
In huize Kusters heerst hoogspanning. De eerste boreling kondigt zich na een hele dag weeën definitief aan. “Wordt mijn veertiende kleinkind toch op mijn verjaardag geboren”, fluistert grutje Betje. “Misschien wordt het wel een stamhouder”, lispelt ze.
Om vijf voor twaalf ziet Henkie ver achteraf zijn levenslicht. Kersverse vader Willem is in alle staten. Een kerngezonde zoon, een stamhouder en een bedrijfsopvolger! Grootvader Driek Kusters is de zandweg overgestoken en komt zijn tweede kleinkind, zijn eerste kleinzoon, bewonderen. Wat zijn ze trots! Moeder Paula ontgaat al deze drukte. De zware bevalling eist haar tol.
De daaropvolgende weken krijgt Henkie het moeilijk. Hij drinkt gulzig bij moeder Paula maar praktisch alles komt terug. De veel voorkomende reflux bij jongens-baby’s speelt ook hem parten. Allerlei middeltjes en trucjes worden toegepast. Tot zelfs moedermelk van een kersverse bevriende, hoogproductieve moeder aan toe. Willem gaat dagelijks op de fiets vele kilometers over de zandweg om dit hopelijk kansrijke zoogsel op te halen. Het helpt niet. Henkie verandert van een baby-wolk in een mager scharminkel. “Heilige Maria, help ons en voorkom dat we onze zoon moeten afgeven!” Vele gebeden worden naar boven gepreveld. Ze voorkomen niet dat op 20 februari Henkie wordt opgenomen in het Sint-Lambertus-ziekenhuis te Helmond. Hij ligt daar op een rij met vijf andere baby-jongetjes. Allemaal hebben ze hetzelfde probleem. “Mijnheer en mevrouw Kusters, we doen ons uiterste best om de ontwikkeling van de portierspier op gang te brengen, maar veel hangt af van de natuur. Onze middelen zijn beperkt”, oreert de dienstdoende specialist.
Paula verlaat driemaal in de week haar afgelegen gehucht Kranenbroek. Op de fiets over het karrespoor naar de Aarle-Rixtelse kapel. Daar bidt ze vurig tot haar allerhoogste toeverlaat, de Heilige Maagd Maria.
Intussen sterven drie van de zes jongetjes.
Vader en moeder Kusters worden ontboden op het ziekenhuis. “Helaas waren onze armen te kort. We moeten U mededelen dat Henkie is overleden”, luidt de onemphatische boodschap.
De overdonderde, geshockeerde Willem en Paula worden naar hun overleden zoontje begeleid. “Dat is Henkie helemaal niet!”, stamelt Paula ontsteld bij het zien van het lijkje. “Onze zoon heeft van die mooie punt-oortjes. Die heeft deze baby niet. Er moet een verwisseling in het spel zijn!” Dat blijkt het geval. Henkie blijft bij zijn opgeluchte maar tegelijk ook boze ouders. “Hoe heeft in Godsnaam zo’n verwisseling plaats kunnen vinden?”, luidt hun aanklacht tegen het Sint-Lambertus.
Paula zet haar fietstochten, slapeloze nachten en gebeden voort. Eindelijk, na twee lange, donkere maanden begint Henkies maag langzaam de moedermelk te accepteren. Op Kranenbroek begint de zon weer te schijnen. Paula dankt Maria vurig voor haar hulp. Ze is ervan overtuigd dat die een wonder heeft verricht.
Henkie blijkt de enige van de zes baby’s die het heeft gehaald. Is ie toch echt een zondagskind!
Paula zal haar hele verdere leven een vurig Maria-vereerster blijven. Ook als ze later maagkanker krijgt zoekt ze haar laatste redding bij Maria. Ze maakt, doodziek, een bedevaart naar Lourdes. Deze keer schieten zelfs Maria’s krachten tekort.
Regelmatig bezoek ik Onze Zoete Moeder in de Sint Jan. In haar weerspiegelt zich mijn grootste liefde. Mijn gedachten gaan dan terug naar mijn baby-strijd, Maria’s interventie, mijn moederke en mijn oortjes-redding. Ik tel mijn zegeningen.
Henk Kusters,
Den Dungen
De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie. Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.
Reactie toevoegen