Het rijke roomse leven in brabant 1900-1970

Een frater van de missie vertelt: de tijgerjacht in Medan

Het is begin juli, einde schooljaar 1954-1955. Ik zit in de vijfde klas lagere school. We gaan allemaal over, heeft de frater ons al verklapt. Behalve wat taal-, reken-, lees- en tekenlessen maken we de tijd vol met lessenaars leegruimen, inktpotjes schoonmaken, kastjes achter in de klas opruimen en boeken kaften. Er hangt een uitgelaten sfeer, iedereen heeft de zomer in de bol.

De frater heet Amator. Amator is niet alleen een beminnelijk man, in mijn ogen is hij ook de beste ‘meester’ waarbij ik tot nog toe in de klas heb gezeten. Bovendien is hij meester-verhalenverteller. Als wij goed ons best doen, worden we beloond met een verhaal. Niet zomaar een verhaal, Amator schudt zijn verhalen moeiteloos uit de mouwen van zijn zwarte toog zo lijkt het.

De meesten gaan over de missie. De frater is twaalf jaar missionaris geweest in Medan op het Indonesische eiland Sumatra. Omdat hij een of andere tropische ziekte heeft opgelopen, wordt hij overgeplaatst naar Oisterwijk waar hij zijn intrek neemt in het fraterklooster naast de jongensschool en wordt aangesteld als onderwijzer.

Missiekaart Indië
Vanuit Brabant vertrokken veel missionarissen naar Nederlands-Indië, waar elke congregatie een eigen werkgebied had. Een grotere versie van de kaart berust in de collectie van het Huygens Instituut. Uit: J.Chr.J. Kleyntens, Atlas R.K. missie (1928).

Aan het begin van het nieuwe schooljaar verrast hij ons als volgt: ‘jullie krijgen zo dadelijk allemaal een leeg blaadje. Daar mogen jullie je voor- en achternaam opschrijven en jullie geboortedatum. Als één van jullie komend schooljaar jarig is, vertel ik een verhaaltje. Vinden jullie dat leuk?’ ‘Ja..ha.., klinkt het uit 43 jongenskelen.

Vrijdag

Ik ben de laatste jarige dit schooljaar. Precies één week voor de zomervakantie. De ‘grote vakantie’ begon toentertijd altijd op de tweede vrijdag van de maand juli. Eerst brengt de klas een aubade en zingt Lang zal ie leve… gevolgd met een driewerf hoera. Dan is het wachten op het verhaal van de frater. Eindelijk is het dan zover. Onder de tekenles begint hij te vertellen.

"Luister, ik neem jullie mee naar de missiepost in Medan. Daar woonden wij met vijf medebroeders in een eenvoudig, witgeschilderd huis aan de rand van de stad, een groot bos en een meer. Wij gaven les aan jongens uit de dorpen in de omgeving. Van één van hun vaders hoorden we dat er al enkele nachten vee werd gestolen. Van de daders ontbrak ieder spoor. Enkele bekwame jagers werden aangewezen om de rover te gaan zoeken. Of rovers dat kon natuurlijk ook."

Dan gaat de bel. "Jongens", zegt Amator zacht, "als jullie de komende week net zo je best blijven doen als vandaag, vertel ik de komende week het verhaal verder en begin ik telkens ietsje vroeger voor de bel gaat. Afgesproken?"

"Jaaaa…", klinkt het in koor.

Zaterdagmorgen  

"Na hun nachtelijke tochten spraken de jagers urenlang met de dorpsoudsten. Het bleek om een roofdier te gaan. Ze hadden een plek ontdekt waar het dier geregeld kwam drinken. ’s Avonds werden hier en daar vuren aangestoken om het roofdier op afstand te houden, maar desondanks sloeg de rover opnieuw toe. Dit keer waren twee geiten het slachtoffer en was het hele dorp in rep en roer."

"Enkele dagen later kwamen de dorpsoudsten bij onze missiepost vragen of zij ons geweer mochten lenen. Wij waren de enigen in de wijde omtrek die een wapen hadden. Officieel was het absoluut verboden om het geweer uit te lenen, maar voor deze ene keer kneep frater overste een oogje toe, op voorwaarde dat er twee medebroeders mee op jacht mochten. Dat was goed. Wie van jullie heeft er een kat thuis?", vraagt de frater dan. Glunderend steek ik met een paar andere jongens mijn vinger de lucht in. "Op Sumatra komen verschillende soorten roofdieren voor allemaal familie van jullie katten thuis."

