geloofwaardige getuigenis.
Een man probeerde zijn motor te starten, met zo'n kickstarter,
zo heet dat geloof ik. Het lukte niet erg, dus ontsnapte hem na
iedere vergeefse poging poging een luid "Nondedju" (= een franse
verbastering, veel gebruikt in onze streken). Mijnheer pastoor,
die juist aan het wandelen was kon niet nalaten om daar iets van
te zeggen. Hij zei: "In plaats van te vloeken, moet jeen schietgebedje
doen, bijv. "Jezus, Maria, Jozef". De man deed dat en het werkte
meteen, de manstoof weg op zijn motor, verbaasd nagestaard
door de pastoor, die zei: "Nondedju ......".

Lisette KuijperBHIC zei op 8 november 2018 om 13:29 uur
Wat een prachtig en grappig voorbeeld van 'nood leert bidden', Ton! Wel heel opmerkelijk dat de pastoor vervolgens precies dezelfde zonde begaat. Die vloek kende ik trouwens nog niet; weet jij wat deze betekent?
Ton van Riet zei op 8 november 2018 om 13:58 uur
Dit zou een verbastering zijn van het Franse "Non de Dieu" of iets dergelijks. Er was nog een verschil tussen vloeken en bastaard-vloeken. In welke categorie dit thuis hoort weet ik niet. Misschien weten ze dat bij de "Bond tegen het Vloeken". Die ondanks de tijdgeest nog altijd bestaat. Ook dit geschrijf zal hen wel niet ontgaan. Ze houden/hielden? bijv. precies bij door wie en in welk TV/Radio programma "gevloekt" wordt. Ook een soort van cultureel-erfgoed behoud!
Lisette KuijperBHIC zei op 8 november 2018 om 16:08 uur
Weer een heleboel geleerd vandaag, bedankt! Het zou leuk zijn als de Bond tegen het vloeken hier nog op zou reageren...
Ton van Riet, Gemert. zei op 8 november 2018 om 16:24 uur
Je kunt natuurlijk altijd contact me ze opnemen. Ze zitten, meen ik, in Veenendaal. Ik denk dat wij Brabanders bij hen nogal berucht zijn, vanwege onze "krachttermen". Daar heb ik nog als Brabander nog herinneringen aan uit mijn diensttijd. Wij werden er wel eens op aangesproken. Overigens was het verboden te vloeken, ook volgens het reglement van de krijgstucht.
Lisette KuijperBHIC zei op 13 november 2018 om 11:48 uur
Wat interessant, Ton! Ik ben benieuwd of andere Brabanders zich ook in jouw verhaal kunnen vinden voor wat betreft het aantal krachttermen :)

Reactie toevoegen

Je e-mailadres is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.