Het rijke roomse leven in brabant 1900-1970

Misdienaar (I)

Mijn eerste Latijnse lessen? Wonderlijk genoeg komen die vanuit een hoek die je absoluut niet verwacht. De docente is "Anna van de Pastoor". Anna is een forse pronte vrouw met een streng gezicht. Tegenwoordig zouden we haar de titel van pastoraal medewerker meegeven, maar vroeger was dat gewoon "de pastoorsmeid".

Foto's: Wies van Leeuwen (Provincie Noord-Brabant) / collectie BHIC

Natuurlijk woont Anna ook op de pastorie. Aan de linkerkant van de pastorie bereik je, via een eigen voordeur, haar domein. Uiteraard is haar belangrijkste taak de zorg voor pastoorke Franciscus van der Eerden en al het huishoudelijk werk om de pastorie in tiptop conditie te houden. Natuurlijk kent Anna alle Westerhovense mensen. Omgekeerd is dat ook het geval, met name als zij de jaarlijkse rondgang door het dorp maakt om bij de "beminde parochianen" karbonades en eieren op te halen.

Op een morgen worden we ruw uit onze slaap gewekt. Het is Anna. Zij staat in onze slaapkamer en schuift de gordijnen open. "Opstaan, aankleden en naar de kerk. Straks hoor je wel waarom." Beduusd volgen we haar commando's op en zitten nog enigszins versuft in de kerkbank ons af te vragen wat er toch aan de hand is. Zonder dat we er iets van meekrijgen is 's nachts ons moeder naar het ziekenhuis gebracht. Zij heeft heftige bloedingen en een gescheurde milt.

De burenplicht is in Westerhoven een heilig goed en het sociale netwerk wordt dus snel geactiveerd. Na de ochtendmis verzorgt Anna het ontbijt.

Carnaval in Westerhoven; rechts het huis van de pastoorsmeid

's Middags staat de tafel gedekt bij Driek Aarts, de veldwachter. Voor de avondmaaltijd zorgt de buurvrouw, moederke Hoppenbrouwers. Net of die met haar gezin van dertien kinderen al niet genoeg om handen heeft. Overbuurvrouw Jo van Beek zorgt dat we op tijd weer in bed liggen.

Maar voor haar aandeel in de burenhulp wil Anna natuurlijk wel een tegenprestatie. Na de ochtendmis neemt ze me mee naar haar gedeelte van de pastorie. In de grote kale keuken duwt ze mij een blauw-paarse gekleurde hard kartonnen kaart in de hand. Daarop staan - uiteraard in het Latijn - alle gebeden die een misdienaar moet kennen. Van de "Introitus" tot aan het "Itta missa est". Haar instructies zijn duidelijk en ze dult geen tegenspraak. "Van buiten leren en zaterdag overhoren." Ja, zo gaat dat in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Pedagogiek van de koude grond ten voeten uit!

Het wordt een hele toer. Als zesjarige ben je al blij dat je al enigszins Nederlands kunt lezen. Maar Latijn?, dat is toch hele andere kost.

De daaropvolgende zaterdagen zijn een beproeving. Ritmisch slaat Anna's hand op de keukentafel bij het hakkelend opdreunen van de Latijnse teksten.

Bij de "mea culpa's" slaat ze soms zo hard op tafel, alsof ze persoonlijk alle zonden van de Westerhovense klein gelovigen zal gaan vergeven!

Hoe leer je op zo'n jonge leeftijd dan Latijn? Nou, gewoon via de fonetische methode. Je leert gewoon alle klankkleuren uit je kop!

Op een goede zaterdagmorgen komt ook pastoorke van der Eerden Anna's keuken binnen. Glimlachend bekijkt hij het bijzondere tafereel. Instemmend knikt hij bij het aanhoren van mijn hakkelende Latijnse gebeden. Hij heeft er alle vertrouwen in, dat het in de praktijk steeds beter zal worden.

Maar theorie alleen is natuurlijk niet genoeg. De praktijk van de "dienstverlening" moet uiteraard ook worden getest. Dus we gaan oefenen in de kerk. Het misboek met de lessenaar moet van de Epistel- naar de Evangeliekant en terug worden gedragen. Hoe draag je een wijwatervat en hoe reik je de wijwaterkwast aan. Ook het bellen met de altaarbel, het schenken van wijn en water en het aansteken van het wierookvat. Als alles deugdelijk is gerepeteerd, wordt in de sacristie een toogje gepast met een bijbehorende superplie.

De Pastoor is tevreden en de volgende morgen zal de vroegmis van zeven uur de ultieme test worden. Een carrière als misdienaar gaat beginnen.

De grootste uitdaging is het vroege uur, waarop je uit je warme bedje moet. Een bijkomend voordeel is, dat we nagenoeg recht tegenover de kerk wonen. Het lukt zelfs om bij de eerste slag van zeven uur van de kerkklok, het bed uit te springen en bij de laatste slag van het uur volledig aangekleed in de sacristie te staan. Als dat geen toewijding is!

Vele jaren later zal blijken dat deze tijd als misdienaar in de nadagen van "Het Rijke Roomse leven" een hele bijzondere zal worden. Maar daarover later meer.

En het Latijn? Na het Tweede Vaticaans Concilie wordt dat uit de erediensten geschrapt. Vanaf dan wordt in alle missen en ceremonies onze moedertaal gebruikt. Toch is het niet nutteloos geweest. Immers tijdens de vakanties in Rome en andere mooie Italiaanse steden kun je de geschiedenis en de functies van alle kathedralen, kerken en paleizen toch maar mooi lezen.

Een pastoorsmeid als docente Latijn?

Het kan gek lopen, maar in Westerhoven weten ze voor elk probleem altijd wel een heel practische oplossing. Maar ze kennen ook de beperkingen van het leven en denken daarom: "tempo fugit: carpe diem".

 

Dit verhaal verscheen eerder in dorpsblad de MikMak (17 mei 2024).

Bekijk hier alle verhalen in de serie

1

Reacties (1)

Mariët BruggemanBHIC zei op 9 augustus 2024 om 21:19 uur

Dat kunnen er vast niet veel zeggen, dat ze Latijnse les van de pastoorsmeid gehad hebben. Dank voor deel 1 van dit leuke verhaal, Wim.

Reactie toevoegen

Je e-mailadres is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.