Het rijke roomse leven in brabant 1900-1970

Muurschilderingen in de Teresiakerk in Strijp Eindhoven

In het interieur van de Sint-Teresiakerk in Strijp zijn geschilderde voorstellingen aangebracht. Boven de triomfboog bevindt zich een muurschildering van Charles Hubert Eyck (Meerssen, 24 maart 1897 – Schimmert, 2 augustus 1983), een Nederlands beeldend kunstenaar.

Foto: Bert van Herk, 2018

De achterstallige katholieken

Eyck was, samen met Henri Jonas en Joep Nicolas, een voortrekker van de Limburgse School. De naam “Eyck” wordt verschillend geschreven: Eyk, Eijck, Eijk. Het zijn vooral de enorme schilderingen in het schip en de apsis van zijn hand die nationale aandacht hebben getrokken. Eyk hoorde tot de groep “opstandige jongeren” in het katholieke volksdeel die zich steeds sterker verzetten tegen de wat middenstandsachtige organisatie die dat deel in het interbellum was geworden.

De hechte zuil van de kleine ondernemer, detaillist en het middenbedrijf die samen in tal van verenigingen streefden naar volledige emancipatie van deze groep, die zich in de volksvertegenwoordiging met moeite kon handhaven en gelden, daar ze opleidingstechnisch een enorme achterstand had vergeleken met de zo geharnaste calvinisten, de klassiek-liberalen en de progressief vrijzinnigen die zich verenigd hadden in politieke partijen die zelf voorzagen in nationaal erkende academische opleidingen.

Opstandige jongeren

De opstandige jongeren vonden dat de Roomsch Katholieke Staatspartij, die autoritair werd aangestuurd door de sfinx-achtige monseigneur Willlem (“Wiel") Nolens, geen enkele ruimte bood voor de mystieke gedrevenheden, de liturgische vervoeringen en de sacramentele overgaves die toch óók hoorden tot de wezenskern van het katholicisme. Wat ze misten was de barokke vergezichten die hun onstuimig zinderend geloof een vrome ziel kon gunnen en zij hekelden de berekeningen van hun monseigneur in de Tweede Kamer die vooral uit was op de bevordering van de “Katholieke Zaak” die steeds winstgevender te maken ware.

Eyk besloot zich vooral te verzetten tegen de neiging van de katholieken om zich daarom aan te schurken tegen bepaalde fascistoïde groepen die zich in het interbellum in Nederland opdeden. Vooral toen Pius XI waarachtig ook nog eens een verstrekkend concordaat sloot met Benito Mussolini, die de Paus de status van wereldlijk heerser hergaf en de kerk als rechtsorganisatie veel privileges toekende in het diplomatiek verkeer. Om dat laatste was het destijds Nolens te doen.

Foto: Bert van Herk, 2018

De voorstellingen

Waarom? Dat is onderdeel voor een dissertatie. Maar boeiend is dat zeker. Leven en productie van Eyk staan in het teken van deze politieke spanning. Die hij mede veroorzaakte. Want hij verbeeldde ze treffend. Zonder commentaar. Nog geen sneer. Want al keurde hij die neiging af, hij wilde toch in de kerk blijven. Charles Eyck kreeg zijn opleiding monumentale kunst, zoals wandschilderingen, glas in lood, grisailles op opaline glas, aan de Rijksacademie in Amsterdam. Vooraf was hij begonnen als plateelschilder bij de aardewerkfabriek Céramique in Maastricht. In 1922 won hij de Prix de Rome. Tijdens zijn reis door Italië leerde hij de Zweedse schilderes Karin Meyer (1901-1996) kennen. Zij trouwden in 1924. Na korte verblijven in Zweden, Curaçao, Zuid-Frankrijk, Amsterdam, Clamart en Utrecht, vestigden zij zich in Schimmert. Aanvankelijk was zijn werk expressionistisch van vormgeving. Later is hij bekritiseerd omdat hij bleef volharden in een min of meer gelijkblijvende religieuze stijl.

