Het rijke roomse leven in brabant 1900-1970

Een jaar tussen de Witte Paters (vervolg)

Kees in 1957, zesde klas lagere school, enkele maanden
voordat hij naar het seminarie ging

Lees hier het eerste deel

Aan het einde van mijn eerste jaar op het Sint-Pauluscollege in Sterksel was de grote vakantie bijna aangebroken. Er werd tot op het laatst hard gestudeerd en ik was uiteindelijk voorwaardelijk over naar de tweede klas. 

Kort voor ons vertrek kreeg ik een uitnodiging voor een gesprek met pater overste. Hij was een uiterst beminnelijke man, niet groot van stuk en redelijk rondborstig. Ik had hem vooral vaak gezien in de kapel. Bij aanvang van de mis of een andere ochtenddienst moesten wij in de gangen wachten totdat de paters naar binnen gingen. De overste voorop, allen in stilte en devotie, in hun witte gewaden en met een fez op het hoofd. Indrukwekkend om te zien. Die fez was trouwens zo’n zelfde soort hoofddeksel als Tommy Cooper later droeg.

Op uitnodiging ging ik dus naar de kamer van pater overste. Ik nam plaats in een riante fauteuil en hij stelde mij meteen op mijn gemak. Na een heel gesprek kwam hij uiteindelijk tot het volgende:

“Kees, wij denken dat het komende tweede jaar voor jou een heel zwaar jaar gaat worden. Daarom willen wij het volgende voorstellen. Als je straks thuis bent, wil je dan eens met je ouders overleggen of het niet beter is te kiezen voor onze broederopleiding in plaats van die tot pater? Wij denken dat je dáár geknipt voor bent.”

Ik zal zeker hebben gezegd dat ik dat zou doen. Hij sloot het gesprek af met een handdruk en de toezegging ook zelf contact op te nemen met mijn ouders. 

Kort daarna gingen alle studenten met zomervakantie en vertrok ook ik naar huis. En weer naar die bijzondere NS-stop Sterksel, waar de trein slechts bij uitzondering stopte.

Geen broeder

Mijn definitieve besluit viel eigenlijk al meteen nadat ik thuiskwam. Vader en moeder waren inmiddels geïnformeerd. En mijn motivatie om géén broeder te willen worden was op mijn veertiende glashelder. 

Rond de seminariegebouwen zag je voortdurend broeders rondlopen. Aardige mannen, zeker, en wij hadden geregeld met hen te maken. Máár... Zij waren in mijn kinderogen het werkvolk. Ze liepen in werkkleding, hingen met verf en kwast aan gevels, werkten in de tuin, deden de boerderij en nog veel meer. Niks mis mee. 

Maar IK WOU DAT NIET! Ik wilde pater worden. Missionaris. Punt.

En daarmee was Sterksel in korte tijd voltooid verleden tijd.

Maar waarom was ik daar op veertienjarige leeftijd eigenlijk zo resoluut in? Daarvoor moeten we terug naar mijn lagere schooltijd. Na ieder trimester kregen we een rapport mee naar huis dat door de ouders moest worden bekeken en ondertekend. Mijn rapporten waren meestal matig tot bedroevend. Mijn vader zei eens tegen mij: “Kees, als jij zó doorgaat, dan raak je straks naar de ambachtsschool voor bakker, melkboer of timmerman!” En dát klonk in ons gezin niet goed.

Daar zat dus kennelijk iets. Het idee om dan bij de Witte Paters alsnog als broeder met mijn handen te gaan werken, trok mij totaal niet. 

Na Sterksel ging ik naar een particuliere Montessori-mulo, een zogenoemde IVO-school. Niet rooms-katholiek, met jongens én meisjes en, naar mijn herinnering, een geweldig pretpakket aan vakken. Het kwam goed. Op mijn zeventiende had ik een baan en was ik blij. Mijn vader en moeder ook. 

Maar ergens bleef dat seminarie in Sterksel mijn hele leven een beetje nagalmen.

Terug naar Sterksel

In februari 1969 leerde ik mijn Hanneke kennen.

Die zomer gingen we drie weken op vakantie naar Kroatië. Op de terugreis door Duitsland, toen we alweer aardig in de richting van Limburg reden, stelde ik voor: “Zullen we hier afzwaaien en even in Sterksel gaan kijken bij dat voormalige seminarie van mij?” Hanneke zei: doen. Niet veel later reden we Sterksel binnen.

Voor mij werd het een enorme desillusie. Ik kon van het seminarie zoals ik dat in mijn geheugen droeg vrijwel niets meer terugvinden. Ik heb daar zeker een uur rondgelopen, tussen groen, gras, struiken, bomen en onkruid. Al dwalend probeerde ik het oude terrein weer voor mij te zien. Hier moest de kapel zijn geweest. Daar de refter. Verderop het patershuis en het zusterhuis. Zo bouwde ik in gedachten mijn oude seminarie opnieuw op.

Ik hoor mijn Hanneke nog zeggen: “Kees, ik kende je nog maar kort, maar wat was JIJ van slag.”

Hanneke is in 2015 overleden. We zijn 45 jaar rooms-katholiek getrouwd geweest en ik mis haar nog iedere dag. We kregen drie kinderen en tien kleinkinderen.

En dan komt misschien wel de mooiste ironie van mijn hele verhaal. We hebben al vijftig jaar een eigen meubelmakerij en atelier op het voormalige eiland Wieringen, tegenwoordig gerund door onze zoon. De jongen die absoluut géén broeder bij de Witte Paters wilde worden omdat hij niet met zijn handen wilde werken... werd een ambachtsman pur sang. Wat had dát voor de missieposten in Afrika kunnen betekenen!

Zo zie je maar wat bepaalde pedagogiek met jonge mensen kan doen.

Maar rancune of spijt heb ik niet.

Het was goed zo.

Toch bleef er een band

Na mijn tijd in Sterksel werd ons ouderlijk huis nog jarenlang bezocht door broeder Lambertus van de Witte Paters van Lavigerie. Hij hield zich bezig met de propaganda voor de missie, zoals dat toen werd genoemd. Mijn broer Jaap en ik hielpen als voormalige seminaristen mee met de verspreiding en verkoop van missiebusjes, missiekalenders en missieglazen in Hilversum en wijde omgeving. 

Via dat werk kwamen wij jaarlijks in Maarn bij de Witte Zusters bijeen met andere mensen die zich voor de missie inzetten. Dat duurde totdat wij in militaire dienst gingen en broeder Lambertus ermee stopte.

Mijn tijd bij de Witte Paters duurde uiteindelijk maar één jaar. Toch is dat ene jaar altijd bij mij gebleven. De trein naar Sterksel. Chambrette 82. De kapel in de vroege ochtend. De muziek. Het Brabantse landschap. De paters. De heimwee. Het gesprek met de overste. En het jongetje dat koste wat kost missionaris wilde worden en later heel ergens anders terechtkwam.

Ik blik terug op een mooi en betekenisvol Witte-Paterverleden.

En heb het geheel met voldoening afgesloten.

AMEN.

 

De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie. Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.

 

Reactie toevoegen

Je e-mailadres is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.