Het rijke roomse leven in brabant 1900-1970

Paasklokken uit Rome

Nadat de kruisverering was voltooid in de kerk zelf, trad een korte periode van stilte in, waarin geen liturgische ceremonieën meer mochten plaatsvinden, behoudens absolutie noodtoestand.

Muurschildering in de sacristie (foto: Bert van Herk; collectie BHIC)
Muurschildering in de sacristie (foto: Bert van Herk; collectie BHIC)

Die kon gevonden worden indien lijkbezorging plaats moest grijpen in tijd van oorlog of beleg, als wanneer een lijk niet lang boven de aarde mocht blijven verwijlen zonder christelijke uitvaart, of bij overmacht, wanneer een schreiend wicht gedoopt moest worden in geval het stervensgevaar terstond na baring en bevalling acuut was. Maar de zaterdag tussen Goede Vrijdag en de Paaswake zelf heette verder niet voor niets Stil. Stille Zaterdag. De klokken in de torens mochten niet geluid worden tot op twaalf uren plaatselijke tijd. Dan barstte dat gebons en gebeier los, maar daarna zwegen de klokken toch weer.  Ze waren, heette het, naar Rome gevlogen.

De Paus zegende ze opnieuw en wijdde hen, opdat ze hun oproepen ter ere Gods konden hervangen nadat Christus waarlijk was opgestaan. Het Vaticaan vulde de klokkenhuizen met eieren, daar was de Moederkerk niet kinderachtig in. In het Vaticaan was daarvoor een aparte afdeling met fraters, die eieren beschilderden en verder zo verpakten dat ze niet uit het klokhuis vielen tijdens de tocht terug naar Nederland.  Want ze moesten met eieren en al over de Alpen vliegen. Dus redelijk hoog. Het gebeurde via een soort van lopende band, met die fraters die met vaardige hand de pakketten samenstelden per huisgezin. De moeders van de rechtgelovigen moesten dan deze eieren in rieten mandjes doen en die naast de ontbijtbordjes zetten op Paasmorgen, met daar boven op een chocolade kip. Een kloek.

Die was voor duur geld bij bakker Gerrits te koop in de Bredalaan, want dat moest van het huishoudgeld. En verdomd, naast mijn bordje stond inderdaad zo’n mandje met in het Duits de wens dat ik een Vrolijk Pasen mocht hebben. De afdeling expeditie van het Vaticaan had zelfs mijn achternaam correct geschreven. Maar ja, daar zonden ze ook eieren naar Afrika en daar hadden ze nog veel gekkere achternamen, dat las ik wel in de Sjors en Sjimmie die bij ons thuis op dinsdag naast de Donald Duck op de voordeurmat viel. De Paus had daar zijn mensen voor. Die werden aangestuurd door de kardinalen van de desbetreffende kerkprovincie. Bij ons in Nederland was dat zekere Alfrink. Die lette erop dat iedereen zijn mandje tijdig en regelmatig zonder spelfouten kreeg, mits er maar gebiecht was. Een hele administratie. De pastoor had voor mij, apart, een Gouden Ei. Omdat ik zo netjes missen had gediend. Dat hadden ze in het Vaticaan best in de gaten. Dat vroege opstaan voor het liturgisch handwerk bleek dus te lonen. Ik veronderstelde dat ik daarin een vingerwijzing van onze Alverlosser mocht zien. En zo bleek het te zijn al liep het toch weer anders dan in de Okki stond, het blaadje voor al te vrome snuitertjes.

En een kind stelt zich daar heel veel bij voor zonder verdere vragen te stellen. Hebben die Paasklokken, met eieren geladen, op Stille Zaterdag een Germaanse oorsprong? Het korte antwoord is: niet direct. Hoewel veel paasgebruiken een mix zijn van christelijke tradities en voorchristelijke (Germaanse of Keltische) vruchtbaarheidsrituelen, is het verhaal van de vliegende klokken een specifiek katholiek fenomeen uit de late middeleeuwen. Hoe de vork (of de klepel) in de steel zit is nog steeds niet helemaal duidelijk, maar een bovenzinnelijk gebeuren was het wel. Dat gaf niet, want de Engelbewaarder was ook onzichtbaar en in het beste geval doorzichtig. Dan moest je wel verdomd goed kijken en blijven oppassen met oversteken over de steeds drukker wordende Zeelsterstraat waar niemand zich aan de verkeersregels placht te houden. Een kind heeft daar geen moeite mee. Alleen moet de mythe wel consequent in stand gehouden worden.

En daar schortte het gaandeweg aanmerkelijk aan, al zag ik de klokken toch echt ook wel vliegen. Dat heb ik wel vaker. De traditie van de paasklokken vindt zijn oorsprong in de liturgie van de Rooms-Katholieke Kerk: Het zwijgen van de klokken: Vanaf Witte Donderdag (na het Gloria) tot de Paaswake op Stille Zaterdag luiden de kerkklokken niet. Dit is een teken van rouw en soberheid vanwege het lijden en de dood van Jezus. De reis naar Rome had ook een moraal-theologische organisatorische component: Om aan kinderen uit te leggen waarom de klokken niet meer te horen waren, ontstond de legende dat ze naar Rome waren gevlogen om door de Paus gezegend te worden.