Die stijl vindt men in nimmer herhaalde omvang en zeggingskracht in de Strijpse Sint-Teresiakerk. Men vindt op de massieve bakstenen afsluiting van de apsis een afbeelding van de Heilige Theresia van Lisieux, knielend voor Maria, in tempera geschilderd door deze Charles Eyk, in zijn eerste onderduikjaar 1942. Daarnaast is een schildering van evangelistensymbolen in de kerk aanwezig en in de sacristie zijn schilderingen van geboorte en verrijzenis zichtbaar (1943). Maar het resultaat van het genoemde Concordaat van Lateranen schilderde hij ook volstandig voor het Eindhovense uit in het schip op die afsluiting gericht naar het gelovig godsvolk toe.

Vanuit het schip altaarwaarts gezien ziet men links het Sint-Pietersplein met de faҫade van deze enorme Centrale Basiliek der Christenheid, zoals deze zich op deed nadat Mussolini de Via della Conciliatione had doen aanleggen, bestemd voor imperiale militaire parades van het volksleger dat deze dictator uit de grond trachtte te dampen, hoezeer hij ook bekend was met haar anti-militaristische oriëntatie. Hij stelde zich voor dat deze legerafdelingen op zondag de Paus zouden komen begroeten in gesloten gelederen en sloopte daarvoor de gehele schilderachtige middeleeuwse volkswijk op de Mons Vaticana, die het Sint-Pietersplein juist afgesloten had gehouden van wereldlijk Rome. Mussolini zat met het onomstotelijke feit van een legitimiteitstekort voor zijn gezag als premier. De Paus erkende immers de democratie van de Italiaanse Staat niet, noch het daarover uitgeoefende koningschap. Maar Pius, zelf ook autoritair, zou stellig, giste de dictator, niet de eerbewijzen versmaden die de Italiaanse troepen hem zouden brengen ter gelegenheid van de Angeluszegen.

Theresiakerk Strijp
Het altaar van de Sint-Theresiakerk. In 2013 is deze
aan de dienst onttrokken (foto: Bert van Herk, 2018).

Pauselijke erkenning duur gekocht

En zo werd dat ook gearrangeerd. Daarmee erkende Pius XI dus als plaatsvervanger van Christus het fascisme als staatsideologie. Het werd een “nette” staatsleer ter schraging van een totalitair stelsel. Dat sloeg zich ook in het Eindhovense neer, waar direct daarop diverse fascistoïde organisaties voet aan de grond kregen binnen het katholieke volksdeel. Eyk schilderde daarom rechts in de afsluiting dat Eindhoven van de dertiger jaren: met de Philipsfabrieken, die net uitgingen, de nog torenloze neogothische Sint-Trudokerk, de sigarenfabrieken en de Sint Catharinekerk met haar Maria- en Davidtorens in de oostgevels. Het is een van de weinige overzichtsschilderingen van deze stad van Kempenland uit het interbellum. Het is opmerkelijk hoe treffend Eyk hier een sombere sfeer weet te geven aan het menselijk aldagelijks gewoel met de enig zaligmakende kerk in het midden. Die daarover zegenend zich uitstrekt.

De kerk kent daarop volledig afgestemd Art Nouveau meubilair zoals het hoogaltaar met kruisgroep in marmer en gedreven koper (1928), altaren van Theresia, Maria en Jozef en communiebank, alle van Jorna (smeedwerk, Eindhoven). De kerk van de H. Theresia is daarmee van algemeen belang: een echte onbedoelde nutsinstelling die ons kan doen denken aan de staatkundige aberraties van het katholicisme. Het gebouw heeft cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de ontwikkeling van het typisch regionaal katholicisme in het zuiden en is tevens van belang als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van de volkskerk in het interbellum. Het gebouw heeft historisch belang door de stijl en de detaillering met toepassing van expressieve spitsbogen. Het heeft onherleidbare ensemblewaarden vanwege de markante silhouetwerking als middelpunt van een arbeiderswijk. Het is gaaf bewaard gebleven. Nog wel.

 

De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie. Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.

Reactie toevoegen

Je e-mailadres is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.