Het rijke roomse leven in brabant 1900-1970

Kleinseminarie Beekvliet in Sint-Michielsgestel

Internaten
Beekvliet in Sint-Michielsgestel, in 1972 gesloten, was het kleinseminarie van het bisdom Den Bosch. Op zo'n rooms-katholiek gymnasium zaten jongens van 12 tot 18 jaar met een priesterroeping. Deze vooropleiding tot priester verliep in de regel 'intern'; na de lagere school verruilden de jongelingen hun ouderlijk huis voor de geslotenheid en de mannencultuur van het kleinseminarie.

Seminaristen in de studiezaal

Hoe het was om te verblijven op Beekvliet is ruimschoots op foto vastgelegd. De priesterstudenten kwamen terecht op een imposant landgoed met een oprijlaan tot vlak aan de deur van het statige complex. In de tuin waar zij konden ontspannen, stonden exotische bomen en was een vijver. Op de grote binnenplaats, de zogeheten 'cour', kon je een potje voetballen.

Eenmaal binnen kwam je terecht in een afgeschermde wereld waar alles in het teken stond van een strakke hiërarchie en het ritme van de religieuze kalender. Op de slaapzaal hadden de leerlingen wel een eigen chambrette met stromend water, wat een beetje privacy bood, maar het seminarieleven stond bovenal in het teken van de groep.

Je kreeg lessen zoals Nederlands, Frans, geschiedenis, aardrijkskunde en wiskunde, maar de nadruk lag heel sterk op bijbellessen, godsdienst, Grieks en natuurlijk ook het Latijn, de taal die je als aankomend priester moest kunnen dromen. Ook kende Beekvliet zoals wel meer internaten een rijke toneeltraditie. Het 'Beekvliets Orkest' stond onder de bezielende leiding van de priester en latere pastoor Floris van de Put.

Tekenles in de frisse buitenlucht

In zes jaar tijd werd je klaargestoomd voor het eigenlijk begin van de priesterstudie op het grootseminarie Haaren. Daar zou je stapsgewijs worden ingewijd in de wereld van de rooms-katholieke geestelijkheid. Daar wachtte je het ritueel van de tonsuur. Maar zo ver zal het voor veel leerlingen niet zijn gekomen. In de praktijk hingen de meeste priesterstudenten hun soutane na het kleinseminarie aan de wilgen.

De docenten (‘professoren’ genoemd) en het overige seminariepersoneel stond onder de leiding van de regent. In de jaren zestig waren dat de priesters Jan van Laarhoven (1959-1964) en A. Ooms (1964-1969). Iemand die je als leerling waarschijnlijk vaker zag en sprak was de portier. Lange tijd was dat Frans van Lankvelt. Er zijn nog foto’s van zijn vijftigjarig jubileum, bijvoorbeeld van toen de seminaristen hem toezongen. De dirigent was de muziekleraar Thieu Lax.

In de jaren zestig en zeventig ontwikkelde Beekvliet zich tot regulier gymnasium. In 1958 zaten er op Beekvliet nog 402 leerlingen, een hoogtepunt. Maar in 1965 was dat aantal teruggezakt tot 324 en in 1969 tot 251. Ook daarna bleven de roepingen tot het priesterambt afnemen. Wat op Beekvliet uiteindelijk overbleef waren externe leerlingen uit de omgeving. Ook meisjes kregen voortaan toegang. Zij konden terecht in de Duitse Bouw van het complex. De aloude scheiding van de seksen werd dus niet geheel losgelaten.

Gezonde geest in een gezond lichaam: gymnastiek op de binnenplaats

Net als andere seminaries ondervond dat van Beekvliet in de jaren zestig de gevolgen van het afnemende aantal priesterroepingen. In 1972 werd het kleinseminarie Beekvliet gesloten. De school bestaat nog steeds, maar dan als regulier gymnasium. De tijd van de interne leerlingen is voorbij.

Er zijn vast nog genoeg Brabanders die over hun verblijf op internaat Beekvliet kunnen vertellen. Dat kan hieronder.

Foto's

Collectie BHIC, id.nrs. FOTOSM.3011, FOTOSM.3010, 1910-001239.

Reactie toevoegen

Je e-mailadres is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.