Maandag

"Pas nadat opnieuw nachtelijke verkenningstochten waren gehouden, brachten dorpsbewoners offers aan hun voorouders en wachtten ze geduldig op een teken om op het meest gunstigste moment op jacht te gaan. In de donkerste nacht konden we vertrekken. Eerst moest worden uitgezocht om welk soort roofdier het precies ging. In Noord-Sumatra leefden meerdere soorten tijgers en nog meer soorten panters. Toen de krijgers uit het oerwoud terugkeerden, wisten ze het zeker. Het ging om een Koningstijger. Ze hadden hem herkend aan zijn dwarsstrepen, de lang gestrekte romp en de dunne staart die niet eindigde in een kwast net als bij leeuwen."

Dinsdag

Frater Amator zet een schoolplaat op de krijtplank van het schoolbord. Op de schoolplaat een levensgrote afbeelding van een Koningstijger in kleur. Hij pakt een dik boek en houdt het omhoog. Het dierenrijk van Insulinde in woord en beeld, staat er op de donkergroene kaft.

Bengaalse- of Koningstijger (bron: Wikimedia Commons)
Bengaalse of Koningstijger (bron: Wikimedia Commons).

Amator leest er een stukje uit voor: "Een Konings- of Bengaalse tijger is een grote kat, slank en licht, die op de toppen van zijn vingers loopt waaraan vlijmscherpe klauwen zitten. Een Koningstijger heeft net als jullie kat thuis gespleten pupillen die ze ’s nachts groter kunnen maken waardoor ze in het donker heel goed kunnen zien. Als de tijger zijn kaken sluit, glijden deze als de bladen van een schaar over elkaar heen. Hij verbrijzelt zijn prooi in één klap. Van ’s avonds tot ’s morgens jaagt hij het liefst, overdag zie je hem niet."

Woensdag

"De laatste nacht voor de jacht hoorden we de tijger brullen, grommen en miauwen. Iedereen in het dorp werd er wakker van. Het hongerige dier was tot aan de rand van het dorp geslopen. Toen het gebrul steeds luider werd, greep de dorpsoudste het geweer en schoot het leeg richting onruststoker. Daarna bleef het stil, voor zover het stil kan zijn in een oerwoud."

Donderdag

"Weer een nacht later verzamelden zich alle mannen en jongens uit het dorp. Ze droegen speren, klewangs en krissen. De dapperste krijger droeg het geweer. In de buurt van het meer slopen we naar de plek waar het roofdier zich verborgen hield. Opeens zagen we twee ogen. Als in een reflex loste de jager een schot. De kattenogen spatten uit elkaar en er ging een luid gejuich op. De jongens renden om het hardst naar de plek waar ze dachten de tijger te hebben zien neervallen. Vooral de snorharen en klauwen waren geliefd als overwinningstrofee. Hoe ze ook zochten van de Koningstijger echter ontbrak elk spoor. Teleurgesteld keerden we terug naar het dorp."

Vrijdag

’s Avonds lig ik te prakkezeren, ik kan niet slapen. Wat zou er toch gebeurd zijn? Waarom vertelt de frater ons zo’n naar verhaal? Pas de laatste schoolmiddag onthult Amator het geheim. Oorverdovende stilte in de klas. Hij schraapt zijn keel en vertelt:

"Luister jongens… toen de Koningstijger in de smiezen kreeg dat er jacht op hem werd gemaakt, bedacht hij een list. Samen met een ander tijgermannetje verstopte hij zich op een plek vlak bij het meer. Ze staken hun koppen zo dicht mogelijk tegen elkaar aan en knepen allebei het buitenste oog dicht. Toen de jager precies tussen hun ogen schoot, sprongen ze lenig opzij en gingen er als een haas van door. Fijne vakantie, jongens!"

Fraterhuis H. Herman Jozef, Oisterwijk
De Joannes van Oisterwijkschool aan de Kerkstraat, gelegen naast het fraterhuis. Beide gebouwen zijn inmiddels gesloopt (foto: Charles van den Berg).

De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie. Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.

1

Reacties (1)

André Witlox zei op 14 juli 2026 om 11:56 uur

Mooi verhaal Charles! Ja, die Fraters konden er wat van. Het verhalen vertellen zat hen in het bloed. Fraters hebben veel betekend in ons jonge jongensleven, ze hebben ons gevormd. Los van negatieve dingen die ook zijn gebeurd, welke vaak worden aangegrepen om te generaliseren en de groep in een kwaad daglicht te stellen.

Reactie toevoegen

Je e-mailadres is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.