Maar deze Bardoel moest deze traditie in deze volkrijke wijk van Eindhoven, waar vooral glasblazers en vergelijkbare ambachtslieden van Philips woonachtig waren, zo’n beetje van de grond af aan opnieuw uitvinden. Want het liturgisch processieverbod in zuidoostelijk Noord-Brabant had vanaf 1650 tot gevolg gehad dat in het publieke domein eigenlijk geen palmpasenoptochten meer mochten worden gehouden. Dat waren roomse plechtigheden en bij de uitvoeringsbepalingen van de Vrede van Münster die gaandeweg waren overeengekomen op basis van deze vredesregelingen, waren die verboden in het openbaar, dus op de openbare wegen en paden of op een voor het publiek toegankelijke plaats.
Stokken voor palmpasen
Wat een palmpasen-stok precies was, dat bleef nog wel in het Strijpse collectieve geheugen bewaard, maar deze stokken mochten niet meer in optocht worden uitgedragen ter inleiding van de Goede Week. De stok kwam zelf neer op een houten steel, zoals een veegbezem die had, met een houten hoepel daaraan bevestigd waaraan hardgekookte eieren in een soort rieten mandjes werden gehangen die weer met gele strikken waren opgesmukt.
Verder werden gedroogde vruchten aan de hoepel in een ketting geregen gehangen, zoals druiven, winterappeltjes of sinaasappels, die door het bewaren redelijk gedroogd en gerimpeld waren, liefst ten getale van dertien, want er waren immers dertien Apostelen geweest toen de verrader Judas het voornemen had gevat de Alverlosser, de Zoon van God, te verraden bij het Sanhedrin. Christus wist er alles van, van tevoren. Judas was ervoor naar de hel verbannen, nadat hij zelfmoord had begaan. Ook dat mocht niet, maar Christus belette het niet, aldus de heer Bardoel. Verwarring heerste dus op de zolders van de Sint-Willibrordusschool, omdat Christus ook God was en God kon alles. Maar Judas tegenhouden, dat zat er even niet in.
De steel en de hoepel werden bekleed met bont kastpapier beplakt. Dat had ook weer een diepere betekenis, Bardoel wist het zeker, maar welke, dat was hij even vergeten. Deze palmpasenstokken mocht je beslist niet zelf houden: ze moesten uitgedeeld worden om niet aan bejaarden en armen of minvermogende kinderen. In de praktijk kwam het er op de Willibrordusschool erop neer dat de stokken naar het Sint-Theresiapension werden gebracht door de vervaardigers ervan, jongens en meisjes, die voor die gelegenheid mochten hokken op de zolders van genoemde school.
De witbroden haan
Een heel voorrecht, want meisjes waren, 'als naaste gelegenheden tot zonde', tot deze school eigenlijk niet toegelaten, aldus sprak de bovenmeester Dekkers nadrukkelijk bij de aanvang van het geknutsel. Wat er nu eigenlijk liturgisch aan dat alles was, zat kennelijk in de witbroden haan die triomfantelijk op de stok gespitst werd en die door bakker Gerrits in de Bredalaan speciaal werd vervaardigd en afgebakken. Petrus immers, dat wisten we maar al te goed, had Jezus verraden toen de haan ten derde male bij het ochtendkrieken kraaide op de maandag na Palmzondag.
Driemaal had Petrus waarachtig de Messias verloochend, ook had Jezus hem gewaarschuwd en, zo wist meester Dekkers stellig, dat zouden alle rotjongens ook doen als ze groot waren. Meisjes deden nog weer andere zondigheden, maar daar wilde Dekkers geen details over verstrekken behoudens dat ze 'heel erg' waren. We hielden dus geen optocht, maar iedere straatganger zag ons met de palmpasen wel degelijk naar het pension tijgen, want in je binnenzak steken kon je stokken en hoepels niet. Het zat dus met dat processieverbod ingewikkeld in elkaar, maar dat hadden de volwassenen wel vaker als hebbelijkheid. Kortom: het mocht niet, die optochten, tenminste: formeel mochten ze niet meer, maar de praktijk was een stuk weerbarstiger. Dat was echt ook wel katholiek.
De weerbarstige werkelijkheid
Dat leerden we er wel van. Roken in de kerk en een borreltje pruuven mocht ook niet, streng verboden zelfs, maar in de hoogmis deden de laatkomers het toch, samen gegroept onder het hoogkoor waarop het Theresiakoor hen loeiend van katoen gaf. De overheid kon wel zoveel verbieden, een Strijpenaar trok zich er ook weer niet echt veel van aan. Vanaf het midden van de 17e eeuw, toen de Meierij van 's-Hertogenbosch (waar Zuidoost-Brabant onder viel) definitief onder het bestuur van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden kwam te staan, werd het katholicisme officieel onderdrukt. Maar iedereen beleed het openlijk en handhaving van het verbod kwam neer op het dorsen van ledig stro.
Daar kon je ook beter niet aan beginnen. Dat was ook het teken waarin de Goede Week stond: alles was verboden, behalve wat mocht en dat was dan ook meteen verplicht. Leerzaam was dat voor de randstedeling zeer en daartoe behoorde ieder lid van het gezin-Strijards in Strijp. Het ging er eigenlijk om dat niemand het zag. De juridische werkelijkheid spoorde niet met de religieuze. Als iedereen dat nou maar begreep, dan kwamen we er wel. In Strijp, tenminste.
Openbare geloofsbelijdenis in de ban
Na de Vrede van Münster (1648) werd immers de uitoefening van de katholieke godsdienst in het openbaar glashard bij wet verboden door de Hollanders. De wet vestigde dus onrecht. Daar moesten we ons ook wel bewust van zijn. Die overheid zag processies als een provocerende uiting van het 'paapse' geloof. Dat geloof, aldus de pastoor, dat was het enig ware, maar dat mocht je niet openlijk zintuigelijk waarneembaar uitoefenen. Zo, aldus deze gezagsdrager, zat het leven nu eenmaal in elkaar en omdat Christus dat niet wilde snappen, werd hij gekruisigd. Het ging, laten we wel wezen, om het verbod op uiterlijk vertoon. Alles wat buiten de muren van een (schuil)kerk gebeurde, was verboden. Dit gold voor processies, het dragen van religieuze kleding op straat en dus ook voor de ommegang met palmtakken (vaak buxustakken).
Er werden strenge plakkaten uitgevaardigd die boetes stelden op het houden van optochten. De Palmpasenoptocht, waarbij men zingend met versierde takken door de straten trok, viel hier direct onder. Dat moest iedereen begrijpen. Wie dat niet deed, kwam lelijk te pas. Eigen schuld. Een levensles. Aanschouwelijk gemaakt door de kunstartiest Bardoel die eigenlijk ook niet deugde.
De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie. Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.
Reactie toevoegen