De Paus immers was het oppergezag en dat bepaalde wie er Zalig werd en wie niet. Die eieren waren een soort voorschot op de beloning in het Hiernamaals.  De terugkeer was doelgebonden, het gold hier niet zomaar een geografische verplaatsing: bij hun terugkeer op Paaszondag zouden ze eieren (symbolen van nieuw leven en de verrijzenis) uit Rome meebrengen en in de tuinen strooien. Hoewel de klokken zelf puur christelijk zijn, hebben de eieren die ze dragen wel degelijk een link met oudere tradities: Lente-equinox: Veel Germaanse volkeren vierden het begin van de lente. Het ei stond hierbij symbool voor vruchtbaarheid en de ontwakende natuur. Ostara: Hoewel historici discussiëren over de mate waarin de godin Ostara (of Eostre) daadwerkelijk op deze manier aanbeden werd, is het duidelijk dat de kerk bestaande lentefeesten heeft gekerstend om de overgang naar het nieuwe geloof makkelijker te maken. Dat stond ook in het Volksvesperale, maar dat was toch wel duidelijk voor wie zijn kerkboek koesterde en ook de kleine letterjes lezen wou.

 

De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie. Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.

1

Reacties (1)

Strijards zei op 26 maart 2026 om 15:11 uur

De illustratie komt van de muur in de sacristie van de Strijpse Teresiakerk en is in de bezettingsjaren geschilderd door Charles Eyk die in deze periode 1942-1944 ondergedoken zat in deze Teresiaparochiem de Kleine Theresia van Lisieux waaraan die kerk toewijd was. Ik zag deze schildering zeker iedere ochtend toen ik misdienaar was en later ook nog als acolyth en lector die het Epistel zong. Het is gek, maar het heeft jaren geduurd voordat ik begreep dat hier een voorstelling werd geboden van de wederopstanding van Jesus. Dat komt omdat Eyk schilderde in een compositie en een kleurengebruik van temperaverven die afweken van het toenmalig gangbare patroon dat in het diocese Den Bosch was voorgeschreven. De samenstelling van de groep wijkt sterk af van de Evangelieën die ons verhalen over deze wederopstanding, waarmee een lineaire Heilsgeschiedenis van de lijdende mensheid, verenigd in de rechtsorganisatie van de kerk, start en die ophoudt bij het Laatste Oordeel. Met name de groep Romeinse soldaten rechts in de compositie is onbijbels en apocrief, omdat ze bekleed zijn met hun volle marstenue compleet met schilden. Die drie schilden vormen tezamen drie bollen ter rechterzijde en ik vermoedde daarin een symbolisering van de drieëenheid. God de Vader, De Zoon en de Heilige Geest. Eyk zet deze soldaten geknield neer, met de linkerarm in bescherming geheven en de hoofden gedekt met de traditionele helmen met kammen. De Schrift vermeldt daarover niets. De Bijbel verhaalt wel dat Pontius Pilatus soldaten uitzette, omdat deze Landvoogd duchtte dat Jesus' lichaam in de nacht weg gehaald kon worden door de politieke vrinden van Jesus die daarmee de weg wilden ophouden dat de politieke beweging die Jesus begon ter bevrijding van de Romeinse bezetter toch weer een revival zou doormaken; deze jesus was niet dood, hij was tijdelijk ondergedoken, maar zou eerstdaags de bevrijding van de Joden weer gaan propageren. Dus wilde de Landvoogd voorkomen dat het graf geopend zou worden. Vanzelfsprekend was Eyk als onderduiker in de bezettingsjaren door dat thema van herrijzing en wederopleving van het staatkundig leven op nationale basis gegrepen: hij was zelf politiek vluchteling en had vervolging te duchten. Maar juist daarom wilde de Bossche bisschop in 1945 niet dat deze thematiek op die muur werd uitgebeeld; het episcopaat wilde dat de Roomsch Katholieke Staatspartij van vóór de oorlog weer tot kabinetsformatie zou overgaan onder Beel, de beoogde minister-president, samen met de traditionele confessionele regeringspartijen die sedert 1918 aan de macht waren geweest. En zo gebeurde ook. Mutsaerts was daar bijzonder kien op. Dat was toen de bisschop die de dienst uitmaakte. Deze schildering deed iets anders vooronderstellen en was daarom niet geoorloofd. De pastoor de Beer begreep er niet veel van, maar hij wist wel dat deze afbeelding eigenlijk niet mocht. Niet met de spreuk Resurrexit SICUT DIXIT die op de banier staat die Jesus zegevierend in de hand houdt. Dat betekent: hij verrees zoals God voorzei.

Reactie toevoegen

Je e-mailadres is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.